Het broze fundament van de bancaire sector

    Columnist Daniel Mügge voelde de koude rillingen over zijn rug gaan toen hij een persbericht van Deutsche Bank las. 'Het financiële stelsel hangt met paperclips aan elkaar'.

    Het was even schrikken afgelopen week. Vanuit een glazen kantoortoren in Frankfurt stuurde de communicatieafdeling van de Deutsche Bank een cryptisch bericht de wereld in. Kernboodschap: een onverwacht verlies van ongeveer 6 miljard euro. Jammer natuurlijk voor de aandeelhouders, maar het kippenvelmoment zat hem niet in de omvang van het verlies maar in zijn oorzaak: correcties in de boekhouding. Men heeft nog eens opnieuw bekeken wat de Deutsche boedel eigenlijk waard is en – met excuses aan de aandeelhouders - dat was toch fors minder dan gedacht. Korting op de dividend lijkt onvermijdelijk.

    Bedrieglijke schijn van controle

    Wie hierachter een mix vermoedt van boekhoudtrucjes en accountants die zitten te slapen of gewoon wegkijken, wordt teleurgesteld. Niks wijst die kant op. Helaas. Want het geeft aan dat het probleem veel dieper zit. Het zijn de boekhoudregels zelf, die een bedrieglijke schijn van controle en overzicht geven tot we opeens beseffen dat die boekwaarden zijn losgezongen van de realiteit. Vorig jaar kwamen Europese banken aardig uit de Europese stresstests, bedoeld om iedereen te laten zien dat banken weer gezond en toezichthouders in controle waren. In het licht van zulke correcties op de boeken vraag je je af: hoeveel van die stabiliteit is een product van boekhoudregels die morgen een totaal ander beeld zouden kunnen geven?
    hoeveel van die stabiliteit is een product van boekhoudregels?
    Aandeel- en toezichthouders willen graag weten wat bezittingen en schulden van een bank waard zijn. In het simpelste geval kan je dat aan de beurs nakijken, bijvoorbeeld als het over aandelen gaat, en die met hun marktwaarde in de boeken zetten. Maar vaak kan dat niet – niet voor alle bezittingen is er een liquide markt - en dan moet men met modellen aan de slag. Wat zijn verwachte opbrengsten, wat verwachte verliespercentages? Wat moet afgeschreven worden, wat komt misschien nog wel goed? In elk waarderingsmodel zit een enorm complexe toekomstvoorspelling.

    Kapitaalbuffers bijwerken als antwoord op volatiliteit

    Tot zover niets nieuws. Waar het lastig wordt, is als overheden - toezichthouders en beleidsmakers – moeten vastleggen hoe die modellen eruit moeten zien. Om vertrouwen te kweken en gesjoemel te voorkomen, wil je immers heldere boekhoudregels. Voor een groot deel is het ontwerp daarvan uitbesteed aan het International Accounting Standards Board in Londen. Maar als het om financiële activa en passiva gaat, zitten die ook met hun handen in het haar – een dilemma waaraan Bart Stellinga en ik ooit een wetenschappelijk artikel hebben gewijd. Aan de ene kant willen zij banken tot transparantie dwingen door zoveel mogelijk posten tegen hun marktwaarde in de boeken op te nemen. Dat voorkomt geknoei. Aan de andere kant geven die marktwaarden vaak ook een heel scheef beeld. Beursnoteringen kunnen nogal fluctueren en dan slingert een ongewijzigd portfolio van verlies naar winst en weer naar verlies gewoon door wat er op de markt gebeurt, ook al verkoop je zelf geen enkele obligatie of aandeel.
    In de financiële crisis zag je alom dit type fire sales
    Dat wordt vervelend als je continu jouw kapitaalbuffers moet bijwerken als antwoord op volatiliteit. Echt erg wordt het als je marktwaardes voor assets hanteert, daarom bezittingen moet afstoten als die het even slecht doen op de markt en daarmee de koersverval verder aanwakkert. Zo'n neerwaartse spiraal ontstaat niet vaak, maar in de financiële crisis, zeven jaar geleden, zag je alom dit type fire sales gedreven door 'waardecorrecties'. De destructieve kracht van de markt was ontketend – door het samenspel van kapitaalbuffers en boekhoudregels.

    Herwaarderen

    Die boekhoudregels zijn daarom veel ingewikkelder dan de naïeve wens naar transparantie zou doen vermoeden. Deutsche Bank bezit een kleine 20 procent van de Chinese Hua Xia Bank. Tot twee weken geleden gold dat als een 'strategische' investering, bedoeld voor de lange termijn. In de boeken mocht de marktwaarde van dat aandelenpakket dus genegeerd worden. Nu is de bankvisie veranderd – niet meer strategisch, dat belang in Hua Xia – en worden andere boekhoudregels toegepast. 600 miljoen aan vermogen gaan direct in rook op. Wat is de 'echte' waarde van dat aandeel? U mag het zeggen. Het wordt nog erger als we de interactie tussen de verschillende financiële regels meenemen. Het grootste deel van de 6 miljard verlies had te maken met herwaardering als gevolg van nieuwe kapitaaleisen. Je leest er zo overheen, maar laat dat eens bezinken. Eigenlijk is het idee dat een bank vaststelt wat een asset waard is, en de toezichthouder laat dan weten wat – volgens de zogenaamde Basel-regels – de buffer daarvoor moet zijn. Maar hier gaat het andersom: de waarde van de asset wordt zelf gedreven door de kapitaaleisen. Van een objectieve waarde is geen sprake.

    Een oerwoud aan bepalingen

    Het regelnet waarin een bank zich bevindt, is niet alleen enorm complex; het ontbeert een vast anker. Het wordt ook gesponnen door een divers gezelschap van meestal obscure organisaties, zodat de linkerhand vaak niet weet wat de rechterhand doet (details hierover in een stuk van James Perry en mijzelf). Een club is verantwoordelijk voor boekhoudregels, een andere voor kapitaaleisen voor banken. Weer een andere voor rating agencies, een vierde bepaalt de hoogte van het onderpand voor derivaten die via een clearing house verhandeld worden, enzovoort. De waardes waarmee bankbezittingen in de boeken staan, zijn gedreven door een oerwoud aan bepalingen die onvoldoende op elkaar zijn afgestemd – met als gevolg een geheel dat niet groter maar kleiner is dan de som der delen. Op zichzelf lijken de meeste regels zinvol. Bekijk het geheel, en je ziet echter dat de 'vaste waarden' die als input gelden voor de ene formule, eigenlijk alleen maar het product zijn van reken- en regelwerk dat in een andere afdeling is toegepast. Het fundament van ons financieel stelsel is niet een vaste economische basis van reële waardes, die wij in onze boekhouding alleen maar meten. Nee, de cijfers die uit de boekhoudmethodes rollen, zijn zelf dat fundament.  Het punt is niet dat financiële markten nergens over gaan of dat er alleen maar lucht achter een Shell-aandeel zit. Maar hoe complexe bezittingen of schulden in de boeken opduiken, is geen weerspiegeling van hun intrinsieke waarde. Voor jaarrapporten en risicoanalyses worden cijfers door een complexe molen gedraaid waarvan niet duidelijk is of de verschillenden delen wel goed bij elkaar passen.

    Paperclips

    Dat is noch de schuld van bankiers noch die van toezichthouders. De toekomst is en blijft onvoorspelbaar. Niemand kan weten wat een 30 jaar lopende overheidsobligatie echt waard is. Wie kan er dan beweren dat er, buiten fragiele modellen (denk terug aan de crisis), iets als een objectieve waarde bestaat van de enorm ingewikkelde derivaten die vandaag de dag in miljardenpakketten verhandeld worden? Mij bekroop bij het lezen van het nuchtere persbericht uit Frankfurt een onwerkelijk gevoel – een niet te vatten sensatie dat het financiële stelsel alleen met paperclips aan elkaar hangt. Maar voordat u denkt dat wij door het doolhof van regels niet meer weten waar wij in de bankenwereld aan toe zijn heb ik ook goed nieuws. Er zat in de aankondiging van Deutsche Bank ook nog een melding dat opnieuw 1,2 miljard opzij gezet moesten worden voor rechtszaken, vermoedelijk niet inzetbaar als aftrekpost bij de belastingdienst. Some things never change.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Daniel Mügge

    Professor of Political Arithmetic aan de UvA. Probeert te ontrafelen waarom we de economie zo meten als we dat doen.

    Volg Daniel Mügge
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren