Riskante klus, een failllissementsafwikkeling. Blijkt de boedel leeg, dan krijgt de curator niets betaald. Terwijl er bij megafaillissementen als DSB of Imtech tientallen miljoenen over de toonbank kunnen gaan. Zeker als de curator leden van het eigen advocatenkantoor inschakelt bij de afwikkeling. 'Je reinste inteelt,' vinden critici.

    De maand augustus begon met een tropenweek van 100 uur voor de Imtech-curatoren Paul Peters en Jeroen Princen, maar de eerste declaraties á 450 per uur zijn een feit. De door de wol geverfde curatoren konden allebei 45 duizend euro ex btw factureren voor hun eerste werkzaamheden bij de afwikkeling van het omvangrijke faillissement van de technische dienstverlener uit Gouda. Uit het eerste curatorenverslag blijkt dat de Imtech-curatoren het bijzonder hoge uurtarief van 450 euro wisten te bedingen bij de rechtbank, ruim tweemaal het basistarief volgens de Recofa-richtlijn (zie kader). Het faillissement zal de komende jaren naar verwachting een cash cow worden voor de advocatenkantoren AKD en Ploum Lodder Princen.

    DSB als cash cow

    De beloning van curatoren leidt regelmatig tot opgetrokken wenkbrauwen en zelfs tot Kamervragen. Een extreem voorbeeld betreft de afwikkeling van DSB bank die in 2009 failliet ging. Terwijl Dirk Scheringa voortwoekerde met zijn factoringbedrijf, ploeterden medewerkers van het kantoor Houthoff Buruma zich een weg door Scheringa’s brokstukken. De beloning voor hun inspanningen leidde onlangs weer tot ophef, na de verschijning van een nieuw curatorenverslag waaruit bleek dat DSB-curatoren inmiddels al bijna 32 miljoen euro hebben gedeclareerd ten laste van de boedel. Volgens curatoren Ben Knüppe en Rutger Schimmelpenninck, advocaat bij Houthoff Buruma, is het einde van hun werk nog niet in zicht. In het laatste curatorenverslag wordt aangegeven dat de afwikkeling van het faillissement nog een groot aantal jaren in beslag zal nemen. De werkvoorraad is niet alleen goed nieuws voor de curatoren zelf, maar ook voor hun kantoorgenoten, die veelvuldig door hun curatoren-collega's worden ingehuurd voor juridisch en fiscaal advies. Alleen al in het tweede kwartaal 2015 hebben curatoren, juristen en fiscalisten van Houthoff Buruma gezamenlijk 930,6 uur besteed aan het faillissement. PwC-medewerkers kregen ook een kluifje toegegooid. Zij besteedden 73,5 uur aan het faillissement.

    Inteelt

    ‘Het is de reinste inteelt,’ concludeert advocaat Marcel Fruytier die ondernemers bijstaat in faillissementsprocedures. ‘Je hoort er niemand over dat een curator jarenlang zichzelf en zijn kantoorgenoten inhuurt tegen een toptarief. Maar als een curator ziet dat een bestuurder voor het faillissement er miljoenen doorheen heeft gejaagd voor de inhuur van externen, in plaats van ze voor een paar ton in dienst te nemen, dan stelt hij hem aansprakelijk vanwege wanbeleid.’
    'Iedere normale ondernemer zou die kerels in dienst nemen, maar er is geen enkele curator die dat doet'
    Fruytier rekent voor dat een DSB-curatoren zicht hebben op acht ton per jaar (afgaande op 1850 uur per jaar tegen een tarief van 450 euro) en de door hen ingehuurde juristen ook al snel een paar ton op jaarbasis kosten. Hij pleit er daarom voor dat bij langlopende faillissementen niet meer op uurbasis wordt gedeclareerd. ‘Bij DSB werkte een deel van het personeel na het faillissement ook gewoon nog door dus daar kunnen makkelijk een paar bedrijfsjuristen aan toegevoegd worden. Voor 200 duizend euro kun je zeker een topjurist binnenhalen,’ zegt Fruytier. ‘Iedere normale ondernemer zou die kerels in dienst nemen, maar er is geen enkele curator die dat doet want volgens het systeem mag het gewoon. Rechters-commissarissen zeggen ook niet: goh, kun je niet beter mensen in dienst nemen in plaats van kantoorgenoten inhuren voor 200 euro per uur? Zelfs bij 32 miljoen euro aan declaraties zegt een rechter-commissaris niet dat het een beetje te dol wordt.’

    Haperend toezicht

    De rechter-commissaris is de bij wet aangewezen persoon om de urenspecificaties van curatoren te controleren maar die heeft het druk. Heel druk, zo bleek uit onderzoek van Follow The Money. ‘Zij kunnen het wel factuur voor factuur doornemen, maar je moet als rechter-commissaris de uren af kunnen zetten tegen het dossier. Dat houdt in dat ze zich een goed beeld van de werkzaamheden moeten vormen, maar daar hebben ze de tijd niet voor.’ Controle is onontbeerlijk: ‘Ik acht de kans klein dat curatoren die hun eigen kantoorgenoten inschakelen, kritisch zijn over de door die mannen gemaakte uren, want het is de slager die zijn eigen vlees keurt,’ zegt Fruytier, die liever ziet dat curatoren niet langer eigen kantoorgenoten inhuren. ‘Men wordt dan vanzelf kritischer naar elkaar toe en eventueel prutswerk zal niet zomaar geaccepteerd worden.’
    Hoe de uurtarieven tot stand komen Het te hanteren tarief van een curator en zijn of haar medewerkers is het product van het basistarief (200 euro per uur volgens de Recofa-richtlijn 2015), een ervaringsfactor (maximale factor is 1,3, indien een curator meer dan 12 jaar ervaring heeft als advocaat) én een boedelfactor (maximale factor 1,2, indien de boedel meer dan 50 duizend euro bevat). Het maximale uurtarief op basis van de wegingsfactoren (een zeer ervaren curator in een faillissement met een rijke boedel) bedraagt 320 euro per uur. Op basis van artikel23d in de Recofa-richtlijn kan er een uitzondering gemaakt worden bij ‘bijzondere gevallen’. Imtech wordt onder deze buitencategorie geschaard, waardoor Peters en Princen 450 euro per uur konden bedingen. Medewerkers worden ingeschaald op basis van de Recofa-basistarieven, die overigens ook op minder dan 200 euro per uur kunnen uitkomen. Zodra bijvoorbeeld een jonge Houthoff-advocaat met minder dan 4 jaar ervaring wordt ingeschakeld, komt er een discount (factor 0,6) op het tarief wat neerkomt op 120 euro per uur ex btw. De rechter-commissaris moet er onder meer op toezien dat de werkzaamheden tegen het laagst mogelijke uurtarief plaatsvinden. Oftewel, hij moet zorgen dat er geen duurbetaalde, ervaren advocaten dagenlang excel-sheets zitten in te vullen, terwijl er stagairs of faillissementsmedewerkers in overvloed zijn.

    Boedel kleinhouden

    Zodra de rechter-commissaris zijn fiat heeft gegeven, is het in Nederland zo geregeld dat het salaris van de curator betaald wordt uit de boedel. Ze krijgen hierbij voorrang op andere schuldeisers zoals de belastingdienst, het UWV en toeleveranciers. Het is een praktijk waarbij eerder op Follow The Money al vraagtekens zijn geplaatst vanwege de perverse prikkel die rijke boedels bieden om uren te maken door bijvoorbeeld extra onderzoek te doen naar de oorzaken van het faillissement of een procedure te starten om de bestuurder aansprakelijk te stellen voor het boedeltekort. Dat laatste is een gerede angst van bestuurders. Fruytier adviseert cliënten zelfs om de toekomstige boedel klein te houden zodat een curator niet geprikkeld wordt om uren te maken. ‘Het kan verstandig zijn om zoveel mogelijk te betalen aan de belastingdienst zoals loonbelasting, btw, pensioen en premies. Geen curator kan daar ook over klagen.’

    Tandeloze tijger

    Zodra er echter sprake is van lege boedels, denk aan een faillissement waarbij panden belast zijn met hypotheken, het wagen-en machinepark geleased, en alle huidige en toekomstige geldstromen (facturen) verpand zijn aan de afdeling bijzonder beheer, dan heeft een curator geen zicht op een beloning. ‘Bij een lege boedel is de curator een tandeloze tijger, want ze kunnen niet betaald krijgen en laten daardoor vaak alles liggen,’ zegt Fruytier. De kans op onbetaalde uren vormt één van de redenen waarom grote advocatenkantoren steeds vaker hun insolventiepraktijk opdoeken. Deze trend bespeurde de curatorenbranchevereniging Insolad vorig jaar. Onlangs leidde de lege boedelproblematiek ertoe dat de aangestelde curator het faillissement wilde laten vernietigen. Reden: haar salaris kon niet betaald worden.

    Curatorensalaris veiligstellen

    Bij de afwikkeling van het faillissement van Imtech speelt de lege boedel-problematiek totaal niet, want de curatoren, Peters en Princen, hebben hun toekomstige salaris al veiliggesteld via de grootste schuldeisers van Imtech: de banken. Talloze bedrijfsonderdelen zoals Imtech Nordic Division en de Marine divisie zijn inmiddels verkocht, maar de honderden miljoenen aan opbrengsten worden níet bijgeschreven op de boedelrekening. Die vloeien naar de banken, doordat zij pandrecht hadden op de aandelen, een soort zekerheid voor alle verstrekte leningen. Het inwinnen van dit soort pandrechten, en ook  hypotheekrechten, wordt wettelijk buiten het faillissement afgewikkeld. Oftewel, banken hebben in principe niks te maken met een curator en mogen zelf hun bedongen rechten uitoefenen door bijvoorbeeld de aandelen te veilen. Toch kloppen ze vaak bij de curator aan, het middelpunt voor potentiële kopers/doorstarters, om hun zekerheden uit te winnen. Het is dan gebruikelijk dat een curator een boedelbijdrage vraagt voor de bewezen (verkoop)diensten. De curatoren Peters en Princen hebben op die manier hun toekomstige salaris alvast geregeld, zo valt te lezen in het eerste curatorenverslag.
    de Imtech-curatoren hebben zicht op 10 miljoen euro
    ‘Voor hun medewerking aan de uitwinning van de aan Lenders [de banken, red] in 2014 verstrekte zekerheden ter zake van de Nordic divisie en de Marine divisie hebben curatoren in het faillissement van Royal Imtech N.V. een boedelbijdrage bedongen van EUR 7 mio, alsmede een boedelkrediet van EUR 3 mio voor het geval de werkzaamheden van curatoren en de door hen ingeschakelde deskundigen niet uit het bedrag van EUR 7 mio zullen kunnen worden voldaan.’ Kortom, de Imtech-curatoren hebben zicht op 10 miljoen euro. En als het aan de banken ligt dan blijft het daar ook bij. ‘In de overeenkomst met Curatoren hebben Lenders bepaald dat Curatoren bij volgende verkopen zoals T&I divisie en Benelux geen aanvullende boedelvergoeding mogen verzoeken,’ aldus het verslag.

    Curatoren in overheidsdienst?

    Een radicale oplossing voor de beloningsproblematiek betreft de overstap naar het Engelse model van faillissementsafwikkeling. In het Verenigd Koninkrijk zijn bijvoorbeeld curatoren in overheidsdienst. ‘Het is geenszins aannemelijk dat curatoren in overheidsdienst goedkoper zullen zijn. De overheid is veelal niet in staat specialistische taken efficiënt te organiseren,’ zegt hoogleraar Bas Kortmann, die zich bezighield met het ontwerpen van een nieuwe faillissementswet. Als voorbeeld noemt hij de dierenartsen, die keuringen moeten uitvoeren in slachterijen. ‘Sinds deze artsen niet meer in dienst zijn van de overheid zijn de kosten aanzienlijk gedaald,’ zegt Kortmann die ook wijst op capaciteitsprobleem. ‘Het aantal faillissementen varieert in de loop der jaren sterk, ook in omvang. Advocaten kunnen daar gemakkelijk op inspelen doordat zij ander werk kunnen verrichten. Indien de curatoren bij de overheid in dienst zijn zal deze flexibiliteit wellicht niet aanwezig zijn. Het aantal curatoren dat de overheid dan aanstelt zal bovendien moeten zijn afgestemd op periodes dat er veel faillissementen zijn. Het is immers van groot belang dat curatoren snel en slagvaardig kunnen opereren.’
    'Het afwikkelen van faillissementen is geen typische overheidstaak'
    De hoogleraar geeft ook een principieel tegenargument. ‘Het afwikkelen van faillissementen is geen typische overheidstaak, net zo min als notariële werkzaamheden, de accountantscontrole of de gezondheidszorg. Dit neemt overigens niet weg dat de overheid op deze terreinen wel een voorwaardenscheppende en toezichthoudende rol heeft of kan hebben.’ Rolef de Weijs, curator, docent en onderzoeker insolventierecht aan de Universiteit van Amsterdam is ook geen voorstander. ‘Het overgaan op een ambtenarensysteem zou een zeer onwenselijk alternatief zijn. De financiële wereld is dermate complex geworden dat advocatenkantoren aanzienlijk beter geëquipeerd zijn om grote, complexe faillissementen af te wikkelen dan de overheid ooit zou kunnen doen.’ Een mogelijke oplossing is een soort verwijderingsbijdrage. ‘Er gaan geluiden op dat er bij oprichting een bepaald bedrag, zeg 1.000 euro, als een soort verwijderingsbijdrage in een fonds gestort moet worden zodat bij faillissement een curator daaruit betaald kan worden.
    schimmel

    Rutger Schimmelpenninck over de faillissmentsafwikkeling van DSB

    Curator Rutger Schimmelpenninck (66) nam afgelopen donderdag op zijn 40-jarige jubileum afscheid van zijn collega’s bij Houthoff Buruma. Hij was betrokken de afwikkeling van de faillissementen van onder meer Fokker, Lehman Brothers (Nederlandse tak), Van der Hoop bankiers en DSB. Zijn afscheid betekent niet dat hij ook het curatorschap bij DSB neerlegt, zo laat hij Follow The Money weten. ‘Ik blijf aan als curator want ik ben op persoonlijke titel benoemd. Ik werk momenteel 1,5 dag per week voor DSB en verwacht dat dit volgend jaar afneemt, het meeste werk is gedaan. Het werk voor deze bank blijft heel specialistisch.’ Workload ‘De beloning van curatoren krijgt altijd veel aandacht bij het begin van een nieuw groot faillissement, ook destijds bij Fokker. De tijd die aan DSB is besteed, was nuttig en efficiënt. De enige manier waarop die 26 miljoen euro [32 miljoen euro exclusief btw, red.] in zes jaar lager had kunnen uitvallen, zou het hanteren van lagere tarieven zijn geweest. Maar bij lagere tarieven is de kans groot dat je minder capabele curatoren, advocaten en adviseurs krijgt die meer tijd besteden en minder goede resultaten bereiken. Per saldo zijn schuldeisers dan meer geld kwijt. Er is nu 26 miljoen gedeclareerd vanwege de hoeveelheid werk. We hebben is die zes jaar al 4 miljard euro uitgekeerd en ongeveer 50 duizend mensen krijgen zo'n 300 miljoen aan zorgplichtcompensatie. Daar zit ongelofelijk veel werk achter.’ Inhuur De inhuur kantoorgenoten Houthoff Buruma levert volgens Schimmelpenninck voordelenop,  maar is geen vanzelfsprekendheid. ‘Als je in één kantoor zaken behandelt die verbinding met elkaar hebben, dan is het efficiënter als de juristen bij elkaar in een kantoor zitten. Wij schakelen geen kantoorgenoten in als het werk beter of goedkoper door andere juristen kan worden gedaan. Wij hebben bij DSB een bepaalde tijd ook 15 juristen van buiten aangetrokken die permanent in Wognum gingen werken aan de zorgplichtclaims. Dat hebben wij gedaan omdat zij goedkoper waren dan advocaten van Houthoff. En zodra er wel advocaten of notarissen van Houthoff worden ingehuurd dan vindt dat plaats onder strenge supervisie van de rechtbank die uitgebreide urenstaten krijgen, bovendien kan de commissie van schuldeisers inzage krijgen in alle tijdverantwording.’ Legeboedelproblematiek ‘We worden als kantoor verplicht om ook kleine faillissementen te doen waar weinig aan wordt verdiend. In landen als Zwitserland worden kleine faillissementen door ambtenaren worden afgewikkeld en de grote faillissementen gaan naar de private curatoren. Ik zou het prima vinden als de faillissementen met te weinig actief om de kosten te betalen ook in Nederland door ambtenaren worden gedaan.’
    Lees meer over de gedragingen van curatoren in het FTM-dossier 'In de greep van de curator'. Direct contact met de auteur via dennis@ftm.nl
    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Ontspoorde Bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witteboorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    In de greep van de curator

    In 2014 gingen er bijna 10 duizend bedrijven en personen failliet. De gevolgen zijn vaak groot: toeleveranciers moeten nog ma...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid