Een commerciële partij wil miljoenen omzetten op terrein Natuurmonumenten

    Minder subsidies en teruglopende ledenaantallen: natuurorganisaties moeten op zoek naar andere manieren om natuur te financieren. Natuurmonumenten besloot in zee te gaan met Natuurbegraven Nederland, een keuze die leidde tot spanningen met andere natuurbewegingen. Het eerste plan om te begraven op grond van Natuurmonumenten sneuvelde bij de Raad van State. Gaan natuurbeheer en commercie eigenlijk wel samen?

    I.

    Tevreden heft Marc van den Tweel zijn glas prosecco. Het is 12 maart 2014; de directeur van Natuurmonumenten — net grijs pak, lichtblauwe das, bril — heeft zojuist in de voorjaarszon op de Veluwe een bijzonder contract ondertekend. Zijn vereniging gaat samen met het bedrijf Natuurbegraven Nederland BV tien tot vijftien natuurbegraafplaatsen ontwikkelen. Niet alleen op land van het bedrijf, maar ook in gebieden van Natuurmonumenten zelf. De ceremonie vindt plaats op natuurbegraafplaats Heidepol. Dat is de eerste begraafplaats die de nieuwe partner heeft geopend in 2012.

    Natuurbegraven Nederland is de grootste commerciële speler in deze markt met 17 hectare bos en landbouwgrond die plaats biedt aan zo’n 8000 graven. Een mooi vooruitzicht voor Natuurmonumenten: zij mogen het gebied overnemen zodra de begraafplaats vol ligt.

    Om dat mogelijk te maken moeten echter eerst op het gebied van Natuurmonumenten bomen gerooid worden, met aanzienlijke gevolgen voor de natuur. De nieuwe samenwerking met Natuurbegraven Nederland zal daarom uiteindelijk ook leiden tot heftige kritiek van verschillende andere natuurorganisaties, en zelfs tot lastige rechtszaken bij de Raad van State.

    Zelfredzaamheid

    Na de bezuinigingen van 2011 werd de verantwoordelijkheid voor natuur overgedragen van het Rijk naar de provincies. Die konden echter niet alles opvangen. Vooral het budget voor de aankoop van nieuwe natuurgebieden werd getroffen. 'Sommige provincies zijn zelf gaan investeren,' vertelt senior onderzoeker Natuurbeheer Arjen Buijs van de Universiteit Wageningen. 'Maar andere, zoals Limburg, absoluut niet.' Natuurorganisaties gingen zelf op zoek naar nieuwe inkomsten. 'Het discours in de maatschappij ging al langer over zelfredzaamheid,' zegt Buijs. 'De natuurorganisaties willen en moeten daarin mee.'

    Lees verder Inklappen

    Het controversiële besluit van Natuurmonumenten past binnen een bredere trend: natuurorganisaties zoeken de laatste jaren noodgedwongen steeds meer naar nieuwe modellen om natuur te ontwikkelen en te onderhouden. Dat is deels een noodzaak: in 2011 maakte het kabinet Rutte-I bekend 400 miljoen te bezuinigen op natuurbehoud. Voor Natuurmonumenten speelt ook het langzaam dalende ledenaantal mee.

    Slimme zet

    Natuurmonumenten zelf maakte het aanleren van een 'ondernemende houding' tot kernpunt in de plannen voor 2014. Het idee was zowel de eigen bedrijfsvoering efficiënter te maken, als ook na te denken over wat de vereniging kan doen om ondernemender te zijn. Een paar jaar eerder schreef de vereniging al, expliciet in relatie tot de bezuinigingen: 'Het Nieuwe Natuurmonumenten wil onafhankelijker van de overheid opereren, [...] opkomen voor alle natuur in Nederland en met ondernemerschap zelf meer geld verdienen voor natuurbescherming.' De term ‘ondernemen’ stuit volgens een woordvoerder op weerstand: hoe gaat dat samen met natuurbehoud? In 2015 is die pijler, mede daarom, volledig uit het jaarverslag verdwenen. Uiteindelijk hoort ondernemend handelen volgens Natuurmonumenten gewoon bij een professionele terreinbeherende organisatie. In plaats daarvan vallen de projecten onder het kopje ‘wij beheren’ en ‘goed beheer’, zoals voor 2014 ook het geval was.

    In natuurbegraven zien Natuurmonumenten en Natuurbegraven Nederland BV echter een kans om natuurontwikkeling en commercie naast elkaar te laten bestaan. Het idee van de twee partners is simpel: in plaats van een tijdelijk graf op een normale begraafplaats, krijg je een mooi plekje in de natuur. Bij de aankoop van een natuurgraf komt eeuwige grafrust: jouw plek wordt geregistreerd in het kadaster, en kan vervolgens niet voor andere doeleinden gebruikt worden. Het gebied blijft daarmee natuur, en kan in de verre toekomst niet opeens veranderen in een bedrijventerrein. Je betaalt in eerste instantie iets meer voor de plek, 3000 tot 4,500 euro, ten opzichte van zo’n 2000 euro voor een normaal graf. Daar staat tegenover dat nabestaanden niet meer elke tien jaar hoeven te besluiten of ze het contract verlengen of het graf laten ruimen, want men koopt eeuwig durend grafrecht.

    Kansrijk verdienmodel

    Al in 2012 laat Natuurmonumenten een marktonderzoek doen naar natuurbegraven. Het rapport is eigenlijk vertrouwelijk, maar lekt toch uit. In de business case, opgesteld door een extern consultancybureau, wordt natuurbegraven als kansrijk verdienmodel gezien: het sterftecijfer in Nederland stijgt, en Natuurmonumenten heeft genoeg land om op te begraven. Wel zijn er enige zwaktes. Het is volgens het rapport nog onduidelijk wat de 'scope' (lees: 'de definitie') van natuurbegraven precies is, en er kan negatieve publiciteit komen. Desalniettemin stelt het consultancybureau dat Natuurmonumenten op een pilotlocatie snel kan beginnen met het plukken van het 'laaghangend fruit': breng de locatie onder de aandacht, zorg voor strooivelden en verkoop van uitvaartproducten zoals natuurstenen urnen.

    Het loopt uiteindelijk anders. Twee en een half jaar na het uitbrengen van het rapport besluit Natuurmonumenten niet zelf begraafplaatsen te exploiteren, maar om een partnerschap aan te gaan met een commercieel bedrijf. Dat werd dus Natuurbegraven Nederland BV.

    Particulier natuurbegraven

    De eerste particuliere natuurbegraafplaats stamt al uit 1944, maar de laatste jaren schieten initiatieven uit de grond. Volgens de bestemmingsplannen voor de projecten van Natuurbegraven Nederland sluit het aan op een ‘latente vraag’ in de samenleving. In Groot-Brittannië is dat ook gebleken: daar zijn  de afgelopen 15 jaar al enkele honderden succesvolle begraafplaatsen opgezet. Niet alleen Natuurmonumenten, maar ook landeigenaren zien kansen. Sinds 2012 zijn er zo’n 40 initiatieven geweest voor een natuurbegraafplaats. In Gelderland zijn het er zelfs zoveel, dat de provincie onderzoekt welke maatregelen er genomen kunnen worden om het aantal natuurbegraafplaatsen te beperken.

    Lees verder Inklappen

    II.

    'Een natuurgraf is niet alleen een graf in de natuur, maar ook een plek waar de natuur ervoor en erna doorgaat.' Enthousiast doet Roy van Boekel voor zo’n dertig mensen op leeftijd zijn verhaal op natuurcentrum De Maashorst. Er is ruimschoots belangstelling voor de opening van de natuurbegraafplaats: enkele duizenden mensen zijn naar het landgoed in het Brabantse Schaijk gekomen. Gehuld in een groene jas en op stevige wandelschoenen, leidt de opgewekte Van Boekel, een van de vijf directieleden van Natuurbegraven Nederland, de groep rond op het terrein. Het gaat om, in totaal, 23 hectare, zowel bosgrond als een voormalige akker.

    Er moet plek zijn voor 10.000 graven à 4.000 euro

    Uiteindelijk moet er plek zijn voor 10.000 graven à 4.000 euro, waarmee Natuurbegraven Nederland dus zo’n 40 miljoen kan omzetten. Bij de ingang van De Maashorst staat een nieuwe ontvangstruimte. Blankhouten palen, een hoog rieten dak en grote glazen muren met uitzicht op de voormalige akker, die uitloopt op het bos.

    Geen grafstenen

    Hoewel op deze zonnige zaterdagmiddag in oktober de officiële opening plaatsvindt, zijn er het afgelopen halfjaar op de Maashorst al enkele tientallen mensen begraven. Verspreid door het gebied zijn de ronde boomschijven terug te vinden: de enige markering die bij de graven gebruikt mag worden. 'Die zijn onbehandeld,' stelt Van Boekel enthousiast. 'Op een bepaald moment zijn ze weer opgenomen in de natuur. Dus over 100 jaar is dit een plek in de natuur, zonder stenen.'

    Natuurbegraven Nederland ziet de toekomst wel zitten, blijkt uit hun projecten en plannen. Voor 22 hectare bos ten zuiden van Eindhoven, bij Heeze-Leende, betaalde het bedrijf 1,4 miljoen aan de gemeente. Normaal gesproken zou er voor vergelijkbare grond maximaal 330.000 euro neergeteld moeten worden, maar met de bestemming 'begraven' werd het gebied evenveel waard als agrarische grond.

    In de Bonnenpolder komen wellicht 34.000 graven

    In de Bonnenpolder, bij Hoek van Holland, heeft het bedrijf het oog laten vallen op 128 hectare agrarische grond. Het bedrijf wil geen uitspraken doen over de prijs van het gebied, maar volgens omwonenden die een petitie tegen het plan gestart zijn zou het gaan om een bedrag van 13 tot 15 miljoen euro. Zij hebben ook te horen gekregen dat er zo’n 34.000 mensen begraven zullen worden als de gemeente akkoord gaat. Over de financiering blijft Natuurbegraven Nederland vaag, maar ze geven aan een banklening te hebben afgesloten en eigen middelen in te zetten. Van Boekel: 'Omdat we geloven dat we hiermee iets goeds doen.'

    Initiatieven van Natuurbegraven Nederland BV (klik op de markers voor meer informatie)

    Door het partnerschap, bezegeld op Heidepol, kan Natuurbegraven Nederland nu dus ook gaan natuurbegraven op terreinen van Natuurmonumenten. In het Brabantse Loon op Zand bijvoorbeeld, bij het landgoed Huis ter Heide. Binnen een natuurgebied van 1000 hectare ligt voor 30 hectare een plan klaar om een natuurbegraafplaats te ontwikkelen.
    De begrafenisonderneming zou hier, net als op de Maashorst, zo’n anderhalf miljoen per hectare kunnen omzetten op eerder ‘waardeloze’ bosgrond. Een deel van die omzet wordt gebruikt voor de aanleg van nieuwe natuur. Ook gaat zo’n 50 euro per graf in een apart fonds bedoeld voor natuurbeheer in de toekomst.

    Op de vraag waarom  Natuurmonumenten de begraafplaats dan niet zelf exploiteert, antwoordt Claudia Majoor, die verantwoordelijk is voor natuurbegraven binnen Natuurmonumenten, keurig: de vereniging is geen begrafenisondernemer. Daarom besloot de organisatie een partner te zoeken. en kwamen zo uit bij Natuurbegraven Nederland – dat die partij vervolgens miljoenen gaat omzetten op land van de vereniging, vindt Natuurmonumenten dus geen probleem. Majoor: 'Wij zijn echt van natuurbescherming en -behoud. En begraven is zo’n specifiek vak: dat moet je ook gewoon niet zelf willen.'

    Omwonenden maakten zich zorgen over het lijkvocht in de natuur 

    De initiatieven van Natuurbegraven Nederland kwamen niet zonder protest tot stand. Omwonenden van De Maashorst maakten zich zorgen over de gevolgen van het lijkvocht dat in de natuur terecht zou komen en de dassenburcht in het bos die verstoord zou worden. De grootste problemen waren echter niet de gevolgen van het uiteindelijke begraven, maar de voorbereidingen. Om in de natuur te kunnen begraven moet een gebied namelijk ‘grafrijp’ zijn: de delvers moeten er wel gaten kunnen graven. In een bos maakt de wortelstructuur van bomen dat vaak lastig. Daar is een simpele oplossing voor: een deel van de bomen wordt gerooid. Ook op De Maashorst moest dit gebeuren. Het opgeschudde terrein is vervolgens met bulldozers geëgaliseerd.

    Tegelijkertijd moet een graf, zo staat in de Wet op de Lijkbezorging, een zekere hoogte hebben tot de grondwaterstand, uit respect voor de overledenen moet voorkomen worden dat ze in water komen te liggen. De voormalige akker van 13 hectare, die te laag lag, moest Natuurbegraven Nederland een meter verhogen met vrachtwagens vol zand. Nu is het een egaal veld, versierd met jonge, vers geplante bomen. En onbehandelde houtschijven.

    'Onder een statige boom'

    Wat is dan eigenlijk de ‘natuur’ in natuurbegraven, als het gebied zo onderhanden genomen moet worden? Natuurbegraven Nederland definieert het als een 'laatste rustplaats in de vrije natuur […] onder een statige boom, of juist in een open veld.' De bomen die gerooid zijn, zo legt Natuurbegraven Nederland dan ook uit, waren oorspronkelijk productiebos uit de vorige eeuw. Het hout was bedoeld voor de Limburgse mijnbouw. Ja, het gebied ziet er misschien even wat minder mooi uit, maar uiteindelijk wordt er gestreefd naar een zo compleet mogelijk ecosysteem: nieuw ‘oorspronkelijk’ bos wordt geplant, en volgens het bedrijf kan de natuurlijke heide weer teruggroeien. Het gebied in de Maashorst krijgt zelfs een extra lap voormalige akkergrond, beschermd door het eeuwig grafrecht van de mensen die er in begraven liggen. En zodra het vol ligt mag de begraafplaats, net zoals Heidepol, zich aansluiten bij het omringende natuurgebied van 4000 hectare van Natuurmonumenten.

    "Het gebied ziet er misschien even wat minder mooi uit, maar uiteindelijk wordt er gestreefd naar een zo compleet mogelijk ecosysteem"

    III.

    Adriaan van Abeelen buigt over zijn tafel en wijst naar de rode plekken op zijn zelfontwikkelde kaart van Noord-Brabant: die markeren alle bebouwing in de provincie. 'Als je hier kijkt, dan zie je eigenlijk nergens grote onbebouwde ruimtes meer. De weinige onbebouwde ruimtes die er nog zijn, die witte vlekken, dat zijn bos- en natuurgebieden waaronder die van Natuurmonumenten.'
    De 72-jarige activist – zwartgrijze baard, blauwwollen trui en diepe stem – heeft zich omringd met atlassen en dossiers in de werkkamer van zijn boerderij in het Brabantse Den Dungen. Al sinds de jaren ’60 zet de voormalig restaurator van oude gebouwen zich in voor natuurbehoud. Hij is al bijna een halve eeuw voorzitter van Het Groene Hart Brabant, de oudste Brabantse milieuorganisatie. 'In Nederland, en eigenlijk in heel West-Europa, bestaat geen echte natuur meer,' legt hij uit. Al het groen dat we vandaag kennen, is ooit door de mens onder handen genomen en de resterende natuurwaarde daarvan ligt, volgens Van Abeelen, in de mate waarin de bodem is aangetast.

    'Bij het grafrijp gaat maken zal de bodemstructuur eraan gaan'

    Zodra hij begreep dat Natuurmonumenten bij Huis ter Heide in Loon op Zand, een van de weinige onbebouwde buitengebieden, een natuurbegraafplaats wilde opzetten, besloot hij in actie te komen. Het gebied is de afgelopen eeuwen nauwelijks op de schop geweest. Zodra Natuurbegraven Nederland het land rond Huis ter Heide grafrijp gaat maken, zal de bodemstructuur volgens Van Abeelen tijdens het rooien van de bomen eraan gaan. 'De natuur begint bij de bodem, dat vormt het fundament van alle natuurwaarden,' stelt Van Abeelen. 'Maar voor de leek is natuur alles wat groeit en bloeit.' Hij heeft geen boodschap aan het argument dat Loon op Zand toch maar een oud productiebos is. Het heeft zich tientallen jaren kunnen vormen tot wat Van Abeelen ziet als een waardevol stuk natuur. De exotische Douglas sparren zijn tot tientallen meters gegroeid, en de heide versierd met jonge eiken vormt volgens Abeelen een bijzonder stukje groen.

    Ongelimiteerd graven delven

    Om de plannen van Natuurmonumenten tegen te gaan, spande het Groene Hart Brabant een rechtszaak aan bij de Raad van State tegen de gemeente Loon op Zand. Die was verantwoordelijk voor het aanpassen van het bestemmingsplan, waarmee het begraven rond Huis ter Heide mogelijk zou worden. De vereniging bundelde zijn krachten met de actiegroep Natuurbegraven-Waaromniet, een stichting die zich volledig richt op het tegengaan van nieuwe natuurbegraafplaatsen. Deze organisatie beheert een activistische website tegen 'doden in de natuur', zoals ze het zelf noemen.

    Als belangrijkste argument tegen de plannen in Loon op Zand stelt Van Abeelen dat Natuurbegraven Nederland de vrije hand zou krijgen, en ongelimiteerd graven zou kunnen delven. De gevolgen voor de bodem en het bos zouden onherstelbaar zijn.

    Ook de Brabantse Milieufederatie is stellig tegen. 'Ze nemen een stuk natuur, en dat breken ze tot de grond toe af voor een natuurbegraafplaats,' zegt Hetty Gerringa van de actiegroep. Zij zag hoe op andere natuurbegraafplaatsen de natuur grof onder handen werd genomen, maar Natuurmonumenten wekte de suggestie dat dit bij de projecten van Natuurbegraven Nederland niet het geval zou zijn.

    'Je ligt niet in de natuur. Die verdwijnt'

    En dus deed de federatie niet mee met het proces tegen Loon op Zand. Volgens Gerringa omdat in eerste instantie werd gedacht dat de gevolgen voor het gebied beperkt waren – critici zoals Van Abeelen stellen dat deze terughoudendheid komt door de subsidies die ze van Natuurmonumenten krijgen. 'We hebben ze het voordeel van de twijfel gegeven,' zegt Gerringa. Totdat ze begreep hoe De Maashorst grafrijp gemaakt werd. Nu is de milieufederatie wel tegen. Gerringa: 'Je ligt niet in de natuur. Die verdwijnt.'

    Natuurwaarde

    Nederlandse gemeenten hebben een pragmatische benadering van het fenomeen natuurbegraven. 'Natuurbegraven is het middel om geld te genereren zodat je van akker naar natuur kan. Als je alles onder elkaar zet, levert dit uiteindelijk natuurwinst op,' zegt Bart Lagerberg. Hij was voor de gemeente Arnhem verantwoordelijk voor het proces rond de begraafplaats Heidepol. Tegelijkertijd geeft Lagerberg aan dat de gemeente niet akkoord gegaan zou zijn als het stuk grond al natuurgebied zou zijn geweest.

    Consultant Pieter Dudok, als projectleider Ruimtelijke Ordening werkzaam bij de gemeente Loon op Zand, kijkt hier anders tegenaan. Het terrein daar is al in handen van Natuurmonumenten, maar het is volgens hem geen probleem dat dit gebied wordt omgevormd tot natuurbegraafplaats. 'Bos wat totaal geen natuurwaarde heeft, dat wordt omgevormd tot een bos dat in de toekomst wel natuurwaarde krijgt. Natuurmonumenten is natuurlijk wel een betrouwbare partner. Die staat in Nederland niet bekend als een partij die de natuur verkwanselt.'

    Lees verder Inklappen

    IV.

    Ondernemersrisico in de natuur

    Voor Natuurmonumenten is kritiek onvermijdelijk. Uiteindelijk probeert de vereniging een zo divers mogelijke natuur te creëren. Dat gaat soms ten koste van de status quo in minder waardevolle gebieden. Commerciële projecten zouden juist goed samen kunnen gaan met natuurverbetering, stelt Teo Wams. Als directeur Natuurbeheer bij Natuurmonumenten is de ecoloog deze discussies al jaren gewend: iedereen hecht zijn eigen waarde aan natuur. 'Wanneer je in een bos bomen gaat kappen om ruimte te creëren voor hagedissen, dan zijn er altijd mensen die dat zonde vinden. Je hebt altijd discussie, maar dat vind ik ook juist iets moois. Dat betekent dat mensen zich betrokken voelen bij hun omgeving.'

    'Het kan wel helpen in het verbeteren van de natuurkwaliteit'

    Natuurbegraven past volgens Wams in onze tijd. Het is een tegemoetkoming aan leden van Natuurmonumenten die graag in de natuur begraven zouden willen worden. Tegelijkertijd kan het volgens Wams wel helpen in het verbeteren van de natuurkwaliteit. 'Het ligt daarom voor de hand om gebieden van Natuurmonumenten, niet volledig maar stukjes daarvan, in te zetten voor deze functie.'

    Toch vallen er vraagtekens te plaatsen bij de logica van Natuurmonumenten. 'Ik twijfel of je op deze manier je financiële problemen op de lange termijn gaat oplossen', zegt Frank Berendse, auteur en emeritus hoogleraar Natuurbeheer aan de Universiteit Wageningen. Oktober dit jaar verscheen zijn nieuwste boek: Wilde Apen: over de toekomst van natuurbescherming in Nederland. Volgens hem zijn de commerciële plannen van natuurorganisaties niet een adequate manier om als organisatie de toekomst in te gaan. Houtverkoop, vakantiehuisjes en natuurbegraafplaatsen leveren volgens Berendse te weinig op. 'De natuur in Nederland is erg kwetsbaar. Het is belangrijk dat we gebieden houden waar we lange tijd, honderden jaren, niet ingrijpen.'

    Bovendien blijkt de overgang naar een meer commerciële koers makkelijker gezegd dan gedaan voor een natuurorganisatie. In het jaarverslag over 2014 schrijft Natuurmonumenten dat ze 600.000 euro had willen verdienen aan de nieuwe houding - maar die kostte uiteindelijk 250.000 euro. 'Ondernemen is een nieuwe focus voor Natuurmonumenten. Duidelijk is dat hier nog een uitdaging ligt en dat het ondernemender zijn nog niet direct vruchten afwerpt,' licht de vereniging toe.

    Natuurorganisaties kunnen uiteindelijk volgens hoogleraar Berendse ook bijna geen kant op: de mogelijkheden als natuurbeheerder zijn behoorlijk beperkt. Daarom moet men volgens hem op zoek naar een fundamenteel ander model voor de financiering van natuurbeheer. 'Want met bosbouw en het stimuleren van recreatie kunnen we de natuur geen duurzame toekomst geven.'

    In Loon op Zand zal dat ingrijpen voorlopig ook niet gebeuren. Op 16 november kwam de uitspraak in de zaak tussen Het Groene Hart Brabant, de Stichting Natuurbegraafplaats-waaromniet.nl en de gemeente Loon op Zand. De Raad van State oordeelde hard. In het plan van Natuurbegraven Nederland waren geen limieten opgenomen over het aantal bomen dat gerooid kon worden, terwijl de gemeente de doelstelling heeft om het natuurgebied te versterken. Ook sloot de Raad niet uit dat andere natuurwaarden, zoals de bodem, heftig aangetast zouden kunnen worden.

    Van Abeelen is bijzonder tevreden met de uitspraak van de Raad van State: het bevestigt de tegenstrijdigheid van de ‘carte blanche’ voor Natuurmonumenten en Natuurbegraven Nederland. 'Je kan niet als gemeente bosgebied willen behouden en de deur openzetten voor ongelimiteerde boskap en bodemaantasting van Natuurbegraven Nederland.' In een eventueel nieuw plan voor Loon op Zand moet volgens Van Abeelen heel duidelijk staan welke bomen gerooid gaan worden, en welk gedeelte behouden blijft. Daarvoor is in ieder geval een graflimiet nodig, wat nog niet in het bestemmingsplan was opgenomen.

    Natuurmonumenten laat weten 'blij' te zijn met de uitspraak. Het aantasten van de natuurwaarde mag nooit een bijproduct zijn, want natuurbehoud staat volgens de organisatie op de eerste plaats. De plannen moeten dus nu beter worden uitgewerkt. Bovendien zou er nu ook een kader gesteld zijn voor andere natuurbegraafplaatsen. Op de vraag of ze de uitspraak niet eerder hadden moeten zien aankomen, reageert Natuurmonumenten: 'We zijn aan het pionieren.'

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Christiaan Paauwe, Milo van Bokkum en Hadewieg Beekman

    Volg Christiaan Paauwe, Milo van Bokkum en Hadewieg Beekman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren