Nieuwe ronde in de Piketty discussie

3 Connecties

Relaties

Robin Fransman

Personen

Thomas Piketty

Werkvelden

Economie

‘Wie R>G kan waarmaken is de beste vermogensbeheerder aller tijden’, betoogde Robin Fransman in zijn column ‘Piketty begrijpt het net niet’ en Ewoud Jansen bestreed dit in 'Fransman vs dé Fransman'. Vandaag aflevering 3 in deze discussie: ‘Ewoud maakt een fout’

Ik was teleurgesteld in het boek van Piketty. De redenen daarvoor beschreef ik hier. Samengevat kwam mijn kritiek neer op R>G klopt niet, R=G op lang termijn. Daarom is groeiende vermogensongelijkheid niet zo belangrijk, maar groeiende inkomensongelijkheid wel. Ewoud Jansen vroeg zich af of dat wel klopte. En schreef deze. Ewoud stelt dat ook bij groei = 0, bedrijven nog steeds winst maken en dus kan R>G zijn en gaat R=G niet op.

Waardeveranderingen in kapitaal tellen mee

Ewoud maakt een fout. Hij gaat er van uit dat in R, het rendement op kapitaal, alleen kasstromen zitten. Dus zaken als winst, dividend, huur en rente. Maar Piketty hanteert, terecht, een ruimer begrip. Niet alleen de kasstromen worden daarin meegenomen, maar ook de waardeveranderingen van het kapitaal. Dus de Capital Gains - of Capital Losses uiteraard. (zie pagina 52 e.v.) Overigens is dat de kern van mijn kritiek op Piketty. Het is terecht om in het rendement de waardeveranderingen mee te nemen, alleen kun je dan nooit concluderen dat R>G is.
Uiteindelijk komt economische groei maar van twee dingen: Bevolkingsgroei en productiviteitsgroei door betere technologie
Want wat gebeurt er met kapitaal in een economie waar de groei 0 is? Uiteindelijk komt economische groei maar van twee dingen. Bevolkingsgroei en productiviteitsgroei door betere technologie. In een economie met een groei van nul zal de bevolking licht krimpen en de productiviteit licht stijgen. Maar dat laatste is natuurlijk nooit gelijk verdeeld. Sommige bedrijven krimpen of gaan failliet, andere groeien door. Dat heeft consequenties voor de waarde van die bedrijven.

Frictiewerkloosheid, dalende huizenprijzen

Een bedrijf kan nog steeds winst maken, maar bij een dalende omzet en een dalende winst zal de waardering van die bedrijven sterk zakken. En bedrijven die failliet gaan, verliezen al hun waarde. Ook kredietverliezen, vooral op bedrijven, zullen structureel op een hoger niveau liggen dan bij een groeiende economie. Diezelfde economie leidt ook tot een structureel hogere frictiewerkloosheid. Terwijl de krimpende bevolking ook zo zijn effect heeft op de huizenprijzen.
Ergo, R=G
De kapitaalsinkomensquote is dan ook zeker niet nul in zo’n economie, maar reken de waardeveranderingen mee en R zakt naar nul. Tegenover groei in waardeveranderingen in sectoren, bedrijven en regio’s met groei, staan verliezen op andere plekken met krimp. Ergo, R=G. Kijk voor een voorbeeld naar Japan. Zie de waarde van onroerend goed, zie de waarde van bedrijven daar. Nou hebben we nog een beetje immigratie in Europa, dat scheelt. -------------------- Robin Fransman is bereikbaar op twitter: @RF_HFC