© Rijksoverheid/Valerie Kuypers via Flickr

    De kogel is door de kerk: nationale parlementen mogen van de Europese Commissie tóch beslissen over het handelsverdrag CETA. De Nederlandse minister Ploumen mag tevreden zijn, want ze had zich in de dagen voor dit besluit in felle bewoordingen uitgelaten over de EC, die onze Tweede en Eerste Kamer buitenspel zou zetten. Alleen was ze daarbij wel erg kort door de bocht gegaan. ‘Dit zijn nu juist de populistische zinsneden die voorkomen moeten worden.’

    ‘Verstandig,’ noemde minister Lilianne Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking dinsdag het besluit van Europese Commissie over CETA, het handelsakkoord tussen Europa en Canada. Tegen de verwachting in had de Commissie besloten om het verdrag ter goedkeuring voor te leggen aan de nationale parlementen van de lidstaten. Ploumen noemde het ‘niet meer dan logisch’ dat de Eerste en Tweede Kamer hun oordeel mogen geven over CETA.

    Ploumen had zich eerder die week in felle bewoordingen uitgelaten over de Europese Commissie, die de nationale parlementen geheel buiten de besluitvorming over CETA zou willen laten. Dat was erg kort door de bocht van de minister, wier verhaal daardoor een typisch staaltje ‘Brussel-bashing’ werd. In werkelijkheid lag het verhaal een stuk genuanceerder dan de minister en haar ministerie deden voorkomen.

    ‘Ploumen oneens met Commissie over CETA’

    Het verhaal begint op 28 juni, met een serie slecht getimede uitspraken van Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie. Juncker laat zich tijdens een speech ontvallen dat hij het handelsverdrag CETA graag buiten de nationale parlementen om wil laten goedkeuren. Ploumen reageert direct door nog diezelfde avond een persbericht te versturen. ‘Ploumen: oneens met Commissie over CETA,’ luidt de kop van het bericht, dat onder andere de volgende passages bevat:

    Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikklingssamenwerking is het oneens [sic] de opvatting van de Europese Commissie dat aanvaarding of afwijzing van het handelsverdrag met Canada (CETA) uitsluitend een zaak is van het Europees parlement. (…) [De minister] heeft de afgelopen jaren zowel in de Tweede Kamer als daarbuiten herhaaldelijk aangegeven dat CETA in haar ogen een akkoord is waar ook nationale parlementen zich over moeten kunnen uitspreken.

    De Europese Commissie en de Europese regeringen liggen al een tijd in de clinch met elkaar over de vraag of handelsverdragen een exclusieve EU-bevoegdheid (‘EU-only’) zijn of de instemming van nationale parlementen vereisen (‘gemengd akkoord’). Er loopt zelfs een rechtszaak over de machtsstrijd bij het Europese Hof van Justitie. Via het persbericht lijkt de minister aan te sturen op een fikse botsing met Eurocommissaris Juncker.

    Via het persbericht lijkt de minister aan te sturen op een fikse botsing met Eurocommissaris Juncker

    Verschillende media nemen de strekking van het persbericht — ‘Europese Commissie zet Tweede Kamer buitenspel’— direct over. De volgende ochtend, op 29 juni, spreken kranten naar aanleiding van het bericht zelfs van een ‘coup’ door de EU. Op het Binnenhof wordt de minister later die dag nog even bevraagd over de zaak. ‘Is dit onbespreekbaar voor u?’ vraagt een interviewer. ‘Ja,’ antwoordt de minister. De interviewer: ‘Dat is helder’.

    Niet de hele waarheid

    De toon is gezet: de Europese Commissie is de gebeten hond en de minister is de hoeder van ons democratisch recht. Gedurende de week verschijnen er, gevoed door het vuurtje dat minister Ploumen heeft ontstoken, meer berichten over de ‘ondemocratische’ opstelling van de Europese Commissie. Het persbericht vertelt echter niet de hele waarheid en is op één punt zelfs feitelijk onjuist.

    Hoewel de democratische verankering zeker sterker is bij behandeling van CETA door de nationale parlementen, zouden die parlementen allerminst buitenspel staan als CETA als ‘EU-only’ wordt aangemerkt. Het persbericht bevat namelijk een grote omissie: het vergeet de rol van de Raad van Ministers te vermelden.

    Ploumens ministerie meldt in het persbericht dat de Europese Commissie het verdrag alleen wil voorleggen aan het Europees Parlement, en wekt daarmee de indruk dat dit de enige Europese instantie is die er zijn goedkeuring over moet uitspreken. Dat klopt niet, want alle wetsvoorstellen van de Europese Commissie hebben het akkoord nodig van de Raad van Ministers. De samenstelling van deze Raad wisselt per beleidsonderwerp. In het geval van CETA heeft Ploumen er als verantwoordelijk minister zelf zitting in, en voorafgaand aan haar optreden in de Raad vindt er op nationaal niveau parlementair overleg plaats. Ook als CETA tot ‘EU-only’ wordt bestempeld, mag het Nederlandse parlement zich er dus wel degelijk over uitspreken. Kortom, de zaak ligt een stuk genuanceerder dan de minister het — ook in haar officiële communicatie — doet voorkomen.

    ‘Populistische zinsneden’

    ‘Ik vind het niet helemaal zuiver van de minister,’ zegt Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht bij de Universiteit Leiden en expert op het gebied van nationaal staatsrecht en Europese constitutioneel recht. Voermans heeft de uitspraken van de minister met wat teleurstelling aangehoord. ‘Dit zijn nu juist de populistische zinsneden die voorkomen moeten worden.’

    Voermans: ‘Via de Raad van Ministers heeft de Tweede Kamer wel degelijk invloed op het CETA-proces. De Tweede Kamer kan inspreken op de positie die de minister in Brussel in gaat nemen. Als de onderhandelingen al lopen, kan het Nederlandse parlement zelfs een zogenaamd “behandelvoorbehoud” aanvragen bij de minister. Zo kan je de CETA-besluitvorming ook wat uitstellen. Aan de uitkomst van het gesprek met de Staten-Generaal hoeft Ploumen zich trouwens niet aan te houden in Brussel. Het is bij ons niet zoals in Denemarken. Daar krijgt de minister een formeel mandaat mee. Maar stellen dat de Tweede Kamer wordt omzeild inzake CETA is het verkondigden van een onwaarheid. Op deze manier vertellen hoe het er in Brussel aan toe gaat is een verkeerde voorstelling van zaken.’

    Een woordvoerder van de Europese Commissie toont zich ook niet gelukkig met de uitspraken van de Minister. ‘De suggestie dat alleen de ratificatie door de nationale parlementen democratische verantwoording verzekert, ondermijnt het fundament waarop de EU is gebouwd. Bovendien is het een aanval op hart van de legitimiteit van regeringen, van wie de werking in de Raad is onderworpen aan de controle van hun parlementen.’


    Wim Voermans

    "Op deze manier vertellen hoe het er in Brussel aan toe gaat is een verkeerde voorstelling van zaken"

    De woordvoerder wijst erop dat de Tweede Kamer wel degelijk invloed heeft op CETA, zelfs als het volledig wordt aangemerkt als ‘EU-only’: ‘De lidstaten zullen hun standpunten presenteren in de Raad volgens de constitutionele eisen of andere eisen. Het is aan de lidstaten om te beslissen over hoe ze hun nationale parlementen voorafgaand aan besluiten van de Raad van Ministers van Europa betrekken, als zij dat nodig achten.’

    Voermans denkt overigens niet dat Ploumen in de Raad van Ministers zou hebben tegengestemd. ‘Dat had niet veel uitgehaald. Het ter discussie stellen van deze ontwikkelingen in Europa is een rookgordijn. Het is politiek gemotiveerd.’

    ‘Vooronderstelde informatie’

    In reactie op het niet noemen van de Raad van Ministers in het persbericht laat het Ministerie van Buitenlandse zaken op 5 juli aan Follow the Money weten dat die informatie ‘voorondersteld’ moet worden. Met andere woorden: het zou voor zich moeten spreken. In een verklaring schrijft het ministerie vervolgens:

    Het persbericht doelt op de formele instemmingsbevoegdheid van de Tweede Kamer: in geval van een ‘EU-only’ akkoord heeft de Tweede Kamer geen formele instemmingsbevoegdheid. Informeel speelt de Tweede Kamer wel een rol, doordat hij betrokken wordt bij de voorbereidingen van de Nederlandse positie in de Raad van Ministers van de Europese Unie. De Raad heeft zowel bij een gemengd akkoord als bij een ‘EU-only’ akkoord een stem. Dit alles heeft de minister uitgebreid uitgelegd in een brief aan de Tweede Kamer op 20 april jl.

    Later die middag op 5 juli gaat dan in Brussel de kogel door de kerk. Cecilia Malmström, de Eurocommissaris voor Handel, verklaart dat ‘alhoewel de Commissie dit verdrag ziet als “EU-only”,’ er toch een gemengd verdrag van wordt gemaakt. Dit vereist de goedkeuring van nationale parlementen.

    Het Ministerie van Buitenlandse Zaken stuurt er een overwinningspersbericht uit: ‘Minister Ploumen vindt het verstandig dat de Europese Commissie in haar voorstel het handelsverdrag tussen de EU en Canada (CETA) als een zogenaamd gemengd akkoord heeft gekwalificeerd. Daardoor krijgen ook de Eerste en Tweede Kamer beslissingsbevoegdheid al dan niet akkoord te gaan met CETA,’ staat er te lezen.

    Het Ministerie van Buitenlandse Zaken stuurt er een overwinningspersbericht uit

    Nu de strijd om CETA is gestreden, vermeldt de minister in het persbericht nu voor de volledigheid maar wel dat de positie van de Tweede Kamer bij CETA eigenlijk maar beperkt in gevaar is geweest: ‘Indirect speelde en speelt de Tweede Kamer altijd een rol, doordat de Kamer geraadpleegd wordt bij de voorbereidingen van de Nederlandse positie in de Raad van Ministers van de Europese Unie. Maar nu wordt daar formele parlementaire goedkeuring aan toegevoegd.’

    Andere uitdagingen voor Ploumen

    Veel tijd om de zege op de Europese Commissie te vieren is minister Ploumen niet gegund. In eigen land staat haar op het terrein van de handelspolitiek nog een serie uitdagingen te wachten. Verschillende partijen hebben bijvoorbeeld opgeroepen om over CETA een referendum te houden. Dit zal, met het oog op de uitkomst van het Oekraïne-referendum, niet de voorkeur van Ploumen hebben, temeer omdat het kabinet, de minister en haar ministerie sterk voorstander zijn van CETA.

    Een ander heikel punt voor de minister is TTIP, het handelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten. Anders dan CETA, is TTIP nog niet uit-onderhandeld. Uit een publicatie van Follow the Money blijkt dat de voorloper van TTIP, TAFTA genaamd, al in mei 2012 tot ‘prioriteit’ werd bestempeld door het kabinet. De Tweede Kamer is nooit volledig op de hoogte gebracht van die voorname status. Een half jaar later werd er intern over TTIP (de naam TAFTA werd gedumpt) zelfs gesproken met bewoordingen als ‘mislukking [van TTIP] behoort niet tot de mogelijkheden.’ Momenteel werkt het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de beantwoording van Kamervragen die de Partij voor de Dieren en de SP stelden naar aanleiding van die bevindingen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Mitchell van de Klundert

    Mitchell van de Klundert (1990) onderzoekt voor Follow the Money internationale handels- en investeringsverdragen, de voeding...

    Volg Mitchell van de Klundert
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale vrijhandelsverdragen

    Gevolgd door 436 leden

    Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

    Volg dossier