Het Nederlandse markt-socialisme

6 Connecties

Onderwerpen

Socialisme Vrije markten micromanagement

Organisaties

VVD Overheid

Werkvelden

Economie
106 Reacties

Op Prinsjesdag zal een grote zak met cadeautjes worden verdeeld. 'Leuk voor even,' stelt columnist Daniel Mügge, maar een toekomstgericht beleid weten onze micro-managende politici niet meer te produceren. 'Zij reduceren het overheidsapparaat tot een achterbanbedienmachine.'

Als het geen nazomer was, zou je bijna denken dat volgende week Sinterklaas is en geen Prinsjesdag. Via gelekte stukken die RTL en het Algemeen Dagblad in handen kregen, hebben we al even in de zak van de goedheiligman mogen gluren. Ja hoor, daar zijn ze: de cadeautjes. Voor ieder wat. De één krijgt een beetje lastenverlichting, de ander wat meer kinderopvangtoeslag. De Paniekpiet had even onrust gezaaid: zouden minima en ouderen hun koopkracht zien slinken? Dat kon toch niet, nadat iedereen jarenlang zo braaf de broekriem had aangehaald? Dus is het kabinet weer gaan sleutelen aan toeslagen en belastingschijven, tot het moment dat er voor iedere Nederlander ‘wat lekkers’ in het koffertje met de miljoenennota zit.

Haags micromanagement

Dit Haagse micromanagement van onze portemonnees is, op z’n zachts gezegd, opmerkelijk. Menig socialistisch land zou er trots op zijn. Na meer dan drie decennia “neoliberale” hervormingen zou je eerder denken dat de Nederlandse economie is uitgeleverd aan de woeste en wispelturige grillen van de markt. Maar niets is minder waar. Er zijn nauwelijks sectoren waar de overheid geen vinger in de pap heeft. Verdient Nederland het etiket markteconomie? Als je het zo bekijkt, zou marktsocialisme dichter in de buurt komen.

Er zijn nauwelijks sectoren waar de overheid geen vinger in de pap heeft

Een aantal voorbeelden. De zorgsector is dichtgetimmerd met prijsafspraken, verplichte consumptie (bijna iedereen moet een zorgverzekering hebben), prestatiedoelen en productregulering. De financiële sector ligt nog steeds aan het infuus van de overheid, die in hoge nood met miljarden belastinggeld was bijgesprongen - en dat ook weer zal doen wanneer de volgende crisis toeslaat. De Zuidas is verzekerd van een Haags vangnet en verdient er goed aan. Wat te denken van een spoorwegsector die tot in de haarvaten door de politiek gemanaged wordt? De luchtvaart, en vooral Schiphol, net zo. Het onderwijs en gesubsidieerde crèches. Of de landbouw, waar subsidieregelingen, handelstarieven en bestemmingsplannen de koers bepalen. De bouwsector, gedreven door openbare infrastructuurprojecten en booms en busts op de huizenmarkt - op zijn beurt uitgeleverd aan een labyrint van overheidsmaatregelen. Geen idee hoe je moet benoemen wat in die sectoren gebeurt, maar van een vrije markt is hier geen sprake.

Nepmarkten

Hoe rijmt zo’n overheidsdoordrenkte economie met de vrees voor doorgeslagen marktwerking? Veel van die marktgeoriënteerde hervormingen waren eigenlijk undercoveroperaties van bestuurders die aan knoppen wilden blijven zitten. Gemanagede marktwerking als beleidsinstrument en getemd kapitalisme als trekpaard voor de overheidskar - de ultieme vorm van maakbaarheid. Verzelfstandiging of privatisering van nutsbedrijven, de transport- of communicatiesector mocht vrolijk doorgaan. Met boekenplanken vol detailmaatregelen kon de overheid de touwtjes in handen blijven houden terwijl marktdynamiek de vastgeroeste sectoren nieuw leven in zou blazen. Dus wordt er gewerkt met ingewikkelde prikkelstelsels moeten mensen schijnbaar uit zichzelf de gewenste keuzes te laten maken. Op die manier wordt er bijgestuurd bij studiekeuze, huiskeuze, baankeuze, autokeuze. Zelfs de kinderwens is door fiscale maatregelen ingekaderd.

Zelfs de kinderwens is door fiscale maatregelen ingekaderd

Tot zover de theorie. De praktijk heeft anders uitgepakt. Het credo is dat instellingen zoals ziekenhuizen of universiteiten als bedrijven bestuurd moeten worden. Maar elke keer als ze daar werk van maken, fluit de politiek ze terug. Door dat indirecte besturen krijg je niet het beste van de twee werelden markt en staat, maar het slechtste: nepmarkten vol nare bijwerkingen. De politiek wil specifieke doelen halen – bijvoorbeeld supersnel internet, treinen op tijd en betaalbaar wonen voor armere gezinnen – maar heeft de echte regie uit handen gegeven. De rampzalige gevolgen van privatisering, verzelfstandiging en mislukte marktwerking zijn alom in het nieuws geweest: het debacle rond de Fyra en de hogesnelheidslijn, miljarden euro’s verliezen bij woningcorporaties door derivatenhandel, excessieve beloningen in wat vaag de ‘semi-publieke’ sector heet. De kiezers denken de verantwoordelijken wel te kunnen vinden als het misgaat: politici. Als die op de achtergrond aan de knoppen zitten, zijn zij toch ook verantwoordelijk voor de consequenties? De politiek verliest de directe controle maar houdt de verantwoordelijkheid. En de economische dynamiek die je eigenlijk van goede marktwerking verwacht, krijg je toch niet. Iedereen is immers bezig zijn weg te vinden in het doolhof van reguleringen, fiscale prikkels en anderen indirecte sturingsinstrumenten. Zet dit allemaal op een rij en je beseft dat je echte marktwerking in onze "markteconomie" met een vergrootglas moet zoeken. Maar de misschien meest opmerkelijke overheidssturing in onze economie komt onder de kop "huizenmarkt" (die het "markt"-label evenmin verdient). Sinds pakweg twintig jaar voedt beleid - met name de hypotheekrenteaftrek - een Nederlandse vastgoedbubbel die als keerzijde recordschulden van huishoudens heeft. Tussen 1995 en 2011 hebben die huishoudens elk jaar ongeveer voor vier procent van het BNP nieuwe schulden gemaakt - jaar op jaar. Vergeleken met die enorme koopkrachtinjectie in de economie zijn de stimuleringsprogramma's van na de crisis ‘peanuts’. De overheid zit er overal kniediep in: inkomensverdeling, de waarde van woningen en tal van economische sectoren.

Dwaaltuin van regelingen

Wat is er mis met al dat micromanagement vanuit Den Haag? Alles en niets. Zaken zoals zorg, huisvesting en onderwijs zijn kwesties van publiek belang, en burgers verwachten terecht dat de overheid daar beleid op voert dat aansluit bij hun behoeften en wensen. Dit is dus zeker geen pleidooi voor een onverschillige overheid en anarcho-kapitalisme. Waar het misgaat, is bij het micromanagement. Daarmee heeft de overheid torenhoge verwachtingen bij de burgers gewekt. Niet alleen over economische ontwikkelingen in het algemeen. Nee, Den Haag wordt direct verantwoordelijk gehouden voor wat er in onze portemonnee gebeurt (vooral als het tegenvalt natuurlijk). Huizenprijzen gaan de verkeerde kant op? De regering moet ingrijpen. Mijn treinticket te duur? Daar moeten maatregelen komen. Mijn vermogen zwaarder belast? Onaanvaardbaar. In elke maatregel moet direct compensatie ingebouwd worden voor elke mogelijke verliezer. Met ons versplinterde partijenstelsel moeten er tal van bevolkingsgroepen tegelijkertijd zoet worden gehouden, en lukt dat niet, dan gebeurt er niets. Het gevolg: de overheid stuurt steeds minder op hoofdlijnen, maar houdt zich vooral bezig met tot op de cent berekenen hoe lusten en lasten over het electoraat verdeeld moeten worden.

Politiek gaat dan alleen nog maar over jouw centen versus mijn centen, en niet over langetermijnvisies

Het resultaat is een dwaaltuin van regelingen dat onmogelijk te hervormen is. Hoe vaak is niet al geprobeerd om het belastingstelsel simpeler te maken, of het toeslagenoerwoud? Menig staatssecretaris heeft zich daar de tanden op stukgebeten. Ondertussen debatteren marktliefhebbers en -sceptici langs de Nederlandse werkelijkheid heen. De vraag is niet of de overheid zich wel of niet tegen bepaalde sectoren van onze economie aan bemoeit. Dat doet zij hoe dan ook, en ja, uiteraard op verzoek van de burger, zowel rijk als arm. De vraag is wel hoeveel detailmanagement je als burger mag verwachten, en hoezeer de overheid elke economische schommeling en elk risico voor jou moet opvangen. Want de prijs die wij betalen voor een overheid als collectieve risicomanager is groot. Politiek gaat dan alleen nog maar over jouw centen versus mijn centen, en niet over langetermijnvisies die verder reiken dan ieders portemonnee. Wat nodig is, is meer eerlijkheid: een partij als de VVD zou moeten toegeven dat zij niet echt een voorvechter is van marktwerking, maar van detailmanagement in het voordeel van haar achterban. Net zoals alle andere partijen. Al die geavanceerde rekenmodellen, die per bevolkingsgroep precies laten zien wat er met de koopkracht gebeurt, zijn dus zowel vloek als zegen. Zij reduceren het overheidsapparaat tot een achterbanbedienmachine. Micromanagement omdat het kan. En dus mogen wij volgende week dinsdag de tabellen bewonderen waaruit blijkt dat de overheid al het lekkers aardig heeft weten te verdelen. Leuk voor even, maar echt toekomstgericht beleid ziet er anders uit.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Daniel Mügge

Professor of Political Arithmetic aan de UvA. Probeert te ontrafelen waarom we de economie zo meten als we dat doen.

Volg Daniel Mügge
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren