Bouwen is voor een belangrijk deel ouderwets handwerk. De arbeidsproductiviteit blijft dan ook ver achter bij die van andere sectoren. Dat gaat veranderen. Binnenkort kunnen woningen als IKEA-meubels in elkaar worden gezet. Wat betekent dit voor de bouwkosten van een woning?

    Bouwen is nog altijd werk voor mannen met stevige werkschoenen aan en een veiligheidshelm op. Kerels die in weer en wind op de bouwplaats bezig zijn met timmeren, betonstorten, metselen en stuken. Dat is goed voor de werkgelegenheid, maar slecht voor de prijs van een nieuwe woning. Mankracht is nu eenmaal duur.

    De cijfers over de arbeidsproductiviteit spreken boekdelen. In de meeste belangrijke industriële sectoren is de afgelopen 20 jaar de arbeidsproductiviteit enorm toegenomen. In de Nederlands industrie steeg deze van 1995 tot 2014 met ruim 150 procent. De bouw bleef in die periode ongeveer op hetzelfde niveau staan.      

    Prijzen drukken

    Er moeten de komende jaren heel veel woningen worden gebouwd. Het Planbureau voor de Leefomgeving rekent tot 2025 op een toename van het aantal huishoudens met 630.000. Ideaal gesproken zouden er dus ook zoveel woningen bij moeten komen. Zet de bouwkosten van een woning - los van de grondprijs - op gemiddeld 150.000 euro. Die 630.000 woningen staan dus voor een spectaculaire investering van 94,5 miljard euro.

    Maar er zijn ontwikkelingen gaande die de bouwkosten serieus kunnen drukken. Aannemers gaan geleidelijk meer gebruik maken van robots en geprefabriceerde elementen en minder van mankracht. Volgens Marc de Vreede, bestuursvoorzitter van Heijmans Utiliteit en een specialist op het gebied van het nieuwe bouwen, moet het bouwen van woningen over een jaar of 15 zeker een kwart goedkoper kunnen. In het voorbeeld zou dat een besparing van ruim 23 miljard euro betekenen. 

    Opnieuw het wiel uitvinden

    Dat nieuwe geautomatiseerde bouwen, begint al bij de ontwerpfase. Jeroen Coenders is medeoprichter van het bedrijf White Lioness technologies. Hij richt zich op het ontwikkelen van software waarmee woningen veel slimmer ontworpen kunnen worden. Coenders: ‘Met zo’n softwarepakket hoeft een architect of bouwer niet meer bij ieder ontwerp het wiel opnieuw uit te vinden. Hij kan direct gebruik maken van de kennis en de oplossingen die opgeslagen zitten in het programma. Bij een aanpassing van het ontwerp past het zich automatisch aan volgens deze kennis.’

    ‘Een ontwerp gemaakt met onze software is meteen te bouwen'

    Het is op een architectenbureau gebruikelijk dat ontwerpen meerdere keren worden gecheckt en doorgerekend. Dat is noodzakelijk om te voorkomen dat er fouten in het ontwerp blijven zitten. Coenders: ‘Een ontwerp gemaakt met onze software is meteen te bouwen. Er hoeft ook geen constructeur meer aan te pas te komen, die bij iedere wijziging in het ontwerp het geheel nog eens doorrekent.’

    Driedimensionaal printen

    Een voordeel van deze manier van ontwerpen is dat de architect veel gemakkelijker kan inspelen op de wensen van de opdrachtgever. Een klant kan zelf betrokken zijn bij het ontwerp. Als een klant bijvoorbeeld opeens een open keuken wil, dan geeft de software aan dat er een steunbalk van een bepaalde sterkte moet komen, omdat de wegvallende muur een dragende functie had.

    Coenders vindt het moeilijk om aan te geven wat dit soort ontwerpsoftware precies betekent voor de prijs van een huis, maar hij is er zeker van dat deze lager zal zijn.  

    Dan volgt de stap van ontwerpen naar bouwen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij Studio RAP (Robotics, Architecture en Production), een klein bureau, opgezet door drie jonge architecten. Het bureau houdt zich bezig met zowel het bedenken als het uitvoeren van ontwerpen. Die twee zaken krijgen sowieso steeds meer met elkaar te maken. In het bouwen van de toekomst spelen robots een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan apparaten met mechanische werkarmen en computer-aangestuurde sproeiers die steeds nieuwe laagjes beton opspuiten tot er een muur staat. De ontwerper moet ook de programma’s leveren om deze apparatuur aan te sturen. 

    Dat betonprinten gaat heel belangrijk worden in de bouw, zegt Wessel van Beerendonk, een van de oprichters van Studio RAP. Samen met betonfabrikant Bruil ontwierp zijn  bureau een systeem voor het printen van architectonisch beton. De twee verwachten binnen een jaar op grote schaal aan de slag te gaan met dit apparaat. 

    Fabrieksmatig geproduceerd

    Beerendonk: ‘Je kunt dan een speciaal geprogrammeerde 3D-printer bijvoorbeeld de buitenkant van een woning laten printen. Die machine werkt 24 uur per dag door.’ Elementen als betonnen vloeren worden vervolgens het huis in getakeld. Volgens Beerendonk zijn dergelijke fabrieksmatig geproduceerde elementen al zo goedkoop, dat je niet onder die prijs kunt komen.

    'Dergelijke fabrieksmatig geproduceerde elementen zijn zo goedkoop, dat je niet onder die prijs kunt komen'

    De architect is ervan overtuigd dat deze manier van werken uiteindelijk zal leiden tot veel lagere bouwkosten. Hij wijst erop dat de arbeidsproductiviteit door het gebruik van technologie enorm zal stijgen. Beerendonk: ‘Ik ga er wel van uit dat over een jaar of 10 de sector veel verder is met deze manier van werken. Maar of het dan ook echt gemeengoed is, valt moeilijk te zeggen. De hele bouwketen is erg behoudend, die zal waarschijnlijk meer tijd nodig hebben.’

    Laag innovatief

    Thijs Asselbergs, architect en hoogleraar Architectural Engineering aan de TU Delft, is enthousiast over de nieuwe technologie, maar gematigd optimistisch over een snelle invoering. Hij wijst erop dat de bouwsector een ‘laag innovatieve mentaliteit’ heeft en niet staat te springen om te investeren in de ontwikkeling van dit soort apparatuur.

    Een nadeel is ook dat de technologie nog in de kinderschoenen staat, vindt hij: ‘In de jaren 1970 waren gewone kopieerapparaten peperdure machines. Zo’n ding aanschaffen was een echte investeringsbeslissing. Nu heeft iedereen er een op zijn bureau staan, geïntegreerd in zijn printer.’ Een soortgelijke ontwikkeling verwacht Asselbergs ook voor bouwrobots en 3D-printers. ‘Wie durft er dan vroeg in te stappen?’

    Asselbergs ziet grotere voordelen aan een andere variant van het nieuwe bouwen. Los van robotisering op de bouwplaats is assemblage een belangrijke nieuwe trend. Woningen worden dan bijna als IKEA-meubels op de bouwplaats in elkaar gezet. ‘Omdat alle onderdelen onder gecontroleerde omstandigheden worden geproduceerd en het hele bouwproces tot in de puntjes is voorbereid, dalen de faalkosten tot bijna nul.’

    Faalkosten maken vaak 15 tot 20 procent van de bouwkosten uit. Ze  worden veroorzaakt door tegenslagen tijdens het bouwproces. De bouw is berucht om die faalkosten en een aanpak waarbij geprefabriceerde onderdelen heel snel in elkaar worden gezet, kan die kosten enorm drukken.

    Asselbergs wijst er wel op dat een modern huis ook zodanig gebouwd moet zijn, dat de onderdelen bij sloop weer hergebruikt kunnen worden. Bovendien moet een nieuw huis qua duurzaamheid bij voorkeur een A-label hebben. Wat dat precies voor invloed op de kosten gaat hebben is volgens Asselbergs nog onduidelijk.

    Kodak of Nokia

    Marc de Vreede heeft zich voor de Heijmans Groep verdiept in de nieuwe ontwikkelingen. Hij verwacht binnen vijf jaar een doorbraak. Over 10 tot 15 jaar zal het nieuwe bouwen volgens hem dominant zijn. De grote bouwers moeten volgens hem voorop lopen bij deze ontwikkeling. ‘Als we de regisserende rol niet pakken, worden we de Kodak of Nokia, van de bouw.'

    Het gaat niet alleen om betonnen bouwelementen, maar om volledig afgewerkte badkamers en keukens 

    De Vreede gelooft niet in een toekomst met bouwplaatsen vol robots. Hij denkt dat vooral het produceren van kant-en-klare elementen in de fabriek de beste kansen heeft. Dan gaat het niet alleen om betonnen bouwelementen, maar om volledig afgewerkte badkamers en keukens.

    Ook geprefabriceerde gevels worden met metselwerk en al geplaatst. In de fabrieken waar zulke elementen worden vervaardigd, zal volgens De Vreede wel volop gebruik worden gemaakt van robottechnologie. Het aantal werknemers in de bouw zal daardoor op termijn aanzienlijk dalen.

    Hoeveel de bouwkosten van een nieuwe woningen dalen is volgens De Vreede mede afhankelijk van een aantal andere zaken. ‘We moeten steeds meer bouwen in de stad, op moeilijk bereikbare plekken. De eisen die aan de logistiek worden gesteld zijn heel hoog. Alles moet precies op het juiste moment op de bouwplaats worden afgeleverd. Verder moeten nieuwe woningen duurzaam zijn en moeten de materialen bij sloop weer opnieuw gebruikt kunnen worden. Dat zijn wel extra kosten. Ik voorzie niet dat een woning bouwen over 15 jaar de helft kost van nu.’

    Goede richting

    De kostprijs van een nieuwe woning gaat wel dalen, verwacht De Vreede, maar niet direct. Het terugdringen van zowel de faal- als de loonkosten zijn forse besparingen, ‘maar’,  zegt hij,  ‘we gaan nu eerst naar een hybride situatie toe. Dat wil zeggen dat het oude bouwen en het nieuwe bouwen door elkaar lopen. Als we helemaal om zijn, lijkt een gemiddelde daling van de bouwkosten van 25 procent me realistisch.’

    In de komende jaren zullen benodigde woningen dus nog niet gebouwd worden op de moderne manier. De volgende generatie echter wel. Dan hebben we goedkopere woningen, die kwalitatief beter zijn, perfect geïsoleerd en die na sloop geen bouwafval produceren. Dat zijn belangrijke stappen in de goede richting.

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 330 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 522 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid