Lilianne Ploumen geeft in februari 2013 een speech na het startschot van de bouw van een nieuwe Heinekenbrouwerij in Killinto, Ethiopië.
© AFP

Heineken in Afrika: de hulp blijft achter op de handel

  • Waarom een bedrijf dat meer dan 2 miljard euro winst maakt een subsidie moet hebben van 7 miljoen is volkomen duister

Heineken kreeg miljoenen euro subsidie voor landbouwprojecten in Afrika, die de regering prijst als hét voorbeeld van geslaagd beleid van hulp en handel. Ze leveren de brouwer veel goede publiciteit en belastingvoordeel op, maar nu blijkt dat de doelstellingen bij lange na niet zijn gehaald.

Beleggers en analisten reageerden vorige maand opgetogen op de jaarcijfers van Heineken: omzet en volume zijn gegroeid en de winstgevendheid is hoog. Wat dieper verstopt in het jaarverslag, op pagina 132, staat minder goed nieuws: een programma dat ertoe moet leiden dat Afrikaanse brouwerijen meer lokale grondstoffen gebruiken is off track, wat in dit geval een eufemisme is voor ‘mislukt’. De doelstelling van 60 procent lokale productie in 2020, die ’s werelds tweede bierbrouwer zichzelf heeft gesteld, zal bij lange na niet worden gehaald. Het huidige percentage is 37 procent, een daling van 11 procentpunt ten opzichte van acht jaar geleden. Destijds rapporteerde het bedrijf voor het eerst over de voortgang en lag het percentage op 48 procent.

Dit tegenvallende resultaat heeft Heineken er niet van weerhouden volop sier te maken met de landbouwprojecten. ‘Je kunt er goede, positieve verhalen over vertellen die we bij pr natuurlijk graag gebruiken,’ erkent woordvoerder John-Paul Schuirink. Invloedrijke media, zoals Nieuwsuur, de Telegraaf, de Volkskrant, Financial Times en Forbes namen die verhalen de afgelopen jaren nagenoeg kritiekloos over. Het beeld is ontstaan dat Heineken bijdraagt aan armoedebestrijding en de ontwikkeling van de Afrikaanse landbouw.

Ook politici en andere hoogwaardigheidsbekleders hebben Heineken veelvuldig geprezen voor dit vermeende succesverhaal. Mark Rutte deed dat in 2015 zelfs tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. ‘Betrokkenheid van de privésector zou eruit kunnen zien als de ambitie die Heineken zich heeft gesteld,’ zei de premier. ‘Nederland steunt deze inspanning door trainingen aan te bieden. En het werkt. In Burundi stelt dit partnerschap 18.000 boeren in staat een vast inkomen te verdienen door de wereldberoemde Nederlandse brouwer te bevoorraden.’

‘Nogal schaamteloos’, reageerde een VN-expert destijds in de Volkskrant. Een tweede deskundige zei in dezelfde krant: ‘Ik heb middelhoge ambtenaren hun bedrijfsleven wel eens horen aanprijzen bij de VN, maar nooit ministers of regeringsleiders.’

Rutte is niet de enige fan. Ook koningin Máxima en voormalig minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen hebben Heineken publiekelijk gecomplimenteerd met de Afrikaanse landbouwactiviteiten. De PvdA-bewindsvrouw legde in 2013 hoogstpersoonlijk de eerste steen van een nieuwe Heineken-brouwerij in Ethiopië.

De regering is dermate enthousiast over de ambitie van Heineken dat zij die tussen 2009 en 2019 ondersteunde met 7 miljoen euro belastinggeld. Daarbij komt nog een aanzienlijke bijdrage in natura, in de vorm van inspanningen van ambtenaren en diplomaten op het ministerie van Buitenlandse Zaken, die de projecten helpen opzetten. Het ministerie beschouwt de kosten hiervan, die waarschijnlijk in de miljoenen lopen, niet als extra steun aan Heineken, omdat de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven behartigen één van de taken van Buitenlandse Zaken is. Behalve Nederland hebben ook de Verenigde Staten, Duitsland en een VN-fonds bijgedragen aan de projecten. De totale publieke steun bedraagt ruim 10 miljoen euro.

‘Een subsidie weiger je niet’

Met dat geld zijn in totaal zes publiek-private partnerschappen opgezet, waarin de brouwer samenwerkt met ontwikkelingsorganisaties zoals ICCO, Eucord en Agriterra. Het eerste project begon al in 2006, vier jaar voordat Heineken de ambitie uitsprak. Twee ervan lopen nog steeds. Die moeten zogenoemde win-win-winsituaties opleveren: Heineken heeft de beschikking over goedkoper graan, de productiviteit van de landbouw in gastlanden neemt toe en de Nederlandse overheid voert effectief ontwikkelingsbeleid.

Het landbouwprogramma van Heineken in Afrika groeide uit tot een belangrijke pilaar van het beleid van Ploumen dat ontwikkelingshulp koppelt aan subsidies voor Nederlandse bedrijven: hulp en handel. Dat beleid zet de huidige minister Sigrid Kaag voort.

Heineken gaf toe dat het de projecten ook zonder overheidssteun zou hebben uitgevoerd

Buitenlandse Zaken ziet daarbij door de vingers dat Heineken niet voldoet aan het principe van additionaliteit: volgens haar eigen regels mag de regering alleen subsidie verlenen aan een bedrijf als het daartoe zelf de middelen niet heeft. Heineken, dat vorig jaar een omzet had van bijna 27 miljard euro en daarop bijna 2,5 miljard netto winst maakte, heeft in Zembla toegegeven dat het bedrijf de projecten ook zonder overheidssteun zou hebben uitgevoerd. Maar volgens de brouwer zijn ze efficiënter dankzij de samenwerking met de overheid en ngo’s. ‘Ze dwingen ons tot commitment,’ zei topman Jean-François van Boxmeer eind 2017 tijdens een gesprek op het hoofdkantoor. Hij doelde op de toewijding de doelen daadwerkelijk te halen (wat dus niet lukte). En zei toen ook: ‘Een subsidie weiger je niet.’

Bovendien gebruikt Heineken het landbouwprogramma in onderhandelingen met Afrikaanse regeringen om belastingkorting te bedingen. Dat bleek bijvoorbeeld in Mozambique, waar Heineken in maart een brouwerij opende en eveneens bezig is een landbouwproject op te zetten, opnieuw met steun van Buitenlandse Zaken. Mede door te verwijzen naar de eerdere projecten sleepte de brouwer drie jaar lang fikse korting op de accijns in de wacht, zoals Follow the Money  eerder berichtte. Ook in Burundi, waar Heineken nauw samenwerkt met een dictatoriaal regime, profiteert de brouwer van een accijnskorting van 80 procent op bier dat vooral met lokale grondstoffen wordt gefabriceerd.

De toenmalige Nederlandse ambassadeur Pascalle Grotenhuis is trots
op het leggen van de eerste steen voor een onlangs geopende Heineken-brouwerij
in Mozambique en prijst de landbouwprojecten van de bierbrouwer.

Kinderarbeid, hongersnood? ‘Weten we niet’

Heineken noemt in het jaarverslag drie oorzaken voor het mislukken van de projecten. Hoge groeicijfers in Ethiopië en Zuid-Afrika hebben tot meer import van gerstemout geleid, slechte weersomstandigheden in Noord-Afrika vernietigden een deel van de oogst en de lokale productieketens die Heineken sinds 2006 probeert tot stand te brengen, staan desalniettemin nog steeds in de kinderschoenen, waardoor de opbrengst nog onvoldoende is. Volgens cijfers uit 2016 haalde het bedrijf alleen in Egypte en Burundi meer dan 60 procent lokale productie, in alle andere Afrikaanse landen lag dat percentage (aanzienlijk) lager.

Daarbij moet nog worden aangetekend dat Heineken een brede opvatting hanteert van ‘lokale productie’: de brouwer telt alle gewassen uit Afrika mee. Dus ook gerst uit Egypte, dat hemelsbreed 5000 kilometer verderop in Rwanda in de brouwketel verdwijnt of rijst uit Congo, dat eerst zo’n 1000 kilometer over een rivier gaat voordat het de brouwerij in de hoofdstad Kinshasa bereikt. ‘Continentale productie’ is een adequatere term.

De boeren zouden hun productie aan andere partijen verkopen, niet aan Heineken

Opmerkelijk is dat Sigrid Kaag andere oorzaken aanwijst voor de tegenvallende resultaten. In een schriftelijke reactie laat de minister weten dat de projecten volgens haar wél geslaagd zijn. De boeren zouden ervoor kiezen om hun productie aan andere partijen te verkopen en niet aan Heineken, waardoor hun inkomsten zijn gestegen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken levert zelf geen bewijs voor deze bewering. Wel verwijst het ministerie door naar Eucord, een van de ngo’s waarmee Heineken en Buitenlandse Zaken samenwerken, dat een ‘implementatie-status’ doorstuurt uit 2017 van een van de projecten die nog lopen, waaruit moet blijken dat de meeste doelen zijn gehaald. Het document specificeert niet hoe en door wie de controle is uitgevoerd. Evenmin is duidelijk of deze evaluatie representatief is voor de andere projecten.

Bovendien bestaan er veel onzekerheden over andere mogelijke consequenties van het landbouwprogramma. Tijdens een interview eind 2017 voor mijn boek Bier voor Afrika op het hoofdkantoor erkende programmaleider Paul Stanger dat Heineken elf jaar na aanvang van het eerste project nog niet wist welke invloed de landbouwactiviteiten hebben op voedselschaarste of kinderarbeid, factoren waarvan je zou verwachten dat die vóór aanvang van een project zo goed mogelijk onderzocht worden. Is de extra vraag van Heineken naar lokale gewassen concurrerend met de voedselvoorziening? Hoeveel kinderen zijn er werkzaam in de productieketen van Heineken? En wat zijn de gevolgen van het gebruik van kunstmest op de veelal maagdelijke Afrikaanse akkers? ‘We weten het niet,’ zei Stanger meermaals.

Anderhalf jaar later zijn dergelijke gegevens nog steeds onbekend. Het is dus mogelijk dat de projecten van Heineken meer vervuiling, honger en kinderarbeid tot gevolg hebben en dat de Nederlandse regering daaraan meebetaalt. Heineken heeft inmiddels wel de Universiteit Leiden opdracht gegeven onderzoek te doen naar ‘verschillende aspecten van de lokale inkoop van grondstoffen in Afrika’. Resultaten daarvan zijn volgens de brouwer nog onbekend.

De multinational claimt dat er in totaal 150.000 boeren betrokken zijn bij de programma’s en dat dat er meer zijn dan tien jaar geleden, maar bewijs daarvoor en cijfers geeft het bedrijf niet. Sowieso kun je vraagtekens zetten bij de toegepaste rekenmethode. Heineken heeft geen registratie van boeren die aan de brouwerijen leveren, maar deelt de totale massa aan aangekochte grondstoffen door het gemiddelde dat een boer in een bepaald land produceert om tot een schatting te komen. Maar het doel van de projecten is juist dat de boeren bovengemiddeld produceren, omdat ze beschikken over betere zaden. En het is sowieso aannemelijk dat een multinational als Heineken vooral met de best presterende boeren in een bepaald gebied samenwerkt. Het werkelijke aantal boeren ligt daardoor waarschijnlijk aanzienlijk lager dan het resultaat van de rekensom van Heineken.

Huid verkocht voor de beer is geschoten

Het is niet voor het eerst dat Heineken landbouwprojecten als succes presenteert, terwijl ze allesbehalve duurzaam zijn gebleken. Dat gebeurde in het verleden ook een aantal keer. In de jaren tachtig was sprake van geslaagde projecten in Burundi en rond 2005 in Rwanda, later is er niets meer van vernomen. Dat heeft bij de multinational en partners, zoals de regering en ngo’s, niet tot bescheidenheid of terughoudendheid geleid over de eigen prestaties: de huid werd verkocht voordat de beer was geschoten.

Eind 2017 stelde ik programmaleider Paul Stanger van Heineken de vraag wat hij ervan zou vinden als de brouwer de doelstellingen in 2020 niet zou halen. Zou hij zich het lot van de boeren aantrekken of wellicht iets verontschuldigends zeggen over het belastinggeld dat zijn werkgever voor de projecten had ontvangen? ‘Persoonlijk zou ik het verschrikkelijk vinden als we dat doel niet halen, want het is een van mijn key performance indicators,’ zei hij. 

Wederhoor Heineken: ‘Projecten zijn off-track, maar niet mislukt’

‘Heineken blijft zich inzetten om 60 procent van de grondstoffen nodig voor de productie van haar merken in Afrika en het Midden-Oosten regionaal in te kopen. Op dit moment zijn we off track wat deze doelstelling betreft. Niettemin blijven we ons, samen met onze partners, inzetten om lokale landbouwprocessen te verbeteren en de productiviteit te verhogen. Het zal echter tijd kosten om deze doelen te halen. De projecten zijn evenwel niet mislukt: vele duizenden boeren die zijn verbonden aan de partnerschappen behalen als gevolg van betere zaden/gewassen, eigentijdse landbouwmethoden, training en advies nu veel hogere productiviteit uit hun teelt dan voor de start van de projecten en hun inkomsten zijn daardoor toegenomen.’

Lees verder Inklappen
Wederhoor Buitenlandse Handel: ‘Positieve ontwikkelingen voor lokale boeren’

Sigrid Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: ‘De partnerschappen tussen ngo’s, lokale overheden, Buitenlandse Zaken en Heineken zijn gericht op het creëren van werkgelegenheid, verbeterde toegang tot markten en hogere inkomens voor boeren. De partnerschappen richten zich op het behalen van duurzame ontwikkelingsdoelen en moeten daarom een meetbare impact hebben. Heineken streeft ernaar om 60 procent van de ruwe materialen lokaal in te kopen. Echter, onder andere door de hoge kwaliteit van de geproduceerde maïs, gerst en sorghum verkopen veel boeren hun gewassen aan de voedselmarkt of exporteren zij aan landen waar de marktprijs hoger ligt. Buitenlandse Zaken ziet dit als positieve ontwikkelingen voor lokale boeren omdat die hierdoor hun inkomens verhogen.’

 

Lees verder Inklappen
Hoebink: ‘Onverstandig dat Ploumen zich zo sterk aan Heineken koppelde’

Paul Hoebink, hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Nijmegen: ‘De cijfers van Heineken en Eucord die het succes van de projecten moeten bewijzen, zijn nogal tegenstrijdig, waardoor volstrekt onduidelijk is wat ze betekenen. De gegevens van Eucord zijn geen evaluatie, maar pure propaganda: ze strooien links en rechts met wat cijfers, meer niet. In het algemeen vind ik het erg onverstandig dat minister Lilianne Ploumen zich zo sterk koppelde aan één bedrijf: aan Heineken. Telkens haalde ze weer Heineken naar voren als het voorbeeld van haar geslaagde hulp- en handelsbeleid. Als dit het succesnummer is, wat zegt dat dan over de rest van dat beleid? Dat ziet er eigenlijk tragisch uit. Ik pleit ervoor dat deze zaak stevig geëvalueerd wordt en dat daaruit consequenties worden getrokken om beter beleid te vormen.’

Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Olivier van Beemen

Gevolgd door 246 leden

Olivier van Beemen was correspondent in Frankrijk en deed de afgelopen jaren onderzoek naar Heineken in Afrika.

Volg Olivier van Beemen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren