© ANP / Robin van Lonkhuijsen

Mensenrechtenschendingen in Afrika: het kan ook ‘leuk’ zijn

    Op een VN-mensenrechtenforum in Genève kreeg Heineken alle lof toegezwaaid omdat de bierbrouwer een schikking trof met een groep Congolezen die tijdens een burgeroorlog zonder fatsoenlijke ontslagvergoeding op straat was gezet. En zo werd samenwerking met een gewelddadige rebellenbeweging ineens een feelgoodverhaal.

    Het is november 2017 als in het Palais des Nations aan de Avenue de la Paix in Genève het jaarlijkse United Nations Forum for Business and Human Rights plaatsvindt. In de vergaderzalen van het neoclassicistische paleis dat werd gebouwd als zetel van de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties), wisselen experts uit de zakenwereld, overheid en ngo’s drie dagen lang ervaringen uit over mensenrechtenkwesties en gaan ze met elkaar in discussie. 

    De Zwitserse omgeving straalt rust uit. Vanuit de centrale hal kijk je uit over een botanische tuin en het kraakheldere Meer van Genève, met daarachter besneeuwde Alpentoppen.

    ‘We waren geschokt dat Heineken met zo’n beweging zaken kon doen’

    Binnen klinkt harde taal. ‘De rebellen hakten hoofden af, begroeven mensen levend en deden veel andere dingen, die te gruwelijk zijn om hier te noemen. We waren geschokt dat Heineken met zo’n beweging zaken kon doen,’ zegt John Namegabe tijdens de sessie Remediation through the OECD National Contact Points: the case of former employees of Bralima. Hij werkte als mecanicien voor Bralima, een Congolese dochteronderneming van Heineken, en is woordvoerder van een collectief van 168 medewerkers die er werden ontslagen.

    De medewerkers waren voor Heineken actief in de brouwerij van Bukavu, een stad in het oosten van Congo, en verloren hun baan tijdens een burgeroorlog (1998-2003), zonder correcte ontslagvergoeding. Heineken kreeg toestemming voor het massaontslag van RCD-Goma, een rebellenbeweging die het destijds voor het zeggen had in het gebied en die zich volgens Human Rights Watch schuldig heeft gemaakt aan onder meer grootschalige moordpartijen op burgers en veelvuldige verkrachtingen.

    Heineken handelde daarmee in strijd met een argument dat het zelf vaak gebruikt om aanwezigheid in conflictgebieden te rechtvaardigen: de brouwer beweert in dat geval boven alles bezorgd te zijn om het eigen personeel, dat je niet zomaar in de steek kunt laten door een conflictgebied te verlaten.

    Nul op het rekest

    Meer dan vijftien jaar lang streden de ontslagen Congolezen voor genoegdoening, maar telkens kregen ze nul op het rekest. Ook een klacht eind 2015 bij het Nationaal Contact Punt OESO-richtlijnen (NCP) werd aanvankelijk weggewuifd door Heineken. Pas toen ik de zaak openbaar maakte in NRC en Le Monde, merkten de klagers dat Heineken hen serieus nam. De brouwer accepteerde bemiddeling door het NCP en betaalde de groep afgelopen zomer uiteindelijk ruim een miljoen dollar schadevergoeding.

    ‘Zo veel wijsheid en plezier, het was geweldig’

    Terug naar het Palais des Nations in Genève. Naast John Namegabe zit Rutger Goethart, personeelsmanager van Heineken en verantwoordelijk voor het mensenrechtenbeleid van de bierbrouwer. Op de vraag waarom zijn werkgever de bemiddeling accepteerde, antwoordt hij: ‘Laat me beginnen te zeggen dat ik er heel trots op ben hier naast John te zitten, want het is nogal een verhaal dat hij heeft te vertellen. We hadden aanvankelijk een juridische benadering en waren defensief. Maar dat veranderde gedurende het proces. Intern zeiden we: laten we dit omarmen. Uit eerlijkheid. We zijn met een nieuwe generatie collega’s die dit soort zaken anders ziet. Het bedrijf is in vijftien jaar veranderd, van een vooral lokaal opererende onderneming tot een multinational met centraal aangestuurde processen, zoals de gedragscode en risicomanagement.’

    Goethart laat een foto zien van een grote groep Congolese klagers en de delegatie van Heineken, die werd genomen kort nadat de hoogte van de schadevergoeding voor elk van hen was vastgesteld. ‘Foto’s zeggen meer dan woorden,’ is zijn commentaar. Heeft de manager ook advies voor andere bedrijven die met dit soort zaken worden geconfronteerd? Dat heeft hij. ‘Ga erop in.’

    Thanks for those amazing pictures,’ zegt de moderator, die opmerkt dat Goethart zijn achternaam waardig draagt. Maartje van Putten van het NCP, die als bemiddelaar wordt geacht een neutrale positie in te nemen, komt superlatieven tekort om Heineken te prijzen. ‘Als je de juiste persoon hebt in een bedrijf, die open is en steun krijgt van de top, dan kun je zaken oplossen. Dat was de boodschap van Heineken. We wisten dat ze tot een oplossing wilden komen. Ze stroopten de mouwen op, gaven toe dat het zeventien jaar geleden fout was gegaan en zeiden: nu moeten we dit correct oplossen. Dat deden ze met zo veel wijsheid en plezier. Het was geweldig. Ik heb geen aandelen in Heineken – ik drink zelfs geen bier – maar ik heb nooit een bedrijf gezien dat iets zo graag wilde oplossen en dat op zo’n fantastische manier heeft gedaan.’ Meermaals zegt ze dat ze de onderhandelingen tussen de klagers en Heineken, die plaatsvonden in Oeganda en Frankrijk, heeft beleefd als een film.

    "Het was een love fest, een echte feel-good story. Op de luchthaven bestelde ik prompt een flesje Heineken"

    Hoe het NCP de brouwer overtuigde mee te doen? Van Putten: ‘Je moet ze laten zien dat het in hun belang is: “Er zit iets in voor jullie.” En ik weet niet meer zeker of ik destijds dat woord heb gebruikt, maar het kan ook leuk zijn. Beschouw het als een uitdaging.’ 

    Het enthousiasme van Van Putten vormt een nogal wrang contrast met de context. Namegabe heeft luttele minuten eerder verteld over afgehakte hoofden en mensen die levend werden begraven door dezelfde rebellenbeweging die Heineken toestemming gaf tot het massaontslag.

    Succesverhaal

    De lofrede is nog niet voorbij. Van Putten benadrukt hoe gul Heineken is geweest. ‘De betaling is gebaseerd op de salarisstructuur van 2017 – dat had niet gehoeven. En 45-plussers kregen wat extra, omdat het voor hen moeilijk was een nieuwe baan te vinden. De hoogste som was 45 duizend dollar voor een weduwe die nooit verwachtte dat ze nog iets zou krijgen.’

    In werkelijkheid lagen de vergoedingen tussen de 500 en 36.500 dollar en bedroeg het gemiddelde 8000 dollar — heel andere bedragen dan Van Putten noemt. Bovendien vond de uitkering plaats in Congolese francs. Die munt devalueerde kort voor de betaling, waardoor Heineken volgens de klagers goedkoper uit was dan de 1,3 miljoen dollar die aanvankelijk was gereserveerd. Heineken zelf ontkent dat.

    De zaal smult van de verhalen: ‘Wat fantastisch dat jullie hier naast elkaar zitten,’ zegt een ontwikkelingswerker. ‘Jullie hebben allemaal heel veel moed getoond,’ constateert een academica. ‘Is het niet moeilijk om als bedrijf zo transparant te zijn?’ vraagt een advocaat.

    ‘Het gaat ons niet zozeer om de feiten’

    Kritische vragen blijven uit. Dit is een succesverhaal met louter winnaars. ‘Het was een love fest, een echte feel-good story,’ zegt een mensenrechtenexpert van de Raad van Europa in een telefoongesprek een week later. Zonder ironie: ‘Op de luchthaven op weg terug naar huis bestelde ik prompt een flesje Heineken.’

    Pleistertje op de wond

    Zo werkt het dus. Ruim vijftien jaar jaar negeert Heineken een groep ontslagen oud-medewerkers, van wie sommigen inmiddels zijn overleden. Als reputatieschade dreigt omdat de zaak openbaar is gemaakt, betaalt het bedrijf een bescheiden som geld. Die betaling moet geheim blijven om precedentwerking te voorkomen, maar toch wordt Heineken geprezen vanwege vermeende transparantie.

    Eventuele vervolging (door deze groep werknemers) wegens mogelijke betrokkenheid bij de oorlogsmisdaden van de rebellenbeweging, is door de schikking van tafel. De brouwer staat nu te boek als wijs, eerlijk en gul. Heineken, dat tijdens een recent vergelijkend mensenrechtenonderzoek belabberd uit de verf kwam, geldt in VN-kringen als een voorbeeldbedrijf, een bedrijf dat je om advies vraagt over best practices, zoals dat in jargon wordt genoemd.

    Wat is het idee achter deze lofzang? We vragen het Barbara Bijelic van de OESO, die de bijeenkomst in Genève organiseert. ‘Het gaat ons er niet zozeer om terug te komen op de feiten van destijds of een oordeel te vellen over het gedrag van het bedrijf,’ zegt ze. ‘Het gaat ons erom de procedure met het NCP te laten zien, en hoe deelname hieraan tot een oplossing kan leiden.’

    ‘Meer dan een druppel in de oceaan is het helaas niet’

    Op de vraag of de feiten — die overigens nog steeds niet volledig zijn opgehelderd — dan niet van belang zijn, antwoordt ze opnieuw: ‘De procedure zelf moest voor ons centraal staan. We hebben voor deze zaak gekozen omdat die kortgeleden is afgerond, vanwege de manier waarop de zaak lokaal is aangepakt en omdat de klagers na zeventien jaar toch nog financiële genoegdoening hebben gekregen.’

    Het vierde panellid tijdens de sessie, Joseph Wilde-Ramsing, uit in een gesprek enkele weken later zijn twijfels over de betekenis van de zaak. Hij is verbonden aan de maatschappelijke organisaties OECD Watch en SOMO. ‘Het is natuurlijk goed en terecht dat John en zijn collega’s na al die jaren toch schadevergoeding hebben ontvangen, maar ik constateer ook dat Heineken met een kleine inspanning een groot rendement heeft behaald. Uiteindelijk is zo’n schikking hooguit een pleistertje op de wond. Het risico is dat zo’n zaak de schijn van verbetering geeft, terwijl de bedrijfsvoering niet fundamenteel verandert. In het ergste geval kan deze uitkomst zelfs tot verslechtering leiden, als bedrijven zien hoe makkelijk ze met een dergelijke zaak kunnen wegkomen.’

    Dat de schikking toch als een groot succes wordt beschouwd, ook door hemzelf, zegt volgens Wilde-Ramsing vooral iets over de heersende straffeloosheid op het gebied van bedrijfsleven en mensenrechten en de lage verwachtingen in kringen die zich daarmee bezighouden. ‘Ik merk zelf ook dat we al zo lang met dit niet-juridische instrument werken, met zo weinig succes, dat je af en toe wil laten zien dat onze strijd tegen multinationals die de mensenrechten schenden niet voor niets is. Maar meer dan een druppel in de oceaan is het helaas niet.’

    En Heineken?

    De bierbrouwer Heineken liet in een eerdere reactie weten dat het vertrouwen in het NCP tijdens het proces groeide. De brouwer heeft toegegeven dat de publicaties in NRC en Le Monde een belangrijke rol hebben gespeeld in de zaak, maar zegt dat de bemiddeling van het NCP doorslaggevend is geweest. Het bedrijf ontkent elke betrokkenheid bij de oorlogsmisdaden en andere mensenrechtenschendingen die de rebellenbeweging in Congo destijds heeft begaan.

    Onderzoek naar Heineken

    Olivier van Beemen, die eerder het boek Heineken in Afrika schreef, is op dit moment in Afrika voor extra onderzoek naar Heineken, onder meer in Johannesburg. Op onze website zal hij de komende tijd tal van duistere praktijken blootleggen. Van Beemen heeft Heineken nu al vijf jaar in het vizier en in maart verschijnt zijn nieuwe boek, Bier voor Afrika, vol onthullingen en nieuwe inzichten. Meer informatie op heinekeninafrika.nl.

     

     

     

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Olivier van Beemen

    Olivier van Beemen was correspondent in Frankrijk en deed de afgelopen jaren onderzoek naar Heineken in Afrika.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren