© ANP

    Het ministerie van Defensie krijgt er 300 miljoen euro bij, maar daarmee is het kernprobleem van het departement niet verholpen. Net als haar voorgangers, maakt minister Hennis geen fundamentele keuzes over de krijgsmacht. Ook haar ontbreekt het aan visie, terwijl het belangrijkste denkwerk al jaren geleden is gedaan.

    Al in maart dit jaar verkondigde Minister Hennis (Defensie) dat zij met minister Dijsselbloem (Financiën) om tafel zou gaan zitten. Haar inzet: extra geld voor Defensie. Twee miljard euro, welteverstaan. Met die extra euro’s moet het Nederlands defensiebudget op termijn uitkomen op het gemiddelde defensiebudget van de Europese NAVO-leden. Nu bungelt Nederland nog onderaan. Al ruim voor Prinsjesdag lekte echter via RTL Nieuws uit dat Hennis er deze derde dinsdag in september bekaaid van af zal komen. De buit: een schamele 300 miljoen euro extra.

    De eerste reacties zijn positief: beter iets dan niets voor het ministerie

    Toch zijn de eerste reacties positief: beter iets dan niets voor het ministerie, dat leidt onder een ware kaalslag die de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht zwaar onder druk zet. Door gebrek aan munitie roepen militairen noodgedwongen ‘pang pang’ tijdens trainingen en in de strijd tegen IS in Irak moesten onderdelen uit de ene F-16 de andere F-16 in de lucht houden. De missie in Mali wordt mogelijk verlengd, maar de helikopters moeten naar huis. Geld is welkom en met die 300 miljoen euro extra kan Hennis nu in ieder geval wat gaten in de munitievoorraad dichten.

    Spreadsheetmanagement

    Maar Defensie is niet alleen slachtoffer van drastische bezuinigingen, ook politieke visieloosheid draagt bij aan de kaalslag bij Defensie. Hennis zet dit ‘beleid’ van haar voorgangers voort, en dat blijft niet zonder consequenties voor onze krijgsmacht, zo leren de beleidsstukken die opeenvolgende ministers na de Koude Oorlog schreven. Het leeuwendeel van deze nota’s ademt allesbehalve visie. Door het wegvallen van de Sovjet-Unie als grote militaire vijand verandert in de jaren ‘90 de insteek. De wezenlijke vraag verschuift naar de achtergrond: wat heeft Defensie nodig om doel X te bereiken? Bepalend wordt: wat kan Defensie leveren voor bedrag Y? Spreadsheetmanagement prevaleert boven visie, want de belastingbetaler moet waar voor zijn geld krijgen. Deze financiële fixatie is zorgelijk. Defensie moet op lange termijn immers zorgen voor een groot publiek goed: de veiligheid van Nederland.

    Opeenvolgende regeringen poogden de lieve vrede binnen Defensie te bewaren door de pijn van bezuinigingen uit te smeren over de verschillende krijgsmachtdelen: Landmacht, Luchtmacht, Marine en Marechaussee. In zekere zin was dat begrijpelijk, want met deze kaasschaaf-methode behoudt de krijgsmacht zoveel mogelijk capaciteit. Maar schijnt bedriegt: de krijgsmacht lijkt voor de bühne weliswaar multifunctioneel, maar fundamentele keuzes worden ondertussen vermeden.

    De twee wensen om de belastingbetaler zoveel mogelijk waar voor zijn geld te geven en de pijn te verdelen bijten elkaar uiteindelijk. Want hoe langer en hoe meer op alles wordt beknibbeld, des te lastiger het wordt om efficiënt te blijven. Het is dan slechts een kwestie van tijd of de kosten-batenanalyse valt negatief uit. Op papier kan de krijgsmacht nog heel veel, maar in de praktijk van veel nog maar een klein beetje. Eén F-16 kan niet tegelijkertijd in onderhoud staan, gebruikt worden voor training en op internationale missie zijn.

    De krijgsmacht lijkt voor de bühne weliswaar multifunctioneel, maar fundamentele keuzes worden vermeden

    Minister Hennis en haar voorgangers omhelzen modern bedrijfsmatig handelen, maar laten de essentiële les uit het management aan zich voorbij gaan: een langetermijnvisie hanteren. Visie biedt immers houvast. In 2013 was er even hoop. De financiële problemen rond de JSF en de consequenties daarvan voor de rest voor de krijgsmacht waren aanleiding voor kabinet-Rutte II om in het regeerakkoord een visie op de Nederlandse krijgsmacht aan te kondigen. Hoe ziet de krijgsmacht van de toekomst eruit en is daar plaats voor een gevechtsvliegtuig — en zo ja, welk type? Op basis van deze vragen zou de regering overgaan tot een goed onderbouwd besluit ter vervanging van de F-16. Het bleek een loze belofte. De JSF kwam er, maar de in het regeerakkoord beloofde visie niet. Essentiële vragen blijven zo ook onder het bewind van Hennis onbeantwoord.

    JSF is niet noodzakelijk

    Wat kabinet-Rutte II nalaat, deed Instituut Clingendael in 2013 wel: een visie formuleren en knopen doorhakken. De denktank analyseerde vier scenario’s en op basis van de Nederlandse belangen, de sterke punten van de krijgsmacht en de Europese militaire tekortkomingen. In de visie van Clingendael komt de ‘robuuste stabiliseringsmacht’ als grote winnaar uit de bus. In de ogen van Clingendael kan Nederland met deze krijgsmacht het best meerdere belangen behartigen, maar het belang van ‘duurzame stabiliteit en veiligheid’ domineert. De krijgsmacht behoudt evenwicht tussen de krijgsmachtdelen Landmacht, Luchtmacht, Marine en Marechaussee. Het winnende scenario kent echter ook verliezers. De keuze voor een ‘robuuste stabiliseringsmacht’ gaat ten koste van ‘maritieme capaciteiten en hoogtechnologische middelen in de lucht’. De onderzeebootdienst en de ‘vijfde generatie’ straaljager JSF zijn de grootste slachtoffers. De aanschaf van de JSF is volgens de expert-jury ‘niet per se noodzakelijk’ in dit scenario.


    "De JSF kwam er, maar de in het regeerakkoord beloofde visie niet. Essentiële vragen blijven zo ook onder het bewind van Hennis onbeantwoord"

    Het scenario voor de krijgsmacht met de JSF — de ‘vliegende interventiemacht’ — scoort als enige scenario een onvoldoende. In dit scenario staat het belang van invloed op internationale besluitvorming centraal. Om dit te bereiken, trekt Nederland op met grote landen in het hoogste deel van het geweldsspectrum, zoals het in de eerste golven aanvallen van andere landen. Clingendael:

    De Amerikaanse wijze van optreden in een grootschalig conflict — met een zwaar accent op het luchtwapen — impliceert dat Nederland prioriteit geeft aan de Koninklijke Luchtmacht. Deze moet uitgerust zijn met het modernste materieel — jachtvliegtuigen, onbemande toestellen en precisiemunitie — en moet volledig interoperabel zijn met de Amerikaanse luchtstrijdkrachten.

    Als Nederland voor dit scenario wil kiezen, dan moet het de JSF kopen. De keuze zou echter ten koste gaan van maritieme militaire bescherming van economische handelsbelangen. De landmacht verliest de gemechaniseerde brigades en de marine verliest de onderzeedienst en een groot deel van de fregatten. Clingendael komt met een advies voor de minister: in de Nederlandse krijgsmacht van de toekomst is de JSF niet noodzakelijk.

    Voldongen feiten

    Zonder visie op de krijgsmacht is het niet eens duidelijk of Nederland de JSF echt nodig heeft. Tegelijkertijd drukt de JSF een zware stempel op de toekomst van de Nederlandse krijgsmacht. De aankopen van de JSF en op termijn andere grote wapenaankopen, zoals onderzeeboten voor de Marine, creëren voldongen feiten. Dit zijn immers wapensystemen waarmee de krijgsmachtonderdelen decennia vooruit kunnen. De keuze voor de JSF past in de visie van de luchtmacht, en de aanschaf van nieuwe onderzeeboten in de visie van de Marine. Maar met beperkte investeringsbudgetten drukken de vanuit de krijgsmachtdelen gewenste wapenaankopen andere investeringen weg, en zo bepalen die aankopen de toekomst van de Nederlandse krijgsmacht. Terwijl aan die aankopen een visie vooraf zou moeten gaan. Les één uit de managementboeken: formuleer eerst een visie, bepaal dan een strategie en kies daar de middelen bij.

    Formuleer eerst een visie, bepaal dan een strategie en kies daar de middelen bij

    De problemen bij Defensie zijn niet alleen van financiële aard. Met 300 miljoen voor munitie vult Hennis noodzakelijke gaten, maar zonder fundamentele keuzes blijft de Nederlandse krijgsmacht een stuurloos schip op een zee van visieloosheid. Ons land heeft een moderne en multifunctionele krijgsmacht, maar deze is amper inzetbaar. Wat extra kogels veranderen daar weinig aan.

    Krijn Schramade is auteur van het boek De kaalslag bij Defensie waarin hij in sneltreinvaart reist door de deconstructie van de Nederlandse Defensie sinds het einde van de Koude Oorlog.

    Over de auteur

    Krijn Schramade

    Krijn Schramade (1980) krijgt een jaar na de val van Lehman Brothers (2008) de tegenwoordigheid van geest om zijn veilige lev...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Kaalslag bij Defensie

    Gevolgd door 197 leden

    Sinds het einde van Koude Oorlog heeft Nederland fors gesneden in Defensie. De opeenvolgende kabinetten gebruikten de kaassch...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid