© Pixabay

Woningmarkt

In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geval is Vestia, dat door gerommel met derivaten voor bijna 2 miljard euro moest afboeken. De overige corporaties draaiden op voor de schade en berekenden de kosten door aan de huurders. Ook het Rotterdamse Woonbron en het Amsterdamse Rochdale kwamen in het nieuws door schandalen omtrent risicovolle investeringen en graaiende bestuurders. Peter Hendriks volgt het dossier en doet op FTM regelmatig verslag van de ontwikkelingen in deze sector.

166 Artikelen

Nederland telt meer dan 30.000 daklozen. Wat gaan we daar aan doen?

Begrotingsoverschot of niet, de groep daklozen is de laatste jaren enorm toegenomen. Ondanks alle goede bedoelingen lukt het niet om dit probleem naar behoren op te lossen. De opvanginstellingen zitten stampvol door de gebrekkige doorstroom. Wat moet er gebeuren?

De afgelopen zes jaar is het aantal geregistreerde daklozen in Nederland in rap tempo toegenomen. Op het moment zijn het er zo’n 31.000, ruim 13.000 meer dan in 2010. De helft daarvan zit in de vier grote steden; vooral Amsterdam heeft te kampen met grote aantallen dakloze mensen. Die stijging heeft meerdere oorzaken, maar de belangrijkste laat zich raden: de recessie.

Het mechanisme heeft iets wetmatigs: mensen raken hun baan kwijt, gaan van een werkloosheidsuitkering naar een bijstandsuitkering en kunnen de huur of de hypotheeklasten niet meer opbrengen. Na verloop van tijd volgt uitzetting. Een corporatiewoning bemachtigen is sowieso een lastige opgave, maar zonder opgebouwde inschrijfduur is het een bijna kansloze missie. Daaruit volgt logischerwijs een stijging van het aantal daklozen.

Een andere oorzaak van de toegenomen dakloosheid is het nieuwe beleid in de psychiatrische zorg, dat in 2012 werd ingevoerd. Sindsdien hebben veel minder psychiatrische patiënten recht op een permanente plaats in een instelling. Deze mensen moeten nu door de corporaties gehuisvest worden.

Een corporatiewoning bemachtigen is al een lastige missie; zonder opgebouwde inschrijfduur is het bijna kansloos

Ook de groep recente vluchtelingen die ondertussen een verblijfsvergunning hebben gekregen, speelt een rol bij het ontstaan van dakloosheid. Statushouders worden zelf niet dakloos: ze krijgen bij wet een woning toegewezen. Hoewel veel gemeenten ook oplossingen proberen te bedenken om verdringing door de statushouders niet al te groot te laten worden, neemt zo’n grote groep hoe dan ook een hap uit het woningaanbod. Andere urgente groepen hebben daar dan weer last van.

De corporaties hebben de wettelijke opdracht om mensen te huisvesten die financieel te zwak zijn om zelf voor huisvesting te zorgen. Daar vallen daklozen zonder twijfel onder. Maar corporaties moeten ook reguliere huishoudens, die vaak al jaren op de wachtlijst staan, bedienen. Het komt er uiteindelijk op neer dat daklozen laag in de pikorde staan.

Parkbanken

Laten we eerst het begrip ‘dakloos’ nader duiden. Het is niet zo dat er meer dan 30.000 mensen door het land zwerven en slapen onder bruggen, op parkbanken en in portieken. De groep die zo leeft is zeer beperkt, en bestaat zelfs voor een klein deel uit mensen die ervoor lijken te kiezen om buiten te leven.

Die groep ‘harde’ daklozen maakt weer deel uit van de grotere categorie van feitelijk daklozen. Hiertoe behoren ook de mensen die zijn aangewezen op een kortdurend verblijf in laagdrempelige opvangvoorzieningen. Deze mensen vinden ook vaak tijdelijk onderdak bij vrienden en familie, waar ze dan meestal verblijven totdat de toestand onhoudbaar wordt, of bijvoorbeeld de uitkering van het gezin wordt gekort omdat er opeens een extra inkomen binnen de woning is.

"De corporaties moeten mensen huisvesten die financieel te zwak zijn om daar zelf voor te zorgen, maar daklozen staan laag in de pikorde"

Residentieel daklozen

Een veel grotere groep wordt gevormd door de residentieel daklozen. Dat zijn degenen die in een officiële opvang zitten waar mensen en gezinnen 24 uur per dag kunnen blijven in afwachting van een woning. Dergelijke instellingen worden gerund door allerlei stichtingen: het Leger des Heils is een bekende organisatie die landelijk actief is. Er zijn daarnaast 43 door de overheid aangewezen gemeenten met opvangvoorzieningen. Die hebben allemaal een regionale functie: HVO Querido is bijvoorbeeld belangrijk in de regio Amsterdam, De Binnenvest in Leiden, Centrum voor Dienstverlening (CVD) in Rotterdam, enzovoort.

Dat klinkt als een goed georganiseerd systeem, maar in werkelijkheid kraakt en piept het aan alle kanten. De capaciteit van de opvangcentra is afgestemd op een bepaalde doorstroom: het is de bedoeling dat mensen hooguit zes maanden in een opvang zitten voor ze een woning krijgen toegewezen.  Door de toename van het aantal daklozen, de groei van de groep woningzoekenden met een laag inkomen en het inzakken van de bouwproductie van de corporaties tijdens de recessie is die doorstroom echter veel te beperkt. Het gevolg is dat het voorkomt dat mensen niet zes maanden maar jarenlang in zo’n opvanghuis zitten. De instellingen raken daardoor overvol en moeten daklozen weigeren. Hier en daar wordt er geïmproviseerd door bedden bij te zetten, zeker in de winter, maar ook daaraan zijn grenzen.

Economisch daklozen

Hoewel het gaat om een landelijk probleem, is de situatie in Amsterdam veel nijpender dan elders. Het aantal daklozen in de hoofdstad staat op circa 10.000. Dat is sowieso heel veel voor een stad met 845.000 inwoners, maar Amsterdam heeft van alle grote steden ook nog eens het krapste aanbod van sociale woningen: de gemiddelde inschrijfduur is 12(!) jaar. Daarbij bestaat 90 procent van die woningen uit gezinswoningen die voor daklozen onbetaalbaar zijn.

Het aantal daklozen in Amsterdam staat op circa 10.000; de gemiddelde inschrijfduur voor een sociale woning is 12 jaar

De stad heeft ook andere toelatingscriteria voor haar daklozenopvang dan veel andere gemeenten. Alleen daklozen die voldoen aan de criteria van de Openbare Geestelijke Gezondheidzorg (OGGZ) en een binding met Amsterdam kunnen aantonen hebben toegang tot de opvang. De groep die door schuldenproblematiek of echtscheiding op straat belandt, de zogeheten economisch daklozen, wordt geacht in staat te zijn om zichzelf te redden.

Dat criterium was in het verleden misschien werkbaar, maar door de recessie is juist die groep van economisch daklozen enorm gegroeid. Het gaat vaak om autochtone mannen van boven de 50 en allochtone mannen van alle leeftijdsgroepen. Verder zijn er nog zwervende jongeren, waar weinig zicht op is.

Peperduur

Voor die economisch daklozen zijn er speciale pensions in het leven geroepen, maar die zitten stampvol: de wachttijd om in zo'n pension terecht te kunnen is ongeveer een jaar. Er is een plan om dit jaar de capaciteit van de passantenpensions en de nachtopvang op te voeren. Op het moment zijn er 122 kamers beschikbaar, verdeeld over drie pensions; daar komen er 150 bij. De nachtopvang wordt ook uitgebreid: er komen 100 bedden bij.

Dat zijn verstandige maatregelen, maar ze gaan voorbij aan het werkelijke probleem. Zo stelt Rina Beers, beleidsmedewerker van Federatie Opvang: ‘Zo’n plaats in een nachtopvang is peperduur. Je moet zeker denken aan 20.000 euro per jaar per plaats. Je kunt dus beter bouwen. Er moeten overal — maar zeker in Amsterdam — kleine, goedkope woningen komen: woningen met twee kamers en een huur van 450 euro vóór huurtoeslag. Het gaat om mensen met een bijstandsuitkering, die vaak ook nog schulden hebben. Meer kunnen die zich niet veroorloven.’

Opgave

Zeker in Amsterdam realiseert iedereen zich dat de belangrijkste opgave bij nieuwbouw ligt, maar toch gebeurt er veel te weinig. De opvanginstellingen en de gemeenten zijn twee jaar geleden al overeengekomen dat de gemeente in ruil voor enkele miljoenen verlaging van de subsidie voor 1000 nieuwe woningen zou zorgen die geschikt zijn voor uitstromers van de GGZ-opvanginstellingen. Die overeenkomst heeft tot nu toe echter nog maar weinig opgeleverd.

Ook de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) is al in 2015 met de gemeente overeengekomen dat 10 procent van de nieuw opgeleverde huizen wordt gereserveerd voor statushouders en kwetsbare groepen. In hoeverre dat doel wordt gehaald is moeilijk te zeggen. Het ligt echter voor de hand dat de statushouders een aanzienlijk deel van die 10 procent toegewezen hebben gekregen.

"Zeker in Amsterdam realiseert iedereen zich dat de belangrijkste opgave bij nieuwbouw ligt, maar toch gebeurt er veel te weinig"

Onrendabel

Dat het bouwen van kleine appartementen voor daklozen moeizaam verloopt, is deels toe te schrijven aan de gebruikelijke problemen waarmee iedereen die in de stad wil bouwen te maken heeft. De grond is er schaars en erg duur. Zeker de bouw van goedkope woningen is daarom zeer onrendabel voor corporaties. Ze hebben weliswaar hun bedrijfsvoering ingericht op onrendabele nieuwbouw, maar je moet toch voorzichtig zijn met zulke projecten.

Daarbij zijn corporaties traditioneel meer gericht op reguliere huishoudens. Bij daklozen gaat het vaak om moeilijke gevallen, die zeer goedkoop moeten wonen. Daar zit de gemiddelde corporatie niet echt op te wachten. Die wil de huur op tijd ontvangen en in haar buurten liever geen mensen die overlast veroorzaken, verward zijn of kampen met drank- of drugsproblematiek.

In de overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en de AFWC staat ook het uitgangspunt dat jaarlijks 30 procent van de reguliere sociale verhuringen aan kwetsbare doelgroepen wordt toegewezen. Het jaarlijkse minimum is daarbij 1500. Die overeenkomst stamt echter uit juni 2015; de omvang van de stroom statushouders was op dat moment nog niet duidelijk.

De politiek

Ook Aedes, de belangenbehartiger van de corporatiesector, onderkent dat de dakloosheid een groot probleem vormt. Als input voor de politiek, voorafgaand aan de verkiezingen, heeft Aedes een document samengesteld waarin een aantal belangrijke zaken op een rijtje is gezet. Een van de punten is dat de corporaties 10.000 goedkope, kleine woningen moeten bouwen voor daklozen. Wanneer ze af moeten zijn staat er niet bij, maar de boodschap is dat de politiek alles moet doen om het de corporaties mogelijk te maken om dat aantal te realiseren.

De corporaties zijn op verschillende plaatsen betrokken bij interessante initiatieven

De corporaties zijn overigens op verschillende plaatsen ook betrokken bij interessante initiatieven. Zo heeft Portaal in Leiden een oude spinnerij uit 1941 omgebouwd. Daarin zit nu onder meer een dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen en mensen met verslavingsproblematiek. Het project heet de Nieuwe Energie. De Binnenvest, de Leidse specialist voor maatschappelijke opvang, doet de zorg en begeleiding.

In Rotterdam zijn 15 projecten onder de naam Thuishaven. De gemeenten, zorgorganisaties en corporaties werken daarin samen. Het idee is dat kwetsbare groepen als daklozen en mensen met psychiatrische problemen binnen zo’n project woningen krijgen toegewezen en onder begeleiding van het Centrum voor Dienstverlening naar volledig zelfstandig wonen toegroeien.

In Appingedam heeft woningcorporatie Woongroep Marenland middenin het centrum een appartementencomplex verbouwd tot woningen voor ex-gedetineerden, GGZ-patiënten en andere kwetsbare groepen.

Het is dus niet zo dat er helemaal niets gebeurt. Maar wat er gebeurt is simpelweg niet voldoende om onderdak te bieden aan een groep die inmiddels qua omvang vergelijkbaar is met het inwoneraantal van een middelgrote gemeente.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Peter Hendriks

Gevolgd door 1176 leden

Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

Volg Peter Hendriks
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Woningmarkt

Gevolgd door 1382 leden

In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

Volg dossier