‘Het Koninkrijk wordt geplaagd door populisme aan beide kanten van de oceaan’ [interview]

    Na de hongerstaking van de Arubaanse premier Mike Eman in 2014 over een begrotingsconflict, was er onlangs opnieuw ruzie tussen Aruba en Nederland. Het moederland zou de nieuwe gouverneur op het eiland hebben aangesteld zonder inspraak van de Arubaanse overheid. Follow the Money sprak uitgebreid met Eman over de gespannen Koninkrijksrelaties en de toegevoegde waarde van het Koninkrijk.

    De Arubaanse premier Mike Eman (1961) heeft sinds enkele jaren geen mobiele telefoon meer. Na enkele dagen contact te hebben gehad met zijn vrouw Doina is de afspraak voor een interview vastgelegd. Het splinternieuwe bestuurskantoor ‘Cocolishi’ — papiaments voor schelp, naar de vorm van het gebouw — is de afgesproken plek. Dit gebouw is een van de vele infrastructurele paradepaardjes van het kabinet-Eman II. ‘Investeer in het gezicht van het eiland, want een eiland waar het fijn is om te wonen is ook fijn om te bezoeken,’ aldus Eman. Aruba is vrijwel geheel afhankelijk van het toerisme: bijna 90 procent van het bruto binnenlands product (bbp) is te danken aan de 2 miljoen toeristen die jaarlijks neerstrijken op het eiland, dat even groot is als Texel.

    Lange familiegeschiedenis

    De politiek op Aruba is voornamelijk verdeeld langs familiale scheidslijnen over de twee grootste partijen, de Arubaanse Volkspartij (AVP) van Eman en de Movimento Electoral di Pueblo (MEP), opgericht door de in 1986 overleden onafhankelijkheidsstrijder Betico Croes. ‘Arubanen stemmen niet met hun hoofd, maar met hun hart,’ luidt het gezegde. De familie Eman heeft een grote invloed op de politiek van Aruba. Mike is namelijk niet de eerste Eman die aan het roer staat van het kleine eiland met zijn 110.000 inwoners. Zijn oudere broer, Jan Hendrik Albert ‘Henny’ Eman (1948), was na de Status Aparte in 1986 de eerste Arubaanse premier, en daarna nog twee keer in de jaren ’90.

    Mike is niet de eerste Eman die aan het roer staat van het kleine eiland

    Daarvoor was de familie Eman ook al een vaste factor in de Arubaanse politiek — en een pionier in de strijd voor de Status Aparte. De vader en opa van de Eman-broers waren prominente politici en het stempel van de familie Eman op de lokale politiek gaat zelfs terug tot aan het einde van de 19e eeuw. Standbeelden van vader en zoon, Cornelis (1916) en Henny, staan op enkele honderden meters afstand van elkaar in Oranjestad. Cornelis Eman overleed in 1967, toen zijn zoons Henny en Mike respectievelijk 18 en vijf jaar oud waren. Henny Eman werd op die jonge leeftijd het hoofd van de familie.

    De politieke erfenis van zijn achternaam geeft het premierschap van Mike Eman iets onvermijdelijks. Zo vader, zo zoon, zo broer. Maar Eman zegt dat hij niet altijd van plan was om de politiek in te gaan. In 1996 studeerde hij af als notaris aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) op Curaçao en ging hij bij het notariskantoor van zijn zus op Aruba aan de slag. Hij stond op het punt om daar de boel over te nemen, maar toen klopte in 2001 de Arubaanse Volkspartij bij hem aan. De partij was toe aan nieuw elan en vroeg Eman zich als kandidaat te stellen. Eman zei ja. Desalniettemin verloor de AVP de verkiezingen. Volgens Eman moest de partij zich na deze diepe nederlaag streng bezinnen. In 2003 werd hij verkozen tot leider van de partij. Na acht jaar MEP kwam de AVP in 2009 aan de macht onder Emans leiding.  

    Enorme publieke sector

    In het Arubaanse parlementsgebouw lopen mensen op hun gemak rond. Ogenschijnlijk zijn ze zich er niet van bewust dat de toekomst van het eiland dagelijks binnen deze muren wordt beslist en hoe belangrijk de rol is die ze daarbij spelen. Eén van de problemen waar het eiland mee kampt, is de verhoudingsgewijs enorme omvang van de publieke sector, waar lokale ngo Stichting Deugdelijk Bestuur Aruba (SDBA) onlangs onderzoek naar deed. Het SDBA rapport stelt dat Aruba in vergelijking tot andere Caribisch Nederlandse eilanden zoals Curaçao een relatief groot ambtenarenapparaat heeft. Zo'n 4000 mensen verdienen direct hun brood van de overheid, en daarnaast zo'n 2000 via door de overheid gesubsidieerde entiteiten.

    Een mogelijke verklaring voor de relatief grote publieke sector is dat Aruba door haar autonome status – in tegenstelling tot Nederlandse gemeenten – niet kan terugvallen op hogere bestuurslagen. Desalniettemin vormen ambtenaren al decennialang verreweg de grootste kostenpost, maar geen enkele regering — ongeacht politieke kleur — heeft deze kwestie tot nu toe serieus op de politieke agenda gezet. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) roept de Arubaanse regering ook op om 'hervormingen te introduceren gericht op het permanent reduceren van loongerelateerde uitgaven' en om de arbeidsvoorwaarden van werknemers in de publieke sector 'aan te passen'. Verder is het volgens het IMF niet aannemelijk dat deze hervormingen de economische groei zullen schaden, omdat Aruba een heel open economie is.

     

    De airco in het parlementsgebouw draait op volle toeren om de enorme hitte buiten te houden, waardoor het binnen veel kouder is dan voor een aangenaam klimaat noodzakelijk is. Het tekent de ogenschijnlijk laconieke houding van de Arubanen ten aanzien van energieverspilling en klimaatverandering. Toch is Aruba onder het beleid van de kabinetten Eman I en II de afgelopen zeven jaar drastisch veranderd. Het vliegveld heeft nu de grootste zonnepaneelinstallatie in de regio en enkele weken geleden is een ander groot zonnepaneelproject op een middelbare school afgerond. Maar de schoorstenen van de 90 jaar oude olieraffinaderij steken in de verte onheilspellend boven de daken uit. Op dit moment ligt de raffinaderij nog stil, maar hij is onlangs verhuurd aan Citgo, een Amerikaans dochterbedrijf van PDVSA, het staatsoliebedrijf van Venezuela, en gaat dus binnenkort weer open. Bovendien kondigde premier Eman eerder deze week op een persconferentie aan dat de zoektocht naar gas in Arubaanse wateren de ‘derde fase van exploratie’ ingaat, op kosten van de Spaanse en Franse oliebedrijven Repsol en Total.

    Het opportunistische energiebeleid van het kabinet-Eman staat in scherp contrast met de consequente infrastructurele investeringen in het gezicht van het eiland. Er rijdt inmiddels een toeristentram door een opgeknapte — hoewel wat lege — binnenstad van Oranjestad. Er is een loop- en fietspad aangelegd van de binnenstad tot aan het vliegveld, waar Arubanen in de ochtend of namiddag, wanneer de zon minder fel is, de overmatige calorieën kunnen verbranden. Vorig jaar is het megaproject ‘Green Corridor’ van start gegaan: er komt een vierbaansweg naar het relatief onderontwikkelde zuiden van het eiland, inclusief een ambitieuze boogbrug en groene parken. Tijdens een autorit over dit project rijden we langs drie nieuwe rotondes en een gerenoveerd sportpark met gras. De premier vertelt enthousiast over de verbetering van de ‘leefbaarheid tussen weg en woning’ en hij wijst uit het raam naar de ‘mooie trottoirs’.

    Emans boekenkast puilt uit van de politieke biografieën

    ‘Wil je mijn penthouse zien?’ vraagt Eman. ‘Althans, wat men dan een “penthouse” noemt,’ voegt hij er snel lachend aan toe. Eman woont met zijn vrouw Doina in een bescheiden appartement in de Arubaanse hoofdstad Oranjestad. Ongeacht de toenemende criminaliteit op het eiland wonen zij daar zonder beveiliging en portier. Binnen staat bij de voordeur een vitrinekast vol met spullen en foto’s van zijn vader. Zijn boekenkast puilt uit van de politieke biografieën, onder andere van de Clintons en Kennedys. Vol trots laat hij een foto van hem met de Kennedy-familie zien. Hij vertelt vooral geïnspireerd te zijn door Robert F. Kennedy en diens opvattingen over ‘verder denken dan alleen het bruto binnenlands product’.

     

    Hongerstaking

    Eman is namelijk fel tegen het bezuiningsoffensief dat Nederland en de EU voerden tijdens de financiële crisis. Volgens de premier heeft dat gewone burgers onnodig veel ellende gebracht. Inmiddels moet zelfs het IMF toegeven dat het kapotbezuinigen van Griekenland niet de beste manier was om het land uit de crisis te helpen, alsook econoom en nobelprijswinnaar Paul Krugman. Emans eigen tropisch-Keynesiaanse aanpak van de crisis, de te hoge personeelskosten en de rentelasten van uitstaande overheidsleningen, hebben de Arubaanse staatsschuld de afgelopen jaren fors doen stijgen, tot 75 procent van het bbp. Nederland keek met argusogen toe.

    In juli 2014 ontplofte de snelkookpan: premier Eman ging in hongerstaking. Een week lang bivakkeerde de premier met een kleine groep trouwe aanhangers in Fort Zoutman, naast de bekende Willem III klokketoren. Onder toezicht van een medisch team stopte Eman met eten. Hij was ‘bereid om te sterven’ en zijn gezondheid liep dan ook gevaar. ‘Aruba wordt gegijzeld, verkracht en vernederd door Nederland, dat nu alleen zijn koopmansgezicht laat zien en niet het gezicht van de dominee,’ waren de sterke woorden van Eman. Xiomara Ruiz Maduro van de oppositiepartij MEP was genadeloos in haar oordeel: ‘Eman slaat nu echt door’. De actie haalde ook de internationale media.

    De reden voor deze actie? Gouverneur Fredis Refunjol, die Nederland op het eiland vertegenwoordigde, kreeg opdracht van de Rijksministerraad om de Arubaanse begroting niet te ondertekenen. Nederland zou zich door die actie bemoeid hebben met de interne aangelegenheden van Aruba — een regelmatige bron van conflicten tussen moederland en eiland. De begroting zou niet realistisch zijn en Nederland vond dat de kosten niet ingrijpend genoeg waren verlaagd, aldus de berichtgeving toentertijd in het Caribisch Netwerk.

    Eman zou zijn hongerstaking pas beëindigen als de begroting werd ondertekend. Na een week kwamen de partijen tot een compromis. De gouverneur zou ondertekenen op voorwaarde dat er op Aruba een College Financieel Toezicht werd ingesteld. Eman vertelt dat hij een jaar later toch ‘gelijk’ kreeg van de Raad van State. Die stelde in een advies: ‘Een beroep op de waarborgfunctie in het geval dat Nederland het niet eens is met het beleid in een ander land staat haaks op de autonomie van elk van de landen die in het Statuut is gewaarborgd.’ Ondanks deze uitspraak was oppositiepartij MEP toch kritisch. Zo stelde oppositieleider Evelyn Wever-Croes tegenover het Caribisch Netwerk: ‘De Raad van State geeft geen oordeel over de essentie van het Koninklijk Besluit, maar slechts over de procedure die is bewandeld.’

    Geen schoonheidsprijs

    Enkele weken geleden stonden Nederland en Aruba wederom lijnrecht tegenover elkaar. Ditmaal ging het over de benoeming van de nieuwe gouverneur van het eiland. Nederland zou volgens premier Eman zonder inspraak van de Arubaanse overheid een nieuwe kandidaat — Alfonso Boekhoudt — hebben aangesteld. Volgens Nederland zou Aruba in het benoemingsproces echter te traag hebben gehandeld, aldus minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties in antwoord op Kamervragen. Mike Eman pakte het vliegtuig naar Nederland om met de minister in discussie te gaan, naar verluidt met het doel om deze beslissing terug te draaien.

     

    Het resultaat? Aruba accepteerde de benoeming, maar het proces verdiende geen schoonheidsprijs, aldus Nederland en Aruba in een gezamenlijke verklaring. De lokale nieuwssite Noticiacla berichtte echter vorige week dat deze verklaring al met Plasterk besproken was voordat Eman naar Nederland kwam, om ervoor te zorgen dat beide partijen er goed uit zouden komen.

    Eman was een cruciale speler in de poging van Nederland om een zetel in de Veiligheidsraad te veroveren

    De gespannen ondertoon van de relatie tussen Aruba en Nederland wordt regelmatig verzacht door gunstige samenwerkingsverbanden. Eerder dit jaar was Eman een cruciale speler in de poging van Nederland om een zetel te veroveren in de VN veiligheidsraad. Nederland zette Eman en Aruba in als lobbyist: ‘Ik ben de hele wereld rondgereisd met Koenders [minister van Buitenlandse Zaken, red.] om kleine eilanden te overtuigen,’ aldus Eman. Op Aruba leidde de lange afwezigheid van de premier evenwel tot veel kritiek.

    Grote delen van Aruba stonden afgelopen zondag na een hevige storm helemaal onder water — er viel een forse 70 millimeter regen in slechts enkele uren. Plasterk belde Eman om hulp aan te bieden, maar ‘in dit geval was het niet nodig,’ al was Eman wel ‘aangenaam verrast’ door het telefoontje van Plasterk, zei de premier tegenover het Caribisch Netwerk.

    Naar aanleiding van het recente conflict over de gouverneursbenoeming sprak FTM met premier Eman over de gespannen relatie tussen Aruba en Nederland en of, dan wel hoe, de twee landen weer dichter bij elkaar kunnen komen. FTM sprak de premier ook over het energiebeleid van zijn regering, maar zijn commentaar hierover komt nader aan bod in het FTM-dossier over bovengenoemde heropening van de Arubaanse raffinaderij, waar FTM al eerder over berichtte.

    Er stonden u veel manieren open om in protest te gaan tegen Nederland ten tijde van het begrotingsconflict. Een hongerstaking is zo ongeveer de meest drastische. Wat waren uw beweegredenen om in hongerstaking te gaan? 

    ‘Uiteraard hebben we eerst alle in het Koninkrijk gangbare wegen bewandeld om dreigend onrecht te voorkomen, al was het maar in de vorm van een redelijk compromis. Pas nadat vast was komen te staan dat Nederland niet bereid was een gezamenlijke uitweg uit het conflict te zoeken, heb ik besloten in hongerstaking te gaan. Inderdaad, een drastisch besluit, maar de ingrijpendheid van de interventie van Nederland in de autonomie van Aruba — waar de bevolking onder leiding van onze voorouders zo lang voor gestreden heeft — is niet minder drastisch. Aan Nederlandse zijde wordt onderschat hoe krenkend zulke ingrepen voor de bevolking zijn. In het verleden is op andere eilanden gebleken waar dat toe kan leiden. Ik wilde geen 30 mei voor Aruba [een verwijzing naar de gewelddadige staking van Shell-werknemers op Curacao op 30 mei 1969 red.]. Ik wilde voorkomen dat mijn land schade zou oplopen.

    ‘De hongerstaking kanaliseerde alle woede die er op straat was. Ik heb geen advies gevraagd, want dan zou ik anderen medeverantwoordelijk hebben gemaakt voor een eventueel onplezierige afloop voor mijn gezondheid. Wat wel gebeurde is dat ik, nadat ik mijn besluit had genomen, ontzettend veel steunbetuigingen ontving. Het zorgde er ook voor dat de media in Nederland opeens interesse toonden. Wij kunnen de mooiste dingen doen, zoals onze groene agenda waarvoor wij vanuit alle windstreken aandacht krijgen, maar binnen het Koninkrijk lukt dat kennelijk alleen als er iets negatiefs gebeurt. Of iets zeer uitzonderlijks, zoals een premier die in hongerstaking gaat. Met het advies van Raad van State bleek achteraf dat wij gelijk hadden. Nederland had fout en onrechtmatig gehandeld.

    'Het was een zware week, waarin ik overigens wel met regelmaat medisch gecheckt ben. Binnen een week was ik fysiek hersteld. Maar ik kan niet ontkennen dat er een litteken is gebleven. Ik had nooit kunnen vermoeden dat een Nederlandse regering zo ruw met zijn meest loyale partners in het Koninkrijk zou omspringen.'

    Wil Aruba uiteindelijk onafhankelijk worden van Nederland?

    ‘Nee. We zijn ervan overtuigd dat de inbedding van Aruba binnen het Koninkrijk enorme voordelen oplevert. Het geeft stabiliteit dat onze defensie wordt gegarandeerd door onze positie in het Koninkrijk, omdat we toch wel in een uitdagend gebied zitten. Alle ambassades die het Koninkrijk dienen, dienen ons ook. We hebben een Nederlands paspoort, dat geeft onze burgers en studenten toegang tot heel Europa.

    ‘De hele inbedding in het Nederlandse rechtssysteem heeft ook positieve uitwerkingen voor Aruba. Als je een investeerder bent die een hotel wil bouwen voor 400 miljoen dollar, dan moet je als land rechtszekerheid kunnen bieden. Om al deze redenen is het belangrijk dat Aruba deel blijft van het Koninkrijk.

    ‘We zijn ervan overtuigd dat de inbedding van Aruba binnen het Koninkrijk enorme voordelen oplevert’

    ‘We hebben echter wel gezien dat het Koninkrijk de laatste jaren getergd wordt door populisme aan beide kanten van de oceaan. Specifiek populisme in Nederland, waar de rechtse of extreme partijen maar roepen dat “die eilanden ons handenvol geld kosten” en “we ze beter aan Venezuela kunnen geven”.’

    Wanneer kreeg Aruba voor het laatst financiële steun van Nederland?

    ‘Toen Aruba de Status Aparte kreeg, in 1986, kregen we van Nederland een overbruggingskrediet van 60 miljoen gulden. Dat krediet moesten we tot op de cent terugbetalen, en dat hebben we ook gedaan. In 1999 wilde Aruba de internationale kapitaalmarkt op om de luchthaven te verbouwen. Toen bleek dat we nog op de lijst stonden van ontwikkelingslanden, omdat we ontwikkelingshulp kregen van Nederland. Dan kan je heel moeilijk de internationale markten op.

    ‘Aruba wilde daar van af en we hebben toen met Nederland afgesproken om de ontwikkelingshulp stop te zetten. Om de hulp af te bouwen kwam er een fonds van 500 miljoen gulden. Nederland en Aruba hebben daar beide 250 miljoen ingestoken. De bijdrage van Nederland zou elk jaar afnemen, en na vijf jaar moest Aruba meer inleggen in het fonds dan Nederland.’

    Hoeveel invloed heeft het door Nederland ingestelde College Financieel Toezicht echt concreet gehad op jullie beleid?

    ‘Heel veel. Als ons financieel beleid niet overeenkomt met wat er in de wet staat, gaat de begroting naar Nederland om tegengehouden te worden. Dat is het compromis dat we hebben gesloten naar aanleiding van de confrontatie in 2014. We hebben een landsverordening met daarin vastgestelde begrotingsnormen [maximaal toegestane begrotingstekorten, red.].

    ‘Soms wil je gewoon een compliment horen’

    ‘Ze zullen je alleen nooit een compliment geven als je het begrotingstekort van 3,7 procent hebt teruggebracht naar 2,1 procent, maar ze zullen je wel op de vingers tikken als je er een keer een tiende procentpunt boven zit. Dat is hun werk, daar moet je aan wennen, maar soms wil je gewoon een compliment horen. Dit is een land dat door een diepe crisis is gegaan en er op eigen kracht uit komt.’

    Waarom heerst er dan volgens u een beeld in Nederland van de eilanden als bodemloze putten die hun financiën niet op orde hebben?

    ‘Toen Nederland ook een regeling trof met Curaçao voor zo’n ontwikkelingsfonds, ter waarde van een miljard, hoefde Curaçao zelf niks bij te leggen. Een paar jaar later, in 2010, kregen Curaçao en St. Maarten ook een Status Aparte en saneerde Nederland al hun schulden. Het heeft niet geholpen voor het beeld van de eilanden dat Nederland toen 4 miljard gulden heeft moeten kwijtschelden en dat daarna de Curaçaose regering geen enkel verantwoordelijkheidsbesef toonde.

    ‘Curaçao kreeg niet alleen schuldsanering, maar voor hun financieringsbehoeften schrijft Nederland ook regelmatig in. Dat alles heeft Nederland tot op heden nooit voor Aruba gedaan.’

    Waar komt het verschil in behandeling door Nederland tussen Aruba en Curaçao volgens u vandaan?

    ‘Ik relateer het altijd aan een soort schuldgevoel van Nederland tegenover Curaçao vanwege haar slavernij- en koloniale verleden. Nederland ziet de ontwrichting die dat veroorzaakt heeft en merkt dat Curaçao daar nog steeds mee kampt. Dat gevoel van morele verplichting is ten opzichte van Aruba niet zo sterk, omdat wij niet dezelfde geschiedenis hebben als Curaçao.

    ‘Bovendien spelen Curaçaose politici daar ook best handig op in. Op Aruba zijn we niet zo van het exploiteren van schuldgevoelens over het koloniale verleden. We zijn er trots op dat wij altijd het heft in eigen handen willen nemen. We beseffen wel dat er nu tussen Aruba en Nederland een dynamiek van populisme is ontstaan, die  gevaarlijk kan zijn voor het voortbestaan van het Koninkrijk. Mensen zoals André Bosman van de VVD en Ronald van Raak van de SP worden groffer in hun belediging van de eilanden.’

    Dat de VVD roept dat de eilanden onafhankelijk moeten worden is misschien te verwachten, maar niet van de SP. Toch klinken ook daar zulke geluiden. Hoe komt dit?

    ‘Op Aruba zijn we niet zo van het exploiteren van schuldgevoelens over het koloniale verleden’

    ‘Wat er de laatste jaren gebeurt, is dat een voorheen gematigde partij, zoals de VVD, de PVV als bedreiging ziet, en die posities en retoriek ook overneemt. Misschien niet even extreem, maar er ontstaat wel een verbreding van de negatieve retoriek tegenover immigranten, en dus ook tegenover de eilanden.

    ‘Bovendien worden ook de partijen die deze opstelling niet overnemen, zoals het CDA en D66, minder genegen om de eilanden te verdedigen. Die blijven een beetje buiten de discussie. Als je ze privé spreekt, zeggen ze dat zij die mening helemaal niet delen, maar ze komen niet snel naar buiten om te zeggen dat ze het afkeuren. Hoogstens stellen ze wat Kamervragen.

    ‘Wat we dan zien, is dat partijen die in principe zogenaamd niks met elkaar hebben — extreem rechts en extreem links — dezelfde posities innemen tegenover de eilanden. Dat noemen ze dan beide de ‘bescherming van de eigen arbeidsmarkt,’ de ene vanuit een xenofobische hoek en de andere vanuit het willen beschermen van arbeiders. Ze komen vanuit verschillende hoeken op dezelfde plek terecht.’

    Hoe was de relatie met kabinet Balkenende IV, en bemerkte u een ander geluid naar Aruba toe toen Rutte aantrad als premier?

    ‘Totaal, 180 graden verschil. Kijk, we zijn ook geestverwanten met de christen-democraten, dus dat scheelde. Maar daarnaast konden we elkaar ook vinden in de aanpak van de crisis. De enige manier om een gat in de begroting als gevolg van de crisis te dichten binnen het bezuinigingsmodel, is snoeien en belastingen verhogen. Nou, dat is wat iedereen in Europa heeft gedaan. Maar wat je in feite doet, is dit: je laat de mensen die de crisis niet hebben veroorzaakt, de prijs ervan betalen.’

     

    ‘De Arubaanse werknemer was niet de schuldige. Wall Street donderde in elkaar doordat een stelletje boeven met hun jaarrekeningen hebben zitten toveren en bubbels hebben zitten blazen, terwijl iedereen toen dacht dat daarmee welvaart werd gecreëerd — ook in Nederland. Toen ontplofte dat, en dat had ook hier op Aruba grote gevolgen.

    ‘Wat je in feite doet, is dit: je laat de mensen die de crisis niet hebben veroorzaakt, de prijs ervan betalen’

    ‘En dan moet je de burgers gaan vertellen dat zij dat moeten betalen?! Nee, dat moet je uitsmeren over een langere periode. Natuurlijk moeten we ervoor betalen op een bepaalde manier, maar er zijn verschillende methoden.’

    Welke methode hanteerde u voor Aruba?

    ‘We kwamen al voor de crisis tot de conclusie dat wij ons moesten gaan richten op kwaliteit, niet op kwantiteit. Dus niet langer zoveel meer hotels erbij, maar het product Aruba zo sterk, mooi, veilig en schoon mogelijk maken. Zodat het niet alleen voor de bezoekers een aantrekkelijke plek is, maar ook voor de bewoners.

    ‘Toen brak de crisis uit en die had directe gevolgen voor toerisme en investeringen op Aruba. Het jaar daarop sloot de raffinaderij. Het IMF noemde dit toentertijd “the perfect storm” voor Aruba. Niet alleen een wereldcrisis, maar ook een interne crisis. Bovendien hadden mijn voorgangers – niet om slecht over mijn voorgangers te spreken – heel weinig geïnvesteerd in het onderhoud van het eiland. Het eiland verloederde gewoon; wegen, scholen, infrastructuur.’

    ‘Dus kozen we er toch voor om te investeren in Aruba, en om te werken aan de koopkracht van de mensen. Wat ik vaak aan mijn Nederlandse collega’s moet uitleggen, is dat we een eiland zijn gebaseerd op het toerisme. Onze toerisme-industrie draait helemaal op onze gastvrijheid, op de betrokkenheid van onze burgers, hun enthousiasme en optimisme. Daar draaien we op. Dus daar moet je heel voorzichtig mee omgaan.’

    ‘Als je dan gaat zeggen: “we hebben door de crisis een gat in onze begroting, dus we gaan belastingen verhogen, we snoeien hier en daar, en sturen mensen naar huis”, dan kan dit dramatische gevolgen hebben op de stemming van de burgers. Je denkt dat je slim bent door te snoeien in je eigen kosten als overheid, maar iedereen wordt daardoor boos. Mensen komen dan in opstand, gaan op straat autobanden verbranden en voor je het weet zakt de hele toerisme-industrie in. Het is dus geven en nemen om in die context van de crisis in een positie van stabiliteit en rust te komen.’

    ‘Natuurlijk is de staatsschuld wel omhoog gegaan, maar niet meer dan die in andere landen tussen 2008 en 2015. Dus ook de landen die hebben bezuinigd zagen hun schuld omhoog gaan, maar die hebben hun burgers enorm gestraft in deze periode. Wij hebben onze burgers ontzien en ik denk dat we ons model goed gekozen hebben.’

    Wat kreeg u hierover te horen van Nederland, dat een actief een bezuinigingsbeleid voerde?

    ‘In het begin niks. Nederland wist van ons plan, maar er was toen ook een Nederlands kabinet van premier Balkenende. Een paar jaar daarna, onder het kabinet-Rutte, leidde ons beleid echter wel tot problemen.’

    Maar als we kijken naar Curaçao, Aruba’s zustereiland met 50 procent meer inwoners en vergelijkbare infrastructuur en behoeftes, is daar 1 op de 33 inwoners ambtenaar. Op Aruba is 1 op de 18 inwoners ambtenaar. Moet het ambtenarenapparaat op Aruba niet gesaneerd worden?

    ‘Ik denk dat het niet alleen gaat om kostenverlaging, maar ook om efficiëntie. Als je waar voor je geld krijgt, is het prima, maar op dit moment kan je je echt wel afvragen of Aruba waar voor zijn geld krijgt. We moeten meer naar een prestatie-georiënteerd overheids- en ambtenarenapparaat. Dat ligt heel gevoelig, omdat je met de vakbond moet onderhandelen over verworven rechten. We hebben nog niet voldoende tijd en politieke ruimte gehad om dit soort dingen aan te pakken. We hebben wel wat flinke hervormingen doorgevoerd voor dingen die enorm wogen op de begroting, zoals het ambtenaren pensioen. We hebben ook de AOV [AOW op Aruba, red.] leeftijd verhoogd. 

    ‘Wij hebben onze burgers ontzien en ik denk dat we ons model goed gekozen hebben’

    ‘Maar eenmaal aangenomen blijven ambtenaren zitten, dus je zit met veel politieke benoemingen en allemaal mensen die je in de weg zitten. Het apparaat gaat niet mee omdat dit van een andere politieke kleur is of er niet in geïnteresseerd is om leuke en belangrijke dingen te doen. Die ambtenaren willen er alleen zitten om hun uren vol te maken. Wat je dan krijgt is dat, om het werk toch gedaan te krijgen, ministers om zich heen een heel team samenstellen van mensen die ook hun visie delen, en dat dagelijks met dat ambtenarenapparaat aan de haal gaat om het in beweging te brengen.’

    Wat ik vaak hoor van mensen in de private sector, is dat ze niet kunnen opboksen tegen de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden bij de overheid en dat er daarom weinig afvloeiing is van ambtenaren van publiek naar privaat. Zou dit niet ook moeten veranderen?

    ‘Natuurlijk moeten we dat veranderen. We moeten naar een systeem dat is gebaseerd op prestatie. Een van de belangrijke drijfveren voor mensen om heel graag bij de overheid te werken, is dat ze een pensioengerechtigde baan hebben. Dat was vroeger bij de private sector niet zo. Maar we hebben nu een wet ingevoerd die regelt dat je ook in de private sector verplicht een pensioen hebt.

    ‘Maar het staat nog steeds niet zo sterk op het netvlies van mensen dat de rechtspositie tussen publiek en privaat niet meer zo veel verschilt. Wat men nog veel waardeert van de overheid, is dat je niet makkelijk ontslagen wordt. In de private sector moet je echt presteren voor je baanzekerheid en bij de overheid is er toch nog het beeld dat als je eenmaal binnen bent, je voor de rest van je leven goed zit.’

    Die botsingen met Nederland laten zien dat sommige aspecten van het Koninkrijk nog steeds tot conflict kunnen leiden. Waar denkt u dat dit aan ligt? En hoe kunnen we zorgen dat er in de toekomst op een wat meer gemoedelijke manier met elkaar wordt omgegaan?

    ‘Als we in het Koninkrijk willen blijven, moeten we een nieuw “waarom” creëren. Het moet niet meer gebaseerd zijn op het historische verleden of een morele verplichting, maar meer op een win-winsituatie en waarom we met elkaar verder willen. Daartoe hebben we Aruba heel sterk neergezet binnen het Koninkrijk: als een interessante basis in de regio voor Nederlandse bedrijven en ondernemingen. We hebben een strategische ligging, we spreken de taal en we kennen de cultuur.

    ‘We hebben daar hard aan gewerkt. We hebben KLM weer teruggebracht. Schiphol beheert onze luchthaven, omdat het voor hen commercieel interessant is. We hebben Amsterdam Port benaderd om te kijken of er een vergelijkbare samenwerking mogelijk is voor onze haven. We hebben TNO naar Aruba gebracht met het idee om samen te werken aan de duurzaamheidsagenda op Aruba, maar ook omdat ze hun kennis kunnen exporteren naar de regio. Je creëert dus een kenniseconomie met mogelijkheden voor Nederlandse instellingen en bedrijven om Aruba te gebruiken als basis in de regio.

    ‘We moeten naar een systeem dat is gebaseerd op prestatie’

    ‘Als je een kritische massa kan creëren van Nederlandse bedrijven en instellingen die hier echt grote belangen hebben, dan gaat men in de Tweede Kamer ook anders praten over de eilanden. Men mag de regels van het Statuut dan niet zo nauw nemen, men luistert wel heel nauw naar commerciële belangen in Nederland. Als bijvoorbeeld meneer Nijhuis van Schiphol dan een keer belt met “waarom hebben jullie ruzie met die eilanden, ze zijn best belangrijk voor ons!” kan dat heel goed zijn voor onze positie binnen het Koninkrijk. Maar ik denk nog niet dat we die kritische massa hebben bereikt.’

    Dus u ziet niet per se de oplossing in het Statuut zelf aanpassen, of een geschillenregeling zoals Piet Hein Donner voorstelde tijdens zijn toespraak bij een bijeenkomst van Genootschap Nederland Aruba?

    ‘Ik denk dat dat tools zijn die we wel nodig hebben, vooral in tijden waarin mensen de rechtsstatelijke beginselen van het Koninkrijk verachten. Daar kun je je dan tegen verweren puur op basis van regels. Maar we moeten heel snel naar een omwenteling van die houding, het moet constructief worden — dat men ons ziet als een partner waarmee samen goede dingen gedaan kunnen worden in het wederzijds belang. Als ik elke dag alleen op regels moet gaan staan om ons te beschermen, dan is dat ook onhoudbaar.

    ‘Ik hoop op een nieuw kabinet in Nederland dat iets meer ziet in Koninkrijksrelaties en samenwerking. Dan denk ik dat we ook het populisme aan deze kant kunnen aanpakken. Want wanneer er in Nederland zo wordt gesproken over de eilanden, dan ontstaat er een gevaarlijke dynamiek vanwege deze verharding. Je krijgt hier en op de andere eilanden — op Curaçao heel sterk — mensen die beginnen te spelen met het idee van onafhankelijkheid, en die bovendien alleen maar worden versterkt in hun positie.

    ‘We moeten er heel snel uit komen. Ik ben ervan overtuigd dat de enige manier om dat te bereiken, is dat we hier op de lange termijn een nieuw “waarom” ontwikkelen voor het Koninkrijk, waarbij aan beide kanten van de oceaan het belang centraal staat dat we hebben bij het voortzetten van deze relatie.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lorenzo Fränkel

    Lorenzo studeerde milieu-economie aan de VU Amsterdam, en richt zich met passie op de grote energietransitie. Voor Follow the...

    Volg Lorenzo Fränkel
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren