© ANP / Robin Utrecht

Het ultraconservatieve ordoliberalisme van Wopke Hoekstra

    Het Nederlandse begrotingsoverschot in 2018 bedroeg anderhalf procent: een record, en ruim 1200 euro per werkende Nederlander. De minister van Financiën wil het geld gebruiken om de staatsschuld af te bouwen. Ewald Engelen heeft een beter idee.

    Deze week maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat het begrotingsoverschot van de overheid in 2018 een recordhoogte van 1,5 procent heeft bereikt. Meer dan elf miljard euro bedroeg het overschot: pakweg 1.200 euro per werkende Nederlander. Minister Wopke Hoekstra (CDA) van Financiën wil de extra inkomsten gebruiken om de staatsschuld, momenteel pakweg 58 procent van het bruto binnenlands product, sneller af te bouwen. Hoekstra: ‘we weten uit het verleden dat goed weer ook snel weer kan omslaan en er zijn aanzienlijke risico’s, denk aan Brexit.’

    Het is weer ultraconservatief ordoliberalisme dat de klok slaat aan de Korte Voorhout in Den Haag. Ordoliberalisme: de leer dat de staat slechts moet zorgen voor faire marktregels, zich zo min mogelijk met marktuitkomsten moet bemoeien en dus moet streven naar begrotingsevenwicht en een zo laag mogelijke staatsschuld. Het is dezelfde leer die Duitsland via Merkel en Schauble sinds het uitbreken van de eurocrisis in 2010 succesvol aan de rest van de eurozone heeft weten op te leggen. Met desastreuze gevolgen: massawerkloosheid, groeiende onzekerheid, de langste recessie sinds de jaren dertig, stijgende ongelijkheden, toenemende euroscepsis en opkomend populisme.

    In het buitenland is dan ook een brede maatschappelijke discussie ontstaan over zin en onzin van begrotingsdiscipline, met de Financial Times deze week pleitend voor veel ruimer begrotingsbeleid in de eurozone om de dreigende economische dip het hoofd te bieden. Niets daarvan in Nederland. Terwijl juist hier belangrijke lessen getrokken zouden moeten worden uit het historisch ongekend hoge begrotingsoverschot. Zeker tegen de achtergrond van de verkiezingen van vorige week, die voor meerdere uitleg vatbaar zijn maar tenminste een ding duidelijk hebben gemaakt: de kiezer heeft genoeg van de middenpartijen en de beleidsconsensus die zij vertegenwoordigen. 

    De belangrijkste les is wat mij betreft dat er in de voorgaande kabinetsperiodes veel te zwaar is bezuinigd en dat de lasten te veel zijn verzwaard. Overheidsbegrotingen zijn net mammoettankers: wijzigingen in inkomsten en uitgaven zijn lastig door te voeren en áls ze eenmaal zijn doorgevoerd, zijn de langetermijngevolgen groot. Zo is het ook met het begrotingsoverschot van Hoekstra: het is het gevolg van beslissingen die in de heetste fase van de eurocrisis — in 2010, onder het kabinet-Rutte 1 — zijn genomen, en die in de periode erna niet of te weinig zijn gecorrigeerd.

    De overheid is er voor haar burgers, niet omgekeerd

    Macro-econoom Bas Jacobs heeft er in 2016 een prachtig blog over geschreven dat ik iedereen van harte kan aanbevelen. In de herfst van 2008 kon het Nederlandse bankwezen zichzelf niet meer financieren op de interbancaire markt en stond het dus op het punt failliet te gaan. Dat kon alleen met uitzonderlijke maatregelen worden afgewend. Via de staat heeft de belastingbetaler toen in totaal 135 miljard euro in het bankwezen gestoken.

    Het leidde tot een forse stijging van de staatsschuld en dus van de renteverplichtingen op die schuld. Dit terwijl de macro-economische gevolgen van de bancaire hartstilstand dalende belastinginkomsten en hogere uitgaven (in de vorm van uitkeringen) tot gevolg hadden — en dus tot een begrotingstekort van pakweg vijf procent in 2009 leidden.

    In de context van de Griekse crisis in 2010 ontstond er dat voorjaar in Brussel politieke consensus over de noodzaak om de overheidsbegrotingen op orde te krijgen: dit kreeg prioriteit boven het stimuleren van huishoudens en het midden- en kleinbedrijf. Hoe wankel de academische onderbouwing ook was, onder invloed van ordoliberale hardliners als Wolfgang Schauble, Angela Merkel, Ollie Rehn, Mark Rutte en Jan-Kees de Jager wordt tekortreductie vanaf dat moment de heilige graal van economisch herstel.

    De rest is, zoals het heet, geschiedenis. Vrijwel alle lidstaten (Frankrijk en België waren de uitzonderingen) trapten tegelijk op de rem. En dus kukelde de eurozone in de langste recessie uit haar geschiedenis, één die bijna haar einde inluidde. In Nederland leidden zes jaar lastenverzwaringen en bezuinigingen ter hoogte van bijna 50 miljard euro tot niet alleen een langere recessie dan die van de jaren dertig, maar ook tot een ongekende stijging van de collectieve lastendruk uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product. Bedroegen die voor de crisis nog 36 procent, in 2018 kwamen zij op bijna 39 procent.Tot zover het neoconservatieve VVD-project om de staat te temmen.

    En als dan vanaf 2015 de wereldhandel weer aantrekt en de Nederlandse economie weer begint te groeien, nemen door de eerder genomen maatregelen (kort: hogere kosten voor kinderopvang, huurwoningen, gezondheidszorg, onderwijs en gemeentelijke diensten, uitgeklede ouderen-, jeugd- en psychiatrische zorg, en hogere BTW-, energie- en inkomstenbelastingtarieven) als vanzelf de inkomsten toe en de uitgaven af en ontstaat automatisch een begrotingsoverschot. Maar omdat een begrotingsoverschot nooit een doel op zichzelf mag zijn — de overheid is er immers voor haar burgers, niet omgekeerd — roept dat de vraag op of de overheid niet teveel heeft bezuinigd en de lasten teveel heeft verzwaard. En of zij het in 2010 ingezette ordoliberale pad van lastenverzwaringen en bezuinigingen niet eerder had moeten verlaten en had moeten vervangen door een ruimer, Keynesiaans stimuleringspad. Één pad, welteverstaan, zoals de SP en PvdA tijdens de verkiezingen van 2012 voorstonden en de Financial Times anno 2019 opnieuw voorstelt.

    De tweede les wat betreft de besteding van de extra middelen die de overheid binnen krijgt: is snellere verlaging van de staatsschuld zoals Hoekstra wil werkelijk de beste besteding die je kan bedenken? Ik denk het niet. Dit om drie redenen. Ten eerste is de Nederlandse staatsschuld op dit moment met net onder de zestig procent van het bruto binnenlands product niet alleen internationaal, maar ook historisch gezien extreem laag. Alleen in belastingparadijs Luxemburg is de staatsschuld lager. En in Nederland was die staatsschuld alleen rond 1915, 1976 en 2005 lager dan nu:

    Er is dus, kortom, geen enkele reden om die elf miljard hier aan te besteden.

    Ten tweede is de rente op Nederlandse staatsobligaties momenteel extreem laag. Obligaties met een looptijd tot acht jaar hebben een negatieve rente, terwijl tienjarige obligaties op dit moment 0,123 procent opbrengen. Het betekent dat ook de rentelasten voor de overheid momenteel ongekend laag zijn. In de begroting van 2018 staan ze voor 0,4 miljard euro in de boeken. Vergeleken met de twee miljard euro die Rutte in de vorm van het afschaffen van de dividendbelasting wilde weggeven is dat peanuts

    En ten derde: omdat het hoog tijd is dat de burger eens wordt gecompenseerd voor de macro-economische stupiditeit van het eerdere bezuinigings- en lastenverzwaringsbeleid. Ja, de economie draait op volle toeren, de overheid boekt recordoverschotten, het handelsoverschot is nog nooit zo hoog geweest, de bedrijfswinsten bevinden zich op recordhoogte en de oorlogskassen van multinationals zijn nog nooit zo goed gevuld geweest, maar de burger bijt nog steeds op een houtje.

    Veertig jaar stagnerende inkomens, kopte de Rabobank vorig jaar. En ondanks de belofte van koopkrachtherstel door Rutte-3 liet het CBS een paar weken geleden weten dat er niets was veranderd: ‘Doorsnee inkomen werkenden al tien jaar constant.’

    Het is het gevolg van gecoöpteerde vakbonden, te grote kapitaalmobiliteit, en een doorgeslagen belastingontwijking. Maar ook van een politieke kaste die voldoen aan de eisen van Brussel als voorwendsel heeft gebruikt om de verzorgingsstaat te onttakelen en de burger te laten opdraaien voor de miljardencadeaus die drie kabinetten Rutte aan het Nederlandse grootbedrijf hebben uitgedeeld. Zeker als je van plan bent om van je burgers een volgende ronde offers te vragen — ditmaal om Nederland klimaatneutraal te maken — is er geen betere besteding van die twaalfhonderd euro per Nederlander te bedenken, dan die Nederlander zelf. Onder het motto: ons overschot is jullie tekort, onze rijkdom is jullie armoede. En, bijkomend voordeel: dan heeft premier Rutte ten minste eindelijk zijn belofte van voor de verkiezingen van 2012 ingelost.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 1935 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren