Bierbrouwer Heineken heeft onlangs een derde fabriek in Ethiopië geopend.

Bierbrouwer Heineken heeft onlangs een derde fabriek in Ethiopië geopend. © ANP, Jeroen van Loon

Oud-bewoners: Heineken-brouwerij in Ethiopië gebouwd na landroof en marteling

Een Ethiopisch boerendorp werd met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor een nieuwe brouwerij van Heineken. Vijf boeren doen hun verhaal. De toekomstige Nederlandse wet over maatschappelijk ondernemen moet dergelijke praktijken strafbaar maken.

Dit stuk in 1 minuut
  • Het is binnenkort tien jaar geleden dat Heineken met de bouwwerkzaamheden begon van een nieuwe brouwerij in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Tijdens een feestelijke ceremonie legde toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen de eerste steen.
  • Voor het eerst vertellen Ethiopiërs die op het terrein van de huidige fabriek woonden over hun gedwongen vertrek. Een bewoner die hiertegen protesteerde werd naar eigen zeggen door de politie opgesloten en gemarteld.
  • De Wereldbank adviseerde bedrijven - toen ook al - betrokkenheid te tonen bij landacquisitie en herhuisvesting. Heineken hield zich afzijdig en verwijst naar de overheid. Een woordvoerder: ‘Die is verantwoordelijk voor een eerlijke compensatieregeling en herhuisvesting.’
  • Juridisch gezien klopt dit. Alle grond in Ethiopië is van de staat en mensen kunnen dus formeel niet worden onteigend. Maar voor Ethiopiërs die vaak al generaties lang ergens wonen en het land bewerken, voelt dat niet zo.
  • Op dit moment is de wet Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) in de maak. Deze wet moet voorkomen dat bedrijven in de toekomst kunnen wegkijken bij vermeende misdaden zoals die bij de aanleg van Heinekens brouwerij in Ethiopië plaatsvonden.
Lees verder

Addis Abeba – Op 28 februari 2013 legde toenmalig minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de eerste steen van een nieuwe bierbrouwerij van Heineken in de – op dat moment – nauwelijks ontwikkelde buitenwijk Kilinto van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Welke misstanden aan de bouw vooraf waren gegaan, wist ze waarschijnlijk niet.

Volgens berichtgeving in de Volkskrant en Het Financieele Dagblad, die ter plaatse waren, was de rode loper uitgerold voor Ploumen en ging het er feestelijk aan toe bij de ceremonie. De minister, gekleed in beige mantelpak, was in het gezelschap van de lokale directeur van Heineken en een hoge Ethiopische ambtenaar. Onder een stralende zon werden ze omringd door dansers in kleurrijke gewaden.

‘Iedereen wordt hier beter van,’ zei Ploumen euforisch. Ze doelde op meer werkgelegenheid, een nieuwe afzetmarkt voor Ethiopische boeren, maar ook: meer winst voor de Nederlandse multinational. Ploumen gold als enthousiast pleitbezorger van het beleid van hulp en handel: de Hollandse koopman en dominee die de handen ineen slaan.

Later dat jaar zou koningin Máxima Heineken in Ethiopië ook prijzen. ‘Een fantastisch voorbeeld,’ zei ze tegen ANP, waarbij ze volgens het persbureau sprak over het combineren van onder meer voedselhulp, verbetering van voedselkwaliteit, vermindering van armoede en inclusieve financiering.

Iedereen beter? Vermindering van armoede? In een volksbuurt met onverharde wegen op een paar minuten rijden van de brouwerij denkt menigeen daar anders over. Een aantal van de boerenfamilies die destijds plaats moesten maken voor de vooruitgang is daar nu gevestigd – in totaal woonden er naar schatting een kleine tweehonderd mensen op het stuk land waar nu de brouwerij staat. Ze beschouwen zich als slachtoffer van gedwongen onteigening zonder fatsoenlijke compensatie, ofwel landroof. 

Dat is een misdaad die expliciet wordt genoemd in de toekomstige wet Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO), die op dit moment wordt voorbereid en waarover een rel ontstond nadat de topman van baggeraar Boskalis de wet onwerkbaar noemde en dreigde met vertrek uit Nederland.

Bij de landovername door Heineken zijn volgens de boeren doden gevallen en heeft marteling plaatsgevonden. Tegenover Follow the Money doen vijf van hen voor het eerst hun verhaal.

‘Ze kwamen met een bulldozer’

‘Het was een deprimerende tijd,’ zegt Tolosa Balacha (69), een man met grijze baard en groene camouflagepet. Op een lap grond van 1000 vierkante meter verbouwde hij onder meer gerst en teff, toen hem werd verteld dat hij moest verkassen. Ter compensatie ontving hij een stukje land van 50 vierkante meter en 60.000 birr, destijds ruim 2000 euro. ‘Dat was te klein om een nieuw huis te bouwen en de som geld was ontoereikend om voor mijn gezin een huis te kopen,’ zegt hij. ‘We hebben geklaagd bij Heineken en het buurtcomité, maar dat leidde nergens toe. Ik ben nu bewaker op een bouwterrein. Mijn leven staat stil.’

Bezuelem Alemu (38) herinnert zich de enorme stress die haar vader – destijds zestigplusser, zijn precieze leeftijd kent ze niet – overviel toen hij te horen kreeg dat hij weg moest van het land waarop hij zijn hele leven had gewoond. ‘Hij was wanhopig. “Wat moet ik nu,” zei hij telkens. Kort voordat we definitief weg moesten, overleed hij aan een hartaanval.’

De uitzetting van de overgebleven familieleden werd enkele dagen uitgesteld om een rouwperiode te respecteren. ‘Maar we stonden onder druk: de uitzetting moest doorgaan. Ze waren niet in onze omstandigheden geïnteresseerd. En we mochten nog van geluk spreken. Er overleed toen ook een oudere vrouw in de buurt aan de stress, maar haar lichaam moest meteen worden verwijderd. Wij hebben mijn vader tenminste nog kunnen begraven.’

Alemu was erbij toen het dorp met de grond gelijk werd gemaakt. ‘Ze kwamen met een bulldozer en een elite-eenheid van de politie. Onze huizen werden vernield en als bewoners werden wij emotioneel vernield.’ Ook zij kreeg 60.000 birr en een vervangend stuk land dat aanzienlijk kleiner was dan haar eerdere bezit. ‘Het doet nog steeds pijn. Ik ben daar geboren en we waren zelfvoorzienend. Ik werk nu als huishoudelijke hulp. Mijn leven had zoveel beter kunnen zijn.’

Atsetu Alebechew (48) zegt dat haar familie onvoldoende tijd kreeg om spullen te pakken. ‘We zijn weggejaagd.’ Ook zij vertelt dat twee bewoners zijn bezweken aan een hartaanval als gevolg van de uitzettingsprocedure.

‘Ik had de kracht niet om ze te bestrijden,’ vertelt Tilahun Demissie, een man met een snorretje en een geruit overhemd, vanuit zijn rolstoel. ‘Op de laatste dag had ik zoveel stress. Ik barstte in huilen uit, het overweldigde me. Ze regelden een tijdelijk onderkomen voor me, maar na enige tijd zeiden ze: je moet hier ook weg. Toen heb ik tijdlang in een doos gewoond.’

Opgesloten en gemarteld

Anbassa Tesfaye liet zich niet zomaar uitzetten en dat heeft hij geweten. Hij draagt een fel oranje hesje, omdat hij die ochtend nog op de brouwerij heeft gewerkt. Hij vertelt zijn verhaal bij zijn huis, grotendeels gemaakt van leem. Hij schaamt zich dat hij geen cement kan betalen.

Tesfaye zegt dat hij een stuk land van 2000 vierkante meter bezat, precies op de plek waar zich nu de vergaderzaal van de brouwerij bevindt. Hij kreeg ruim tien jaar gelden het bericht dat hij binnen 24 uur weg moest zijn, met zijn kat, koeien en schapen. ‘Ik weigerde en werd ervan beschuldigd mijn buren op te ruien om ook in opstand te komen.’

‘We hebben een hekel aan dat bedrijf, maar we zijn nog bozer op de regering. Die heeft ons land aan Heineken gegeven’

Hij had destijds een baantje bij de gemeente, waar hij naar eigen zeggen ogenblikkelijk werd ontslagen. Bovendien werd hij drie dagen opgesloten en gemarteld. Hij zat met heel veel mensen in een cel – aan een schatting wil hij zich niet wagen. Met zijn handen tussen zijn beide voeten doet hij voor hoe hij werd vastgeketend, waarna hij emmers water over zich heen kreeg gegoten. Er werden hem elektrische schokken toegediend, hij moest zich uitkleden en kreeg urenlang een volle fles water aan zijn penis gehangen. Anderen werden gebrandmerkt, vertelt hij, maar dat bleef hem bespaard. Als gevolg van zijn verzet, kreeg hij naar eigen zeggen geen 60.000 birr, zoals sommige buurtgenoten, maar slechts 20.000.

En nu werkt Tesfaye dus voor Heineken, sinds bijna een jaar, om de eindjes aan elkaar te knopen. ‘Dat is zeer vernederend. Door de landroof hebben we een hekel aan dat bedrijf, maar we zijn nog bozer op de regering. Die heeft ons er met geweld uitgezet en ons land aan Heineken gegeven.’

Tesfaye heeft een ‘klein contractje’ op de brouwerij: zijn taak is om ’s ochtends te controleren of de pallets in orde zijn. Als dat niet zo is, slaat hij er een spijker in – het materiaal betaalt hij naar eigen zeggen zelf. Zijn inkomsten hangen af van het aantal kapotte pallets, in een goede maand verdient hij 2500 birr (ruim 40 euro), in een slechte 500 (minder dan 10 euro).

Een eerlijk inkomen?

Een living wage, een inkomen waarmee je fatsoenlijk kunt leven in Ethiopië, is volgens dit onderzoek uit mei 2022 vastgesteld op omgerekend bijna 200 euro per maand. Het onderzoek werd uitgevoerd buiten Addis Abeba, waar de kosten voor levensonderhoud lager zijn dan in de hoofdstad.

Heineken laat in een reactie weten dat het werknemers en extern personeel eerlijke lonen betaalt volgens de definitie van het Fair Wage Network. Heineken: ‘Uit onze gegevens blijkt dat deze onderaannemer voldoende ontvangt om zijn werknemers een eerlijk loon te geven [..]. We zullen hierover met deze aannemer in gesprek gaan, zoals onze gedragscode voor leveranciers dat voorschrijft.’

Verder zegt Heineken regelmatig zogenoemde SMETA-audits uit te voeren om de naleving van normen te controleren en om een veilige werkomgeving te garanderen. Daarover citeerde FTM eerder onderzoeker Maria Hengeveld: ‘De SMETA-audit staat bekend als een van de zwakste. Ook bij hoger aangeschreven methoden is het voor bedrijven met grote tekortkomingen alsnog vaak eenvoudig een audit succesvol te doorstaan, maar bij SMETA vindt geen enkele externe controle plaats. In principe kunnen de auditors noteren wat ze willen. Een prikkel om actief op zoek te gaan naar misstanden ontbreekt. Het is gebruikelijk dat de directie van een bedrijf werknemers voorbereidt op de audit en onder druk zet om wenselijke antwoorden te geven.’

Lees verder Inklappen

 

Heineken hield zich afzijdig

Draagt Heineken verantwoordelijkheid voor deze wanpraktijken? Zoals vaker op het terrein van ondernemingen en mensenrechten is dat een complexe zaak, temeer omdat landrecht in Ethiopië op zich al een ingewikkelde kwestie is. Grondwettelijk is alle grond staatsbezit. Bedrijven kunnen de Ethiopische staat vragen of ze een stuk land kunnen pachten, waarna die het op zich neemt de eventuele bewoners van dat land te herhuisvesten en te compenseren. In theorie is instemming van de bewoners vereist (informed consent), maar als het nationaal belang groter wordt geacht dan dat van de bewoners, kunnen zij worden gedwongen tot verhuizing.

Wettelijk bestaat er dus geen landroof: zonder bezit immers geen diefstal. Maar veel boeren in Ethiopië zien dat anders. Zij wonen vaak sinds generaties op een stuk grond dat zij als hun bezit beschouwen. Worden zij daar tegen hun zin en/of zonder fatsoenlijke vergoeding weggestuurd, dan vinden zij wel degelijk dat er sprake is van landroof.

‘Wat heeft Heineken gedaan om te verifiëren of er geen mensenrechtenschendingen plaatsvinden?’

‘Bedrijven zijn officieel niet verantwoordelijk voor eventuele onteigening,’ zegt Sander de Raad. Hij is landelijk manager van TRAIDE, een stichting die Nederlandse bedrijven advies geeft bij duurzame en inclusieve investeringen. ‘Maar we adviseren ondernemingen om niet achterover te leunen en de procedure nauwlettend te volgen om misstanden te identificeren en te voorkomen. Soms kan de overheid verwachtingen scheppen bij lokale bewoners en doet zij beloften uit naam van het bedrijf, bijvoorbeeld over werkgelegenheid, zonder dat het bedrijf in kwestie ervan weet. Dat kan later tot frustratie leiden.’

De Ethiopische biermarkt

Op de meeste Afrikaanse biermarkten zijn hooguit twee grote internationale spelers actief (duopolie). Ethiopië, dat met 120 miljoen inwoners de tweede grootste bevolking heeft van het continent, onderscheidt zich door de aanwezigheid van Heineken, de Franse concurrent Castel, United Beverages uit Mauritius en het Nederlandse Bavaria. Voor Bavaria, dat doorgaans bier exporteert (vooral 0.0 en zwaar bier), is de brouwerij in Ethiopië de enige buiten Nederland en België. Tot voor kort waren ook de Britse alcoholgigant Diageo (bekend van het Ierse merk Guinness) en de kleine Belgische speler Unibra actief in Ethiopië, maar hun brouwerijen zijn opgeslokt door Castel. 

De bierconsumptie onder Ethiopiërs is het afgelopen decennium weliswaar verviervoudigd, maar blijft met 13,6 liter per hoofd van de bevolking (in 2020) bescheiden. Ter vergelijking: Nederlanders dronken in pre-coronajaar 2019 gemiddeld 71 liter bier per persoon.

Lees verder Inklappen

De Wereldbank geeft een soortgelijk advies, dat ook ruim tien jaar geleden al gold, toen Heineken het terrein verwierf. Mensenrechtenadvocaat Channa Samkalden, die twee jaar geleden namens vier Nigeriaanse boeren en hun dorpen een rechtszaak won tegen oliegigant Shell, wijst eveneens op het belang van betrokkenheid bij het proces. ‘Wat hebben ze gedaan om te verifiëren of er geen mensenrechtenschendingen plaatsvinden? Alle mogelijke negatieve effecten moet je in kaart brengen. Afhankelijk van de context reikt de verantwoordelijkheid van Heineken misschien wel verder: moeten ze mensenrechtenschendingen niet actief zien te voorkomen?’

Het heeft er alle schijn van dat Heineken, dat destijds ook al de slogan Brewing a Better World gebruikte, zich volledig afzijdig heeft gehouden bij de procedure. In een schriftelijke reactie geeft een woordvoerder van Heineken geen antwoord op een directe vraag hiernaar. Een interview met de verantwoordelijke manager wordt geweigerd en de brouwer gaat evenmin in op ons verzoek inzage te krijgen in rapporten of documentatie rond dit dossier.

‘Wij willen nagaan of er bewijs is voor misstanden. Als dat zo is, dan zullen wij contact opnemen met de betrokken autoriteiten’

De woordvoerder: ‘In 2012 onderzochten we de mogelijkheid tot investeren in een nieuwe brouwerij in Kilinto. Destijds werd grond in het bezit van de staat herbestemd voor industrieel gebruik en een deel daarvan is verpacht aan Heineken. Volgens Ethiopisch gebruik is de leiding van de onderhandelingsprocedure met belanghebbenden in handen van de regering. Zij zijn verantwoordelijk voor een eerlijke compensatieregeling en herhuisvesting.’

Sociale doelstellingen niet waargemaakt

‘Iedereen wordt hier beter van,’ zei Ploumen op die stralende februaridag in 2013. Voor Heineken werd het inderdaad een commercieel succes. Op de zwaarbevochten biermarkt van Ethiopië, waar onder andere ook Bavaria actief is, beleefde Heineken een aanzienlijke groeispurt en strijdt de brouwer nu om het leiderschap met de Franse concurrent Castel.

Maar de overname leidde niet tot meer werkgelegenheid, integendeel. Toen Heineken in 2011 tot de Ethiopische markt toetrad door twee staatsbrouwerijen over te nemen, werkten daar bijna 1700 mensen. Inmiddels heeft de multinational – ondanks de bouw van een derde brouwerij – nog iets meer dan duizend mensen in vaste dienst. En al zijn er Ethiopische boeren die baat hebben gehad bij de extra vraag naar grondstoffen van Heineken, de ambities van het Afrikaanse landbouwprogramma heeft de brouwer evenmin waargemaakt, zo liet Follow the Money eerder zien. Heineken heeft de doelstellingen van dat programma intussen naar beneden bijgesteld.

Heineken belooft de beschuldigingen van landroof en marteling te onderzoeken. De woordvoerder: ‘De beschuldigingen van mensenrechtenschendingen verontrusten ons. Hoewel wij niet direct betrokken waren bij de herhuisvesting, willen wij begrijpen wat er op lokaal niveau is gebeurd en nagaan of er bewijs is voor misstanden. En als dat zo is, dan zullen wij contact opnemen met de betrokken autoriteiten om te begrijpen wat er gedaan kan worden om dit aan te pakken.’

Over een jaar vragen we Heineken naar de conclusie. Wordt vervolgd.

Reactie Buitenlandse Zaken

Update, 8 februari

Follow the Money heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken onder meer gevraagd of de Nederlandse ambassade in Addis Abeba advies heeft gegeven bij de bouw van de brouwerij en of de Nederlandse overheid Heineken hierbij financieel heeft gesteund. Bij publicatie van dit artikel op 1 februari waren de antwoorden op deze vragen nog niet binnen. Inmiddels het het ministerie het volgende geantwoord:

'Voor zover we kunnen nagaan heeft de Nederlandse ambassade in Addis Ababa destijds geen rol gespeeld bij landacquisitie of bouw van de brouwerij van Heineken. De Nederlandse overheid heeft geen financiële steun verleend aan Heineken voor deze investering.

Tussen 2013 en 2020 liep er wel een partnerschap van Buitenlandse Zaken (BZ) en Heineken, waaraan zowel Heineken als het ministerie financieel hebben bijgedragen. De uitvoerend partner was de ngo Eucord. Het partnerschap ondersteunde Ethiopische boeren bij het verhogen van hun landbouwproductiviteit, inclusief de teelt van gerst, als ingrediënt voor Heinekens brouwerij. Hierdoor werd bijgedragen aan het verhogen van het inkomen en de inkomenszekerheid van Ethiopische boeren. De bijdrage van BZ in Ethiopië bedroeg 1,6 miljoen dollar.

De eindrapportage is in november 2020 opgeleverd door Eucord. We stemmen op dit moment met Eucord af of we die rapportage kunnen delen. Er lopen momenteel geen partnerschappen of andere samenwerkingsprojecten van de Nederlandse overheid en Heineken in Ethiopië.'

Lees verder Inklappen

De reis- en verblijfskosten voor dit artikel zijn vergoed met een beurs van Free Press Unlimited.