Carola Schouten

Carola Schouten © Marco de Swart

De Tweede Kamer telt weinig politieke dieren

De jaren onder leiding van Mark Rutte blonken niet uit qua aandacht voor dierenwelzijn, aldus Hans Baaij. De VVD is met het CDA zowel in kabinet-Rutte II als III de meest dieronvriendelijke partij. Leken CU, D66 en PvdA in hun verkiezingsprogramma’s nog pro-dieren te zijn, eenmaal in de regering bleef van die principes weinig over. Maar ook op de deskundigheid van PvdD is wel wat aan te merken. ‘De kandidaten hebben vooral ervaring opgedaan in diverse gemeenteraden.’

Ondanks het feit dat de aanhang van dierenbeschermingsorganisaties miljoenen mensen telt, speelt dierenwelzijn bij beslissingen van de regering nauwelijks een rol. De afgelopen vier jaar onder kabinet-Rutte III waren voor de dieren weer een verloren periode. Carola Schouten (CU), minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNW), raakte volledig verstrikt in mestfraudes, stikstofrechtszaken, misstanden in slachterijen en een falende Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) waarover het zoveelste schokkende rapport verscheen. De op landbouw onervaren Schouten bleek helaas de machteloze minister die ik hier eerder had voorspeld: geen visie, geen innovatie, vage rapporten over kringlooplandbouw, veel subsidie en desondanks klagende boeren. In deze puree van ellende sneeuwde het beetje aandacht voor de dieren geheel onder. Schouten was de speelbal van lobbyisten en van de dieronvriendelijke partijen VVD en CDA.

Moties

De Stichting Dier&Recht heeft een analyse gemaakt van het stemgedrag in de Tweede Kamer. Daartoe heeft de stichting 396 moties over dierenwelzijn tijdens kabinet-Rutte II (VVD en PvdA) en 291 moties tijdens kabinet-Rutte III (VVD, CDA, D66 en CU) bestudeerd.

Dat CDA en VVD het meest dieronvriendelijk zijn, was al bekend. Ook min of meer bekend is dat partijen met pro-dieren verkiezingsprogramma’s in de oppositie conform hun eigen uitgangspunten stemmen, maar zodra ze gaan regeren hun principes inruilen en gedwee de standpunten van de VVD volgen. Onderstaande tabel maakt duidelijk dat VVD en CDA (in de Tweede Kamer) weinig op hebben met dieren en dat PvdA (bij Rutte II), CU en D66 (bij Rutte III) als regeringspartij zich zonder morren aanpassen aan met name de VVD.

Voordat de PvdA toetrad tot Rutte II stemde de partij in meer dan 70 procent van de moties vóór dierenwelzijn. Over de gehele periode van kabinet-Rutte II, met de PvdA in de regering, was dit gezakt naar gemiddeld 35 procent. In het laatste jaar van Rutte II bedroeg dat zelfs nog maar 10 procent. Tijdens (het inmiddels demissionaire) kabinet-Rutte III, met de PvdA weer in de oppositie, was het weer 71 procent. De PvdA heeft flinke schade opgelopen door op allerlei dossiers, waaronder dat van dierenwelzijn, haar identiteit bij de VVD in te leveren. De PvdA verloor na Rutte II 29 van de 38 zetels

CU en D66 zakten in de eerste periode van kabinet-Rutte III van respectievelijk 31 procent en 58 procent naar 7 procent en 9 procent. Nadat het Tweede Kamerlid Tjeerd de Groot begin oktober 2019 op het Malieveld manmoedig het D66-standpunt van een halvering van de veestapel tegenover radicale boeren verdedigde, veranderde er het een en ander. Mogelijk door de acties van de radicale boeren van Farmers Defence Force (FDF) kwamen de percentages weer op het niveau van toen D66 nog een oppositiepartij was – en dat geldt nog verrassender ook voor de CU.

Fatsoenlijke behandeling

De VVD is met het CDA zowel bij Rutte II als III de meest dieronvriendelijke partij. Zelfs bij een onderwerp als rijpaarden, dat VVD-stemmers toch aan het hart moet gaan. Zo stemde de VVD tegen een verbod op het verwijderen van de tastharen bij paarden – een puur ‘esthetische’ ingreep, maar voor paarden een aantasting van hun waarneming. Ook stemde de VVD (met CDA en FvD) tegen een motie om ‘de doorvoer van walvisvlees door Europese havens een halt toe te roepen’. Het werd absurd toen Helma Lodders, de VVD-woordvoerder voor landbouw en pensioenen, in de Tweede Kamer pleitte voor een verbod op volgens haar misleidende woorden als vegaburger en vegetarische rookworst.

Opvallend is het grote aantal moties dat de PVV voor de dieren indiende, vaak samen met de PvdD. Even opvallend is dat DENK één van de meest diervriendelijke partijen is en, alsof de duvel ermee speelt, vrijwel even vaak voor de dieren stemde als de PVV. Wellicht dat DENK geïnspireerd wordt doordat veel islamitische geschriften eisen dat dieren fatsoenlijk behandeld worden; dieren zijn immers ook schepselen van Allah.

De Partij voor de Dieren doet haar naam eer aan door tijdens Rutte III maar liefst 169 dierenmoties in te dienen, waarvan het overgrote deel geen meerderheid kreeg. Bij de regeringspartijen VVD, CDA en CU bleef dat beperkt tot respectievelijk 3, 2 en 1 ingediende moties. De VVD stemde voor moties om te investeren in kweekvlees als alternatief voor vlees uit de vee-industrie en heeft zelf daartoe ook een motie ingediend. Met het CDA diende de VVD een motie in voor cameratoezicht binnen slachterijen; en – voor wat hoort wat – slachterijen met camera’s die voedselveiligheid en dierenwelzijn op orde hebben, hoeven dan ook minder te betalen voor het toezicht van de NVWA. 

Dat er bij de VVD in de laatste periode van kabinet-Rutte III ook het een en ander aan het veranderen is, blijkt wel uit de oproep van VVD-Kamerlid Arne Weverling aan minister Schouten voor een handelsverbod van mismaakte gezelschapsdieren zoals de mopshond. Met Daan de Neef (op plaats 34) heeft de VVD bovendien voor het eerst zelfs een echte dierenliefhebber op de kandidatenlijst. Jan Klink, de toekomstige woordvoerder voor landbouw namens de VVD, staat een plaats lager (op plek 35).

Minder vlees

In het verkiezingsprogramma uit 2017 van D66 stond: ‘In Nederland moeten we de negatieve effecten [van de landbouw] verminderen, door minder vlees te produceren’ en ‘D66 wil de vleesconsumptie en -productie verlagen. Op grote schaal vlees produceren is geen duurzaam verdienmodel voor Nederland.’ In strijd met de eigen standpunten stemde D66 evenwel tegen moties als: ‘De regering moet een plan van aanpak opstellen om het aantal landbouwdieren in Nederland terug te dringen en zo bij te dragen aan een versterking en verbetering van de biodiversiteit in ons land.’ (…) ‘De regering moet scenario’s in kaart brengen op welke wijze en in welk tempo de veestapel verkleind kan worden.’ Ook stemde D66 tegen een motie om accijns op vlees in te voeren.

Maar sinds het Tweede Kamerlid Tjeerd de Groot op 1 oktober 2019 op het Malieveld uitsprak dat de veestapel flink moet inkrimpen, waait er zoals gezegd een andere wind bij D66. Na jaren van aarzeling en het negeren van partijcoryfee Jan Terlouw staat er in het verkiezingsprogramma 2021 bijvoorbeeld dat er een accijns op vlees moet komen. En er zijn meerdere plannen die dierenleed moeten verminderen door bijvoorbeeld te stoppen met de export van levende dieren en in plaats daarvan vlees en karkassen te vervoeren.

Partijmoraal

Opmerkelijk is de lage score van Forum voor Democratie en de kennelijk geringe invloed van FvD-partijfilosoof en Eerste Kamerlid Paul Cliteur als het gaat om dierenwelzijn. Cliteur was eerder lijstduwer van de PvdD, ambassadeur van Varkens in Nood en publiceerde onder andere een boek met de opvatting dat ook dieren en ecosystemen rechten verdienen. In een artikel in Trouw uit 2003 stelt Cliteur dat de mens moreel gezien zelfs weinig hoger staat dan het beest, of zelfs helemaal niet: ‘Het superioriteitsgevoel van de mens is een hoogmoedige illusie.’

GroenLinks stemt altijd trouw vóór de dieren

Deze en soortgelijke uitspraken komen meer in de richting van de manier waarop de Koran aankijkt tegen Allah’s schepselen (zie het rapport ‘Vlees eten in de islamitische traditie’) dan de acties van FvD-leider Thierry Baudet die na de overwinning van de nee-campagne tegen het Verdrag met Oekraïne ter verhoging van de feestvreugde een gebraden speenvarken liet aanrukken. In de Tweede Kamer is FvD de enige partij die geen verbod wil op het extreem doorfokken van gezelschapsdieren, zoals designer katten als de Bambino Sphynx.

GroenLinks stemt altijd trouw vóór de dieren. Maar het ‘gedwongen’ vertrek van Rik Grashoff vanwege een geheime liefdesaffaire met partijvoorzitter Marjolein Meijer, was tevens het vertrek van één van de beste Kamerleden op het gebied van landbouw. De interne partijmoraal werd belangrijker geacht dan deskundigheid en ervaring bij het behartigen van de belangen van dieren, natuur en milieu.

Gebrek aan kennis

Een echte dierenliefhebber stemt natuurlijk op de Partij voor de Dieren omdat het belang van de dieren bij deze partij altijd prioriteit heeft. Die prioriteit blijkt evenwel niet direct uit de keuze van de kandidaten voor de Tweede Kamer. Daar heeft de PvdD een voorkeur voor vrouwen en een goede spreiding van kandidaten over het land, maar deskundigheid wordt op de website niet als (primaire) maatstaf genoemd. Bij de PvdD hebben de kandidaten vooral ervaring opgedaan in diverse gemeenteraden. Hoog opgeleide specialisten op financieel gebied, belastingen, ICT, innovatie, ondernemerschap, wetgeving, milieu(vervuiling) enzovoort, ontbreken.

Deskundigheid wordt op de website niet als (primaire) maatstaf genoemd

Des te merkwaardiger is het dat Johnas van Lammeren, met een achtergrond in technische bedrijfskunde en werkzaam in online marketing en in 2018 bovendien verkozen tot beste raadslid van Nederland, slechts op een onverkiesbare plaats 10 staat. Het was verstandig geweest als bijvoorbeeld (ex-)ambtenaren van het ministerie van LNV of van de NVWA kandidaat waren, of duurzame ondernemers of mensen met een agrarische achtergrond. Dan is er concrete kennis over dit soort organisaties en komt niet alles van horen zeggen of van rapporten. Ook de PvdD zou zich goed moeten verdiepen in het recente rapport ‘Klem tussen balie en beleid’ waarin de Tweede Kamer onder andere een gebrek aan kennis bij de uitvoering van wetten wordt verweten.

Dierenpolitie

De PVV doet het goed bij dierenwelzijn, maar Geert Wilders houdt dierenliefhebber Dion Graus vrij kort – hetgeen vooral betekent dat de boeren niet dwars worden gezeten op bijvoorbeeld het stikstofdossier. Net als FvD steunt de PVV de radicale boeren van ganser harte en helpt dus indirect beleid om dierenwelzijn te verbeteren om zeep. Het verminderen van de vleesconsumptie, door vleesvervangers, kweekvlees, eiwittransitie of accijns op vlees, vindt geen steun bij de PVV. Wel waren er moties om slachterijen waar misstanden plaatsvinden onmiddellijk te sluiten. 

De Dierenpolitie van Dion Graus krijgt nu zelfs steun in het verkiezingsprogramma van D66. De PVV is voor het versterken van de rechten van dieren en wil deze opnemen in de Grondwet. In het laatste verkiezingsprogramma staat dat de PVV een gecontroleerde afbouw wil van de grootschalige veehouderij.

Taboe

De SP is een trouwe dierenpartij met een verleden met zeer competente Kamerleden als Krista van Velzen en Henk van Gerven. De landbouwspecialist van de partij, Frank Futselaar, komt na de verkiezingen niet terug. Daarom valt te vrezen dat ook bij de SP essentiële kennis op dit dossier weer helemaal opgebouwd moet worden. 

Bij de SP rust een taboe om accijns op dierlijke eiwitten in te voeren. Dit zou de prijs van een ‘stukje vlees’ voor de minst verdienende medemens te duur maken. Het tegenover elkaar stellen van achtergestelde groepen is een in de geschiedenis bekende methode waarvan kapitalisten vaak geprofiteerd hebben. En dat zou juist een socialistische partij niet moeten willen.

"Het superioriteitsgevoel van de mens is een hoogmoedige illusie"

Zwevende kiezer

Zo’n 40 tot 60 procent van de kiesgerechtigden weet nog niet op welke partij ze gaan stemmen. Dat geldt met name voor de zwevende kiezer op links, en dat geldt zeker ook voor de dierenliefhebber. Want welke partij heeft het nu echt in woord en daad het beste met het dierenwelzijn voor?

Plannen maken is prachtig, maar hoe zit het met de uitvoering van die plannen en vooral met de deskundigheid en standvastigheid van de Tweede Kamerleden zelf? Dat is wat mij betreft zeker een even belangrijke vraag als verkiezingsretoriek, het aantal moties en het stemgedrag in het verleden.

Plannen maken is prachtig, maar hoe zit het met de uitvoering van die plannen?

Aan verkiezingsbeloftes en stemgedrag heeft de (zwevende) kiezer weinig houvast aangezien dierenwelzijn al snel sneuvelt in ruil voor regeringsdeelname. Tel daarbij op dat een minister- en staatssecretarisschap op landbouw, behalve bij het CDA waar dierenwelzijn geen issue is, het afvalputje is voor politici die nog een post toebedeeld moeten krijgen. Die uitverkorenen missen dus vrijwel altijd de noodzakelijke inhoudelijke expertise. In beide gevallen staan voor de dieren wederom verloren jaren te wachten.