© ANP | Roos Koole

Het is tijd voor een voedingsbeleid dat wél werkt

Herman Lelieveldt geloofde lange tijd in de slogan: beter weten, beter eten. Maar na een symposium over voedingsetiketten is hij van zijn geloof afgestapt. De rationele consument bestaat niet. Mooi, dan kunnen we nu over tot maatregelen die wél werken.

Met een goed gevoel voor timing lanceerde het Voedingscentrum op 4 januari de Kies ik gezond?-app. Net op tijd voor al die Nederlanders die jaar in, jaar uit ‘afvallen’ als belangrijkste goede voornemen op hun lijstje zetten. Vanaf nu kunnen ze ’s ochtends bij het ontbijt al beginnen met het scannen van hun broodbeleg en niet alleen nagaan hoeveel suiker er in die ene pot jam zit, maar ook zien of er gezondere alternatieven zijn die beter in de Schijf van Vijf passen. 

De app is de opvolger van het vermaledijde Vinkje – het onduidelijke gezondheidslogo waarvoor producenten moesten betalen – en dat na een berg kritiek van de Consumentenbond het veld moest ruimen. De afschaffing van het Vinkje moet voor VVD-minister Schippers op weinig ideologische bezwaren gestuit hebben. Een app is minder betuttelend dan een logo en biedt bovendien de mogelijkheid voor advies op maat. Dat past helemaal bij het liberale idee dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun eetgedrag en dat de ‘verschillen tussen mensen niet te vatten zijn in één logo’, aldus de minister destijds. 

De slogan ‘beter weten, beter eten’ kan bij het grofvuil

De Consumentenbond is echter niet onder de indruk van de app en wil juist dat de politiek linksaf slaat: de bond blijft strijden voor een verplicht stoplichtensysteem, zodat de consument in één oogopslag ziet hoe goed of slecht een product is. Ook ik was lange tijd voor een stoplichtensysteem, maar na een symposium over voedingsetiketten dat Future Food Utrecht begin december organiseerde, kan ik niet anders dan vaststellen dat ook dit verspilde energie is. De slogan ‘beter weten, beter eten’ kan bij het grofvuil. 

Het symposium vormde een mooie illustratie van het pleidooi van NRC-columnist Tom-Jan Meeus voor het omarmen van mislukkingen: ‘Je leest nog zelden dat een wetenschapper zegt: ik heb schitterend onderzoek gedaan – maar er kwam niets uit,’ aldus Meeus. Nu, dat was precies wat er die middag gebeurde. Stuk voor stuk oerdegelijke onderzoeken passeerden de revue, die keer op keer lieten zien dat het idee van een rationele consument die op basis van de juiste informatie een goede keuze maakt een mythe is en zal blijven. 

Allereerst liet de Deense hoogleraar marketing Klaus Grunert zien dat in de meeste landen minder dan 20 procent van de mensen überhaupt naar labels kijkt. Gezondheidswetenschapper Ingrid Steenhuis van de VU deed vervolgens verslag van haar vijftienjarige zoektocht naar de effectiviteit van labels op verpakkingen en allerhande innovatieve experimenten die ze uitvoerde in kantines, in de hoop dat mensen gezondere spullen kopen en gezonder eten. Haar conclusie: het effect is nihil, behalve voor die groep mensen die toch al geïnteresseerd is in beter eten. Als klap op de vuurpijl presenteerde Monique Raats van de Universiteit van Surrey de eerste resultaten van een studie waarbij mensen eerst getraind werden in het leren herkennen van de gezonde keuze. Maar ook daar waren de voorlopige resultaten negatief: er zijn nauwelijks effecten op koopgedrag. 

"Zelden maakte ik mee dat er onder wetenschappers zo’n grote consensus bestond over het gebrekkige effect van labels op gezond eten"

Zelden maakte ik mee dat er onder wetenschappers zo’n grote consensus bestond over het gebrekkige effect van labels op gezond eten. Maar tegelijkertijd was er ook een soort van opluchting over deze consensus voelbaar. De mislukkingen openen de weg naar het bestuderen van andere interventies die misschien wél effect sorteren. Ik noem er als goede voornemen drie en beloof de lezers dat ik komend jaar nauwlettend de vorderingen op deze vlakken in de gaten zal houden. 

Steeds meer landen voeren een frisdrankbelasting in en zien daar positieve effecten van

De eerste is die van het belasten van ongezond voedsel en het goedkoper maken van gezonde producten. Steeds meer landen voeren een frisdrankbelasting in en zien daar bescheiden maar positieve effecten van. Maar we moeten meer onderzoek doen naar het goedkoper maken van gezonde producten, want ook daar lijkt veel winst te behalen. 

De tweede onderzoekslijn is die naar het effect van nudges: maatregelen die de ongezonde keuze niet uitsluiten, maar wel minder aantrekkelijk maken doordat die letterlijk minder voor de hand ligt. Zo hebben onderzoekers van de Universiteit Utrecht een keer de Marsen bij de kassa’s van de NS-kiosk vervangen voor appels, en zagen ze dat treinreizigers haast vanzelf veel vaker voor een appel kozen. 

De derde piste is die van sustainability by stealth, waarbij we consumenten niet meer de keuze bieden en ongezonde producten niet meer aanbieden, of ze gezonder maken via de ‘verbetering productsamenstelling’. Dit initiatief kwam moeizaam op gang omdat minister Schippers bij de lancering koos voor een boterzacht convenant. Maar de nieuwe staatssecretaris voor Volksgezondheid, Paul Blokhuis, liet net voor de kerst aan de Tweede Kamer weten dat de voedingsindustrie er harder aan moet trekken om er zo voor te zorgen dat al in 2020 de doelstellingen van het convenant daadwerkelijk gehaald worden. Gezien het fiasco met de labels is dat een voornemen waar ik het alleen maar van harte mee eens kan zijn. 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Herman Lelieveldt

Gevolgd door 552 leden

Auteur van ‘De Voedselparadox’. Onderzoekt voor FTM de machten en krachten die bepalen wat er op ons bord komt.