Het bankroet van het Cubaanse arbeidersparadijs

    Meer van 50 jaar na de revolutie stelt Jacob Gelt Dekker vast dat er op Cuba een diepgewortelde rassenstrijd heerst en het eiland economisch aan scherven ligt.

    Van Kerst tot  april 2011 worden in Cuba 500,000 werkers door de Staat ontslagen. Het eiland dat door Harry Mulisch met zijn Comité van Solidariteit vanaf 1968 werd afgeschilderd als een paradijs op aarde, blijkt een hel van uitzichtloze armoede, corruptie, misdaad en dictaroriale overheidswillekeur te zijn. Zelfs toen Fidel Castro dissidente schrijvers en politici liet opsluiten bleef Mulisch het goedpraten, immers een streng beleid was noodzakelijk om de hemelse zegeningen voor arbeiders en toekomstige generaties te beschermen.
     
    De bewering van officiële groeicijfers van het Bruto Nationale Product in 2010 van 2,1 procent en zelfs 4,4 procent voor 'speciale takken van industrie', neemt niet weg dat Cuba door een diepe economische malaise gaat. Het land heeft voor te kampen met de slechtste suikerrietoogst in honderd jaar. Ook al is de wereldsuikerprijs weer uit het diepe dal van 2009 geklommen van 30 dollar naar bijna 50 dollar. Het mocht Cuba blijkbaar niet baten. Recessie is omgeslagen in een depressie en een vrije val van het Castro regiem.
     
    Revolutionaire kreten
    Uit door Wikileaks geopenbaarde emails is bekend geworden, dat Michael Parmly,de Amerikaanse vertegenwoordiger in Havana, naar aanleiding van het overlijden van Vilma Espíno, president Roaul Castro's vrouw, op 18 juni 2007 stelde dat ‘... dit verlies weinig met Fidel Castro doet, maar Raoúl des te meer raakt. (…) Wij hebben informatie gekregen die zegt dat Raoúl Castro in een depressie terecht is gekomen toen de terminale ziekte van zijn broer en die van zijn vrouw leken samen te vallen.’
    Zelfs drie jaar later is de Cubaanse leider in zijn Kerstboodschap nog steeds in die depressie. Zijn rede was vol oude nietszeggende revolutionaire kreten en zonder enige visie op de ernstig falende economie in zijn arbeidersparadijs. Broer Fidel zorgde in de kantlijn voor wat milder, menslievend geruis door enkele van zijn politieke fouten te erkennen. Zo zou het een vergissing zijn geweest dat homo's gelijk gesteld werden aan misdadigers en levenslang in de gevangenis gesmeten werden. Ook zou Fidel makkelijk de kernrakettencrisis onder Kennedy hebben kunnen voorkomen.
     
    De trots van de Cubaanse natie is, zo meldde Raoul, dat er nu jaarlijks ruim twee en een half miljoen toeristen het eiland bezoeken. Ze worden  vooral ondergebracht in speciale buitenlandersenclaves en toeristenhotels in Havana.
     
    Cubanen verdienen gemiddeld 16 dollar per maand, of ontvangen een maandelijks pensioen 9 dollar. Buitenlandse bedrijven betalen aan de overheid, 1200 dollar voor hun werknemers, maar dat geld komt nooit in handen van de werknemers. Wat overblijft zijn hongerloontjes waarvan niemand kan rondkomen, dus corruptie en diefstal van de grote hoop zijn normaal. Bovendien kennen bedrijven  geen noemenswaardige boekhouding of controle systemen, dus wie zal het zeggen wat mijn en dijn is.
     
    Er is ondanks Raoul's Glasnost nog steeds geen markt van vraag en aanbod. De overheid bepaalt alle  vraag, prijs en aanbod en de burger dient zich maar te schikken. Winst- en verliesrekeningen bestaan niet en Fidel Castro heeft trots en met veel publiek gebaar alle openbare registers van eigendom laten verbranden. Op Cuba bezit officieel niemand iets, behalve dan de Staat natuurlijk.
     
    Als je als burger kans ziet een baantje te krijgen in de toeristenenclaves, kun je per dag meer fooi verwachten dan ieder ander per maand verdient, dus daar is het volop ellebogen.
     
    Officieel is Cuba een rassenloze samenleving, maar in de praktijk worden zwarten en mulatten  door de heersende latinos geweerd uit de toeristenhotels en dat steekt diep. Als officiele demografie geeft de overheid aan dat 35 procent van de Cubaanse bevolking Afrocubaans is, negroïde en mulat, maar deskundigen elders beweren dat het tenminste 65 procent zou zijn. 
     
    Rassenstrijd 
    Tussen de Latinos en Afrocubanen is weinig contact; ze vormen gescheiden samenlevingen, die elkaar intens haten en dat is waar de schoen echt wringt. Niet alleen de mislukte communistische revolutie van Fidel Castro of de vastgelopen Glasnost-politiek van Raoul voerden Cuba naar de ondergang, maar meer dat wat dan ook, de rassenstrijd, de haat tegen vermeend neokolonialisme en wandaden van de historische slavernij. Bovendien bevechten de Afrikaanse stammen elkaar onderling met een intensiteit die doet denken aan de bloedbaden in West Africa. Cubaanse Yoruba, Igbo, Congo, Arara, Carabali, Mandingo, Fula en Makua kunnen elkanders bloed wel drinken. De door Fidel zo hoog geprezen rassenstrijd-Marxist uit Martinique, Frantz Omar Fanon, had het geheel bij het rechte eind, tenminste op het Cuba van vandaag; er heerst niets dan rassenstrijd en allang geen klassenstrijd meer.
     
    Afrocubanen zijn ook onder Fidel en zijn latinos massaal als peons - slaven - ingezet op de suikerplantages. Met veel fanfare en Castro-propaganda kregen ook zwarten uiteindelijk een beetje onderwijs en zelf hier en daar wat gezondheidszorg, maar ze bleven slaven van de Staat, terwijl latino  ambtenaren als bevrijders in Fidels leger, bestuur en overzicht kregen toebedeeld.
     
    Er is veel gespeculeerd over de economische opleving  die zou kunnen ontstaan na Fidel Castros dood en het openen van de economie. 'Wanneer Cuba haar economie openstelt en het Amerikaanse embargo wordt opgeheven, zal daar een run ontstaan op de toeristische ontwikkeling waardoor het hele Caribische gebied wel kan inpakken', werd onlangs nog door een toeristendeskundige gesteld op een internationaal hospitality congres. Dat is een veel gehoorde mening van economen en politici. 
     
    De  aanwezigheid van ruim 850,000 Cubanen in Florida en nog eens 150,000 in New York, North Jersey and Union City, die het economisch zeer goed gaat, voedt die speculatie. De meesten zijn latinos en ze zouden in de starthouding staan om naar hun eiland terug te keren en daar het Amerikaanse economisch wonder op poten te zetten.
     
    Met de steeds scherper wordende rassentegenstelling op Cuba is die veronderstelling niet meer waarschijnlijk. Het faillissement van arbeidersparadijs Cuba is een feit en dat geldt al helemaal voor het Cubaanse model voor de landbouw, ooit afgeleid van Stalin's zware industriemodel. Meer waarschijnlijk is dat  Cubaanse Latinos hun luxe leventje in de Verenigde Staten blijven leiden in plaats van zich te wagen in een eindeloze stammenoorlog en rassenbloedbad zoals de wereld dat al kent van West Africa en Haïti.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jacob Gelt Dekker

    Ondernemer, filantroop, schrijver Jacob Gelt Dekker is een onuitputtelijke bron van verhalen en anekdotes en beschikt over ee...

    Volg Jacob Gelt Dekker
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren