Het handelsoverschot: een 'barbaars relikwie''

    Nederland is mede-schuldig aan de perikelen van Zuid-Europa. Onze bedrijven zijn te spaarzaam en kopen te weinig buitenlandse producten.

    Tijdens de onderhandelingen over de macro-economische onevenwichtigheden was Nederland fel voor het behoud van ons handelsoverschot. Het Nederlandse handelsoverschot is een groot goed, vindt onze minister De Jager. Een teken van onze productiviteit en kunde. Omgekeerd is het handelstekort van Zuid-Europa een teken van hun gebrek aan productiviteit en onkunde. Men erkent in dit schuld en boete-verhaal niet dat tekorten en overschotten twee kanten zijn van dezelfde medaille. Zowel tekortlanden als overschotlanden kunnen schuld hebben aan onevenwichtigheden. 

     

    Keynes Clearing Union
    De Britse econoom John Maynard Keynes, nu vooral bekend om zijn theorie dat de overheid in een crisis meer moet uitgeven, vond dat overschotlanden juist de grootste verantwoordelijkheid droegen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderhandelde hij met zijn Amerikaanse collega Harry Dexter White over de inrichting van het naoorlogse monetaire systeem. Keynes delfde bij de onderhandelingen het onderspit. De onderhandelingen resulteerden in het Bretton Woods systeem, waarin landen hun wisselkoers koppelden aan de dollar en de dollar voor het buitenland inwisselbaar bleef voor goud. Keynes' oorspronkelijke plan was veel radicaler en gaf blijk van zijn ideeën over de verantwoordelijkheden van overschotlanden. 

     

    Keynes' plan was om een International Clearing Union (ICU) op te richten. Alle internationale handel zou in een internationale munteenheid (de Bancor) worden gedenomineerd en via de ICU verlopen. Nationale munteenheden zouden een vaste wisselkoers hebben tegen de Bancor. Als een land exporteerde kreeg het Bancor op haar rekening bij de ICU gestort, als een land importeerde daalde het Bancor saldo weer.

     

    Uniek aan Keynes' voorstel was om de verantwoordelijkheid voor aanpassing bij onevenwichtigheden bij exporterende landen neer te leggen. Keynes probeerde de hoogtijdagen van de goudstandaard eind 19e eeuw terug te laten keren. De goudstandaard werkte, zo geloofde Keynes, omdat het financiële centrum in Londen de exportopbrengsten recyclede in investeringen en aankopen van goederen en diensten in het buitenland. Tijdens het Interbellum (1919-1939) viel dit systeem uit elkaar, omdat de nieuwe wereldgrootmacht de Verenigde Staten haar overschotten niet langer in het buitenland recyclede, maar opspaarde, waardoor de rest van de wereld last had van een structureel gebrek aan vraag naar hun producten.

     

    In het Clearing Union plan moesten overschotlanden een percentage van hun positieve saldo bij de ICU storten in een reservefonds. De opbrengsten van hun overschot verdwenen dus langzaam. Voor overschotlanden was het hierdoor voordeliger om hun opbrengsten zo snel mogelijk te gelde te maken in plaats van deze op te sparen. Tekortlanden moesten zich ook aanpassen. Landen die consequent meer importeerden dan exporteerden moesten, als ze te lang rood stonden op hun rekening bij de ICU, devalueren tegen de Bancor om weer competitief te worden. Keynes’ ideaal was kortom dat ieder land een evenwichtige handelsbalans had.

     

    Asymmetrie
    Het symmetrische ideaal van Keynes, waarbij overschotlanden verantwoordelijk werden gehouden voor het wegwerken van onevenwichtigheden, is volledig verdwenen in Europa. De Jager zette in Europa in op een ‘asymmetrische behandeling’, waarbij overschotlanden gespaard werden en aanpassing volledig bij tekortlanden werd neergelegd. In een Kamerdebat gaf De Jager aan dat hij niet terugkwam op zijn eis dat Nederland een handelsoverschot mag hebben. ‘Al zou u mij het pistool op mijn borst zetten,’ zei minister de Jager tijdens het vragenuurtje tegen Groenlinks-fractieleider Jolande Sap. ‘Een overschot op je handelsbalans van 5% is niet zo’n probleem, een tekort van 5% wel.’

     

    Het handelsoverschot is een prestatie die niet bestraft moet worden, vindt De Jager. Keynes volgend kan men echter evengoed stellen dat het Nederlandse handelsoverschot niet het gevolg is van onze kunde en productiviteit, maar van onze spaarzaamheid! We geven ons verdiende geld niet meer uit in het buitenland, waardoor de import lager ligt dan de export.

     

    DNB-economen Guido Schotten en Raoul Leering tonen aan dat ons bedrijfsleven erg spaarzaam is en weinig investeert in vergelijking met het buitenlandse bedrijfsleven. “Achter het Nederlandse handelsoverschot gaat een groot spaaroverschot bij bedrijven schuil,” schrijven de onderzoekers. Omdat Nederlandse bedrijven veel minder dividend uitkeren dan elders blijven de euro’s in de bedrijfskassen steken. Ze worden grotendeels op een bankrekening gezet, gebruikt om aandelen terug te kopen of om investeringen in het buitenland te doen.  

     

    Handelsoverschotten die structureel niet besteed worden, zorgen voor structurele handelstekorten. In Europa is dit dubbel problematisch omdat tekortlanden niet kunnen devalueren. Om competitief te blijven kunnen ze alleen het loon- en prijspeil omlaag drukken. Een langzame economische martelgang die nog geen enkel succesverhaal heeft opgeleverd. Het is bovendien één van de belangrijkste redenen waarom de begrotingstekorten in Zuid-Europa structureel hoger zijn dan in Noord-Europa.  

     

    Grafiek 1: Lopende rekeningen binnen Europa (Bron: Eurostat)

     

    Opbrengsten van het handelsoverschot?
    Nederland stuurt al veertig jaar meer goederen en diensten naar het buitenland dan we terugkrijgen. In ruil daarvoor krijgt Nederland buitenlandse valuta of euro’s, die vervolgens opgepot worden. Bijna alle Nederlanders zien dit als een groot voordeel, maar waarom eigenlijk? Uiteindelijk gaat het in de economie niet om geld, maar om goederen en diensten. Het verzamelen van meer en meer cijfers op een bankrekening kan onmogelijk een doel op zich zijn.

     

    Nederland is te calvinistisch. Meer import is niet alleen voordelig voor de hedonistische Nederlander, maar ook voor Europa als geheel, omdat het de PIIGS een afzetmarkt geeft voor hun producten. Het is makkelijker voor overschotlanden om hun overschot weg te werken, dan het voor tekortlanden is om hun tekort weg te werken. De overheid kan consumptie stimuleren door de BTW te verlagen of door hogere lonen af te dwingen in de CAO’s. Laat die Spaanse wijnen met Portugese kurk, die Italiaanse haute couture, die Ierse computers en die Griekse vakanties maar komen! 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren