Het gelijk van de koopman

    Afschrijven van schulden. Het thema speelt weer een rol in het debat over Europa nu de enorme staatsschuld hét onderwerp is van de aanstaande Griekse verkiezingen. Jesse Frederik wijdde 2 jaar geleden een omvangrijk artikel aan de schuldvergiffenis die Duitsland na de Tweede Wereldoorlog ten deel viel. Daarvan profiteerde de rest van Europa.

    Zuid-Europa moet bloeden. De Eurozone heeft geen medelijden met schuldenlanden. Een keihard programma van bezuinigingen, loonsverlagingen en ambtenarenontslagen. Dat is wel het minste dat de landen die er een zootje van hebben gemaakt, moeten doorvoeren. Eigen stomme schuld. Op kwijtschelden van schulden hoeven ze niet te rekenen. Dat is de 'aller- aller- allerlaatste maatregel', aldus onze nieuwe minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. Ironisch wel, want zonder schuldvergiffenis zou er nooit een euro zijn geweest. Een grotere puinhoop dan Duitsland er in de Tweede Wereldoorlog van maakte, kun je je niet voorstellen. En toch ontsloeg Europa Duitsland na de Tweede Wereldoorlog van zijn verplichtingen. Het land hoefde geen onrealistische herstelbetalingen te doen. Ook werden alle schulden van voor en tijdens de oorlog grotendeels kwijtgescholden. Het Duitse Wirtschaftswunder en ook het herstel van het Europese handels- en betalingsverkeer waren er nooit gekomen zonder deze drastische schuldvergiffenis.
    Zonder schuldvergiffenis zou er nooit een euro zijn geweest
    Dat was wel eens anders geweest. Na de Eerste Wereldoorlog deed Europa precies het omgekeerde. In juni 1919 tekenden Duitsland en de geallieerden het vredesverdrag van Versailles. Duitsland kreeg de astronomische rekening van de oorlog gepresenteerd. 'Le boche payera tout!' - de Mof betaalt alles! Een jonge econoom overzag als afgevaardigde van de Britse delegatie het schouwspel in Parijs en schreef een boek over de gruwelijke overwinnaarsvrede die werd getekend. Zijn naam was John Maynard Keynes, indertijd nog een onbekende functionaris bij het ministerie van Financiën. Later in zijn leven zou hij de basis leggen voor moderne macro-economie. 'Als we bewust mikken op de verarming van Centraal Europa durf ik te voorspellen dat de wraak niet zachtzinnig zal zijn, schreef Keynes in The Economic Consequences of the Peace. En die wraak zou komen. In 1933, midden in een door reparatiebetalingen verergerde Depressie, kwamen de nazi's aan de macht.  

    De Grote Vier (v.l.n.r. Lloyd George (Groot-Brittanie), Orlando (Italie), Clemenceau (Frankrijk) en Wilson (Verenigde Staten)

     

    Steeds verder in het rood

    Dat moest en ging anders na de Tweede Wereldoorlog. De nazi's hadden tijdens de oorlog een ingenieus financieel mechanisme ingericht om de exploitatie van door hen bezette gebieden mogelijk te maken. Al het internationale betalingsverkeer in het Duitse Rijk liep via één internationale bank, de Deutsche Verrechnungskasse. Exporteerde België bijvoorbeeld een tank naar Duitsland, dan kreeg het geld bijgeschreven op zijn rekening bij de Verrechnungskasse. Omgekeerd werd er geld afgeschreven van de Duitse rekening. In de praktijk kwam dit erop neer dat Duitsland steeds verder in het rood ging staan, terwijl bezette landen steeds grotere - oninbare - claims op Duitsland opbouwden. Na de oorlog bleven deze claims gewoon staan en had Duitsland dus een enorm probleem.
    De nazi's hadden tijdens de oorlog een ingenieus financieel mechanisme ingericht
    Nederland, hoewel relatief klein, was na de oorlog een van de grootste crediteuren van Duitsland. Zo'n 6 miljard Reichsmark (4,5 miljard gulden) moest Duitsland betalen, meer dan aan heel Oost-Europa bij elkaar. Dat was zo'n 42 procent van het Nederlandse bbp in 1946. Ter vergelijking: de totale blootstelling van Nederland aan Griekse schulden bedraagt slechts 3 procent van bbp. En dan was er nog de oorlogsschade. Bij de eerste herstelbetalingsconferentie in Parijs becijferde Nederland de geleden oorlogsschade op 25,75 miljard Reichsmark (19,3 miljard gulden), die Duitsland natuurlijk zou moeten vergoeden. Bovendien stonden er leningen uit van vóór de oorlog, veelal Eerste Wereldoorlogsschulden.

    Zoethoudertje

    Net als andere bezette landen zou Nederland slechts een fractie van het bedrag terugzien. Op 5 juni 1947 gaf George Marshall, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, een speech op Harvard. In bloemrijk Engels proza verdedigde hij de noodzaak van Amerikaanse hulp aan het noodlijdende Europa. Het Marshallplan was geboren. Dit plan wordt vooral geassocieerd met de genereuze Amerikaanse hulp. Een knap staaltje marketing, want het hulpdeel was vooral een zoethoudertje voor het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en andere continentale landen. De kern van het Marshallplan was om een Duits herstel te bewerkstelligen en het land opnieuw te integreren in West-Europa. Dit vereiste vooral grote offers van West-Europese landen.  

    Marshall plan propaganda in Frankrijk

      Elk land dat Marshallhulp ontving, moest zijn claims op Duitsland afstemmen op de Amerikaanse claims. Zolang de VS Duitsland niet vroegen om terugbetaling van de Marshallhulp, mochten ook andere landen niet vragen om storting van de Duitse tegoeden in de Verrechnungskasse. 'Door 1,7 miljard Deutsch Mark aan Marshallhulp te verstrekken aan Duitsland wisten de Verenigde Staten meer dan 80 miljard aan claims op Duitsland te blokkeren', constateert de Duitse historicus en econoom Albrecht Ritschl. Verdere integratie van Europa vereiste echter ook een permanente regeling van de schuldenkwestie. In 1953 werd daarom in Londen een internationale conferentie gehouden over het Duitse schuldenprobleem. Het primaire doel was om het land weer kredietwaardig te maken en de Duitse economie zoveel mogelijk te ontlasten.

    De Schone Lei

    Al vanaf het begin van de conferentie was de inzet van de VS en Duitsland om de fouten van Versailles niet te herhalen en de les van Keynes ter harte te nemen. Duitsland moest weer beginnen met een vrijwel schone lei, zodat het zich kon herstellen en weer volop kon deelnemen aan het Europese handels- en betalingsverkeer. In Londen werd een regeling getroffen voor alle vooroorlogse Duitse schulden en de Amerikaanse en Britse hulp aan het naoorlogse Duitsland. Belangrijker nog dan de relatief kleine voor- en naoorlogse schulden was wat niet ter sprake kwam. In artikel 5 van het verdrag werd bepaald dat alle 'uit de oorlog stammende claims' (reparaties en oorlogsschulden) pas op een toekomstige vredesconferentie na een eventuele eenwording van Duitsland ter sprake zouden komen. 'Een regeling van de schuldenkwestie werd zo feitelijk naar sint-juttemis verschoven', zegt Friso Wielenga, historicus en directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien aan de universiteit van Münster. Een vredesconferentie zou er echter nooit komen. In 1990 sloten de geallieerden een akkoord over de eenwording van Duitsland. De oorlogsschulden werden in dit akkoord niet meer genoemd en daarmee lijkt de zaak gesloten. Albrecht Ritschl becijfert dat de buitenlandse schuld van Duitsland op de Londense conferentie werd gereduceerd van ruim 125 miljard DM tot 13 miljard DM. Een 'haircut' waar Zuid-Europa alleen maar van kan dromen.
    De oorlogsschulden werden in dit akkoord niet meer genoemd
    Hermann Josef Abs, een prominent bankier en onderhandelaar aan Duitse zijde, schrijft in zijn boek over de Londense schuldenconferentie dat die minstens even belangrijk was als de Marshall-hulp. Niettemin constateerde Abs dat de conferentie, in tegenstelling tot het Verdrag van Versailles, nooit onderdeel van het collectieve geheugen was geworden. Abs zag het als een teken van het succes van de Londense schuldenconferentie. Trauma's zijn altijd gedenkwaardiger dan vermeden ongelukken.  

    Ondertekening van het akkoord bereikt op de Londense Schuldenconferentie

     

    'Was denken Sie?'

    Nederland was door de Duitse bezetter volledig geruïneerd. Ruim honderdduizend Nederlandse joden waren tijdens de oorlog vermoord, Rotterdam was platgebombardeerd, Arnhem aan puin geschoten en honderdduizenden Nederlanders waren in Duitsland tewerkgesteld. De vergevingsgezindheid kwam dus niet vanzelf. 'Het Nederlandse beleid ten aanzien van Duitsland na de oorlog slingerde heen en weer tussen gevoel en verstand', vertelt historicus Friso Wielenga. Hoewel het verstand ingaf dat Duitsland nooit kon herstellen zonder souplesse en de zo belangrijke handel niet kon floreren, was er altijd nog het gevoel dat het land een morele en financiële schuld had. De bilaterale onderhandelingen over vergoeding van de Duitse oorlogsschulden verliepen dan ook niet altijd in goede sferen. Bij de Nederlandse delegatie leefde sterk het gevoel dat de Duitsers zich te krenterig opstelden. 'Wij zijn de overwinnaars! Was denken Sie!' zo viel minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns in de hitte van de onderhandelingen uit tegen de Duitse delegatie.  

    'Was denken Sie?'

      Toch won de koopman het van de dominee. Al in 1948 adviseerde Hans Hirschfeld, de regeringscommissaris belast met de Duitse kwestie, de regering om claims op Duitsland in te ruilen tegen handelsconcessies. Geheel in lijn met de nuchtere koopmansgeest van het Nederlandse volk. In een peiling uit 1947 vroeg NIPO of Nederland weer economisch moest samenwerken en handel moest drijven met Duitsland. 'Ja', antwoordde 77 procent van de Nederlanders. In dezelfde peiling vroeg NIPO ook of men het Duitse volk 'vriendelijk' of 'onvriendelijk' was gezind. Slechts 29 procent zei vriendelijk tegenover het Duitse volk te staan.
    'Ja', antwoordde 77 procent van de Nederlanders op de vraag of er weer met Duitsland moest worden samengewerkt
    In januari 1952 sloten Nederland en Duitsland een eerste akkoord over de Duitse schulden. Nederland kreeg 45 miljoen DM vergoed voor indirecte en directe roof van zijn Duitse bezittingen. Acht jaar later kwamen Duitsland en Nederland een afkoopsom voor resterende claims overeen van 280 miljoen DM. Een schijntje vergeleken bij wat Nederland daadwerkelijk tegoed had. Nederland behield zich wel het recht voor om op een toekomstige vredesconferentie additionele claims neer te leggen. Die conferentie zou er nooit komen. Piet Lieftinck, de minister van Financiën, vatte de Nederlandse opinie in een Kamerdebat samen. 'In het algemeen betreurt men wel, vanuit Nederlands gezichtspunt gezien, dat er geen Duitse herstelbetalingen van enige omvang zijn te verwachten, maar anderzijds is men toch ook wel onder de indruk van de grotere wijsheid, die de overwinnende volkeren hebben getoond bij de regeling van de herstelbetalingen, vergeleken bij de wijsheid, die zij hebben opgebracht ten tijde van het Verdrag van Versailles.'

    Flashbacks

    De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar ze rijmt wel. Wie de door schulden geïnduceerde economische ravage in Zuid-Europa overziet, compleet met massawerkloosheid en groeiend politiek extremisme, krijgt vanzelf flashbacks van Versailles. Dat we ooit wel pragmatisch konden omgaan met schuldproblemen lijkt vergeten. Dat uitgerekend Duitsland zich momenteel zo hard maakt voor het kortzichtige eigenbelang is ronduit cynisch. In Griekenland gaan er inmiddels geluiden op om alsnog de uit de oorlog stammende schulden terug te eisen. Die mensen trekken precies de verkeerde les uit de naoorlogse schuldkwijtschelding. Die les is nu juist dat de morele logica van schuld - dat beloften altijd nagekomen moeten worden - niet altijd de juiste is. Landen kunnen, zoals Duitsland in de jaren dertig en Griekenland nu, krakend tot stilstand komen onder het gewicht van onrealistische claims. Is het dan verantwoord om 25 procent van de beroepsbevolking te offeren op het altaar van de crediteur? Maar misschien hebben we dit soort geitenwollensokkenargumenten niet eens nodig. Zelfs de koele, rationele koopman kon tevreden zijn met het resultaat van de Duitse schuldkwijtschelding. 'Het einde van de bestraffing van Duitsland was ook een Nederlands belang, omdat vanaf dat moment Duits herstel mogelijk werd', constateert Wielenga. 'Dat Duitse wederopbouw voor Nederland veel belangrijker was dan een paar miljoen of miljard meer aan schadevergoeding, daar kan geen enkele twijfel over bestaan.' Uiteindelijk zitten we nu in hetzelfde schuitje: onze export is hun import. Een ziek Zuid-Europa heeft zonder meer invloed op de gezondheid van Noord-Europa. Na de oorlog stond onze afkeer van Duitsland wijze beslissingen niet in de weg. Nu waren het exceptionele tijden waarin het ondenkbare denkbaar werd. Het fiasco van de Duitse herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog lag nog vers in het geheugen, het 'Rode Gevaar' lag op de loer en een goedgezinde grootmacht legde grote druk op Europese overheden om hun claims te annuleren. En misschien was Duitsland ook te groot en te belangrijk voor Europa en zijn Griekenland en Portugal nu te onbetekenend. Maar de vraag blijft knagen: waarom konden we zestig jaar geleden onze vijanden wel vergeven en hebben we nu zo veel moeite voor onze vrienden hetzelfde te doen? * * *  Dit artikel verscheen ook in het katern Vonk in de Volkskrant.  

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren