© ANP/Rob Engelaar

    Op 21 maart stemt Nederland over de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, in de volksmond ook wel de Sleepwet genoemd. Moet ik voor of tegen zijn, vraagt Harry Lensink zich af. Voor Follow the Money gaat hij de komende weken op zoek naar het antwoord.

    Sinds 1 november zit ik met een probleem. Die dag liet de Kiesraad weten dat meer dan driehonderdduizend Nederlanders hun handtekening hebben gezet en dat er een referendum komt over wat officieel de ‘Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten’ (Wiv) heet. Ook ik mag straks dus zeggen wat ik wil.

    Maar wordt het ja of nee? Wie moet ik geloven, de privacy-huggers of de veiligheidsprofeten? Krijg ik bloed aan mijn handen als ik tegen stem? Kunnen terroristen dan hun goddelijke gang gaan in Nederland? En als ik ja zeg tegen wat tegenstanders de Sleepwet noemen, ben ik dan medeverantwoordelijk voor de opmaat naar een enge surveillancestaat?

    Want dat zijn de stellingen die de kampen hebben betrokken: veiligheid versus privacy. Het lijkt een opgeklopte controverse, een drogredenering in de geest van George W. Bush: ‘Wie niet voor ons is, is tegen ons.’ Probeer dan als aanhanger van de radicale nuance maar eens de juiste keuze te maken.

    Ja of nee?

    De Wiv doorgronden, ga er maar aanstaan. Als je wilt, kun je jezelf volslagen suf lezen. Online krioelt het van de Sleepwet-betogen, van schreeuwerige pamfletten tot slaapverwekkende juridische verhandelingen. Om van de officiële stukken nog maar te zwijgen: de Memorie van Toelichting bij de wet telt 366 pagina’s. Je kunt je natuurlijk ook beperken tot het terugkijken van Zondag met Lubach of het invullen van de kieswijzer van Bits of Freedom – om vervolgens overtuigd met het rode potlood ‘tegen’ aan te kruisen.

    Ik heb besloten het zelf uit te zoeken. De afgelopen weken heb ik me ingelezen en afspraken gemaakt. Ik ga praten met voor- en tegenstanders van de wet. Met de mensen van Bits of Freedom, met parlementariërs, met historici, ondernemers, ex-generaals en oud-spionnen. En natuurlijk met de AIVD zelf: wat hopen de ‘spooks uit Zoetermeer’ dat de Wiv hun brengt? En wat is dat nieuwe wondermiddel eigenlijk, die vermaledijde ‘onderzoeksopdrachtgerichte interceptie’? Waarom mogen de diensten straks onderschepte metadata drie jaar bewaren? Kan die data zomaar worden gedeeld met buitenlandse zusterorganisaties? En wie houdt in de gaten of het allemaal netjes en volgens de wet gebeurt? Uit die berg vragen wil ik proberen de essentie te destilleren, om erachter te komen wat er daadwerkelijk op het spel staat. Of het ja of nee moet worden.

    Constant Hijzen, historicus en docent aan Universiteit Leiden

    "Wat me opvalt is dat het debat zelden gaat over de bestaansreden van de diensten. Waar hebben we zo’n geheime dienst nu precies voor?"

    Raar werk 

    Maar eerst de lange aanloop naar de Wiv. Bakkeleien over hoe spionnen wel en niet mogen opereren, is al zo oud als de geheime diensten zelf. Daarover ben ik gaan praten met de Leidse universitair docent Constant Hijzen. Hij heeft als historicus de geschiedenis van de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten uitvoerig bestudeerd. ‘Wat me opvalt is dat het debat zelden gaat over de bestaansreden van de diensten,’ zegt hij. ‘Waar hebben we zo’n geheime dienst nu precies voor?’ Hijzen wijst erop dat de AIVD en zijn voorgangers nooit zijn opgericht om evident ‘gevaarlijke’ individuen op de korrel te nemen; dat domein wordt door politie en justitie bestreken, voor zover er strafbare feiten in het spel zijn. Een belangrijke taak van de AIVD is altijd geweest het onbekende gevaar tijdig te kennen. Daartoe bestudeert de dienst zogenaamde fenomenen, zoals extremisme, om daarbinnen antidemocratische en staatsgevaarlijke individuen en organisaties in het vizier te krijgen. Hijzen: ‘Ze proberen tijdig te waarschuwen voor iets wat wij als samenleving catastrofaal zouden vinden als het daadwerkelijk zou gebeuren: een militaire aanval, een staatsgreep of terroristische aanslag. Toen in 1919 de Centrale Inlichtingendienst werd opgericht, was dat omdat we bang waren dat de revolutie in Nederland zou uitbreken.’ 

    Dat het schuurt, weet de Nederlandse overheid zelf ook wel

    Dat is raar werk, geeft Hijzen toe. ‘De staat mengt zich namelijk wel degelijk in het leven van burgers die geen revolutionair, terrorist of extremist zijn.’ Dat is volgens de Leidse historicus het logische uitvloeisel van de ‘waarschuwingsopdracht’: ‘Om een  kleine club “gevaarlijke” figuren in het oog te krijgen, verzamelen de diensten informatie over een grotere groep ongevaarlijke burgers die niet van een strafbaar feit worden verdacht. Daarmee gebeurt niets, totdat er aanwijzingen zijn die gecombineerd voldoende reden vormen om bijvoorbeeld een telefoontap in te zetten.’

    Dat het schuurt, weet de Nederlandse overheid zelf ook wel. ‘Effectief functionerende inlichtingen- en veiligheidsdiensten maken, door gebruik te maken van hun ingrijpende bevoegdheden, namelijk per definitie inbreuk op grondrechten, waaronder de privacy’, schrijft de regering in de toelichting bij de nieuwe Wiv. Het is een lastige, vaak onmogelijke discussie, want als burgers komen we nauwelijks iets te weten van de modus operandi, die als staatsgeheim is bestempeld.

    De essentie van spionage

    Die inherente geheimzinnigheid is de rode draad in het onbehagen. Het leidde in de jaren zeventig en tachtig tot de discussie of de diensten niet beter konden worden opgeheven, vertelt Hijzen. Dat werd nooit serieus overwogen, maar de suggestie werd meermaals gedaan. ‘Hans van Mierlo, toenmalig D66-fractievoorzitter en de latere minister van Defensie, vond dat als het niet lukt om het inlichtingenwerk aan het Wetboek van Strafrecht te relateren, dat dan maar de stekker eruit moest.’ Dat argument ziet de historicus terug in de huidige Wiv-discussie: de onschuldige burger is de dupe. Diensten kunnen maar beter gericht achter mogelijke daders aan gaan. ‘Maar dan snap je de essentie van het inlichtingeninstrument niet goed. Het gaat in dit werk niet om verdachten. Dat is het terrein van de opsporingsinstanties. Deze diensten stoppen wij als samenleving ieder jaar geld toe om mogelijke gevaren tijdig in beeld te krijgen.’

    Voor het bestaansrecht van het spionnenambacht is het prettig als er een zichtbaar gevaar dreigt

    De discussie is van alle tijden en zet weinig zoden aan de dijk, constateert Hijzen. ‘We zijn als maatschappij blijkbaar bang genoeg voor mogelijke terroristische of militaire consequenties om te accepteren dat een instituut zonder verdenking en vervolging systematisch gegevens over ons verzamelt.’ Dat blijft wringen in de democratische rechtsstaat, maar de diensten bestaan nog steeds. 

    Daarbij is het voor het bestaansrecht van het spionnenambacht natuurlijk wel prettig als er ook een duidelijk zichtbaar gevaar dreigt. Decennialang zijn dat de Russen geweest, maar met het einde van de Koude Oorlog moesten de diensten op zoek naar een nieuwe vijand. En snel, want er werd aan hun poten gezaagd. PvdA-minister Ien Dales (Binnenlandse Zaken) vroeg al vrij kort na de val van de Muur in 1989 aan Arthur Docters van Leeuwen of de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) niet moest worden opgeheven en premier Lubbers maakte in 1992 een einde aan de Inlichtingendienst Buitenland (IDB). BVD-Diensthoofd Docters van Leeuwen zette in een paar jaar tijd een volledig vernieuwd concept van de veiligheidsdienst neer. Op vragen uit het parlement zei de BVD nu te werken aan de bestrijding van georganiseerde misdaad en drugshandel, de proliferatie van kernwapens en de handhaving van de integriteit van het openbaar bestuur. Deze taken lijken met terugwerkende kracht een gezochte raison d’être, met als gevaarlijk bijverschijnsel dat de spionnen in het vaarwater kwamen van politie en Openbaar Ministerie.

    'De hele wereld wordt afgeluisterd'

    Hoe dan ook, de Nederlandse spionnen hadden nieuw houvast nodig. Ook juridisch. De post-Sovjet-tijd vroeg om herinrichting van hun wettelijke basis. In Den Haag werkten ambtenaren eind jaren negentig een voorstel uit voor de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Dat gebeurde vooral omdat Europese rechters vonden dat Nederland te weinig expliciet in de wet had verankerd wat de diensten wel en niet mochten. Net als nu leidde de nieuwe wet tot verontruste reacties. ‘Alle discussie over de wenselijkheid van het inrichten van een geheime dienst dreigt doodgegooid te worden met verwijzingen naar de nieuwe bedreigingen,’ schreven critici eind 1998 in Het Parool. ‘We moeten hierdoor echter niet verblind raken.’

    Terwijl de Nederlandse regering de Wiv in de steigers zette, werd op het internationale toneel ondertussen pijnlijk duidelijk hoe onze bondgenoten opereerden. Begin deze eeuw kwam naar buiten dat de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland de handen ineen hadden geslagen en onder de naam Echelon wereldwijd massaal (ether)communicatie tussen overheden, bedrijven en burgers afluisteren.

    Lodewijk Ascher, toenmalig onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht in NRC, oktober 2001

    "Volmaakte veiligheid is een mythe. Een te sterke reactie, ten koste van de privacy, vormt een bedreiging van de democratische rechtsstaat"

    ‘De hele wereld wordt afgeluisterd’, kopten de kranten in Nederland en Tweede Kamerleden sprongen gelijk in de alarmstand: dit tartte de burgerrechten! Die verontwaardiging leidde tot sneren van deskundigen. ‘Het zou ook zinvol zijn als Nederlandse parlementariërs nog eens kritisch kijken naar wat in eigen land aan wetgeving op stapel staat, met name de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten,’ schreef Ben de Jong van het Amsterdamse Oost-Europa Instituut in 2001 in het Parool. ‘Die zal Nederlandse diensten ruimere bevoegdheden geven voor afluisteren en andere inbreuken op de privacy van eigen burgers. [..] Waarom horen we daar niemand over en wel over dat schimmige Echelon, dat toch volkomen buiten ons bereik ligt?’ 

    Opnieuw is de analogie met het heden opvallend. Nieuwe wet, nieuwe bevoegdheden, inbreuk op de privacy – de kritiek had zomaar afkomstig kunnen zijn uit een recent opiniestuk.

    De Patriot Act

    En toen vlogen er twee vliegtuigen in de torens van het New Yorkse World Trade Center. Als één gebeurtenis het denken over ‘speciale bevoegdheden’ voor geheime diensten heeft doen kantelen, dan wel 9-11. De Amerikanen trapten uiteraard af, met hun Patriot Act, die een maand na de aanslag van kracht werd. Daarmee kregen de diensten in de VS allerlei nieuwe mogelijkheden om de eigen bevolking te screenen en ook – bevriende – buitenlandse mogendheden af te luisteren.

    ‘De realiteit is dat deze bevoegdheden – en meer – in Nederland nu al aan de BVD zijn toegekend in de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV),’ schreef niemand minder dan Lodewijk Asscher in NRC Handelsblad, oktober 2001. ‘De BVD krijgt onder meer de bevoegdheid “niet-kabelgebonden communicatie” op te vangen en te analyseren.’ 

    De latere PvdA-minister was op dat moment onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht (Ivir) van de Universiteit van Amsterdam en sprak in zijn betoog de Haagse parlementariërs aan: ‘Het is te hopen dat de volksvertegenwoordiging zich noch door de haast van het kabinet, noch door oorlogspsychose laat leiden. De strijd tegen het terrorisme moet gevoerd worden binnen de grenzen die de Grondwet stelt, en met de bevoegdheden die de BVD thans heeft. Volmaakte veiligheid is een mythe. Een te sterke reactie, ten koste van de privacy, vormt een bedreiging van de democratische rechtsstaat.’

    In de roep om reactie, vergelding en preventie was privacy verworden tot een non-issue

    De observatie van Asscher woei weg in de post-Nine-Eleven-storm. In de roep om reactie, vergelding en preventie was privacy verworden tot een non-issue. In mei 2002 werd de eerste Wiv van kracht en ging de BVD verder als de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Met meer geld en meer mogelijkheden. Medewerkers mochten vanaf dat moment ook in computerbestanden van burgers kijken en hun brieven openen. 

    Zeker na de moord op Theo van Gogh (2004) en de terroristische aanslagen in Spanje (2004) en Engeland (2005) werd elke tegengeluid over vermeend geschonden burgerrechten de kop ingedrukt. ‘Privacymuren zijn voor een belangrijk deel geslecht,’ zei CDA-justitiewoordvoerder Sybrand Buma in 2006 tegen NRC Handelsblad. En daar was hij – toen ook al – blij mee. ‘We komen uit een samenleving waarin privacy te veel op een voetstuk werd geplaatst. Dat kon niet zo blijven.’

    Remmende voorsprong

    Mede dankzij de zeloten van Al Qaida was de Wiv zonder veel hobbels van kracht geworden. Toch bleek de nieuwe wet, die eind jaren negentig was geschreven, al snel last te hebben van remmende voorsprong. Dat de AIVD nu ook computerbestanden mocht doorzoeken, was mooi, maar dat bleek in de loop van het decennium volgens de dienst zelf volstrekt ontoereikend.

    De opstellers van de Wiv hadden namelijk geen rekening gehouden met de exponentiële technische en technologische ontwikkelingen. Communicatie verliep steeds meer online en via realtime tools, social media verdrong het telefoonverkeer en data werden opgeslagen in de cloud in plaats van op de harde schijf van de desktop. Het meeste digitale verkeer gaat tegenwoordig via de kabel en dat is een groot probleem voor de AIVD en MIVD: ze mogen niet zomaar kabelgebonden communicatie onderscheppen. Dat kan onder de huidige Wiv alleen als er een gericht onderzoek loopt naar een zogeheten target, terwijl de diensten juist onbekende netwerken in kaart willen brengen om toekomstig gevaar op tijd te kunnen onderkennen. Daarvoor willen ze van grote groepen burgers de communicatie kunnen onderscheppen.

    De handicap van de diensten leidde er in 2012 toe dat de Tweede Kamer vroeg om een evaluatie van ‘tien jaar Wiv’. Een commissie onder leiding van oud-topambtenaar Stan Dessens deed vervolgens onderzoek. Een jaar later waren ze eruit: eind 2013 oordeelde de commissie dat de diensten ook de kabel in moeten kunnen. ‘Techniekonafhankelijke interceptie’ heet dat in het jargon. Tot vreugde van de AIVD en MIVD: eindelijk zouden ze met de wet in de hand online kunnen meeluisteren en -kijken. Als de diensten die bevoegdheid krijgen, moet de controle wel worden verstevigd, voegde Dessens er in één adem aan toe.   

    Edward Snowden

    Terwijl Dessens had nagedacht over hoe het verder moest met de Nederlandse spionnen, was de internationale inlichtingenwereld compleet in shock geraakt. In het voorjaar van 2013 gooide klokkenluider Edward Snowden de bedrijfsgeheimen van de Amerikaanse National Security Agency (NSA) op straat. Het bleek dat de VS op mega-schaal burgers afluisterden, met alle mogelijke middelen, gevat in het omineus klinkende programma Prism. Zelfs bondgenoten als de Duitse regering ontsnapten niet aan de datahonger van de NSA.

    In de lawine aan publicaties die volgde, kwamen ook de Nederlandse diensten in beeld

    In de lawine aan publicaties die volgde, kwamen ook de Nederlandse diensten in beeld. De AIVD bleek te hebben ingebroken op servers van internetfora om daar gegevens van deelnemers te onderscheppen en in Somalië had de MIVD telefoonverkeer afgeluisterd en gedeeld met de NSA. Echt pijnlijk werd het toen toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk moest erkennen dat de Nederlandse satellietschotels in Burum 1,8 miljoen metadata hadden onderschept en gedeeld met de Amerikanen ‘in het kader van terrorismebestrijding en militaire operaties in het buitenland’.

    Net als 9-11 waren de Snowden-onthullingen een game changer. Maar deze keer sloeg de pendule naar de andere kant uit. De ongekende vorm van massasurveillance veroorzaakte ontsteltenis en verontwaardiging. Er ontstond een nieuwe, kritische discussie over de bescherming van online burgerrechten en de rol van veiligheidsdiensten.

    Gevecht om de Wiv

    Zo kwamen de kampen tegenover elkaar te staan. Enerzijds is er onder de toenemende dreiging van internationaal terrorisme een verregaande samenwerking ontstaan tussen de AIVD, MIVD, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, politie en Openbaar Ministerie, met een grote behoefte aan het vergaren en uitwisselen van informatie, die wordt gesteund door een politieke meerderheid. Aan de andere kant is het bewustzijn gegroeid dat een toegestane, ongecontroleerde onderschepping van gegevens kan leiden tot een onverzadigbare datahonger bij overheidsinstanties.

    In die arena wordt het gevecht om de Wiv gevoerd. In de periode die voorafging aan de wetsaanname heeft een bonte stoet opponenten en critici al gaten geschoten in het wetsvoorstel. Het verzet is manifest en eclectisch: van de Raad van State tot de Partij voor de Dieren, en van Bits of Freedom tot Google. Toch zeiden de Tweede en Eerste Kamer vorig jaar ja tegen de Wiv, waarbij suggesties van buiten maar mondjesmaat zijn meegewogen. De planning was om de wet per 1 januari 2018 te laten ingaan. Wie zich nog wil verzetten, moet maar naar de rechter stappen. Dat zal ook zeker gebeuren, liet de oppositie weten.

    Misplaatste opluchting

    Basta. In Den Haag haalden de ambtenaren van betrokken ministeries opgelucht adem. De wet was vernieuwd en zonder veel kleerscheuren door het parlement geloosd. Het bleek misplaatste opluchting. Een groepje van vijf Amsterdamse studenten onderzocht afgelopen zomer de mogelijkheid om de wet te stoppen via een referendum. Hun Sleepwet-initiatief kwam van de grond en begon te vliegen toen het VPRO-programma Zondag met Lubach in de uitzending van 1 oktober de Wiv over de hekel haalde. De impact van het kijkcijferkanon bleek bepalend: op 9 oktober hadden de initiatiefnemers al genoeg handtekeningen opgehaald om de overheid tot een volksraadpleging te dwingen. 

    De invoering van de Wiv is inmiddels uitgesteld naar 1 mei 2018. Maar eerst mag elke stemgerechtigde Nederlander op 21 maart, gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen, voor of tegen de Wiv stemmen.

    Ik ga dat doen. Maar wat? Nog geen idee. Dat komt wel. Volg me maar.

    Over de auteur

    Harry Lensink

    Gevolgd door 115 leden

    Duikt in de wereld van cybersecurity en cybercrime. Wie bedreigen ons online? Wie beveiligen ons? Wie verdient er aan?

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Referendum Sleepwet

    Op 21 maart stemt Nederland over de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, in de volksmond ook wel de Sleepwet genoe...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid