Het is óf een kredietunie óf het is crowdfunding

In de discussie met Johan Weggeman geeft Michiel Werkman nog eens de – 'substantiële' – verschillen aan tussen 'echte' en 'quasi'-kredietunies. Werkman: 'Ik stel vast dat stakeholders vooral gebaat zijn met duidelijkheid.'

Follow The Money publiceerde onlangs mijn column over échte kredietunies. Daarin heb ik getracht zo objectief als mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de herrijzenis van Raiffeisen’s idealen via het fenomeen kredietunie. Ik plaatste de kredietunie in de context van andere initiatieven die het klein-zakelijke mkb weer toegang tot krediet willen verlenen. Met name tot de initiatieven zoals clubs van beleggers of investeerders die zich ten onrechte als kredietunie presenteren. Ik noemde hen quasi-kredietunies. Op mijn stuk reageerde Johan Weggeman, die onder meer gelieerd is aan die quasi-kredietunies. Hij voelt zich duidelijk aangesproken en toont zich in zijn gastcolumn merkbaar geïrriteerd. Zijn betoog is dat geharrewar over 'de term' kredietunies het mkb niet helpt. Ik stel vast dat stakeholders vooral gebaat zijn met duidelijkheid.

Substantiële verschillen

Zonder onnodig in herhalingen te vervallen; er is sprake van substantiële verschillen. De not-for-profit kredietunies opereren conform de wet WtK (Wet toezicht Kredietunies). Quasi-kredietunies bemiddelen in krediet en doen daarmee aan een vorm van micro-crowdfunding of ze staan zelfs een geheel andere aanpak voor. Ik zal hieronder nader toelichten dat er meer aan de orde is dan alleen wat geharrewar over de naam. Een ‘common bond’, dat is de lotsverbondenheid tussen alle leden samen, de geldverstrekkende leden én de leden die geld lenen, is meer dan het bieden van coaching. Coachen van kredietnemers maakt van een financier nog geen kredietunie. De verstrekker van micro krediet Qredits Microfinanciering Nederland introduceert bij haar kredietnemers bijvoorbeeld ook coaches.
Het is juist de volledige lotsverbondenheid met alle leden waar kredietunies hun lage default rate aan ontlenen
Dat maakt Qredits echt geen kredietunie. Bij kredietbemiddeling door quasi-kredietunies wordt gekozen voor coachen plus het delen van het rendement tussen enkele leden die participeren in een bepaalde lening. Dat laatste is een verschijningsvorm van crowdfunden die de ‘common bond’ ondermijnt. Het is juist de volledige lotsverbondenheid met alle leden waar kredietunies hun lage default rate aan ontlenen. Quasi-kredietunies laten ieder kredietverzoek van potentiële kredietnemers onder de leden van hun beleggingsclub circuleren. De leden wordt dan gelegenheid geboden om, op individuele titel, wel of niet in te tekenen op een financiering. Deze aanpak is, weliswaar op microniveau, zowel qua techniek als uitvoering volstrekt vergelijkbaar met de werkwijze van gevestigde crowdfunding platforms. Zij laten kredietvragers zich ook presenteren aan alle bij hun platform ingeschreven potentiele geldschieters. Die maken vervolgens ook een individuele keuze om wel of niet in een lening te participeren.

Schaalgrootte

Crowdfunding platforms zijn echter gebaat bij een omvangrijke schaalgrootte. Er zijn er in ons land momenteel zo’n 120 actief. Binnen die sector lijkt enige consensus te heersen over de prognose dat er binnen een paar jaar mogelijk niet meer dan een vijftal zullen overleven. Naar verwachting zijn dat de nu al grootste en meest succesvolle platforms. Twee elementen blijken cruciaal voor hun eigen voortbestaan. Een toereikend verdienmodel voor de ondernemers achter het platform zelf en de toegang tot ruim voldoende geldschieters. Dat vereist opereren op een landelijke schaal èn de zogenoemde 'wisdom of a big crowd'. Op microniveau kan dat binnen quasi-kredietunies nooit worden bereikt. Met alle continuïteitsrisico’s van dien bij bemiddeling voor individuele investeerders. Kredietunies zijn juist gebaat bij een relatief kleine schaal en een overzichtelijk aantal leden die elkaar persoonlijk kennen. Zouden bijvoorbeeld in elke provincie één of twee kredietunies ontstaan dan worden dat een soort mini-banken. Met een groot kantoor, een kostbaar apparaat van directies, backoffice, accountmanagers en automatisering. En met duur toezicht. Met, net als nu bij banken het geval is, een afstand tot vele honderden leden die elkaar niet kennen en die over een groot gebied verspreid zijn. Zoiets kan, met de beste wil van de wereld, niet als not-for-profit organisatie functioneren. Van enige ‘common bond’ en de leden die zich uit een weloverwogen eigenbelang allemaal voor elkaar willen inzetten, is dan natuurlijk geen sprake. Jaren geleden, toen de Coöperatieve Raiffeisen Boerenleenbank nog op het rechte spoor zat, had zij vele honderden kantoren die heel dicht op de klanten opereerden. Daarmee bereikte deze latere Rabobank het grootste marktaandeel in het mkb. En met verreweg de laagste kredietrisico’s. Dát kleinschalige en persoonlijke opereren naar het Rijnlandse model is wat not-for-profit kredietunies weer willen bereiken. Dat betekent nadrukkelijk niet het nastreven van hoge(re) rendementen om die onder slechts enkele leden-geldschieters van een beleggingsclub te verdelen.

Bewezen succes

De wetgever heeft, bij het inrichten van de WtK, heel bewust aansluiting gezocht bij de internationale definitie van de bewezen succesvolle Credit Unions in de Angelsaksische landen. Blijkbaar hebben bepaalde beleggingsclubs of andere samenwerkingsvormen van investeerders en/of geldschieters daar nu moeite mee. Bij hun voornemen om kredietbemiddeling toch als kredietunie te (blijven) presenteren hebben ze in de consultatieronde hun kans voorbij laten gaan om dat eventueel aan te passen. Hun alternatieve oplossingen zoals micro-crowdfunding of 'hybride' financieren kent de wet domweg niet. Het geeft geen pas om daar, nu de wet is aangenomen, krokodillentranen over te huilen of zich af te zetten tegen de geuzennaam ‘retro-boerenleenbank’. Of om te doen alsof Raiffeisens idealen nu niet meer zouden werken. Hun pogingen om de naamgeving af te doen als ‘geharrewar’ maar onderwijl wel star vast te willen blijven houden aan de naam ‘kredietunie’ leidt af van de essentie: je voldoet aan de wet en bent een kredietunie. Of niet. De wet WtK laat geen enkele andere interpretatie open dan dat er door een kredietunie ‘voor rekening van de coöperatie’ wordt uitgeleend en zij kent ook geen bemiddelingsmodel. De wet kent ook geen ‘twee mogelijkheden waarbij zelf gekozen kan worden per investering (hoger risico en mogelijk hoger rendement) óf voor beleggen via de centrale kas met een lager risico en dito rendement’. In een WtK kredietunie wordt het volledige rendement gedeeld. Met alle leden. Quasi-kredietunies scheppen verwarring. Verwarring die voorkomen moet worden en ook voorkomen kàn worden. Voortduring van onduidelijkheid, ook over de houdbaarheid van het verdienmodel van quasi-kredietunies als kredietbemiddelaar, is niet in het belang van de stakeholders. *** Michiel Werkman is voormalig zakelijk bankier. Sinds 2012 staat hij als onafhankelijk business consultant via Insparco mkb ondernemers bij in financierings- en derivatenkwesties. Michiel is gastdocent, spreker, auteur en uitgever van het boek ‘Rotbanken’, waarin hij ondernemers leert ‘de “taal” van geldschieters te spreken’. Hij zet zich daarnaast in voor kredietverlening aan het mkb via kredietunies.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Michiel Werkman

Gevolgd door 120 leden

Michiel is voormalig zakelijk bankier en een van de initiatiefnemers van FinTech-startup CompanyWatch.