Van wie is ons geld?

Kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren? Lees meer

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren?

Het zijn vragen waar menig econoom zijn tanden op stuk gebeten heeft. Toneelgroep De Verleiders zette een brede discussie in gang door op te roepen tot een burgerinitiatief. Met 120.000 handtekeningen moest de politiek wel reageren en nadenken over de aard en wezen van ons geld en de manier waarop het wordt gecreëerd. Dat leidde tot een opdracht voor Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om onderzoek naar geldschepping te doen.

Op Follow The Money begon in 2015 het debat toen voormalig bankenlobbyist en auteur Robin Fransman reageerde met een open brief aan het toneelgezelschap, die werd beantwoord door Martijn Jeroen van der Linden, bestuurder van de Stichting Ons Geld. Daarnaast gaven tientallen lezers in het discussieforum hun visie op wat misschien wel dé vraag van het moment is: van wie is ons geld eigenlijk?

70 Artikelen

‘Het Geld is van ons allemaal’

De geldcreatie overlaten aan de banken of aan de markt is vragen om problemen, legt Edgar Wortmann uit. De winst uit geldcreatie komt ons allen toe en een verantwoordelijke overheid moet daarvoor zorgen.

‘Geld is van ons allemaal, en dient door de overheid gecreëerd te worden.’ Dat is de slogan van het burgerinitiatief OnsGeld. Met ‘van ons allemaal’ wordt onder andere bedoeld dat de tegenwaarde van geld – de seigniorage – aan ons allen toekomt en niet aan banken of andere monetaire ondernemers. Op deze site is discussie ontstaan rond het burgerinitiatief. Robin Fransman meent dat banken veel beter geld kunnen creëren. Dat zou zorgen voor een natuurlijk equilibrium tussen de geldsomloop en de economie. Paul Buitink gaat – geïnspireerd door bitcoin - nog een stap verder, en ziet een diversiteit aan nieuwe munten ontstaan, voor en door de vrije markt. Over seigniorage - de winst die gemaakt wordt bij het creëren van geld - spreken beide schrijvers niet, maar het is voor de afweging uiterst relevant.

Natuurlijk equilibrium: een illusie

Het idee van een natuurlijk equilibrium tussen commerciële geldcreatie en de economie is niet nieuw. Het vormt de hoeksteen van het ‘banking principle’. Een theorie die in de 19e eeuw het gelddebat beheerste. Hiertegenover stond de ‘currency theory’. Deze achtte het beweerde natuurlijke equilibrium een illusie. De currency theory wilde de geldhoeveelheid niet aan ‘onzichtbare handen’ overlaten en won het pleit destijds; de circulatie van bankbiljetten werd onder overheidsgezag geplaatst. De girale geldcreatie werd echter over het hoofd gezien. Die bleef ongemoeid.
De commerciële geldcreatie zorgt voor instabiliteit, inflatie, asset-inflatie, de boom-bust-cyclus
Circa 150 jaar later hebben bankbiljetten hun monetair belang verloren. Giraal geld gecreëerd door commerciële banken domineert de geldsomloop. De moderne currency theory wil dat ook die girale geldsomloop – net als destijds de bankbiljetten - onder overheidscontrole wordt gebracht. In deze traditie valt het burgerinitiatief te plaatsen. Het weerwoord van Robin Fransman past daarentegen in de traditie van het banking principle. Beide zijn in hun moderne vorm nader uitgewerkt door Joseph Huber, een van de grondleggers van de monetaire hervorming. Zoals Martijn Jeroen van der Linden in reactie op Fransman op deze site al heeft uitgelegd is het geloof in een natuurlijk equilibrium tussen commerciële geldcreatie en de economie hooguit een wensbeeld. Praktijk noch theorie ondersteunen het. De commerciële geldcreatie zorgt daarentegen voor instabiliteit, inflatie, asset-inflatie, de boom-bust-cyclus (‘de conjunctuur’) en toenemende verschillen tussen arm en rijk, kortom voor voortdurende spanning en wanverhouding tussen geldomloop en economie.

Schimmig en mysterieus spel

Een gezonde verhouding tussen geld en economie komt niet van zelf tot stand. Het vergt actief monetair beheer. Die functie wordt nu echter verzaakt. De overheid laat het aan de banken over. En de banken nemen hun verantwoordelijkheid niet. De banken beheersen weliswaar de geldpers. Maar dat doen ze niet voor het algemeen belang. Ze doen het voor zichzelf. Banken willen winst maken. Dat wordt zelfs hun legitieme doel geacht. Voor hun monetaire handelen leggen ze geen verantwoording af. Successen incasseren ze. Hun falen wordt op de samenleving afgewenteld.
De bank, haar winstzucht en risicoperceptie vormen het brandpunt van ons monetair bestel
Banken hebben voor enige mate van zelfregulering gezorgd. Die loopt via het internationale stelsel van centrale banken. De monetaire sturing die deze banken geven is echter onprecies en indirect. Het is altijd maar weer afwachten welke interventies er worden gedaan, en wat de effecten ervan zijn. Het is een wat schimmig en mysterieus spel. Economen figureren hier als ‘zieners’ en ‘hogepriesters’, die de werkelijkheid met hun vaak tegenstrijdige theorieën bezweren. Hun voorspellingen blijken zelden uit te komen. Nimmer worden ze op hun bezweringen aangesproken laat staan afgerekend. In feite zorgen ze niet voor een goede geldsomloop. Ze faciliteren slechts de commerciële banken. Dit blijkt ook uit tal van beleidsuitlatingen van centrale banken. Zij zijn er voor de banken. Het monetaire circus draait om hun autonomie. De bank, haar winstzucht en risicoperceptie vormen het brandpunt van ons monetair bestel. Men kan zich geen ongelukkiger situatie voorstellen. Of toch wel?

Vrije markt

Het huidig monetair bestel kent in ieder geval flexibiliteit. In zekere mate en volgens zekere maatstaven zorgt het dat (nieuw) geld daar terecht komt waar er vraag naar is. Nog slechter dan het huidig bestel is terugval naar een star systeem, waarin de geldhoeveelheid is gefixeerd. De gouden standaard is zo’n star stelsel. Onder zo’n systeem wordt actief monetair beheer bij voorbaat opgegeven. Dat wil zeggen; aan de al dan niet toevallige of gemanipuleerde beschikbaarheid van goud opgehangen. Daar zijn we met het huidig bestel in ieder geval van af, en dat heeft ons ook de nodige welvaart gebracht.
Met bitcoin als rolmodel staat monetaire verstarring weer op de radar
Met bitcoin als rolmodel staat monetaire verstarring weer op de radar. In het bitcoin-model hoeft niemand te worden belast met monetair beheer. De maximale bitcoin-hoeveelheid staat vooraf vast. Als dat maximale aantal is bereikt worden er geen nieuwe bitcoins meer toegevoegd. Evenmin worden er bitcoins aan de omloop onttrokken. De verhouding tussen het aantal bitcoins en de economie ligt daarmee vast. Voor houders van bitcoins (laten we zeggen, de huidige generatie bitcoinmiljonairs) is dat een zeer gunstig perspectief. Laat bitcoin de dominante internationale valuta worden en zij worden schatrijk. De monetaire realiteit grijpt aan in een zekere verhouding tussen het betaalmiddel en de verhandelbare waarden in de economie. Naarmate de wereldeconomie zich meer in bitcoins laat verhandelen, zal de gefixeerde bitcoin-hoeveelheid daarbij tot astronomische waarde stijgen. Als bitcoin een succes wordt is het gedoemd meer waard te worden. Heel veel meer. Dat is uiterst lucratief voor wie bitcoin heeft. En een ramp voor alle anderen op deze planeet.

Gokken met crypto valuta

Een oplossing zouden we - volgens Paul Buitink - kunnen zoeken in nog meer cryptovaluta. In de veelheid van betaalmiddelen zou dan toch weer flexibiliteit kunnen ontstaan. Dat neemt niet weg dat deze vrije markt van betaalmiddelen ook een zekere waardestandaard zal ontwikkelen. Wie toevallig in de dominante valuta zit, wordt spekkoper. En wie toevallig in een verliezende munt zit, heeft pech. Het kiezen van je valuta wordt speculeren. Sparen wordt gokken. En gokken de hoeksteen van het monetair bestel. Dat is niet het perspectief dat we moeten wensen voor onze monetaire toekomst. Een vrije markt van valuta is geen nieuw fenomeen. De monetaire historie is erdoor getekend. Tot op heden heeft het niet de monetaire stabiliteit gebracht die we zouden wensen. Inmiddels is het zover gekomen dat het financiële derivatencasino de economie in de houdgreep heeft. Het verspeelt welvaart, onderwerpt staten, schept ongelijkheid en stort de wereld in schuld en crises. Wij menen dat het tijd wordt dat de overheid haar monetaire verantwoordelijkheid gaat nemen. Niet nog meer laissez faire. Niet nog meer autonomie voor banken of andere monetaire ondernemers. Maar een gelijk speelveld met stabiele waardestandaard, die niet aan speculatie en commerciële exploitatie is onderworpen.
Geld is eerder een verantwoordelijkheid dan een economisch goed
Geld is geen gewoon goed. Het kost niks om te maken. Het is maatstaf en allocatiemiddel voor de totale economie. Als zodanig is het eerder een verantwoordelijkheid dan een economisch goed. Het dominante betaalmiddel staat in verhouding tot de totale economie. Niet als een vordering of een schuld, zoals vanuit het banking-principle wordt beweerd. Maar als een dynamische omloop die zich verhoudt tot de goederen op de markt. Die verhouding is bepalend voor de betaalkracht die geld heeft. Door algemene aanvaarding als betaalmiddel krijgt een valuta waarde. Die waarde is niet ‘intrinsiek’ en ligt buiten het abstracte geld. Hij ligt in hetgeen de economie als welvaart voortbrengt.

Seigniorage

Die betrekking tussen het betaalmiddel en de algehele welvaart in de economie komt tot uitdrukking in de ‘seigniorage’. Dat is de waardesprong die kostprijsloos geld maakt, doordat het de status krijgt van betaalmiddel. Die seigniorage is niet het resultaat van noeste arbeid of vernuft. Het is inherent gevolg van de keuze voor een bepaalde valuta als betaalmiddel. De seigniorage op chartaal geld (circa 5 procent van de totale geldhoeveelheid) komt nu - indirect - ten goede aan de overheid. De seigniorage op giraal geld (circa 95 procent van het geld) is nu in handen van de banken. Onder bitcoin en een competitie van crypto valuta wordt het binnenharken van de seigniorage de jackpot. Geld wordt dan nog meer dan nu het domein van speculatie. Dat brengt geen verantwoord geldbeheer noch stabiliteit. Stichting OnsGeld en de internationale beweging voor monetaire hervorming zien hier dan ook een nobele taak voor de overheid, om deze waardestandaard te bepalen en te handhaven. Nagenoeg alles mag de staat overlaten aan de markt. Behalve het uit handen gegeven van dit ‘gratis gewin’: de seigniorage. Die behoort toe aan ons allemaal. Het geldsysteem wordt niet beter door dit prijs te geven aan de vrije markt.
Het ‘gratis gewin’, de seignorage, behoort toe aan ons allemaal
Seigniorage op de dominante valuta is een privilege én een grote macht. De aanspraak erop en de distributie ervan zou door wetten moeten worden beheerst. Zonder die wetten verstoort het de markt. Op de markt opereren nu partijen met, en partijen zonder dit voordeel. Dat is geen gelijk speelveld, maar structureel vals spel. Een overheid die haar monetaire verantwoordelijkheid neemt, ziet dit in, en start met het opeisen van de volledige seigniorage. Onder die conditie kan en mag er zoveel marktwerking zijn als men maar wil. Ook in de wereld van krediet, en ook in de wereld van betaaldiensten. Dit opeisen van de seigniorage is essentieel voor de monetaire hervorming. Het is de concrete uitwerking van de leuze ‘geld is van ons allemaal’.   Edgar Wortmann is zelfstandig adviseur gespecialiseerd in vermogensrecht en essayist voor Stichting OnsGeld.   Donderdagavond 29 januari kunt u om 21.3o uur op Het Grote Geldcreatie Debat een live videodebat volgen waar onder andere Robin Fransman aan deelneemt.