Het simpele verwijt van populisme

    Columnist Ewald Engelen haalt zijn schouders op als hij 'nepwetenschapper' of 'kermiseconoom' genoemd wordt. Voor populist uitgemaakt worden gaat hem echter een paar stappen te ver.

    Als hoogopgeleide, ABN-brabbelende cultuurtrut is het best een schok om populist te worden genoemd. Nepwetenschapper, kermiseconoom, econohunk, aandachtjunk, twitterfilosoof - ik heb het schouderophalend aangehoord. Maar populist - dat is van een andere orde. In het woordenboek van nette mensen staat het namelijk voor grof taalgebruik, redeloze onderbuikgevoelens, argumentenhaat en vijanddenken. Twee weken geleden was het weer zover. Toen maakte ik hier korte metten met het nieuwe Europese positivisme. Ik argumenteerde, beredeneerde en citeerde dat het een lust had. En ook al was de bijval groter dan de afval, wat er aan afval was, struikelde niet over de argumenten maar over de stijl, niet over de inhoud maar over de toon. Terwijl er op de keper beschouwd maar één struikelzin in stond: Van Rompuy noemde ik de 'gnoom uit Brussel'. Gewoon omdat het kon - en omdat hij erop lijkt.
    'Engelen is een populist en zijn schrijfsels zijn een prof onwaardig'
    Preuts getrut dus. Toch stak er iets. Geen woord namelijk over mijn argumenten. En als er al een tegenargument uit de schuur werd gereden, was het dat zulk populisme een hoogleraar niet paste, dat ik mijn Alma Mater bevuilde en mijn professie neerhaalde. En dat was niet voor het eerst. Eigenlijk is het sinds dat vermaledijde Kunduzakkoord, toen ik mij voor het eerst scherp tegen het begrotingsbeleid keerde, schering en inslag geworden: Engelen is een populist en zijn schrijfsels zijn een prof onwaardig. Dankzij de memoires van een gesjeesde Canadese politicus, getiteld 'Vuur en as', dat ik deze week las, snap ik wat er hand is. Michael Ignatieffs sleutelobservatie is dat hedendaagse politiek niet over standpunten gaat, maar over 'standing'. Daarmee bedoelt Ignatieff dat politieke tegenstanders vooral bezig zijn om elkaar het gezag te betwisten politieke uitspraken te doen. De perfecte illustratie geeft Ignatieff zelf.
    'Ignatieff stelt dat de hedendaagse politiek niet over standpunten gaat, maar over standing'
    Als migrant die na dertig jaar Amerikaans verblijf terugkeert naar Canada om een gooi te doen naar het premierschap, wordt hij door zijn politieke tegenstanders met de even simpele als effectieve boodschap 'Ignatieff - just visiting' (even op bezoek) weggezet als een passant die geen recht van spreken heeft. En zo geschiedde: wat Ignatieff ook zei of schreef, zijn publiek zag alleen maar een bezoeker. In Nederland is, sinds migrantenhaat gemeengoed is geworden, iets soortgelijks gaande. Wie andere opvattingen huldigt over de euro ('een ramp') of het niet eens is met begrotingstekortreductie ('desastreus'), wordt met het simpele verwijt van populisme buiten de kring van nette mensen gezet. Geen 'standing' en dus geen recht van spreken. Laat dat nou net een kenmerk van populisme zijn...

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 2019 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren