© CC0 (Publiek domein)

  • Dit plaatst de wetenschap wel op een heel hoog voetstuk.
  • Waarom is waardenvol onderzoek niet waardenvrij? Kennis en inzicht is waardenvrij, het doel waarvoor je het inzet niet.

Hoe zorgen we ervoor dat duurzaamheid niet iets is waar we continu voor moeten werken, maar iets wat ingebakken zit in onze economie? In het tweede deel van Hoofdstuk 1 geeft Niko Roorda alvast een voorproefje van wat komen gaat.

Vooraf

Dankjewel, opnieuw. Voor de discussies naar aanleiding van mijn vorige publicatie. Voor de belangrijke bronnen in de literatuur en op internet, die me enorm helpen om mijn gedachten te bepalen en mijn boek te schrijven en aan te vullen.

Terwijl je dit leest, heb ik al een aantal mensen op bezoek gehad die zich meldden naar aanleiding van mijn eerste twee inzendingen. Zij bezitten belangrijke expertise en toonden zich bereid om die met me te delen. Dat is heel behulpzaam.

Met dit deel begint het boek echt. Mijn vorige bijdrage, het begin van hoofdstuk 1, was nog wat oriënterend. Nu duik ik werkelijk in de materie. In de tekst hieronder zet ik de route uiteen die kan leiden naar een intrinsiek duurzame economie en samenleving. Ik schets het ‘pad’ dat ik wil voorstellen. Ik doe dat verdeeld over twee afleveringen, omdat het verhaal te lang is om in één keer te doen. 

Het tweede gedeelte krijg je over twee weken. Het eerste deel, dat hieronder volgt, is wat lang geworden, uitgaande van de richtlijnen die de redactie van Follow the Money me gaf. Sorry, Arne, Eric en de rest! Maar ik kon halverwege dit stuk geen geschikt afbreekpunt vinden.

O ja, nog even dit: verschillende reacties wezen mij erop dat de economische wetenschap meer is dan waar ik het over heb. Die kritiek is terecht. Er zijn bijvoorbeeld de meso- en de micro-economie, met onder meer de bedrijfseconomie en de bestudering van consumentengedrag. Waar ik me mee bezighoud, is de algemene economie met een accent op de macro-economie. 

Ik wens je veel plezier bij het lezen van deze tekst, en ik hoop op pittige discussies.

2. Het Pad naar Structurele Duurzaamheid

Omvallende banken en wereldwijd instortende beurzen zijn niet de enige grootschalige problemen waar de wereld mee kampt. Klimaatverandering is er ook een: een voorbeeld van ecologische onduurzaamheid. Discriminatie is een voorbeeld van sociale onduurzaamheid. De financiële rampspoed van banken en beurzen, met de daaruit voortvloeiende effecten op de reële economie, behoort tot de derde categorie: economische onduurzaamheid

Deze drie categorieën, ook wel aangeduid als people, planet en profit, worden vaak voorgesteld als een driehoek, de Triple P, alsof ze met z’n drieën gelijkwaardig zijn. Maar dat is schijn. Want veel, misschien wel bijna alle ecologische en sociale problemen hebben onderliggende economische oorzaken. De gebruikelijke driehoek (links in figuur 1.3) kan beter getekend worden zoals in de rechterfiguur.

Figuur 1.3. De Triple P, getoond zoals gebruikelijk (links);
en met Profit zichtbaar als een voorname bron van onduurzaamheid (rechts), zelfs voor People & Planet. (Achtergrondfoto: NASA)

Denkt u eens na over twee gegevens. Ten eerste: veel, misschien wel bijna alle vormen van onduurzaamheid hebben een economische hoofdoorzaak. Hoofdstuk 3 zal u daar nader over informeren. Ten tweede: de economie als vakgebied is nog lang geen wetenschap en heeft geen grip op de economische werkelijkheid. Met dit onderwerp maakt u nader kennis in hoofdstuk 4. 

De combinatie van die twee zaken maakt dat de wereld nooit structureel duurzaam gemaakt kan worden zolang het vakgebied economie niet uitgroeit tot een echte volwassen wetenschap. Structurele duurzaamheid, een begrip dat eveneens in hoofdstuk 3 zal worden geïntroduceerd, is het soort duurzaamheid die niet voortdurend actief hoeft te worden gehandhaafd. Het is een ingebakken soort duurzaamheid, die als vanzelf uit het systeem naar voren komt. 

Economische duurzaamheid is een basisvoorwaarde voor elke vorm van structurele duurzaamheid. En dus begint het Pad naar Structurele Duurzaamheid noodzakelijkerwijs met oprecht inzicht, wetenschappelijk inzicht, in de economie.

Maar dit boek zal zo’n volwassen economische wetenschap niet creëren. Dat is een immense klus, waarvoor veel meer nodig is dan een boek. Wel zal in de komende hoofdstukken worden aangegeven hoe het begin van het Pad naar Structurele Duurzaamheid eruit zou kunnen zien.

Hoofdstuk 1: Het Pad en de Beweging

Het hoofdstuk dat u thans leest zal het Pad schetsen, waarbij uiteengezet wordt dat daarvoor een brede Beweging noodzakelijk is: vandaar de titel van het hoofdstuk. 

In het hele verhaal zijn twee begrippen van doorslaggevend belang, en die worden dan ook in hoofdstuk 1 ingevoerd: het al genoemde woord protowetenschap, voorafgegaan door een term die nodig is om protowetenschap te definiëren: impetuswoorden. Dat laatste gebeurt aan de hand van een klein stukje wetenschapsgeschiedenis. 

Protowetenschappen bezitten, zoals u zult zien, een zestal kenmerkende eigenschappen die ze onderscheiden van enerzijds filosofie en anderzijds wetenschap. Het bezit van impetuswoorden is er één van.

Hoofdstuk 2: Geld en andere waarden

Geld, geld… Altijd is het geld dat bepaalt wat er kan. Wat er mag, of niet. Geld stuurt de mensenwereld. Geld is medebepalend en vaak doorslaggevend voor wat goed gaat, en dat is mooi. Het is ook dikwijls een oorzaak van wat niet goed gaat.

De mensenwereld is doordrongen van geld. Het is geen wonder dat er nogal wat mensen zijn die ‘geld’ gelijkstellen aan ‘waarde’. In die stijl proberen ze om alles wat waarde heeft, uit te drukken in dollars, euro’s, ponden of yen. De serene rust van een bos; de schoonheid van een kunstwerk; de liefde voor een medemens; ja, zelfs een mensenleven wordt vertaald naar geld. (Hebt u ook een levensverzekering?) 

Dat roept absurde gedachten op, zoals hoofdstuk 2 zal laten zien. En afgrijselijke perversiteiten, waarvan er in dat hoofdstuk een aantal de revue zullen passeren.

"Voor procesmatige duurzaamheid moeten we moeite blijven doen. Structurele duurzaamheid blijft vanzelf in stand"

Hoofdstuk 3: De onduurzame economie

In hoofdstuk 3 zult u zien dat de diepere oorzaken van alle onduurzaamheid bestaan uit weeffouten: structurele constructiefouten in het weefsel van de menselijke samenleving. Aan de hand van een paar opvallende voorbeelden zal getoond worden hoe die weeffouten steeds weer terug te voeren zijn op geld, op economie.

Daarna wordt getoond hoe het uitbannen van zulke weeffouten, inclusief de economische, kan leiden tot duurzame ontwikkeling. Wanneer dat echter gebeurt zonder een diepgaande transitie van het onderliggende economische systeem, zal het handhaven van duurzaamheid altijd een grote inspanning blijven vergen, als een jongleur die vele ballen tegelijk in de lucht probeert te houden. Zodra de actieve inspanning stopt, zal deze procesmatige duurzaamheid vervagen en uiteindelijk verdwijnen.

Oftewel: om procesmatige duurzaamheid te handhaven, moeten we altijd moeite blijven doen.

De tegenhanger daarvan is structurele of intrinsieke duurzaamheid, die diepgaand in het systeem is ingebed. Zulke duurzaamheid bestaat nog niet.

Structurele duurzaamheid blijft vanzelf in stand. Als we die zouden willen elimineren, zouden we daar moeite voor moeten doen.

Natuurlijk zijn er door de eeuwen heen en op allerlei plaatsen in de wereld alternatieve manieren bedacht om een samenleving duurzaam economisch draaiend te houden. Een zo’n poging is het creëren van meerdere, parallelle muntsystemen: de Sunny bijvoorbeeld, een lokale munt in Peel en Maas, net als de Natasin Emmen en de Chiemgauer in de Beierse regio Chiemgau. Of bijvoorbeeld de bitcoin. Ook kun je ‘proletarisch winkelen’, zoals dat heet, bijvoorbeeld door huizen te kraken of films te downloaden met behulp van torrents. Een alternatief op veel grotere schaal is of was het communisme, waar wonderlijk genoeg sommige mensen nog steeds (of weer) enthousiast over kunnen zijn. 

Deze en andere alternatieven worden in hoofdstuk 3 onderzocht. Maar de conclusie kan ik u alvast verklappen: ze zullen allemaal niet goed genoeg zijn. Geen van de genoemde opties, zelfs niet in combinatie, heeft geleid tot een structureel duurzame samenleving. En het is uiterst onwaarschijnlijk dat ze dat in de toekomst wel zullen doen. Met andere woorden: dat werkt allemaal niet. Om daadwerkelijk op structurele duurzaamheid uit te komen, moeten we eerst dieper graven.

Hoofdstuk 4: De economie, een protowetenschap

Hoofdstuk 4 gaat nader in op het begrip protowetenschap. In het eerste hoofdstuk werd dit woord gedefinieerd, waarbij zes kenmerken werden genoemd. Deze zes kenmerken zullen één voor één in detail worden besproken, aan de hand van concrete voorbeelden uit diverse wetenschapsgebieden. U zult zien hoe verschillende takken van wetenschap zich in de loop van de afgelopen paar eeuwen losmaakten uit de filosofie. Treffende voorbeelden zijn, in historische volgorde: de natuur- en sterrenkunde, de scheikunde, de biologie, de geneeskunde. Elk van die gebieden doorliep een overgangsfase van ‘protowetenschap’, alvorens een echte wetenschap te worden. 

Vervolgens zal blijken dat de economie als vakgebied alle kenmerken van protowetenschap op dit moment bezit, hetgeen tot de onafwendbare conclusie zal leiden dat economie thans inderdaad een protowetenschap is en niet meer dan dat. Dat is zeer ernstig, omdat de regeringen van alle landen in de wereld hun financieel-economische beleid baseren op de conclusies van de economie, met name de macro-economie — en dat beleid steunt dus op een vakgebied dat fundamenteel nog niet wordt begrepen. Het betekent ook dat alle grote ondernemingen, waarvan sommige machtiger zijn dan menig middelgroot land, opereren in een economische omgeving die niet goed doordacht is. Geen wonder dat de wereld zo onduurzaam is.

Ook zal het hoofdstuk tonen hoe de overgang van protowetenschap naar echte wetenschap in het verleden steeds volgens vaste patronen is verlopen. En hoe zelfs op dit moment een nieuwe tak van wetenschap ontstaat: de neuropsychologie, uit een fusie tussen de neurologie en een protowetenschap genaamd psychologie. Het gebeurt terwijl we ernaar kijken! 

Voor zo’n overgang, zo’n geboorte van een wetenschap, zijn rekwisieten nodig. Passende en tijdige hulpmiddelen, zoals de beschikbaarheid van vernieuwende technische apparatuur. Van nieuwe, originele mentale instrumenten, onder meer in de vorm van nieuwe wiskunde. Ja, zelfs van geheel nieuwe paradigma’s: nieuwe woorden en gedachtenconstructies om verrassende nieuwe denkwerelden te scheppen. De overgang van proto- naar echte wetenschap vertoont typische kenmerken, die steeds opnieuw optreden. Het bestuderen van zo’n transitie levert waardevolle en spannende informatie op om de eerste stappen te zetten op het Pad naar Structurele Duurzaamheid.

Figuur 1.4. Keplers Kosmische Bokaal wordt toegelicht in hoofdstuk 5. (Tekening: Kepler, 1596)

Hoofdstuk 5: Wetenschapsontwikkeling

Vervolgens worden een paar typische kenmerken besproken van hoe wetenschap ontwikkeld wordt. Ook daarin zitten enkele vaste denkstappen.

De eerste stap is in veel gevallen patroonherkenning. Dat gaat niet altijd even goed, zoals in het amusante geval van de Kosmische Bokaal van Johannes Kepler (zie fig. 1.4) en het minstens zo vermakelijke geval van de golfbewegingen waarin hedendaagse economen geloven. In andere gevallen, bijvoorbeeld de classificatie van planten- en diersoorten door Linnaeus in de 18e eeuw, bleek patroonherkenning echter van onschatbare waarde.

Een aansluitende stap van wetenschapsontwikkeling is modelvorming. Daar hoort ook bij dat eigen methoden en denkwijzen worden ontwikkeld, passend bij het vakgebied. 

De oudste wetenschap, de natuur- en sterrenkunde, maakte met veel succes gebruik van wiskunde. Vandaar dat andere vakgebieden dat ook probeerden. Soms met goede resultaten, zoals in de scheikunde, soms met twijfelachtige uitkomsten, met name in de sociale wetenschappen. Het te zeer nabootsen van de natuurkunde, onder meer in de economie, wordt fysicalisering genoemd: een proces dat tot tragische effecten heeft geleid. De treurige gevolgen van de goedbedoelde frenologie bijvoorbeeld, en later de even trieste effecten van het methodologisch behaviorisme. Ieder vakgebied dient zijn eigen passende methoden en instrumenten te ontwikkelen om niet te ontsporen, zo zal blijken. Vanzelfsprekend geldt dat ook voor de economie.

"Mag maatschappelijke vooruitgang een doel zijn van wetenschap?"

Op modelvorming volgt toetsing. Dat betekent dat alles wat bedacht wordt, in de vorm van onderzoeksmethoden, veronderstellingen, modellen en meetresultaten, kritisch onderzocht wordt: een proces dat altijd dient te worden voortgezet.

Eindeloze, grondige toetsing bestaat uit lange reeksen systematisch uitgevoerde experimenten. Voor het vakgebied economie levert dat echter een groot probleem op, omdat de mogelijkheden voor het uitvoeren van experimenten zeer beperkt zijn. Tot voor kort was dat een onoverkomelijke handicap, die de ontwikkeling van economische wetenschap in de weg stond. Gelukkig biedt moderne technologie een uitstekende en innovatieve oplossing — zoals verderop, in hoofdstuk 7, zal worden beschreven.

Als het in een bepaald wetenschapsgebied lukt om die stappen – patroonherkenning, modelvorming en toetsing — te doorlopen, leidt dat tot ‘succes’: bijvoorbeeld in de vorm van voorspellende kracht, technologische toepassing, financiële winst of maatschappelijke vooruitgang. En in de vorm van ‘begrijpen’: het besef dat de onderzoekers grip hebben gekregen op hun onderwerp.

Over maatschappelijke vooruitgang gesproken: mag dat een doel zijn van wetenschap, of behoort wetenschap ‘waardenvrij’ te zijn, volgens het klassieke Griekse ideaal: objectief en neutraal, met als enig doel kennis en inzicht verzamelen? Nieuwe wetenschapsopvattingen, ontstaan in de afgelopen decennia, zien dat anders. Waar mensen en samenlevingen het onderwerp van studie zijn, is het helemaal niet verkeerd om ‘waardenvol’ onderzoek uit te voeren: een niet-neutraal doel, zoals het verbeteren van leefomstandigheden, uitroeien van armoede, behouden van de natuur of promoten van duurzame ontwikkeling is ook een ‘succes’ in deze opvatting.

En de economische wetenschap: hoe zou ‘succes’ daar gedefinieerd moeten worden? Wat is de taak van een echte economische wetenschap eigenlijk? Hoofdstuk 5 stelt de vraag; hoofdstuk 7 zal hem beantwoorden. Voor dat antwoord is echter eerst een ander ingrediënt nodig.

Hoofdstuk 6: Duurzaamheid op de rand van chaos

Een van de grootste oorzaken van de onwetenschappelijkheid van de huidige economie is de oversimplificering van het studiegebied. Zo wordt er veelal door economen verondersteld dat er tot op zekere hoogte sprake is van economisch evenwicht, terwijl we best weten dat er in de laatste eeuwen nooit sprake was van stabiliteit in de economische systemen. Deze en andere vormen van oversimplificering worden besproken in hoofdstuk 6. 

"Wie op de rand van chaos verblijft, kan soms zomaar over de rand tuimelen"

In dat hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt tussen onder meer lineaire systemen, chaotische systemen, en daar tussenin: complexe systemen. De bestudering van complexe systemen is een van de meest fascinerende onderzoeksgebieden van de laatste honderd jaar, onder meer omdat complexiteit toepasbaar is in tal van wetenschapsgebieden. Dat geldt des te meer voor complexe systemen die zich ‘op de rand van chaos’ bevinden, zoals: levende wezens; ecosystemen; menselijke breinen; het internet; en jawel: ook de wereldwijde economie.

Wie (of wat) op de rand van chaos verblijft, kan soms zomaar over de rand tuimelen. Als een levend wezen dat doet, wordt het ernstig ziek of overlijdt het zelfs. Een menselijk brein dat over de rand valt, wordt psychotisch, ontwikkelt een andere diepgaande neurologische of mentale stoornis, of sterft. Als het economisch systeem het doet, ontstaat er een financieel-economische crisis — zoals die waarmee dit boek begint. 

Alleen al dat economische gevaar maakt duidelijk hoe belangrijk het is dat men in de economie het al te simpele denken vervangt door complex denken: de realiteit dient immers onder ogen te worden gezien. Complexiteit is voor het vakgebied economie dan ook een absolute noodzaak en tegelijk een geweldige kans om naar echte wetenschap door te breken.

Complexe systemen kunnen in principe op drie manieren ontstaan. Op basis van een ontwerp, een blueprint: een computer bijvoorbeeld. Als gevolg van een spontaan stap-voor-stap groeiproces, zoals eeuwenoude steden of nationale wegennetten. Of door evolutie, waarbij de complexiteit in de loop van vele duizenden generaties toeneemt. Alle hedendaagse levende soorten zijn op die manier ontstaan, op basis van de beroemde principes van Darwin: struggle for life en survival of the fittest

Een evolutionair proces is een prachtig voorbeeld van een zelflerend systeem, waarbij dat systeem in iedere volgende generatie door natuurlijke selectie steeds weer opnieuw ontworpen wordt, elke keer een beetje anders dan het vorige.

"Economische ontwikkelingen dienen als vanzelf in de richting van duurzaamheid te bewegen"

Als een structureel duurzaam economisch systeem alleen een complex systeem kan zijn: langs welke van deze drie wegen zou het tot stand moeten komen? Hoofdstuk 6 stelt de vraag; hoofdstuk 8 zal hem beantwoorden.

Complexe systemen vertonen emergent gedrag: verrassend gedrag dat tevoorschijn komt in het systeem als geheel, en dat je nooit had kunnen verwachten op grond van het gedrag en de eigenschappen van de samenstellende delen. Tot dat emergente gedrag behoort onder meer dat systemen spontaan de neiging vertonen om zich te ontwikkelen in de richting van bepaalde toestanden of cycli. Omdat het lijkt dat het systeem daar naartoe getrokken wordt door een soort aantrekkingskracht, worden zulke toestanden of cycli attractoren genoemd, ‘aantrekkers’.

Hoofdstuk 7: De taak van de economische wetenschap

Emergentie en attractoren zijn sleutelbegrippen voor de economie – of zouden dat moeten zijn. Voor een gewenste samenleving en economie die structureel duurzaam zijn, kan duurzaamheid niet een achteraf toegevoegde, ‘aangekleefde’ eigenschap zijn, maar een intrinsieke eigenschap van het systeem. Met andere woorden, economische ontwikkelingen dienen als vanzelf in de richting van duurzaamheid te bewegen. 

In termen van complexiteit betekent die voorwaarde: duurzaamheid dient een attractor te zijn van het economisch systeem. Dit is de eerste taak van de te ontwikkelen economische wetenschap.

Op dit moment is dat bepaald niet het geval. Om zover te komen, zijn ingrijpende veranderingen noodzakelijk. Maar zelfs als dat allemaal lukt, zal er nimmer een garantie zijn dat de samenleving en de economie daarna altijd stabiel zijn. Honderd procent garantie dat er nooit meer rampen optreden kan nooit gegeven worden, al was het maar omdat er fysieke rampen zullen blijven komen, zoals aardbevingen en meteorietinslagen – met potentieel enorme economische gevolgen.

Figuur 1.5. Het principe van de Brede Holle Weg wordt toegelicht in hoofdstuk 7 (Foto: Romain Bréget op Wikimedia)

De tweede taak van de economische wetenschap is dan ook om de waarschijnlijkheid van economische catastrofes te verkleinen en om de gevolgen ervan te minimaliseren. Dat principe zal in hoofdstuk 7 de Brede Holle Weg genoemd worden (figuur 1.5).

In datzelfde hoofdstuk wordt een scala aan nieuwe gereedschappen beschreven, zowel fysieke als mentale gereedschappen, die beschikbaar zijn en volstaan om de gewenste economische wetenschap te ontwikkelen. Daartoe behoren naast complexiteit onder meer zelflerende systemen, simulaties en computerspellen.

Duurzame ontwikkeling gaat over tal van onderwerpen, zoals: welvaartsverdeling, veiligheid, onderwijs, natuurbehoud. Daarmee rijst vanzelfsprekend de vraag op: wat voor duurzaamheid? Op welke aspecten leg je de nadruk? En zelfs fundamenteler: wat voor soort samenleving streef je na?

Zulke vragen zijn nooit objectief te beantwoorden. Ze zijn deels politiek, deels maatschappelijk, en deels zelfs persoonlijk van aard. Ieder mens, iedere samenleving, iedere buurt, stad, staat of continent heeft immers zijn eigen ideeën en voorkeuren. Hoe kun je dan toch objectief wetenschap bedrijven, op basis van zulke subjectieve uitgangspunten?

Hoofdstuk 7 zal laten zien dat deze subjectiviteit niet een zwakte, maar juist een kracht van economische wetenschap is.

Tot slot

Tot zover de tekst van hoofdstuk 1 voor vandaag. Ik breek hier af, omdat deze bijdrage anders veel langer gaat worden dan ik met de redactie heb afgesproken. De rest lees je over twee weken, op 15 december. Daarin schrijf ik over hoofdstuk 8, dat gaat over experimentele economie, een essentieel kenmerk van echte wetenschap. Het slothoofdstuk 9 vertelt over de brede Beweging die voor dit project nodig is. Je zult uitgenodigd worden om deel van die beweging te zijn.

Voor nu: ik kijk uit naar jullie reacties. Bijvoorbeeld over de vraag: hoe realistisch vind je mijn voorstellen? 

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 117 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Lees meer

Volg deze auteur
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 104 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Lees meer

Volg dossier

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid