Hoe Amerika het land van klassenjustitie werd [Boekrecensie]

    Een joint bij je dragen? 40 dagen cel. Miljarden witwassen voor Mexicaanse drugskartels? Een boete, geen strafvervolging. Matt Taibbi beschrijft in zijn nieuwe boek hoe Amerika een land van klassenjustitie is geworden.

    Tragedie en schandaal is het best te vertellen in individuele verhalen. En dat is wat Matt Taibbi, de voormalig journalist van Rolling Stone, met groot succes doet in zijn nieuwe boek over Amerikaanse klassenjustitie: ‘The Divide: American Injustice in the Age of the Wealth Gap’. In het ene hoofdstuk gaat het over de Britse bank HSBC, die jarenlang geld witwaste voor Mexicaanse drugskartels. De bank betaalde een boete van 1,8 miljard dollar, niemand draaide de cel in. Een hoofdstuk later gaat het over Andrew Brown, een zevenendertig jarige Afro-Amerikaanse man, die om één uur s’nachts voor zijn eigen huis wordt opgepakt voor ‘het belemmeren van voetgangersverkeer’ (lees: hij was zwart op een dinsdagavond). Het contrast tussen de wreedheid aan de onderkant en de zachtaardigheid aan de bovenkant is zo schrijnend dat het moeilijk is om The Divide te lezen zonder boos te worden. Hoe valt het uit te leggen dat Tory Marone, die met een joint in zijn zak wordt opgepakt veertig dagen in de cel moet doorbrengen, maar een bank, die geld witwast voor drugskartels, strafvervolging kan afkopen?

    De grondslagen van wittenboordenvriendelijkheid

    Witteboordencriminaliteit is natuurlijk altijd al minder zwaar bestraft. De zaken zijn te moeilijk, de zakken te diep, en de maatpakken te mooi. Sinds een jaar of tien is er echter iets veranderd gelooft Taibbi.
    Hoe valt het uit te leggen dat Tory Marone, die met een joint in zijn zak wordt opgepakt veertig dagen in de cel moet doorbrengen, maar een bank, die geld witwast voor drugskartels, strafvervolging kan afkopen?
    Het was Eric Holder, de huidige procureur-generaal onder Obama, maar indertijd nog een anonieme functionaris bij het ministerie van justitie, die in 1999 een memorandum schreef waarin hij het fundament legde voor het witteboordenvriendelijke beleid. Procureur-generaals moesten bij de beslissing grote bedrijven te vervolgen ook de 'bijkomende gevolgen' meenemen. Een bedrijf aanklagen kon immers resulteren in baanverlies voor duizenden werknemers, het kon het vertrouwen ondermijnen en aandeelhouders duperen. Zelfs als formeel de wet was overtreden was het niet altijd raadzaam om rücksichtslos een bedrijf ten gronde te richtten. Op zich een redelijke propositie, maar inmiddels zijn bedrijven -en met name banken- zo groot geworden dat dit eigenlijk een vrijbrief van strafrechtelijke vervolging is geworden. De journalist Ron Suskind citeert in zijn boek de voormalig minister van financiën Timothy Geithner ‘Het vertrouwen in het systeem is zo fragiel. Het openbaarmaken van fraude zou een bankrun kunnen veroorzaken zoals bij Lehman.’ En voila, we zijn bij too-big-to-jail aanbeland.    Het doet als Nederlander soms wat vreemd aan om de bezwaren van Taibbi te horen. Voor Nederlandse begrippen wordt witteboordencriminaliteit in de Verenigde Staten eigenlijk nog hard gestraft. Ook hier draait zelden iemand de gevangenis in voor witteboordencriminaliteit, maar daar komt bij dat de boetes nog kariger zijn. Aan de andere kant, de klassenjustitie is minder schrijnend, omdat in Nederland ook aan de onderkant minder hard wordt gestraft. Op elke 100.000 Amerikanen zitten er 716 in de gevangenis, in Nederland zijn dat er slechts 53. De grote boosdoener is de War on Drugs. Taibbi beschrijft hoe tussen 1988 en 1998 het New York Police Department elk jaar ongeveer 3000 mensen arresteerde voor drugsbezit, tussen 1998 en 2008 schoot dat getal omhoog naar 30.000. De politie hanteert een soort visnet aanpak, waarbij –in met name zwarte buurten- vrijwel willekeurig mensen worden opgepakt in de hoop dat deze een wapen of drugs bij zich dragen.

    Russisch roofkapitalisme

    Het is niet alleen de inhoud die dit boek het lezen waard maakt. Het vervelende van -met name Nederlandse- financiële boekwerken is dat ze in de regel slechts een fractie leesbaarder zijn dan een gemiddeld curatorenrapport. Taibbi heeft dat probleem niet. Zijn probleem is dat hij dikwijls te bombastisch, te scherp schrijft. Zo bombastisch en scherp, dat het afleidt van de inhoud.
    Taibbi's probleem is dat hij dikwijls te bombastisch is
    Taibbi's komt dan ook van ver. In de jaren ’90 had Taibbi zijn eigen tweewekelijkse krant voor Amerikaanse expats in Rusland: The Exile. Een tamelijk onorthodoxe publicatie, waarin prostitueerecensies en hoogwaardige onderzoeksjournalistiek naast elkaar verschenen. Als één van de weinige Engelstalige tijdschriften zag The Exile al vroeg in dat Rusland geplunderd werd. De kroonjuwelen werden, onder het toeziend oog van het IMF, Harvard-economen en westerse banken, weggegeven aan de hoogste bieder – in het beste geval dan: vaak kwam er niet eens een bieding aan te pas. In artikelen die karaktermoord en inhoud combineerden maakte The Exile korte metten met de plunderende oligarchen en de westerse journalisten die jubelverhalen schreven over het Russische roofkapitalisme. Vaak ging The Exile daarbij de goede smaak ver voorbij. In één notoire episode gooide Taibbi een taart vervaardigt uit paardenzaad in het gezicht van New York Times journalist Michael Wines. Wines was door The Exile lezers verkozen tot slechtste journalist van het jaar. (Taibbi opent het verhaal vanuit het perspectief van het paard. ‘His name was Pobornik. He had never read The New York Times.’).

    Tussen scherpte en smakeloosheid

    Het is die grens tussen scherpheid en smakeloosheid waar Taibbi zichzelf soms verliest. In dit boek zit hij aan de goede kant van die scheidslijn. Toegegeven, Dick Fuld, de CEO van Lehman Brothers, wordt beschreven als ‘a man whose very name sounds like a thesaurus entry for “grasping, narcissistic creep.” Voormalig Barclays topman Bob Diamond is ‘a lipless, pale faced Irish Catholic who wears Coke-bottle glasses and appears in public wearing the pinched, joyless manner of a constipated nun.’ Sommigen vinden misschien dat zulke karakterschetsen niet passen in een serieus boek. Ik wel. Taibbi’s scherpe pen is functioneel. Het is niet slechts een scheldkanonnade. Hij maakt een ingewikkeld financieel verhaal leesbaar door personages te schetsen en scenes te bouwen. Je kan in de gebruikelijke taai-als-een-dartbord stijl beschrijven hoe Barclays een repo overnam van de Federal Reserve, terwijl ze al een overeenkomst had met Lehman, waardoor ze het cash-collateral verschil kon uitwinnen. Of je kan, zoals Taibbi, het geheel beschrijven als een soort bankroof, waarbij betrokken Lehman bankiers door Barclays grote beloningen in het vooruitzicht werd gesteld, waarbij advocaten de rechter door ondoorgrondelijk juridisch proza om de tuin wisten te leiden en waarbij Barclays uiteindelijk vier miljard dollar opstreek ten koste van Australische weeshuizen, pensioenfondsen en andere Lehman crediteuren. Ik ga voor optie b. Dit soort verhalen verdienen het door een breder publiek gelezen te worden. Taibbi weet door makkelijk leesbare -vaak hilarische- passages af te wisselen met lastigere financieel-technische passages de lezer ertoe te bewegen te werken voor het verhaal. De cruciale test is of de inhoud zo'n stijl kan dragen. Taibbi slaagt voor die test. Hij heeft duidelijk zijn onderzoeksjournalistieke huiswerk gedaan, of het nou gaat om de alleenstaande moeder uit Californië die wordt veroordeeld voor bijstandsfraude of een hedgefonds dat een kleine Canadese verzekeraar sloopt, hij kent de documenten en heeft de betrokkenen gesproken.

    Conclusie

    In februari kondigde First Look Media, het media platform van eBay miljardair Pierre Omidyar, aan dat Matt Taibbi een nieuwe publicatie voor de digitale uitgever zou gaan vormgeven. Het platform kiest daarmee duidelijk voor een ander soort journalistiek dan in de mainstream media is te vinden. Net als zijn nieuwe collega bij First Look Media, Glenn Greenwald, bekend van de NSA scoops, laat Taibbi namelijk duidelijk zien waar hij staat. Het is één van de opmerkelijke ontwikkelingen binnen de journalistiek: 'objectieve' verslaggeving heeft aan statuur ingeboet. Journalistieke objectiviteit werd autoriteiten aanhalen, niet onderuit halen. Wat journalisten objectief noemen wordt niet langer als hetzelfde als 'waarheidsvinding' ervaren.  In de buitenlandjournalistiek maakte de Irak oorlog dat pijnlijk duidelijk, in de financiële journalistiek was het de crisis van 2008.
    De combinatie van ijzersterke onderzoeksjournalistiek en duidelijke drolbenoeming maakt The Divide verfrissend
    The Divide is een ijzersterke exponent van wat financiële journalistiek meer zou moeten doen post-2008. Taibbi graaft in de mesthoop en noemt de gevonden drol vervolgens geen drassige bruine substantie, maar gewoon een drol. Juist die combinatie van gedegen onderzoeksjournalistiek en duidelijke drolbenoeming maakt The Divide verfrissend. Het boek werpt een pijnlijk licht op de disfunctionele Amerikaanse rechtsstaat. Voor ongelijkheid van uitkomst heeft menig Amerikaan een hoge tolerantie, maar uiteindelijk zijn deze ongelijke uitkomsten gerechtvaardigd, omdat iedereen aan dezelfde spelregels is gebonden. Iedereen is gelijk voor de wet. Matt Taibbi laat zien dat die veronderstelling een mythe is. Klassenjustitie is zo diep geworteld dat advocaten, rechters, zelfs de slachtoffers, het niet eens meer opmerken.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren