https://pixabay.com/nl/photos/tekenen-spreuken-brutaal-grappig-381046/
© Pixabay / 192635

Jan Kuitenbrouwer bekijkt de omzwervingen (en de hippe schoenen) van minister Hugo de Jonge met verbazing, mededogen en medelijden. Met tegeltjeswijsheden kom je er niet, zeker niet wanneer je als minister Silicon Valley wil nabootsen.

Zo Hugo de Jonge iets is, dan is het bij de tijd. De vraag ‘wie is de hipste van het kabinet’ hoef je niet eens te stellen, dat is Hugo de Jonge, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Eén schoen van Hugo de Jonge is hipper dan al het schoeisel van het kabinet bij elkaar, rechts én links. Het zijn flamboyante, polychrome molières die in een professionele setting eigenlijk nooit worden gedragen, met uitzondering wellicht van het kermiswezen. Hij koopt ze bij het Rotterdamse schoenenhuis Mascolori, al jaren, waar ze heel blij zijn met zijn klandizie, want De Jonge gaat vaak op de foto en praat graag over zijn passie voor dit Portugese schoenenmerk.

Hugo de Jonge cultiveert zijn hipheid, hij wil politiek leider van het CDA worden en denkt dat zijn eigentijdse, doortastende imago zijn grootste troef is, samen met zijn onverwoestbare optimisme. Aan de muur van zijn werkkamer hangt een verzameling tegeltjes met wijsheden. ‘Alles wat aandacht krijgt, groeit,’ bijvoorbeeld. Of: ‘Je bent zelf de verandering die je zoekt,’ van Ghandi. ‘Wij hebben de plicht tot optimisme’ van PvdA’er Piet Boekhoudt. En het Engelse gezegde: ‘Cross that bridge when you get there.’

Als je dat weet, begrijp je het optreden van Hugo de Jonge meteen iets beter. Dat hij soms gewoon zijn mond opendoet en maar ziet hoe het afloopt, bijvoorbeeld, zoals onlangs bij een briefing van het kabinet over de coronacrisis, toen hij een van de sprekers was en er allerlei 'fantasiezinnen' uit zijn mond rolden, zoals Binnenhof-watcher Kees Boonman het noemde, die haaks stonden op wat de premier beweerd had. De media maakten daar een big deal van – ‘communicatieblunder’ en dergelijke – daar is intern nog een hartig woordje over gesproken, dus sindsdien spreekt De Jonge bij die briefings netjes van papier.

Als mensen hem waarschuwen voor de risico’s, wijst hij op zijn tegelmuur: ‘We’ll cross that bridge when we get there!’

De Jonge werkt tamelijk opzichtig aan zijn populariteit. Zijn communicatieteam laat geen gelegenheid voorbijgaan om foto’s en persberichten uit te brengen over zijn optredens en werkbezoeken, pressing the flesh met hardwerkende Nederlanders. Ook maakt hij wekelijks een ‘terugblikvlog’ waarin hij, de naam zegt het al, terugkijkt op zijn werkweek, onder het motto #leukdatjekijkt. Hij heeft er inmiddels ruim 90 gemaakt, en doet zelf de voice-over. Als kandidaat-politiek leider van het CDA heeft hij concurrentie van Wopke Hoekstra, minister van Financiën, een slimme rekenaar van goede huize die als een soort nieuwe Ruud Lubbers wordt beschouwd en veel fans heeft binnen de CDA-top. Vroeger werd zo’n tweestrijd binnen een partij zoveel mogelijk aan het oog onttrokken, speculaties werden overgelaten aan de buitenwacht. Maar de politiek is een entertainmentgenre geworden, dat spanning en drama vereist. Zo’n tweestrijd om het leiderschap trekt aandacht en aandacht is de zuurstof van de mediacratie.

Door het wegvallen van minister van Medische Zorg Bruno Bruins (VVD), die zich als eerstverantwoordelijke voor de coronacrisis over de kop werkte,  kreeg De Jonge het dossier in de maag gesplitst, of in de schoot geworpen, het is maar hoe je het bekijkt. De Jonge wil graag een doortastende, eigentijdse, populaire leider zijn, en een crisis is daarvoor een uitgelezen kans. Samen met Mark Rutte doet hij nu de coronabriefings. 

De afgelopen weken verschoof de discussie binnen het beleidsteam van het ‘afvlakken van de curve’ naar de ‘exit-strategie’. Om als de piek van de uitbraak voorbij is, te vervolgen met het ‘nieuwe normaal’.

De aap uit de mouw

Er is in Nederland en de rest van de wereld veel discussie over allerlei aspecten van de strijd tegen de pandemie, maar niet hierover: als de brand geblust is moet je nog geruime tijd waakzaam zijn. Onder de oppervlakte smeult het nog, en elk nieuw vlammetje dat de kop opsteekt moet je direct uittrappen. Dat vereist twee dingen: intensief testen om besmettingen zo vroeg mogelijk op het spoor te komen, gevolgd door ‘bron- en contactonderzoek’: waar heeft de patiënt het virus opgelopen en wie kan hij intussen nog meer hebben besmet?

Op de coronabriefing van 7 april maakte De Jonge bekend dat de regering binnenkort twee apps zou lanceren, eentje voor dragers om het contact met de huisarts te ondersteunen (‘thuisrapportage’) en eentje ten behoeve van het bron- en contactonderzoek. Ambtenaren van zijn ministerie die de briefing op televisie volgden keken ervan op. Ja, het OMT had geadviseerd om de inzet van mobiele apps te onderzoeken, waarna besloten was er pas mee naar buiten te treden als dat onderzoek had plaatsgevonden! 

‘Ik zeg er meteen bij: dat kan alleen met vertrouwen van de samenleving, en alleen met een nauwkeurige verdere uitwerking’

‘Technologie kan ons helpen,’ zei De Jonge. ‘Maar ik zeg er meteen bij: dat kan alleen met vertrouwen van de samenleving, en alleen met een nauwkeurige verdere uitwerking.’ Hier past een Engelse wijsheid die iets minder vaak op tegeltjes wordt aangetroffen: famous last words.

De capaciteit voor tests en contactonderzoek is de afgelopen maanden nauwelijks opgevoerd. Waarom is niet helemaal duidelijk, maar bij een Kamerdebat over de coronacrisis leek er een aap uit de mouw te komen. Of beter: een app. Het doel van de app, legde De Jonge uit, ‘is het weer in ere herstellen van het bron- en contactonderzoek van de GGD’.  Zonder de app zouden er ‘honderden en honderden mensen’ bij moeten.

Er lopen duizenden geneeskundestudenten werkloos rond, andere afdelingen van de GGD staan nagenoeg stil, als het moet kan er zo een leger contactonderzoekers aan het werk gezet worden, menen experts. Het is een kwestie van bellen, de juiste vragen stellen en doorvragen. Voor het eerste ‘slecht nieuws gesprek’ wordt twee uur gerekend, voor vervolggesprekken één uur per stuk. ‘Het is heel intensief, maar het is geen rocket science,’ zei een epidemioloog in NRC Handelsblad.

Maar de Jonge wíl geen mensen, De Jonge wil een app. Dat is high tech, dat is innovatie, dat is cool.  Rocket science! Mensen aannemen en achter een bureau zetten? Gaap. 

Ook overheden willen mee in de digitale revolutie. ‘Disruptie’, ontwrichtende innovatie, is niet alleen van toepassing op de markt, maar ook op de publieke sector, menen ideologen. Een overheid die daar niet in meegaat, verliest het vertrouwen van zijn consumenten, pardon, burgers, en wordt buiten spel gezet door de smart solutions van de tech-industrie.

De techniek lost het wel op

‘Slimme digitale oplossingen’, het is een frase die voortdurend terugkomt in de ‘aanbesteding’ die VWS voor de apps uitschreef. Het is typisch tech-denken: mensenwerk vervangen door algoritmen en AI. Daar zit het rendement. Dat is ook hier de gedachte: om er een ‘slim’ doe-het-zelf-systeem van te maken dat dure manuren uitspaart. Iemand wordt coronapositief bevonden, drukt op de knop, ping, al zijn recente contacten krijgen een seintje. Maar wat dan? Gaan die contacten vervolgens braaf in isolatie? Niet erg waarschijnlijk. Zelf zou ik eerst meer duidelijkheid willen over wat er gebeurd is. Dus dan bel je de GGD. Wie gaat die telefoontjes opnemen? Duitsland werkt aan de inzet van 20.000 contactonderzoekers, mogelijk met hulp van het leger. Er is geen alternatief.

Het volgende obstakel is privacy. Wie heeft toegang tot die informatie, waar wordt die bewaard, en hoelang? En is die opslag veilig? Per saldo is er eigenlijk maar één techniek waarmee je zo’n systeem privacy-proof zou kunnen maken: Bluetooth, het zend-en-ontvangsysteem dat in elke mobiele telefoon zit, voor de draadloze overdracht van geluid naar een headset, bijvoorbeeld. Maar een werkend voorbeeld van een privacy-proof systeem bestaat nog niet.

Ander probleem: vals-positieven en -negatieven. Sociale distantie is een aanzienlijk genuanceerder begrip dan electromagnetische distantie. Iemand kan een halve meter van je vandaan zijn zonder besmettingsgevaar, denk aan de kunststof schermen die je nu overal ziet bij kassa's en loketten. Bluetooth ziet ze niet. Geen social distance, toch veilig. Dan is er de tijdsduur: hoe lang moet zo'n blootstelling eigenlijk duren? Drie seconden kan een ongevaarlijke passant zijn, maar ook een levensgevaarlijke zoen. En hoe ver moet je teruggaan in de tijd? Een dag, twee dagen? Drie, vier, voor de zekerheid?

Volg de datadictatuur

2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een Godzilla, die dreunend onze privacy vermorzelt. Jan Kuitenbrouwer signaleert een kentering en kapt tweewekelijks een pad door de online jungle.

Lees verder Inklappen
inschrijven

De pandemie is ook een opiniedemie. De media-aandacht voor corona explodeerde, krantenkaternen en nieuwsprogramma’s werden er exclusief voor ingeruimd, het land werd uitgekamd op viro- en epidemiologen, gezondheidseconomen, microbiologen, wie ook maar enig licht op de materie kon werpen werd aan het woord gelaten. Op de sociale media ligt de drempel lager (als er al één ligt). Iedereen met een enigszins aanpalende opleiding haalde zijn collegedictaat uit de mottenballen en meldde zich als reservist aan het opiniefront. Een laptop en wat vrije tijd blijkt genoeg om grafiekjes te produceren  die er uiterst gewichtig uitzien, of ze kloppen of niet. Factcheckers rennen op en neer als overwerkte klaarovers, zwaaiend met hun spiegelei om bonafide en malafide informatiestromen uit elkaar te houden. De publieke opinie is een murmuratie geworden, een spreeuwenzwerm, die kolkt en suist en tuimelt, in raadselachtige willekeur.

Je zag het aan het begin van de lockdown. De Federatie van Medisch Specialisten was het niet eens met het besluit om de scholen open te houden en ‘luidde de noodklok’. Het kabinet ‘onderschat de urgentie van de zaak’. Er ontstond ‘publieke verontwaardiging’ en het kabinet besloot alsnog de scholen te sluiten. ‘Dat is óók democratie,’ zei Rutte, alsof hij hoogstpersoonlijk de stemmen geteld had en niet gewoon in een greppel was gedoken toen de spreeuwenzwerm wel erg laag overkwam. 

De hobbyvirologen leken zich te hebben omgeschoold tot amateurinformatici en murmureerden massaal mee

Operatie App was de volgende murmuratie. Al met al viel er geen deskundige te vinden die het plan openlijk toejuichte. Een aantal privacy- en burgerrechtenorganisaties vormde een coalitie,die tien voorwaarden aan haar zegen verbond. Er verscheen een ‘brandbrief’ van zestig Nederlandse academici aan het kabinet om te waarschuwen tegen de apps, een breedspectrum bezwering die leest als: ‘Wij weten niet wat u van plan bent maar wij zijn teugen.’ Maar ja, op een snel bewegend doel schiet men het beste met hagel. De hobbyvirologen leken zich razendsnel te hebben omgeschoold tot amateurinformatici en murmureerden massaal mee. ‘Geen Big Brother, geen dystopische massasurveillance.’ 

De kritiek lijkt een self-fulfilling prophecy te zijn geworden. In plaats van vaart te minderen door zijn voet van het gaspedaal te halen, trapte De Jonge het in. Hij gaf gas en mikte op de brug. Nederland kreeg zijn corona-app, nog déze maand, via een revolutionair, innovatief proces waarin alle problemen en bezwaren zouden worden getackeld: een high speed aanbesteding, gevolgd door een tweedaagse crunch, een heuse disruptive crunch. Een hackathon, appathon, whatever! Build now, apologize later, move fast and break things -  je weet toch.

VWS ging Silicon Valley.

"Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan"

Er waren natuurlijk de nodige bedenkingen, maar De Jonge schoof ze terzijde. Doorbraken stuitten nu eenmaal op weerstand, dat weet elke pionier. Maar opgeven is geen optie. Wij hebben een plicht tot optimisme! Zaterdag, zondag, overwerk! De beuk erin. De Jonge trok zijn nieuwe Mascolori Delftsblauwe lakschoenen ervoor aan.

De top van VWS zag het ook helemaal zitten. Het brein achter de appathon was Ron Roozendaal, ‘chief information officer’ van VWS. Ooit had een ministerie een ‘hoofd voorlichting’, toen werd dat een ‘directeur communicatie’, maar nog cooler is natuurlijk chief information officer (cio). Roozendaal deed een informatica-opleiding in Twente, noemt zich ‘een nerd aan de bestuurstafel’ en ‘heeft iets met innovatie en ict in de zorg.’  ‘Ik geniet van innovatie en visie,’ schrijft hij op zijn blog, ‘maar de eerste stappen moeten niet te lang op zich laten wachten.’ Je kon wel zeggen dat hij en Hugo De Jonge wat dat betreft two of a kind waren. Roozendaal mag graag zijn vaders lijfspreuk aanhalen: EDDD: eerst denken, dan doen. Welnu, ze gingen iets doen, zei hij bij de start van de appathon, iets ongekends. Dit was uniek, dit was nog nooit eerder vertoond. Hij sloot af met een van zíjn favoriete tegelwijsheden, een citaat van Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ 

‘Ik ben benieuwd hoe zelfsturend jullie zijn,’ zei de directeur-generaal van VWS tegen de opgetrommelde experts

Het werd een debacle. Een terugblik in de Volkskrant schetst een ontluisterend beeld van chaos en verwarring. Er werden grote aantallen deskundigen gemobiliseerd die onder hoge tijdsdruk voorstellen moesten beoordelen. Apparatuur werkte niet, briefings bleven uit, de toegemeten tijd schoot tekort, enzovoorts, enzovoorts. De directeur-generaal van VWS,  Erik Gerritsen, gaf een handige draai aan het totale gebrek aan organisatie. ‘Ik ben benieuwd hoe zelfsturend jullie zijn,’ zei hij toen de opgetrommelde experts met vraagtekens boven hun hoofd hun lokaal opzochten. De Autoriteit Persoonsgegevens, de Landsadvocaat en KPMG hebben zware kritiek geuit op de gang van zaken en de ingediende concepten. In een van de broncodes zat een datalek.

De ‘appathon’ werd vrijwel in zijn geheel online gestreamd, deelnemers en toeschouwers twitterden, facebookten, vlogden en blogden er op los. Hashtag appathon! Het evenement werd besloten met, nota bene, een ‘publieke beproeving’, waarbij 24.000 mensen hun stem uitbrachten op ‘de beste app’. Het was een ontnuchterend moment. Ik ben geen informaticus, maar voor een leek best redelijk ingevoerd, en ik had niet het idee dat ik in staat was om uit de eindselectie van zeven voorstellen een zinnige keuze te maken. Gelukkig zijn er 24.000 mensen in Nederland die dat wel kunnen, zodat er een 'winnaar' kon worden uitgeroepen. Later bleek de stemming te zijn getrold door personeel van een van de inschrijvers, het bedrijf Accenture. Je kon meerdere keren stemmen, les 1 van de online poll.

Terug naar de tekentafel

Het was een orgie van ‘transparantie’, maar niet zonder achterkamertje. Waar bijvoorbeeld werd besloten om een een kopie van de Singaporese corona-app, die al in een vroeg stadium door de expertpanels was afgewezen als onveilig, toch op de shortlist te zetten. Tot verontwaardiging van negen experts, die zich een dag voor de appathon per boze open brief distantieerden: ‘Terug naar de tekentafel.’

Het proces werd met belangstelling gevolgd door René Veldwijk, die veel mislukte ict-projecten van de overheid onderzocht. ‘Nog nooit werd zo zichtbaar, compact en goedkoop gedemonstreerd hoe totaal incompetent de overheid jaarlijks miljarden aan ict wegpist,’ luidde zijn eindoordeel.

Wat rest is damage control

Een snelkookpan is een handig ding, maar als hij ontploft staat er voorlopig geen eten op tafel. 

Wat rest is damage control. De indruk dat het kabinet binnen een week of twee een app zou kiezen en presenteren, is een spijtig misverstand, verklaarde Erik Gerritsen, directeur-generaal van VWS. Dat was nooit de bedoeling. Op zijn blog likt Ron Roozendaal zijn wonden, onder het kopje ‘Geraakt’. Dat is hij, onder andere door de verwijten dat VWS met die app ‘onze privacy verkwanselde’, terwijl in zijn bio toch duidelijk staat dat hij ‘daar iets mee heeft’.

Daags na de appathon schreef De Jonge aan de Kamer dat de track & trace app er voorlopig niet komt, en men zich nu concentreert op de minder gecompliceerde app voor thuisrapportage. Het wordt omfloerst gebracht, maar in feite verhaalt die brief dat de hele operatie niets heeft opgeleverd, behalve inzicht in hoe het niet moet.

Voor de experts die dat De Jonge vergeefs aan het verstand probeerden te peuteren, moet het frustrerende lectuur zijn

Dat hij op 7 april met zoveel woorden aankondigde dat er op 28 april een ‘productierijpe’ app moest zijn, en dat die tijdens de appathon in de steigers zou worden gezet, dat was helaas verkeerd begrepen. Het was eigenlijk niet meer dan een ‘eerste, verkennende marktconsultatie'. Op de briefing van 7 april sloot De Jonge het verplicht stellen van de app nadrukkelijk niet uit, nu heet vrijwilligheid ‘een randvoorwaarde’.

De brief leest als een gecodeerde oefening van berouw. Er is ‘een samenhang tussen invoering van digitale ondersteuning van bron- en contactonderzoek en testcapaciteit. Immers, hoe meer mensen getest worden, hoe meer mensen een melding van mogelijke besmetting krijgen en daarmee handelingsadvies nodig hebben. En hoe meer mensen gevolgd en (wellicht) getest zullen moeten worden.’ Voor de experts die hem dat eerder vergeefs aan het verstand probeerden te peuteren, moet het frustrerende lectuur zijn. Komt hij nú mee!

De Silicon Valley-crunch is mislukt. Er moet nu een ‘brede verkenning’ komen en een ‘taskforce’. Waarschijnlijk wordt de corona-app toch een traditioneel overheids-ict project, en daar wordt in Den Haag niemand vrolijk van. Eind mei horen we meer. 

Een ‘brede verkenning’ en een ‘taskforce’ … gaap! Het is nog net geen ‘adviescommissie’ (god forbid), maar veel scheelt het niet. En het háált het natuurlijk niet bij zo’n appathon. Niet iets om een nieuw paar Mascolori’s voor te kopen.

Jan Kuitenbrouwer
Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.
Gevolgd door 915 leden