© Olivier van Beemen

Schikking pleit Heineken niet vrij van mogelijk strafbaar handelen in Congo

    Heineken heeft een groep Congolezen die tijdens een burgeroorlog (1998-2003) werd ontslagen deze maand ruim een miljoen euro schadevergoeding uitbetaald. Oud-medewerkers beschuldigen de bierbrouwer van medeplichtigheid bij oorlogsmisdaden van een rebellenbeweging. Wat is er precies gebeurd en waarom gaat Heineken vijftien jaar na dato overstag? Onderzoeksjournalist Olivier van Beemen dook in deze zaak.

    De bescheiden woonkamer van Guillaume Matabaro in de Congolese stad Bukavu is de onwaarschijnlijke plek vanwaar een groep ontslagen lokale werknemers van Heineken zonder dure advocaten een succesvolle strijd heeft aangebonden tegen ’s werelds tweede bierbrouwer.  Je bereikt zijn huis door vanaf de hoofdweg een donkere markthal te doorkruisen. De handelaren lijken te zijn weggelopen uit een vroeg schilderij van Van Gogh. Ze zijn niet eens zo oud, maar hebben doorleefde gezichten en zitten elk achter een hoopje steenkool dat ze te koop aanbieden. Langs een open riool voert het bergafwaarts via smalle steegjes, die na een tropische regenbui zijn veranderd in een glibberige modderpoel. Bij een steile helling moet je rechtsaf naar een binnenplaatsje dat een indrukwekkend uitzicht biedt op de volkswijken in het dal.

    De ex-brouwer Matabaro en zijn oud-collega John Namegabe, vertegenwoordigers van een collectief van zo’n 150 ontslagen werknemers, vertellen trots over de onderhandelingen die zij sinds december 2015 met hun voormalige werkgever uit het verre Nederland hebben gevoerd. Die volgen op een strijd voor gerechtigheid die voor sommigen al meer dan vijftien jaar duurt. David tegen Goliath, maar dan in het hart van Afrika.

    Heineken is bang dat publiciteit over de betaling een precedent kan scheppen

    ‘We hadden een stapel documenten van tien kilo meegenomen naar de onderhandelingstafel, zodat Heineken niet kon zeggen dat er iets ontbrak,’ lacht Namegabe. ‘En na de onderhandeling in Parijs had het weinig gescheeld of we mochten Frankrijk niet meer uit. De grenspolitie dacht dat we geen toestemming zouden krijgen om via Rwanda te reizen. Meestal is het voor Afrikanen vooral lastig Europa binnen te komen, maar wij mochten niet weg.’  

    Ruim vijftien jaar na hun ontslag trok Heineken dan toch de portemonnee, maar het bedrijf bedong wel dat dat geheim moest blijven. De bierbrouwer is bang dat publiciteit over de betaling, die volgens Heineken geen schadevergoeding is, een precedent kan scheppen. ‘Heineken richt veel schade in Congo aan – er zijn talrijke andere gevallen’, zegt een van de klagers. ‘Ze zijn waarschijnlijk bang voor verdere eisen en lopen nog veel risico.’ Doordat Follow the Money inzage kreeg in vertrouwelijke documenten, is het nieuws toch naar buiten gekomen.

    Congo is bovendien niet het enige land waar Heineken betrokken raakte bij omstreden zakelijke praktijken. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook in het buurland Burundi, waar de lokale dochteronderneming formeel onder leiding staat van een hoge rechter die ervoor zorgde dat de autoritaire president een nieuwe ambtstermijn kreeg, en in Tunesië, waar de bierbrouwer zaken deed met de clan van de gevallen dictator Ben Ali.

    Lucratieve markt

    De Democratische Republiek Congo, een voormalige Belgische kolonie met ruim 80 miljoen inwoners, is een van de armste en minst stabiele landen ter wereld, maar vormt in goede jaren een zeer lucratieve markt voor Heineken. Het Centraal-Afrikaanse land dreigt soms uit elkaar te vallen van verdeeldheid, maar over één ding zijn vrijwel alle Congolezen het eens: ze houden van Primus, het lokaal gebrouwen pils van Heineken.

    Congo was tussen 1998 en 2003 het toneel van een van bloedigste conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog. Bukavu werd toen net als een groot deel van het noorden en oosten van het land bezet door de bloeddorstige rebellenbeweging Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD), die later opsplitste in RCD-Goma en RCD-Kisangani.

    ‘De rebellen wilden laten zien dat het het normale leven doorging. Daarbij hoorde bier’


    De stad viel ten prooi aan grootschalige plunderingen, maar de plaatselijke brouwerij van Heineken-dochter Bralima bleef gespaard. ‘De rebellen wisten dat het bier moest blijven vloeien,’ vertelt een interne bron van Bralima die er destijds bovenop zat. ‘Ze wilden laten zien dat het normale leven doorging en daarbij hoorde bier.’ Een gevleugelde uitspraak in Congo is dat je wel een ziekenhuis kunt bombarderen, maar geen bierbrouwerij. Dan breekt de pleuris pas echt uit.

    Heineken reageerde pragmatisch: het behandelde de rebellengroepering – die zich volgens Human Rights Watch schuldig maakte aan grootschalige moordpartijen op burgers en veelvuldige verkrachtingen – alsof zij de nieuwe wettelijke bestuurders waren. Heineken bleef dan ook gewoon belasting betalen. Bovendien greep het concern de oorlog aan voor ingrijpende bezuinigingen, hoewel de verkoopcijfers volgens direct betrokkenen uitstekend waren. In oorlogstijd sparen burgers vaak minder en grijpen ze makkelijker naar de fles, zo bleek ook in buurlanden.

    Volgens Congolees recht moet de regering toestemming geven voor een ontslagronde en dat kreeg Heineken tussen 1999 en 2002 meermaals van de lokale autoriteiten, die onder controle stonden van de rebellen. Ook werden medewerkers onder druk gezet ‘vrijwillig’ te vertrekken.

    In Bukavu liet het concern een groot deel van het personeel in oorlogstijd aan zijn lot over

    De reeks massaontslagen is in strijd met een argument dat Heineken vaak gebruikt om aanwezigheid in conflictgebieden te rechtvaardigen: het bedrijf beweert in dat geval boven alles bezorgd te zijn om het eigen personeel, dat je niet zomaar in de steek kunt laten door de brouwerij te sluiten en het conflictgebied te verlaten. Dat de activiteiten van Heineken misdadige regimes vaak veel geld opleveren, valt volgens de bierbrouwer buiten de eigen verantwoordelijkheid.

    Maar hier in Bukavu liet het concern een groot deel van het personeel in oorlogstijd juist wél aan zijn lot over. De meesten werden direct vervangen door goedkope dagloners, waaruit blijkt dat ze niet overtollig waren. Het heeft er alle schijn van dat Heineken op cynische wijze profiteerde van de oorlog.

    Dossier ‘definitief’ gesloten

    Terug naar de woonkamer van Guillaume Matabaro, waar ik hartelijk word ontvangen. Sinds ik in april vorig jaar voor het eerst over de zaak schreef in NRC en Le Monde is de bereidwilligheid van Heineken om te onderhandelen in hun ogen sterk toegenomen. Over sommige zaken moeten ze zwijgen aangezien ze met hun voormalige werkgever hebben afgesproken geen vertrouwelijke informatie door te spelen. De onderhandelingen zijn nog niet afgerond op het moment van mijn bezoek.

    Matabaro en Namegabe halen herinneringen op aan hun jarenlange strijd. Toen Hans van Mameren, Heineken-topman in Congo, acht jaar geleden door het collectief werd benaderd, schreef hij een venijnige brief terug, waarin hij de klagers adviseerde hun tijd niet langer te verspillen. Het dossier was definitief gesloten. Toch lieten ze het er niet bij zitten en dienden ze eind 2015 een klacht in bij het Nationaal Contact Punt OESO-richtlijnen in Den Haag (NCP).

    Net als elk ander lid van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft Nederland zo’n contactpunt, waar burgers en organisaties terecht kunnen als zij vinden dat multinationals in strijd met die richtlijnen hebben gehandeld. Het NCP vond de klacht, ondersteund door een groot aantal originele documenten, serieus genoeg om in behandeling te nemen en bood bemiddeling aan tussen beide partijen.

    Dochteronderneming Bralima beweerde dat een groot aantal documenten uit die tijd was verdwenen. Later doken ze toch op

    Het drietal vertegenwoordigers werd uitgenodigd voor onderhandelingen in de Nederlandse ambassade van de Oegandese hoofdstad Kampala en later dus ook in Parijs, met hulp van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Twee van hen hadden nog nooit gevlogen, laat staan een week lang in een ambassade vergaderd,’ zegt Maartje van Putten van het NCP, dat erg tevreden is over het verloop van deze zaak. ‘Ze waren verzekerd dat er naar hen geluisterd zou worden.’

    Desalniettemin verliep het proces volgens de ex-medewerkers soms stroef. Zo was Bralima volgens de klagers plotseling een groot aantal documenten kwijtgeraakt, waardoor de zaak vast dreigde te lopen. Maar toen duidelijk werd dat die hoe dan ook doorging, kwam de stapel papier volgens de oud-medewerkers - net zo plotseling - wel boven tafel. ‘We zijn eraan gewend geraakt,’ zegt Namegabe. ‘Heineken heeft er jarenlang alles aan gedaan om de zaak te vertragen. Steeds weer tijdrekken om vervolgens te zeggen: “het is allemaal zó lang geleden. Nu heeft het geen zin meer”.’


    Obbe Siderius

    "Het was toentertijd een bijzonder lastige situatie, maar de RCD was nu eenmaal het gezag waarmee we in Bukavu te hadden te maken"

    Verzoening

    Deze zomer kwam dan toch het nieuws waarop de oud-werknemers al meer dan vijftien jaar wachtten en waarin de meesten waarschijnlijk al lang niet meer geloofden. Heineken tastte in de buidel. De brouwer had een Belgisch advocatenkantoor ingeschakeld dat voor elke klager een vergoeding berekende, variërend van 500 tot 36.500 dollar, in totaal 1,3 miljoen dollar. Aanzienlijke bedragen in een land waar een gemiddeld jaarloon minder dan 500 dollar bedraagt.

    Op het internationale hoofdkantoor van Heineken aan het Tweede Weteringsplantsoen in Amsterdam, tegenover de Heineken Experience, klinken inmiddels verzoenende woorden. Volgens Obbe Siderius, die zich de laatste jaren namens de brouwer over het dossier heeft ontfermd, heeft Heineken persoonlijke gesprekken gevoerd met alle klagers.

    Heineken heeft volgens Siderius geen wetten overtreden of contractbreuk gepleegd, laat staan mensenrechten geschonden. Het bedrijf is volgens hem evenmin medeplichtig geraakt bij de misdaden van de rebellenbeweging. ‘Het was toentertijd een bijzonder lastige situatie, maar de RCD was nu eenmaal het gezag waarmee we in Bukavu te maken hadden op dat moment,’ zegt hij. ‘Uit ons eigen onderzoek is niets gebleken over samenwerking.’

    ‘Heineken is wel medeplichtig’

    Waarom heeft Heineken na al die jaren dan toch besloten de portemonnee te trekken? We zagen al dat de klagers denken dat de publiciteit van groot belang is geweest en ook Siderius erkent dat dat een factor is geweest. Heineken wist dat er werd meegekeken. De brouwer spreekt verder van voortschrijdende inzichten en kennis en prijst de serieuze houding van de klagers.

    Ook heeft het NCP volgens Heineken een belangrijke rol gespeeld in de bemiddeling. ‘We wilden tijdens de eerste gesprekken die het NCP organiseerde de kat uit de boom kijken, maar bij de eerste ontmoeting tussen Heineken en de klagers is veel vertrouwen ontstaan en wisten we dat we eruit konden komen.’

    Mensenrechtenadvocaat Channa Samkalden, die de klagers in een vroeg stadium vertegenwoordigde, denkt dat Heineken waarschijnlijk mede werd gemotiveerd door vrees voor een rechtszaak. ‘Die zou tot aanzienlijke reputatieschade kunnen leiden. Bovendien zou Heineken dan misschien gedwongen worden dossiers te openen die het nu definitief wenst te sluiten,’ zegt ze.

    Hoe het ook zij, de ontslagen medewerkers hebben inmiddels niet langer de intentie Heineken verder aan te pakken - dat mogen ze ook niet door de schikking waarmee ze akkoord zijn gegaan. Toch zijn ze de vertegenwoordigers er nog steeds overtuigd dat  Bralima en moederbedrijf Heineken medeplichtig zijn aan de misdaden en mensenrechtenschendingen van de rebellen. Dat is een zware beschuldiging die moeilijk is hard te maken, maar schriftelijke documenten wijzen in elk geval op een goede band tussen Heineken en de rebellen.


    "Heulen met de rebellen in Congo, dan heb je bij de rechtbank wel een verhaal"

    Zo rept de toenmalige brouwerijdirecteur in Bukavu in een brief waarin hij toestemming vraagt voor een ontslagronde, van een franche collaboration (oprechte samenwerking) tussen beide partijen. Bovendien sloten Bralima en de RCD-Kisangani een akkoord waarin de Heineken-dochter belooft zich in te zetten voor ‘maximalisering van de inkomsten’ van de rebellenbeweging. Dit gold voor de brouwerij in Kisangani, die eveneens in bezet gebied lag, en een betrokkene verzekert dat voor Bukavu een soortgelijk akkoord is getekend. Ook slaagde de brouwer erin een voordelige fiscale deal te sluiten met de rebellen, die standhield toen de regering in Kinshasa de touwtjes in 2003 weer in handen kreeg.

    Door aanwezig te blijven en belasting te betalen voedde Heineken het conflict

    Volgens de criteria van het UN Global Compact, een aantal principes waaraan bedrijven zich wereldwijd zouden moeten houden, kun je inderdaad stellen dat Heineken op deze manier waarschijnlijk medeplichtig raakte bij mensenrechtenschendingen. Door aanwezig te blijven en belasting te betalen voedde de brouwer het conflict en het had bovendien voordeel van de fiscale deal.

    ‘We werkten uitstekend met ze samen,’ bevestigt Ernest Mundyo, destijds vice-gouverneur voor de RCD-Goma in de provincie Zuid-Kivu, waarvan Bukavu de hoofdstad is. ‘We hechtten veel waarde aan de lokale productie en stelden alles in het werk om de brouwerij te voorzien van voldoende water en elektriciteit. Het was de grootste belastingbetaler en waarschijnlijk ook onze belangrijkste bron van inkomsten.’

    Samkalden ziet gelijkenissen met de nieuwe zaak tegen Shell in Nigeria, waarin ze vier Ogoni-weduwen vertegenwoordigt van wie de echtgenoten werden vermoord door het dictatoriale regime, ‘ten behoeve van Shell en met ondersteuning door Shell.’ ‘In beide gevallen gaat het om bedrijven die in zeer instabiele landen uitzijn op maximale winst en om autoriteiten waarvan bekend was dat ze op grote schaal mensenrechten schonden,’ zegt ze. ‘Als jij ze daartoe aanspoort of feitelijk in staat stelt, dan kun je juridisch zeggen dat je medeverantwoordelijk bent. Dat is zeer verwerpelijk en misschien ook wel strafbaar. Heulen met de rebellen in Congo, dan heb je bij de rechtbank wel een verhaal.’

    Heineken hoopt dat de zaak nu definitief is afgerond, maar veel wijst erop dat de onderste steen nog niet boven is.

    Zesduizend dollar en vijftien kratten bier

    Voor sommigen komt de schadevergoeding erg laat. Vooral het geval van Buhendwa Musole is schrijnend. ‘Ik ben door Heineken mijn man verloren,’ zegt zijn weduwe Marceline, die op een heuvel woont in de buurt Muhungu, een motorritje van tien minuten uit het centrum. Ze laat zijn werkpas zien en legt enkele foto’s van haar man op tafel. ‘Hier ligt hij op zijn sterfbed,’ zegt ze. ‘Hij heeft de hoop op genezing nooit opgegeven, maar het bedrijf bepaalde anders.’

    Ze vertelt dat Buhendwa zestien jaar vol overgave voor Bralima heeft gewerkt, totdat hij in 2002 werd getroffen door nierfalen. Voor behandeling moest hij naar Nairobi in Kenia, maar dat weigerde de bedrijfsdokter – het medisch budget was op. Volgens de weduwe heeft Bralima vervolgens zijn contract opgezegd. ‘In november 2002 vroeg hij al het geld waarop hij nog recht had in een poging zelf een behandeling te regelen, maar dat kreeg hij niet. Toen hij in januari 2003 overleed, mocht ik zijn eindafrekening wel komen ophalen, een schamele zesduizend dollar en vijftien kratten bier. Ik wilde weigeren, maar ze zeiden dat het anders zou verdwijnen bij de arbeidsinspectie. Toen heb ik het toch maar aangenomen.’

    Volgens de weduwe had Bralima de wettelijke plicht de medische kosten op zich te nemen en was het aan de rebellen te danken dat de brouwer er zo makkelijk onderuit kon komen. Andere bronnen bevestigen dat. ‘Onder de normale regering was het niet gebeurd,’ zegt ze. ‘Bralima kon zich onder het rebellenbewind meer veroorloven.’

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Olivier van Beemen

    Olivier van Beemen was correspondent in Frankrijk en is auteur van het boek Heineken in Afrika

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid