© JanJaap Rypkema

Van Nederlands rijkste boeren valt weinig subsidie te plukken

3 Connecties

Onderwerpen

Landbouwsubsidie landbouw

Organisaties

Europese Unie
28 Reacties

De verdeling van EU-landbouwsubsidies is scheef: 80 procent van de directe inkomenssteun gaat naar 20 procent van de boerenbedrijven. Dat zijn de grootste, en meestal de rijkste. Daarom wil de Europese Commissie de pot eerlijker verdelen. Hoe zou dat uitpakken in Nederland?

Over dit onderzoek

Waar gaat dit over?

  • Een groot deel van de EU-landbouwsubsidies bestaat uit directe inkomenssteun. De belangrijkste daarvan is de zogeheten basisbetalingsregeling, die bedoeld is om boeren een minimum inkomen te garanderen.
  • Omdat de verdeling van het geld echter op basis van hectare grond gebeurt, komt veel terecht bij rijke boeren. Zo ontving één landbouwbedrijf in 2018 ruim 360.000 euro, terwijl een andere Nederlandse boer vier euro en 71 cent ontving.
  • De verdeling van dit geld moet gelijkmatiger, vindt de Europese Commissie. De Commissie wil dat subsidiebedragen boven de 60.000 euro moeten worden herverdeeld. In Nederland zal die regel echter slechts zeer beperkt effect hebben.

Waarom moet ik dit lezen?

  • Het maatschappelijk debat over de positie van de landbouw in Nederland, aangezwengeld door grootschalige protesten de afgelopen maand, kan niet worden gehouden zonder ook te kijken naar de Europese inkomenssteun.
  • De Europese lidstaten zijn momenteel bezig te onderhandelen over de nieuwe EU-begroting voor de periode 2021-2027. Hoe de EU-landbouwsubsidies worden besteed is een zaak van belang voor alle belastingbetalers.

Hoe heeft FTM dit onderzocht?

  • De Europese Commissie heeft een (ingewikkelde) formule bedacht die bepaalt hoeveel subsidiegeld er per bedrijf moet worden ingehouden om te worden herverdeeld.
  • FTM heeft de formule toegepast op de bedragen die in 2017 en 2018 zijn verdeeld.
Lees verder

De Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder bestaat dit jaar 210 jaar. In 1991 vertelde toenmalig directeur Sam Duvekot aan de Telegraaf dat de aandeelhouders vanwege ‘traditiehandhaving’ het bedrijf niet snel zouden liquideren. Tegelijk erkende hij dat het bedrijf wel toekomstperspectief moest hebben: ‘Onze aandeelhouders zijn beslist geen filantropen. Als wij hen geen behoorlijk financieel resultaat kunnen aanbieden, zou het naar mijn mening spoedig met de onderneming gedaan zijn.’

Hoe het anno 2019 met het Zeeuwse akkerbouwbedrijf gaat, is niet bekend. Een maatschap hoeft geen jaarrekening te deponeren. De meest recente cijfers komen uit een online encyclopedie van Planbureau en Bibliotheek van Zeeland: in 2008 boekte het bedrijf volgens deze encyclopedie een nettowinst van 870.000 euro op een omzet van ruim 4 miljoen.

Wat wél bekend is: de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder is het Nederlandse landbouwbedrijf dat jaarlijks het hoogste subsidiebedrag ontvangt uit de Europese ‘basisbetalingsregeling’, een regeling bedoeld als een soort basisinkomen voor boeren.

De hoogte van de subsidie wordt grotendeels bepaald op basis van de hoeveelheid landbouwgrond die een boerenbedrijf heeft. Volgens de website van Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder (KMWP) teelt het bedrijf aardappelen, graan, luzerne, uien en suikerbieten op ruim 1.400 hectare; daarmee was het in 2018 goed voor een subsidie van 361.919 euro en 64 cent.

‘Dank voor uw interesse in de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder’, luidde de per e-mail verstuurde reactie op de vraag hoe dit grote bedrijf de ruim drie ton aan publiek EU-geld jaarlijks besteedt en of de directeur als EU-burger vindt dat het hectarecriterium leidt tot de beste besteding van Europees overheidsgeld. ‘Wij zullen niet ingaan op uw verzoek/beantwoording van uw vragen. Erop vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,’ was getekend: ‘de directie’.

De landbouwsubsidies komen niet eerlijk terecht, vindt de Europese Commissie

De grootschalige protesten van boeren afgelopen maand zetten ook de financiële positie van ‘de boer in Nederland’ in bredere zin weer op de kaart in het maatschappelijk debat. Zo leidde berichtgeving dat de boer die de deur van het Groningse provinciehuis inreed in 2018 ongeveer 120.000 euro uit de EU-subsidiepot had ontvangen tot veel verontwaardiging. ‘De boeren die doen alsof we ze in de kou laten staan, hangen in werkelijkheid al jaren aan het subsidie-infuus,’ zei columnist Marcel van Roosmalen op de eerste dag van protesten op Radio 1.

De vraag of de boeren die het het hardst nodig hebben voldoende profiteren van de EU-landbouwsubsidies, staat in Brussel al langer op de radar. De landbouwsubsidies komen niet eerlijk terecht, vindt de Europese Commissie: grote bedrijven krijgen te veel, kleine bedrijven te weinig. Daarom presenteerde de Commissie vorig jaar een plan om vanaf 2021 het geld eerlijker te verdelen. Het plan is onderdeel van de bredere onderhandelingen over de volgende meerjarenbegroting van de EU, die komende 12 en 13 december op de agenda staan van de EU-top in Brussel.

Hoe zou dat in de praktijk in Nederland uitpakken? Follow the Money rekende het uit.

‘Eerlijker verdeling’

Naast de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder zijn er nog 567 Nederlandse landbouwbedrijven die in 2018 meer dan 50.000 euro ontvingen uit de Europese basisbetalingspot. Tegelijk waren er 2.599 ontvangers die minder dan duizend euro kregen. Eén boerenbedrijf, uit de gemeente Hollands Kroon, ontving vier euro en 71 cent.

In totaal is er voor de bijna zeven miljoen Europese boeren in de periode 2014-2020 zo’n 300 miljard euro beschikbaar als directe inkomenssteun. De basisbetalingsregeling, in het leven geroepen om boeren te voorzien in een ‘redelijke levensstandaard’, maakt daar het grootste deel van uit. Vorig jaar mocht Nederland uit dit potje 719 miljoen euro onder zijn ruim 40.000 boeren verdelen.

De verdeelsleutel voor de regeling is voornamelijk gebaseerd op de hoeveelheid landbouwgrond: vorig jaar was het bedrag 267,34 euro per hectare. Boeren met meer hectare krijgen dus meer directe inkomenssteun. Van CDA tot Groenlinks klinkt kritiek op het feit dat hierdoor juist de grotere – en vaak rijkere – landbouwbedrijven een groot deel van de EU-inkomenssteun ontvangen. Volgens de Europese Commissie komt nu 80 procent van de directe inkomenssteun terecht bij slechts 20 procent van de bedrijven.

Ruim 99 procent van de ontvangers van de regeling krijgt minder dan 60.000 euro per jaar

Om aan de kritiek tegemoet te komen, wil de Commissie daarom dat vanaf 2021 een groter deel van de inkomenssteun terechtkomt bij kleine boerenfamiliebedrijven. Bedrijven die op grond van het hectarecriterium meer dan 60.000 euro ontvangen, zouden een deel daarvan dan moeten inleveren. Ouderwets nivelleren, dus. 

Lidstaten zouden zelf kunnen bepalen hoe streng ze de herverdeling toepassen; als minimumvereiste heeft de Commissie zelf een (vrij ingewikkeld) berekeningssysteem voorgesteld. Lidstaten zouden bedragen tussen de 60.000 euro en 100.000 in tranches gedeeltelijk moeten korten, waarbij het minimum te verdelen deel telkens in stapjes groter wordt. Het volledige bedrag boven de 100.000 euro zou ook moeten worden herverdeeld. De strengste variant die het Commissievoorstel toelaat, is dat het gehele bedrag boven de 60.000 euro wordt herverdeeld onder kleine en middelgrote landbouwbedrijven. 

In Nederland wordt het Europese landbouwgeld verdeeld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op haar website heeft de RVO een doorzoekbare databank van ontvangers in 2017 en 2018; daaruit blijkt dat van de 45.307 boeren die in 2017 geld uit de basisbetalingsregeling ontvingen, er slechts 385 meer dan 60.000 euro kregen. Het jaar daarop waren het er 350, op een totaal van 44.929.

Ruim 99 procent van de Nederlandse ontvangers van de basisbetalingsregeling krijgt dus minder dan 60.000 euro per jaar. De bedrijven die vorig jaar meer dan 60.000 euro ontvingen, zitten vooral in het noorden van Nederland: 54 procent bevindt zich in Drenthe, Groningen en Friesland.

Voor elk van de ontvangers heeft Follow the Money met behulp van een spreadsheet uitgerekend welk bedrag zou worden herverdeeld, als de regels die de Commissie voor de toekomst heeft voorgesteld al de afgelopen twee jaar hadden gegolden. 

Uit de berekeningen blijkt dat in 2017 tussen de 7 miljoen en 11,8 miljoen euro beschikbaar zou zijn geweest om te verdelen onder kleinere bedrijven, afhankelijk van of Nederland de ‘strenge’ of ‘mildste’ variant toepast. In 2018 zou het te herverdelen bedrag tussen de 6,1 miljoen en 10,3 miljoen euro zijn uitgekomen. In beide jaren vertegenwoordigt dit minder dan 1 procent van de totale uitgaven van EU-landbouwsubsidies in Nederland. Het uiteindelijk beschikbare bedrag voor herverdeling kan in de praktijk nog lager uitvallen (zie kader hieronder). 

Arbeidskosten worden niet herverdeeld

De Europese Commissie heeft in het voorstel een uitzondering opgenomen: de kosten voor arbeid die het subsidieontvangende landbouwbedrijf maakt, zouden vrijgesteld moeten worden van herverdeling.

Een rekenvoorbeeld: stel, een bedrijf heeft recht op 75.000 euro subsidie. Uit de tranche tussen 60.000 en 75.000 euro moet minstens 25 procent worden herverdeeld. Dat zou normaal gezien dus 3.750 euro zijn. Maar als het bedrijf in een jaar minstens 3.750 euro aan arbeidskosten besteedt, dan ontvangt het gewoon de volledige 75.000 euro.

De Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder zou in dat geval tussen de 280.670 en 301.919 euro aan arbeidskosten moeten aftrekken om alsnog het gehele subsidiebedrag van 361.919,64 euro mogen ontvangen. Uit informatie van de Kamer van Koophandel blijkt dat er in augustus 2019 zeventien personen werkzaam waren bij het bedrijf. Als deze zeventien bij de KMWP het gemiddelde landbouwjaarloon verdienen, komt de KMWP dus ongeschonden door de herverdelingsformule. 

Nederland is geen voorstander van die arbeidskostenuitzondering, zo blijkt uit de kabinetsbeoordeling van het voorstel die minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken in juli 2018 per brief aan de Tweede Kamer verstuurde.

Ons land zit daarmee op dezelfde lijn als de Europese Rekenkamer, de onafhankelijke EU-instelling die het Commissievoorstel onderzocht.De Rekenkamer was positief over het voornemen om geld te herverdelen, maar niet over de ingebouwde uitzondering: ‘De mogelijkheid om de loonkosten — met inbegrip van de kosten van onbetaalde arbeid — af te trekken van het bedrag van de rechtstreekse betalingen dat in aanmerking wordt genomen voor de plafonnering, zou het effect van de maatregel evenwel beperken,’ zo schreef de Europese Rekenkamer in haar rapport, dat daarnaast nog op meer elementen van het voorstel van de Commissie kritiek had.

De landbouwcommissie van het Europees Parlement wil dat kosten voor arbeid wel aftrekbaar zijn, maar slechts voor 50 procent. ‘Zo zullen coöperatieve landbouwbedrijven in de oude en nieuwe lidstaten die in sommige lidstaten en regio’s belangrijke werkgevers zijn, dan niet in gevaar komen door een aftopping,’ aldus CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik.

Lees verder Inklappen

Bert-Jan Ruissen, namens de SGP lid van de landbouwcommissie van het Europees Parlement, laat in een schriftelijke reactie weten niet verbaasd te zijn over de uitkomst van de berekeningen van Follow the Money. Ruissen: ‘Logisch dat het voorstel voor aftopping geen enorme verandering oplevert in Nederland. Nederland heeft niet veel megabedrijven, zoals ze die in een land als Tsjechië bijvoorbeeld wel hebben.’

Op die lijn zit ook zijn CDA-collega Annie Schreijer-Pierik, die zegt dat het voorstel van de Commissie geen reactie is op de Nederlandse situatie, maar op die in andere EU-landen: ‘Het voorstel beoogt eerder de enorme hectaretoeslagen te verminderen voor investeerders, multinationals en zeer vermogende buitenlandse grondspeculanten in lidstaten als Roemenië, Hongarije en Tsjechië. Want in de gehele EU ontvangt een luttele 2 procent van de begunstigde landbouwbedrijven wel 30 procent van het totale EU-budget aan directe landbouwsubsidies.’

'Er wordt vaak gezegd: Nederland heeft grootschalige landbouw,' zegt Gerbrand van 't Klooster, adviseur bij werkgeversorganisatie LTO Nederland. ‘In Europees perspectief is dat helemaal niet zo. De grondgebonden boerenbedrijven in Nederland, dus akkerbouw en veehouderij, zijn relatief kleinschalig wanneer je het vergelijkt met Oost-Europa en Frankrijk.’

Schaalvergroting

Het aantal landbouwbedrijven in de EU is in elf jaar tijd met 27,6 procent procent gedaald: van 14,5 miljoen in 2005 naar 10,5 miljoen in 2016. Ondertussen worden de boerderijen steeds groter: De gemiddelde boerderij in de EU beschikte in 2005 over 11,9 hectare. Acht jaar later was dat 16,1 hectare.

‘Als je geen inkomensondersteuning biedt, dan gaat het proces van schaalvergroting versneld door,’ zegt Van ‘t Klooster. ‘Deels is dat door de technologische ontwikkeling en doordat er in verschillende landen betere inkomens verdiend worden buiten de landbouw: dan zie je op het platteland dat er minder bedrijven komen en grotere bedrijven. De Europese Commissie probeert tegenwicht te bieden aan die ontwikkeling door die inkomensondersteuning. Het helpt wel degelijk om het proces wat langzamer te laten lopen, maar de trend ga je er niet mee keren.’

Uit de data blijkt dat de nivelleringsmaatregel hooguit 12 miljoen euro vrijmaakt

Eerder dit jaar publiceerde de Algemene Rekenkamer een rapport waarin ze keek wat de invloed is van inkomenssteun op het besteedbaar inkomen van boerenhuishoudens. De Rekenkamer concludeerde dat EU-inkomenssteun vooral bij grotere landbouwbedrijven tot een hoger inkomen leidde, maar dat tegelijk ‘een derde van de boeren zelfs met inkomenssteun nog steeds onder het wettelijk minimumloon verdient.’

Dat is dus niet de bedoeling. In een reactie schreef landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) te verwachten dat ‘de aftopping van inkomenssteun’ — lees: het herverdelingsvoorstel van de Commissie — dit effect zou beperken. Uit de data blijkt echter dat deze maatregel in Nederland hooguit 12 miljoen euro vrijmaakt. Wanneer je 60.000 euro subsidie als grens tussen klein en groot neemt, valt het in Nederland dus wel mee met die onevenredige verdeling van de basisbetalingsregeling.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) laat desgevraagd weten dat het zelf ook een ‘globale inschatting’ heeft gemaakt van de verwachte uitwerking van het herverdelingsvoorstel, in jargon ook ‘plafonnering’ genoemd. Een woordvoerder van het ministerie erkent dat het bedrag dat vrij zal komen ‘gering’ zal zijn: ‘Het voorstel voor plafonnering doet de Europese Commissie om GLB-steun sterker te richten op kleine en middelgrote landbouwbedrijven en op gebieden met natuurlijke beperkingen. Het is daarmee niet exclusief bedoeld voor kleine boeren.’

Nederland in de minderheid

Eigenlijk wil Nederland ook helemaal af van de directe inkomenssteun. Als het aan ons land ligt, wordt er vanwege het vertrek van het Verenigd Koninkrijk sowieso flink bezuinigd op het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Daarmee behoort Nederland echter tot de minderheid: op de meest recente bijeenkomst van landbouwministers presenteerde een grote groep landen een gezamenlijke verklaring, waarin ze ervoor pleiten dat de landbouwfondsen op hetzelfde niveau blijven na de Brexit.

Of grotere bedrijven als de KMWP na 2021 te maken gaan krijgen met een verplichte herverdeling met 60.000 euro als drempel, hangt af van de uitkomst van de onderhandelingen over de nieuwe meerjarenbegroting van de EU. De 28 leiders van de nationale regeringen gaan hier volgende maand verder over praten, op een top in Brussel op 12 en 13 december. Op de vorige EU-top stond de meerjarenbegroting ook al op de agenda, maar volgens scheidend voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker kwam men geen stap verder: ‘Iedereen herhaalde standpunten die we al kenden. Er waren geen nieuwe elementen.’

‘We gaan proberen de komende maanden tot een akkoord te komen,’ zei premier Mark Rutte op 18 oktober, na afloop van de laatste EU-top. 'Maar het zou mij niet verbazen, want hier gaat kwaliteit boven snelheid, dat dit ook nog wel eens volgend jaar in kan lopen.’ 

Die vertraging zorgt er ook voor dat de oude regels langer gelden. De beoogde nieuwe Eurocommissaris voor Landbouw, Janusz Wojciechowski, zei bij zijn hoorzitting op 1 oktober al dat hij verwachtte dat het nieuwe landbouwbeleid een jaar later dan gepland, dus op 1 januari 2022, in zou gaan. In lijn met die verwachting publiceerde de Europese Commissie afgelopen donderdag een conceptverordening die het oude beleid een jaar langer in stand houdt. Twee ervaren Europarlementariërs zeiden onlangs dat het mogelijk 2023 kon worden. 

Voor armlastige Nederlandse boeren die naar Brussel kijken om hun positie te verbeteren, zal het echter weinig uitmaken. Hun situatie zal niet veel veranderen na de invoering van het nivelleringsmechanisme.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Peter Teffer

Gevolgd door 119 leden

Onderzoekt voor FTM hoe EU-geld in Nederland wordt besteed.

Volg Peter Teffer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

EU-geld in Nederland

Gevolgd door 379 leden

Nederland ontvangt jaarlijks ruim twee miljard aan EU-subsidies. De controle daarop richt zich meestal op of de regels zijn g...

Volg dossier