Varkens in een stal
© ANP/MATTHIAS BALK

Het stinkt in Nederland

    Dankzij het succes van de Nederlandse veehouderij zitten we tot over onze oren in de mest. Dat levert niet alleen grote ecologische problemen op, ook heeft het een nadelig effect op de volksgezondheid. Nederland bekleedt wat betreft zijn mestproductie een uitzonderingspositie. De regering wil die graag behouden. Een slechte zaak, vindt Hans Baaij.

    Het is de Nederlandse regering er alles aan gelegen om de derogatie te behouden: de ontheffing om boven de EU-norm extra mest te mogen produceren. Meer mest betekent meer dieren en dus meer export. De nitraatcommissie van de EU beslist op 4 april of Nederland zijn derogatie mag behouden voor de periode 2018 tot 2021.

    Nederlands vee produceert per jaar 76 miljard kilo mest, oftewel zo’n 170 miljoen kilo fosfaat en 500 miljoen kilo stikstof. Dat is per inwoner ongeveer 4.500 kilo per jaar. Die enorme hoeveelheden mest overschrijden de grenzen van ecosystemen (natuur, water, bodem). Nederland vormt een uitzondering in de EU: niet alleen is hier de nitraatnorm de hoogste, ook mag bijna de helft van het landbouwoppervlak worden gebruikt voor derogatie.

    Koploper

    Slechts vijf landen in de EU hebben die ontheffing. Nederland heeft voor 45 procent van het landbouwoppervlak derogatie en is daarmee ruimschoots koploper. Nummer twee, België, heeft voor 12 procent ontheffing en Denemarken bekleedt een derde plaats met 4 procent. Nederland geniet hierbij een groot economisch voordeel. Per jaar mogen wij 10 miljard kilo meer mest produceren dan de EU-norm. Met de derogatie kan de Nederlandse veehouderij op jaarbasis 76 miljard kilo mest produceren, oftewel 500 miljoen kilo stikstof. Zonder derogatie wordt dat 70 miljoen kilo stikstof minder, omgerekend 10,6 miljard kilo minder mest. Volgens de Universiteit Wageningen  kan het afschaffen van de ontheffing leiden tot 15 procent minder varkens, 10 procent minder kalveren en 5 procent minder koeien.  Op jaarbasis betekent 15 procent minder varkens ongeveer vier miljoen minder dieren.

    "Een varken produceert ongeveer 1.000 kilo mest per jaar"

    Biodiversiteit Nederland in gevaar door mest

    Het probleem is dat we in Nederland omkomen in de mest. Een varken produceert ongeveer 1.000 kilo mest per jaar. Er zitten miljoenen varkens in de stallen. Varkensmest wordt gezien als chemisch afval. Het kost de boeren geld om er vanaf te komen in plaats van dat het iets oplevert als grondbemester. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft Nederland door zijn landbouwbeleid en mestoverschot de minste biodiversiteit in vergelijking met de andere EU-lidstaten.  De EU Vogel- en Habitatrichtlijn wordt niet gehaald.

    In april 2016 publiceerde het directoraat-Generaal Milieu van de Europese Commissie een rapport waaruit bleek dat van alle onderzochte regio’s, het milieu in Noord-Brabant er het slechtst aan toe is. Oorzaak: de enorme veehouderij. Noord-Brabant heeft volgens de EU het hoogste vervuilingsrisico. Volgens het rapport is in deze regio de vraag naar water groter dan er beschikbaar is. Noord-Brabant heeft ook een erg hoog stikstof- en fosforoverschot, bleek uit lucht- en watermonsters. ‘De regionale wateren hebben nog immer te lijden onder hoge gehaltes aan voedingsstoffen en de overbemesting. De ammoniak- en stikstof-uitstoot heeft een grote invloed op de natuurgebieden.’ Allemaal gevolgen van mest.

    Varkensmest wordt gezien als chemisch afval


    Tussen 2014 en 2017 werd de Europese norm van 50 milligram nitraat per liter grondwater in verschillende gebieden in Nederland overschreden door mest uit de veehouderij. Nitraat ontstaat door het uitrijden van mest. Metingen op zandgrond en löss in Zuid-Nederland lieten een duidelijke overschrijding zien. De kwaliteit van het oppervlaktewater is in grote delen van het land ronduit slecht. Zonder forse krimp van de veestapel zijn de Europese doelen voor schoon oppervlaktewater volgens het RIVM onhaalbaar. Niet alleen bevat het water te veel nutriënten, zoals stikstof en fosfor, maar ook resistente bacteriën en residuen van medicijnen, zoals antibiotica uit dierenmest.

    Ammoniakschade

    Het grondwater is plaatselijk zo vervuild dat drinkwaterbedrijven de inname van water al op 21 plekken hebben moeten staken. De zuiveringskosten stijgen.
    Ammoniak (NH3) is een gas dat ontstaat uit mest. Het vormt een gevaar voor de natuur (zure regen). Om de natuur in Overijssel van de schade door ammoniak te herstellen, zijn 666 maatregelen genomen in 21 natuurgebieden. Dat kost alleen al in de provincie Overijssel 370 miljoen euro. Jan Willem Erisman van de Vrije Universiteit zegt dat de herstelmaatregelen in natuurgebieden wel degelijk effect hebben, maar als je niet tegelijkertijd de oorzaak aanpakt, is het weggegooid geld. Door recente uitbreiding van melkveebedrijven neemt de vervuiling niet af, integendeel. Stikstofdeskundige Roland Bobbink van de Radboud Universiteit: ‘Door allerlei landbouwmaatregelen daalde tot 2005 de hoeveelheid ammoniak in de lucht. Daarna volgde er een stagnatie. Nu neemt dat gehalte in Gelderland en Overijssel weer toe.’

     

    "Tot 2005 daalde de hoeveelheid ammoniak in de lucht, nu neemt die weer toe"

    Gevaren van mest  

    Uit onderzoek van de Brabantse milieufederatie blijkt dat rond veehouderijen, vooral bij pluimvee- en varkensbedrijven, verhoogde concentraties van fijnstof en endotoxinen (resten van dode bacteriën) voorkomen. Het is zeer aannemelijk dat dit de luchtwegproblemen verklaart van omwonenden. Volgens onderzoeker Dick Heederik van het interfacultair onderzoeksinstituut IRAS baart de ammoniakuitstoot, naast die van fijnstof, veel zorgen. ‘Op dagen met veel ammoniakuitstoot — bijvoorbeeld na het uitrijden van mest — hebben mensen een lagere longfunctie, blijkt uit ons onderzoek.’ Volgens oncologisch chirurg Ignas van Bebber hebben omwonenden van veehouderijen in dit soort regio’s een lagere levensverwachting — van mogelijk drie jaar. Zo krijgen Noord-Brabanders vaker longkanker. Volgens artsen bestaat er een direct verband tussen een lagere levensverwachting voor mensen die wonen in gebieden met een hoge veebezetting.

    Noord-Brabanders krijgen vaker longkanker

    De Gezondheidsraad stelt in een rapport van januari 2018 dat er duizenden mensen in Nederland voortijdig sterven door fijnstof. De meeste gezondheidswinst valt te boeken door landelijke maatregelen die de deken van fijnstof boven Nederland wegnemen. Dat betekent volgens de Raad vooral het verminderen van de uitstoot door pluimvee, varkens en koeien, inclusief ‘strikte handhaving van de mestregels’. De landbouw is volgens de Gezondheidsraad de belangrijkste bron van fijnstof. Daarnaast liggen de EU-normen voor fijnstof hoger dan die van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en van de Verenigde Staten. Een WHO-norm voor fijnstof zou grote gevolgen hebben voor de omvang van de veehouderij (vooral voor de varkens- en pluimveehouderij) die ongeveer 50 procent van de fijnstof-uitstoot veroorzaakt in Nederland.

    Conclusie
    Het is, gelet op alle problemen, onbegrijpelijk dat de Nederlandse overheid niet ingrijpt en inzet op een aanzienlijke reductie van aantallen dieren en van de hoeveelheid mest.  Ze doet precies het tegendeel, door bij de EU te ijveren voor derogatie, dus voor een ontheffing voor maximale hoeveelheden mest. Dat de Nederlandse overheid over veel meer informatie beschikt dan dat ze met de EU heeft willen delen, blijkt uit mijn volgende artikel, in deel drie van deze serie. Daarin belicht ik ook de tactiek van het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV).

     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Hans Baaij

    Hans is fiscaal jurist en oprichter van de Stichtingen Varkens in Nood en Dier & Recht.

    Volg Hans Baaij
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren