De VVD-voorzitter Henry Keizer in het hoofdkantoor van Facultatieve Media, 28 april 2017
© ANP / Phil Nijhuis

De Facultatieve

Voormalig VVD-partijvoorzitter Henry Keizer werd in 2012 voor een schijntje mede-eigenaar van een florerend miljoenenbedrijf. Met drie partners nam hij de aandelen over van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie, waaraan hij zelf als ‘gecommitteerd adviseur’ verbonden was. Ook andere VVD-prominenten, onder wie Loek Hermans, speelden een bedenkelijke rol bij deze transactie, waarmee de vereniging en haar leden voor tientallen miljoenen euro werden benadeeld.

Het spitwerk van FTM leidde tot Keizers vertrek als partijvoorzitter. In mei 2018 deed de FIOD onder leiding van het OM invallen bij de Facultatieve en vier betrokkenen. Bij Keizer persoonlijk werd voor 20 miljoen beslag gelegd.

Keizer overleed op 5 oktober 2019. Hij werd 58 jaar. Met ingang van 7 oktober draagt dit dossier daarom niet langer zijn naam meer, maar heet het ‘De Facultatieve’.

39 Artikelen

De zaak Henry Keizer: een schadelijke overnamedeal is niet strafbaar

5 Connecties
42 Bijdragen

De bestuurders van uitvaartconcern ‘de Facultatieve’ worden niet vervolgd, zo maakte het Openbaar Ministerie deze week bekend. Daarmee komt een einde aan een driejarig onderzoek naar een omstreden transactie, waarbij de overleden Henry Keizer en de huidige bestuurder Jaap de Bruijn het miljoenenbedrijf voor een grijpstuiver in handen kregen. Over de transactie zijn nog veel vragen onbeantwoord.

Het Openbaar Ministerie (OM) seponeert de strafzaken tegen de bestuurders van uitvaartconcern de Facultatieve vanwege gebrek aan bewijs. De winstgevende multinational was voor een opvallend laag bedrag in handen gekomen van de inmiddels overleden Henry Keizer en zijn zakenpartners Jaap de Bruijn, Patrick de Meyer en Jeffrey Pickard.

Publicaties daarover van Follow the Money in 2017 vormden de aanleiding voor een strafrechtelijk onderzoek door de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD), waarbij Keizer, de Bruin en drie aan hen gelieerde vennootschappen als verdachte waren aangemerkt wegens oplichting en witwassen. Bij de verdachten werd ook conservatoir beslag gelegd.

Na het overlijden van Keizer op 58-jarige leeftijd, oktober vorig jaar, was de voormalige voorzitter van de VVD vanzelfsprekend niet meer te vervolgen. Nu is ook financieel directeur Jaap de Bruijn bevrijd van het strafrechtelijke zwaard van Damocles en zijn Keizers nabestaanden verlost van mogelijke ontnemingen. De twee directieleden hebben altijd ontkend dat er iets mis was met deal.

Het OM stelt in een persverklaring afgelopen dinsdag dat alleen sprake is van oplichting wanneer Keizer c.s. het bedrijf hadden buitgemaakt na een onjuiste weergave van zaken aan de verkoper, de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie. ‘Die conclusie kunnen wij op basis van het onderzoek niet trekken. De kopende partij heeft de verkoper geen rad voor ogen gedraaid.’ Het overlijden van Keizer heeft volgens het OM geen invloed gehad op de sepotbeslissing ten aanzien van De Bruijn, aangezien het onderzoek al in september 2019 was afgerond, voor Keizers dood.

‘Beperkte waardering’

Het OM meldt dat tussen partijen ‘op vele momenten informatie is uitgewisseld’, maar dat partijen ‘mogelijk niet te allen tijde de reikwijdte van die informatie voor de (alternatieven voor de) management buy-out en de verkoopprijs hebben overzien’. Met goedvinden van betrokken partijen heeft er slechts een ‘beperkte waardering’ plaatsgevonden op basis waarvan de verkoopprijs in een ‘vroeg stadium’ is vastgesteld. Een rol bij de lage verkoopprijs speelde de ‘gunfactor’.

Het is twijfelachtig of die ledenraad de informatie over de verkoopprijs heeft ‘overzien’, zoals het OM zelf ook stelt

Wat bedoelt het OM ermee dat partijen de ‘reikwijdte van informatie’ niet hebben overzien? Wie zijn die partijen? En welke impact had de ‘beperkte waardering’ op de gang van zaken in 2012?

Op basis van door Keizer zelf geopenbaarde documenten is het twijfelachtig of de ledenraad van de vereniging – die met de overname heeft ingestemd – wel juist en volledig is geïnformeerd over de transactie; en het is twijfelachtig of die ledenraad de informatie over de verkoopprijs heeft ‘overzien’, zoals het OM zelf ook stelt. Deze kwestie hangt nauw samen met de ‘beperkte waardering’. Want juist die vormde de basis voor de totstandkoming van de verkoopprijs.

Het probleem is dat die waardering niet het gehele concern betrof: een belangrijk onderdeel – de verzekeraar, Facultatieve Verzekeringen NV – was doelbewust buiten beschouwing gelaten. Maar vervolgens – en dit is de crux – verkocht de vereniging wel het gehele concern aan Keizer en zijn zakenpartners. Daarnaast stonden talrijke waardevolle bezittingen van de onderneming, waaronder monumentale panden en landgoederen met begraafplaatsen en crematoria, voor een minimale waardering op de balans. Te weten: 0 euro.

‘Negatieve goodwill’

Follow the Money onthulde in april 2017 dat de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie in 2012 een multinationaal concern voor een spotprijs van de hand had gedaan. De overnamesom bedroeg 12,5 miljoen euro, maar 12 miljoen bestond uit nog niet-uitgekeerde dividenden, waarop de vereniging als eigenaar van het concern al recht had. Het gevolg was dat de kopers amper eigen geld hoefden bij te leggen.

Keizer c.s. betaalden 30.000 euro voor de BV Beheermaatschappij de Facultatieve. Zo resteerde 470.000 euro. Dat bedrag boekten ze als lening op de balans van het nieuwe bedrijf. Zo kregen zij dus een bedrijf in handen, dat volgens de eigen accountant op het moment van de overname een waarde had van 31,5 miljoen euro.

Ergo: Keizer c.s. wisten op deze manier 19 miljoen euro aan waarde (31,5 miljoen minus 12,5 miljoen) te verwerven tegen betaling van 30.000 euro. Over deze cijfers bestaat geen controverse: de 19 miljoen staat immers in de jaarrekening als 'negatieve goodwill', conform de boekhoudregels.

De Beheermaatschappij

De BV Beheermaatschappij was in 2012 een onderneming met 44 dochterbedrijven, 800 medewerkers in tien landen en een omzet van 106 miljoen en een balanstotaal van 113 miljoen euro. Over het jaar 2012 bedroeg het netto bedrijfsresultaat 2,9 miljoen. Het was (en is) een internationaal opererende onderneming. Het bedrijf exploiteert onder andere crematoria en begraafplaatsen, verzorgt internationaal rouwtransport, heeft een verzekeringsbedrijf, is gespecialiseerd in het bouwen van crematoria en is wereldmarktleider inzake verbrandings- en milieutechniek. Keizer had 51 procent van de aandelen, zijn drie zakenpartners – Patrick Meyer, Jaap de Bruijn en Jeffrey Pickard – gezamenlijk 49 procent.

Lees verder Inklappen

Bij de transactie had Keizer een dubbele pet: hij was koper en adviseur van de verkopende vereniging. Zo’n dubbelrol had ook accountant Marcel de Kimpe van Ernst & Young, die zowel de boeken van de vereniging en de Beheermaatschappij controleerde, als die van de kopende partij: Keizer c.s. De Kimpe zag erop toe dat de waarde van de aandelen van de Beheermaatschappij op de balans van de vereniging stond voor nul euro; waarom is een raadsel.       

Keizer maakte allerlei documenten beschikbaar, die inzicht zouden bieden hoe het overnameproces was verlopen. Dat deden ze niet

Waarom zou de vereniging de Beheermaatschappij 19 miljoen cadeau doen en haar eigen leden daarmee tekort doen? Bovendien is 19 miljoen een lage schatting; er stonden immers talrijke waardevolle bezittingen op de balans – panden, landgoederen met begraafplaatsen – die werden ondergewaardeerd. De deal lijkt daarom voor de kopers te mooi om waar te zijn. Vandaar dat de FIOD vrijwel direct na de publicatie van FTM een onderzoek opstartte, waarbij huiszoekingen plaatsvonden, telefoons werden getapt en later, in 2018, voor 20 miljoen beslag werd gelegd op de woning van Keizer. 

De ontstane ophef was voor Keizer eind april 2017 aanleiding een persbijeenkomst te organiseren, waarbij FTM overigens werd geweerd omdat dit medium een sfeer zou hebben gecreëerd van ‘die dikke deugt niet’. Tijdens die bijeenkomst maakte Keizer allerlei documenten beschikbaar, waaronder waardebepalingen van externe partijen en notities van het bestuur van de vereniging ten behoeve van de ledenraad, die de overname moest goedkeuren. Deze stukken zouden inzicht bieden hoe het overnameproces was verlopen en zouden Keizer vrijpleiten. Dat deden ze echter niet, concludeerde FTM drie jaar geleden.

De verkoop van Facultatieve Verzekeringen N.V.

De documenten wierpen onder andere licht op de verkoop van een belangrijk onderdeel van het bedrijf: de Facultatieve Verzekeringen N.V., een onderwerp dat nog nauwelijks aandacht had gekregen. 

In 2012 was de vereniging begonnen met onderhandelingen over de verkoop van haar verzekeringsportefeuille. Omdat daarmee 95 procent van de leden van de vereniging zou verdwijnen – ze waren immers alleen lid vanwege hun uitvaartpolis – vond het bestuur het noodzakelijk zich op de toekomst te beraden.

Een biedingenstrijd was direct van de baan, wat voordelig was voor Keizer

De uitkomst: de vereniging had haar doelen bereikt en zou een liefdadigheidsfonds worden. Voor de benodigde financiële middelen was er volgens het bestuur, geadviseerd door Keizer, maar één oplossing: verkoop van de Beheermaatschappij aan het zittende management. Daarmee was een biedingenstrijd direct van de baan, wat voordelig was voor Keizer. Andere opties voor de toekomst zijn niet onderzocht.

In mei dat jaar gaf Keizer c.s. een beperkte opdracht aan accountants- en adviesbureau BDO om de waarde van de ‘rest’ van de Facultatieve te bepalen, dus exclusief de waarde van dochterbedrijf Facultatieve Verzekeringen N.V. en een belang van 50 procent in Bönninghausen Onroerend Goed B.V. Later kregen ook Borrie en Deloitte opdracht om het te verkopen bedrijf te waarderen, eveneens met uitzondering van beide genoemde onderdelen.

De uitkomsten van de waardebepalingen voor ‘de Facultatieve’ varieerden tussen 5,9 miljoen (de berekening van BDO) en 16,8 miljoen (de berekening van Deloitte). Hoe deze bedragen tot stand zijn gekomen, is een goed bewaard geheim: Keizer deelde slechts enkele pagina’s van de rapporten met de buitenwereld. Welke informatie hij bij de drie bureaus aanleverde, blijft gissen. Dat de bureaus geen boekenonderzoek hebben gedaan maar afhankelijk waren van Keizers input, staat evenwel buiten kijf. 

Hoe dan ook, het was evident dat dat de verzekeraar niet zou worden meeverkocht aan Keizer. Het  onderdeel was niet voor niets uitgesloten bij de waarderingen. Maar toch werd de Beheermaatschappij eind 2012 inclusief de verzekeraar en Bönninghausen Onroerend Goed B.V. verkocht aan de Facultatieve Groep, de nieuwe holding van Keizer en companen.

Krap een half jaar later, in mei 2013, verkocht het management de verzekeraar door aan ASR, met een boekwinst van 2,8 miljoen. Tel je dat op bij het eigen vermogen van de verzekeraar destijds, dan had het bedrijf eind 2012 een waarde van ruim 11 miljoen euro. Geen cent hiervan is bij de vereniging terecht gekomen, zo blijkt uit de jaarrekening van 2012.

Samengevat: Hermans en Hillebrandt zaten net als Keizer aan beide kanten van de tafel

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? En wist de ledenraad hiervan?

Een spilrol was weggelegd voor de twee bestuurders van de vereniging: voorzitter Wiel Hillebrandt en penningmeester Frans Jacobs, die beiden geen verdachten zijn geweest in het strafrechtelijk onderzoek. Opmerkelijk is dat Hillebrandt tijdens de onderhandelingen tevens voorzitter was van de raad van commissarissen (rvc) van de Beheermaatschappij. In die rvc zat toen ook oud-minister en VVD-coryfee Loek Hermans, die tevens voorzitter was van de ledenraad. Samengevat: Hermans en Hillebrandt zaten net als Keizer aan beide kanten van de tafel.

De ledenraad

Het bestuur informeerde op 1 november 2012 de ledenraad voor de eerste keer over de verkoop van de verzekeringsportefeuille. Ook gaven zij pas toen te kennen dat dit reden was om de mogelijkheid van een management buy out voor de overige activiteiten van ‘de Facultatieve’ te verkennen, terwijl Keizer en De Bruijn al in mei opdracht hadden gegeven voor de waarderingen. Het is lastig voor te stellen dat Hillebrandt als commissaris van de Beheermaatschappij niet al in een eerder stadium de verkoop aan Keizer had ‘verkend’.   

Volgens het bestuur was het nodig de waarde ‘de Facultatieve’ te bepalen, maar zij vermeldden in de nota niet dat deze waardebepaling, exclusief de verzekeraar en de vastgoed BV, al was uitgevoerd. Evenmin meldden ze dat twee van de drie waarderingen waren verricht in opdracht van Keizer en al in september waren besproken met het bestuur.

Ook Loek Hermans kan het moeilijk zijn ontgaan dat de verkoopprijs was bepaald zonder de verzekeraar, maar dat deze dochter wel werd meegeleverd

In de extra vergadering van de ledenraad van 23 november 2012 lichtte Hillebrandt desgevraagd toe hoe de koopsom van 12,5 miljoen was bepaald en verwees hij naar naar de waardebepalingen. Dat 12 miljoen daarvan werd betaald met een dividend van de Beheermaatschappij zelf, kwam niet ter sprake. Vervolgens vroeg het bestuur de ledenraad om goedkeuring van de verkoop, maar meldde het bestuur niet expliciet dat ook de Facultatieve Verzekeringen N.V. zou worden meeverkocht.

Bezittingen met een eigen vermogen van 11 miljoen euro gingen zo geruisloos over naar de vier bestuurders van de Beheermaatschappij – voor niks. Toen Hillebrandt eind december bij de notaris zat voor de aandelenoverdracht, was hem dat bekend, zo bevestigt het OM na vragen van FTM. Ook Hermans, in zijn rollen als commissaris van de Beheermaatschappij en voorzitter van de ledenraad, kan het moeilijk zijn ontgaan dat de verkoopprijs was bepaald zonder de verzekeraar, maar dat deze dochter wel werd meegeleverd. 

Volgens het OM was Hermans in zijn hoedanigheid als rvc-lid ook ‘voorafgaand’ aan de vergaderingen van de ledenraad geïnformeerd over de ‘financiële consequenties van de overdracht van de verzekeringsportefeuille en de resterende bezittingen’. Maar: ‘Uit het onderzoek is niet gebleken of hij [Hermans, red.] zich de consequenties hiervan voor de MBO [management buy out, red.] heeft gerealiseerd.’ Kortom, of Hermans begreep hoe de vork in de steel zat, blijft schimmig.      

Hoe heeft het OM, gezien deze gang zaken, kunnen vaststellen dat de ledenraad geen rad voor ogen is gedraaid? Wist de ledenraad – althans, de andere leden naast Hermans – nu wel of niet dat de verzekeraar werd meeverkocht en wat de waarde ervan was? Het OM antwoordt desgevraagd dat het mogelijk is dat de ‘verschillende bij de transactie betrokken organen/personen, waaronder (de leden van) bestuur vereniging, ledenraad en de RvC’s’ geen goed zicht hadden op ‘de waarde van het onroerend goed in de verzekeraar en het resultaat en effect van de verkoop van de verzekeringsportefeuille voor de verkoopprijs’.

Het OM zegt dat het mogelijk is dat de ‘verschillende bij de transactie betrokken organen/personen’ geen goed zicht hadden op ‘de waarde’

‘Helder beeld’ of niet?

Na drie jaar onderzoek kan het OM dus niet met zekerheid zeggen of partijen – waaronder ook het bestuur en de raad van commissarissen – een helder beeld hadden van de transactie. Het is ‘mogelijk’ dat partijen niet goed snapten hoeveel de verkochte verzekeraar waard was, maar tegelijkertijd hadden ze volgens het OM geen ‘bewust’ onjuiste voorstelling van zaken.

In een persbericht dat dinsdag namens Jaap de Bruijn en de Facultatieve werd verspreid, laat de Bruijn weten: ‘Bij Henry en mij is er nooit twijfel over geweest dat de transactie in 2012 correct tot stand was gekomen. Ik ben verheugd dat het OM nu ook concludeert dat ons geen verwijt valt te maken. Eerdere procedures tegen onze externe accountant aangespannen bij de Accountantskamer werden, ook in hoger beroep, verloren. Dat gaf natuurlijk al vertrouwen, maar nu kunnen we er een streep onder zetten. We willen nu allemaal, professioneel en persoonlijk, de draad van ons leven weer oppakken en werken aan een positieve toekomst.’

De betreffende externe accountant – Marcel de Kimpe van EY – schreef op LinkedIn: ‘Ik ben erg blij voor alle betrokkenen dat het OM ook tot deze conclusie is gekomen.’

Jaap de Bruijn en de Facultatieve laten weten dat ze ‘niet meewerken aan beschouwingen achteraf en het geven van verder commentaar’. 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 4923 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Jan-Hein Strop

Gevolgd door 2080 leden

Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

De Facultatieve

Gevolgd door 2284 leden

Voormalig VVD-partijvoorzitter Henry Keizer werd in 2012 voor een schijntje mede-eigenaar van een florerend miljoenenbedrijf....

Volg dossier