'Met de haren erbij'

    Eric Smit heeft bewondering voor Joris Luyendijk die met zijn verhalen uit de Londense City een groot publiek wist te interesseren voor de misstanden in de financiële wereld. Smit bepleit in aanvulling daarop een journalistieke aanpak waarbij de rotzooi naar boven wordt gehaald. 'Met namen en rugnummers graag'.

    Het deed me goed dat drommen mensen moeite moesten doen om in de Pleinfoyer van de Amsterdamse Stadsschouwburg een levend interview van mij te aanschouwen. Ik was laat en moest mijn best doen om voor mijn eigen optreden op tijd binnen te komen. Dat viel niet mee. Even waande ik me voor een kassa ergens in Amsterdam Zuid: overal voordringende oudjes. De organisator van 'De nacht van NRC' had me er al een beetje op voorbereid, het zou druk worden. En druk was het. Dat al die mensen uitsluitend voor mijn gesprekspartner Joris Luyendijk kwamen, was een detail dat ik op het podium met frisse opgewektheid aanvaardde. Dat leek ook wel nodig. Luyendijk was twee jaar eerder op uitnodiging van de Britse krant the Guardian naar Londen gekomen om zich onder te dompelen in de wereld van de haute finance. Dat had zijn geestelijke gezondheid geen goed gedaan, althans, hij was er nogal somber en terneergeslagen geraakt. Begin oktober had hij met zijn lijvige artikel 'Het kan zo weer gebeuren', de balans opgemaakt.

    Slechte mensen

    Luyendijk had gedurende zijn verblijf ongeveer 200 werknemers uit de City geïnterviewd. 'Ik had me op van alles ingesteld toen ik begon aan dit onderzoek,', schreef hij, 'maar niet dat ik zo vaak tegen de beroemde "Banaliteit van het Kwaad" zou aanlopen.' Het is nogal wat als je de beroemde filosofe Hannah Arendt aanhaalt om de morele gesteldheid van de financiële wereld te beschrijven. Arendt beschreef in de jaren zestig van de vorige eeuw het proces van de SS'er Adolf Eichmann, de belangrijkste technocraat achter de Holocaust. Ze trof bij zijn berechting in Jeruzalem geen gruwelijk monster aan maar een nietszeggend bebrild ambtenaartje. Iemand die verantwoordelijk was voor de boekhouding van de Jodenvernietiging. In de woorden van Luyendijk: 'Je hebt geen slechte mensen nodig hebt om een systeem draaiende te houden met extreem slechte uitkomsten.'
    'Het knappe van Luyendijk is dat hij met zijn artikelen een groter publiek heeft weten te vinden voor de verhalen uit de financiële wereld.'
    De conclusie van zijn artikel was dat we in de westerse wereld bezig zijn er een 'deprimerende rotzooi' van te maken. Ik hoopte dan ook dat Joris een opkikkertje had genomen voordat ik hem over zijn avonturen in de City ging bevragen. Luyendijk bleek gelukkig in grootse vorm en het publiek lag aan zijn voeten. Dat gegeven vormde voor mij ook de aanleiding om te zeggen dat hij met zijn publicaties iets heel bijzonders heeft gepresteerd. Het knappe van Luyendijk is volgens mij dat hij met zijn artikelen een groter publiek heeft weten te vinden voor de verhalen uit de financiële wereld. Mensen die het financieel-economische katern van de krant steevast terzijde schoven, waren doorgegaan met lezen. Prachtig!

    Krachtige metaforen

    Luyendijk heeft met zijn antropologische kijk op zaken de complexe wereld van de haute finance voor vele niet ingewijden toegankelijk gemaakt. Hij arriveerde zonder kennis van zaken in de Londense City en vertelde dat aan zijn lezers die hij bij zijn avontuur in de City betrok. Hij wist vele bankiers en andere werkers in de financiële industrie te strikken voor een anoniem interview. Hij beschreef ze in vele niet zelden krankzinnig aandoende facetten. Hij sprak met de mensen die ingewikkelde financiële producten structureerden en met de lui die ze zonder inhoudelijke kennis weer aan onwetende klanten moesten verkopen. Hij vertelde hoe bankiers op grote schaal de kluit legaal belazerden en daar vermogens mee verdienden. Luyendijk snapte steeds beter waar het om draaide en nam zijn lezers daarin mee zonder dat het ooit ingewikkeld werd. Hij wist als journalist/antropoloog met heldere beelden en krachtige metaforen de extreem complexe wereld van banken en financiële markten terug te brengen tot behapbare brokken. Zijn werkwijze deed me een beetje denken aan de natuurvorser Richard Conniff die als een bioloog studie deed naar de gedragingen van de rijken. Zijn boek The natural history of the rich - a field guide, is een aanrader voor eenieder die zich wil kunnen inleven in de absurdistisch aandoende wereld van het grote geld.

    Moral hazard

    Zijn artikelen werden niet door iedereen op waarde geschat. In de financiële journalistiek werd er nog wel eens smalend gesproken over wat Luyendijk schreef. Het ontbrak hem aan inhoudelijke kennis en hij nam de gesprekken met de onderknuppels uit de City (de grote bazen sprak hij niet) wel erg zwaar op. 'Gewichtheffen met kruimels', hoorde ik een collega eens zeggen. Ik ben hem vooral dankbaar dat hij bij een groot publiek belangstelling voor de problematiek in de financiële wereld heeft kunnen opwekken. Net als Jeroen Smit dat heeft gedaan met zijn boek de Prooi. Die aandacht is heel hard nodig. Net als Luyendijk ben ik niet al te vrolijk gestemd over de veranderingen die zich sinds 2008 in die wereld hebben voltrokken. Er is het nodige veranderd, er zijn nieuwe wetten en er is vooral heel veel toezicht bijgekomen. Ik ben zelf echter zeer sceptisch over de mentaliteitsverandering er heeft plaatsgevonden. Voorzover die er is, heeft die een zeer fluïde karakter, is mijn ervaring. En zolang de moral hazard nog bestaat en bankiers van voren niet weten dat ze van achteren leven, is het systeem, zoals Luyendijk het in zijn grote artikel uitdrukte 'intrinsiek instabiel' en kunnen we wachten op het volgende grote ongeluk.
    Luyendijk is van oordeel dat het niet langer mogelijk is om Shakespeariaanse verhalen te maken over de financiële industrie
    Ik vroeg hem zaterdagavond wat hij vond dat de journalistiek moest doen, een onderwerp waar hij doorgaans het nodige over heeft te zeggen. Welke verhalen kunnen we schrijven om impact te creëren en verandering teweeg te brengen? Zijn antwoord verraste me. Luyendijk is van oordeel dat het niet langer mogelijk is om Shakespeariaanse verhalen te maken over de financiële industrie. In de tijd van de grote Engelse toneelschrijver was de macht zichtbaar, zei hij. Je had koningen met hun hofhoudingen en daar waren tijdloze drama's over te schrijven. In de financiële industrie van deze tijd is dat volgens Luyendijk niet meer mogelijk. De macht bevindt zich niet in één hand, die heeft zich over de aardbol uitgespreid en het zijn instituten die als een enorm kartels opereren en zichzelf in stand kunnen houden 'en hun royale winsten deels gebruiken om hun machtspositie te behouden.' Hij sprak over de financiële sector als ware het een amorf geheel - een 'matras' - dat elastisch meeveert wanneer het klappen moet incasseren en vervolgens onaangedaan weer zijn oude vorm aanneemt. Luyendijk was niet op zoek geweest naar lui die regels overtraden. Namen of rugnummers zeiden hem weinig. Ook al kwamen er bankiers bij hem aan met specifiek materiaal of onderzoekwaardige misstanden, dan liet hij die lopen. Luyendijk maakte zijn handen niet vuil aan muckraking, hij dacht groter. Hij wilde laten zien dat de industrie als geheel disfunctioneel en immoreel opereert en een groot gevaar vormt voor een stabiele wereld en daarmee voor de democratie.

    Zichtbare hoofdrolspelers

    Daar begon het wat mij betreft te knagen. Ik ben als journalist vooral een verhalenverteller waarin juist die drama's aan het licht worden gebracht. Mét de details van de misdragingen (legaal of illegaal) en de namen en de rugnummers van betrokkenen. Daar gaat het nu juist om! Ik denk ook dat veel van die verhalen klassieke thema's over hebzucht, ijdelheid en macht in zich herbergen. Daarvan zijn talrijke voorbeelden te noemen. Zonder Jeroen Smit had niemand geweten hoe een man als Groenink aan de top van ABN Amro kon komen, dan hadden we geen televisieserie gehad waar nu heel Nederland naar kijkt. Onthullende verhalen vertellen met zichtbare hoofdrolspelers is mijns inziens van het grootste belang. Daarmee creëer je impact die ook de politiek in beweging kan zetten. Onderwerpen zijn er genoeg en alle ingrediënten zijn daarvoor aanwezig. Juist in de financiële industrie ligt het grote Faustiaanse thema op elke trading desk, binnen elke gestructureerde deal en iedere grote overname op een genadeloos registrerende journalist te wachten. En die verhalen zijn niet alleen in de City of aan de Zuidas te vinden. Ook aan het bureau van de bankier in de provincie heeft de duivel plaats genomen en weet hij zielen te kopen. In elke bankier en verzekeraar schuilt een Goldman, schreef ik anderhalf jaar geleden. Het is mede dankzij het werk van Luyendijk dat er steeds meer mensen zien in wat voor 'deprimerende rotzooi' we ons bevinden. Daar mag het wat mij betreft beslist niet bij blijven. Het is aan de onderzoeksjournalistiek om die rotzooi ook boven tafel te halen en daar de verantwoordelijken met de haren bij te slepen. Ik heb het flauwe vermoeden dat Hannah Arendt het daar mee eens zou zijn geweest.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 2885 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren