Lege flessen bij Maltha glasrecycling in Emmen dat enorme hoeveelheden glas verwerkt.

Wie betaalt? En wie bepaalt? FTM zoekt uit hoe de politieke worst écht gedraaid wordt. Lees meer

Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt gezien als een zeer invloedrijke factor in ons politiek bestel, maar beschrijvingen van die wereld komen doorgaans niet verder dan het woord ‘schimmig’. Follow the Money wil daar verandering in brengen en duikt de lobbywereld in om te zien hoe de worst écht gedraaid wordt.

150 artikelen

Lege flessen bij Maltha glasrecycling in Emmen dat enorme hoeveelheden glas verwerkt. © ANP, Sem van der Wal

Dry January? Niet nodig, volgens de alcoholindustrie

Terwijl de wetenschap ervan overtuigd is dat er niet zoiets bestaat als gezond alcoholgebruik, sponsort de industrie onderzoek naar de positieve effecten van matig drinken. Belangenverstrengeling ligt op de loer, maar het is maar de vraag of het anders kan. ‘Onderzoek moet worden gefinancierd. Je kunt er niet omheen dat de industrie daaraan mee betaalt.’

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • Om de nadelige effecten van alcohol op de volksgezondheid in te perken, moet de algehele alcoholconsumptie omlaag. Hiervan is de wetenschap en ook de WHO steeds meer overtuigd.
  • Toch blijft de alcoholindustrie investeren in het narratief dat matig alcoholgebruik gezond is. Dit doet zij onder meer door het financieren van onderzoek.
  • De Stichting Alcohol Research (SAR) heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. Deze samenwerking tussen TNO en de alcoholindustrie heeft meer dan twintig jaar onderzoek gesponsord naar ‘matig alcoholgebruik’.
  • Ook het Ministerie van Economische Zaken heeft, samen met de industrie, meerdere onderzoeken gefinancierd. Critici noemen dit zeer kwalijk: ‘Het is een manier om de industrie in Nederland te houden.’
  • Onderzoekers noemen de betrokkenheid van de alcoholindustrie bij onderzoek schadelijk, maar erkennen ook dat er bijna niet aan te ontkomen valt. Of de financiering door de industrie nu wel of niet schadelijk is, blijft voer voor discussie.
Lees verder

Het is Dry January, een periode waarin veel mensen ervoor kiezen de alcohol een maandje te laten staan. De teller van de Nederlandse campagnesite ‘Ik Pas’ staat nu op ruim 28 duizend deelnemers. Van deelnemers uit voorgaande jaren geeft meer dan 60 procent aan zich beter te voelen door een tijdje niet te drinken. 

Ook wereldgezondheidsorganisatie WHO begint het nieuwe jaar met een aanbeveling over alcoholgebruik. In een ingezonden brief in The Lancet schrijft het instituut dat er niet zoiets bestaat als ‘verantwoord drinken’. Elk gebruik van alcohol moet worden gezien als een gezondheidsrisico, iets waarover consumenten objectief geïnformeerd moeten worden. 

Lijnrecht hiertegenover staat de alcoholindustrie. Die claimt al jaren dat matig alcoholgebruik juist gezondheidsvoordelen heeft. Om haar boodschap te verspreiden financiert de industrie onder meer onderzoek naar ‘matig alcoholgebruik’. Dit om tegenwicht te bieden aan onderzoek naar alcoholmisbruik. De industrie probeert dus als het ware wetenschappelijke invloed te kopen.

Het is onderdeel van een strategie van de alcoholindustrie om invoering van effectieve beleidsmaatregelen tegen alcoholgebruik – zoals hogere prijzen en beperkingen op beschikbaarheid en marketing – tegen te houden. De belangen zijn immers groot: Nederland was in 2020 de op een na grootste bierexporteur ter wereld. Heineken had in 2021 een omzet van 21,3 miljard euro en boekte een winst van 3,3 miljard euro. In de Nederlandse horeca wordt naar schatting 5,5 miljard euro per jaar aan alcohol besteed. En in de detailhandel ging in 2019 nog eens 3,9 miljard euro om.

De Nederlandse belastingdienst ontvangt jaarlijks ongeveer 1 miljard euro aan accijnzen over de verkoop van alcohol. Maar als alle kosten en baten bij elkaar op worden geteld, dan zijn de kosten van alcoholgebruik 2,3 tot 4,2 miljard euro per jaar, zo blijkt uit een kosten-baten analyse van het RIVM.

23 jaar onderzoeksfinanciering door de industrie

Het sponsoren van onderzoek naar alcoholgebruik door de industrie gebeurt niet incidenteel. Tientallen jaren was er sprake van structurele financiering. In 1995 werd hier door de brancheverenigingen van producenten en importeurs van bier, wijn en gedistilleerd zelfs een apart instituut voor opgericht: de Stichting Alcohol Research (SAR). Hierin trok de alcoholindustrie samen op met onderzoeksbureau TNO

De sleutelfiguur in deze samenwerking was voedingsdeskundige Henk Hendriks. Hendriks was 31 jaar in dienst bij TNO en adviseerde daarnaast ook de alcoholindustrie. In 2014 werd hij zelfstandig consultant.

Op het door brouwers gefinancierde Beer & Health symposium in 2019 vertelde Hendriks dat ‘matige’ consumptie van bier past in een gezonde leefstijl en een preventieve werking heeft op hart-en vaatziekten. ‘Het is belangrijk om deze kennis uit te dragen, zodat de consument een wetenschappelijk gefundeerde beslissing kan nemen over zijn leefstijl.’

Hendriks’ naam duikt veelvuldig op in onderzoeken naar matig alcoholgebruik. In een database van de brouwers met onderzoeken naar de effecten van matig alcoholgebruik staan 30 studies waar hij bij is betrokken. Minstens 24 daarvan zijn door de industrie gefinancierd, zo is in die studies zelf te lezen. Als Follow the Money hem hier naar vraagt, ontkent hij dit. Hendriks wil niet meewerken aan een interview, maar reageert wel per e-mail.

Hendriks was vanuit TNO projectleider van de SAR; de onderzoeksideeën waren meestal van zijn hand. De budgetten waren ‘redelijk groot,’ mailt Hendriks desgevraagd. ‘Er bestond in die tijd zeer veel literatuur over de effecten van alcoholgebruik en het merendeel [..] betrof de negatieve effecten van alcoholmisbruik. TNO vond destijds dat matige alcoholconsumptie gezien kon worden als een onderdeel van de normale voeding en dat de effecten bovendien wetenschappelijk interessant waren. De alcoholbranche ondersteunde dat, omdat die zich realiseerde dat er weinig wetenschappelijke informatie beschikbaar was over dit onderwerp.’

De alcoholindustrie wilde die onderzoeken ook gemakkelijk beschikbaar maken en Beer & Health zette daarvoor in 2000 een database op. 23 jaar later bevat die database 4800 onderzoeken naar de effecten van matig alcoholgebruik. Het gaat om zowel reguliere wetenschappelijke onderzoeken, als onderzoeken die (al dan niet deels) door de alcoholindustrie zelf zijn gefinancierd. De insteek van matig alcoholgebruik helpt de industrie bij het positief framen van verantwoord drinken.

De SAR is in 2017 opgedoekt en voor zover bekend is daar geen ander instituut voor in de plaats gekomen. Hans Burghoorn, een van de bestuurders en directeur van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Wijnhandelaren (KVNW): ‘Het is duur onderzoek en er wordt al heel veel onderzoek gedaan. Het is al veel werk om al het gepubliceerde onderzoek te duiden. En men denkt toch alleen maar dat je een product wilt verkopen, hoe objectief je ook wilt zijn. Er wordt altijd met een schuin oog naar gekeken als je als industrie meebetaalt.’

Internationaal onderzoek

Onderzoekers Gemma Mitchell en Jim McCambridge interviewden 37 alcoholonderzoekers uit Europa en Noord-Amerika, waarvan er 23 ervaring hadden met het werken met de alcoholindustrie. Die vertelden dat de industrie geen voorwaarden stelde aan het verleende budget, dat de industrie niet meeschreef aan het onderzoek en dat onderzoeksresultaten niet in de la belandden als de resultaten de industrie onwelgevallig waren. 

Toch noemden de geïnterviewde onderzoekers de betrokkenheid van de alcoholindustrie bij wetenschap schadelijk; ze ervaarden psychologische lasten als gevolg van branchegerelateerde activiteiten op het gebied van alcoholonderzoek. McCambridge en Mitchell constateerden ook dat er sprake was van een ‘sneeuwbaleffect’. Wie eens een beurs ontving van de alcoholindustrie kreeg die meestal vaker. En dat leidde achteraf gezien soms tot reputatieschade, omdat cofinanciering door de alcoholindustrie controversiëler werd.

Lees verder Inklappen

Ook Economische Zaken betaalde mee

In de tijd dat TNO en de alcoholindustrie in de SAR samenwerkten zijn er ook studies naar de effecten van alcoholgebruik gedaan waar het ministerie van Economische Zaken (EZK) aan heeft meebetaald. Tussen 2011 en 2015 financierden het ministerie en de SAR samen zeker zes studies en in 2020 financierden het ministerie en de Nederlandse Brouwers samen een studie naar het effect van alcohol op de cognitieve prestaties van studenten.

Een onderzoek naar het effect van wodka op de immuunrespons en het vetmetabolisme van jonge mannen dat in 2011 is gedaan, werd betaald vanuit de zogeheten EZ-cofinancieringsregeling. Volgens het ministerie is die regeling bedoeld om de samenwerking tussen TNO en de industrie te bevorderen, zowel met individuele bedrijven als met branches. Een beoordelingscommissie van TNO bekeek of onderzoeksvoorstellen nieuwe wetenschappelijke kennis zouden opleveren. Bedrijven betaalden tot 50 procent van het onderzoek. 

‘Het is een manier om de industrie in Nederland te houden. Het gaat om het geld en niet om de volksgezondheid’

De overige zes studies zijn gefinancierd vanuit het zogeheten ‘topsectorenbeleid’, een beleid dat is opgezet vanuit de overtuiging dat ‘topsectoren de economie versterken met innovaties, door internationale kansen te benutten, maatschappelijke uitdagingen op te lossen, menselijk kapitaal te vergroten en door te investeren in wetenschappelijk onderzoek.’ Zo schrijft het ministerie op de website.

Psychiater René Kahn, die een boek schreef over de gevolgen van alcoholgebruik, zet vraagtekens bij de innovativiteit van de studies, en beoordeelt het wetenschappelijk belang als klein. Bij vijf studies ging het om kleine groepen proefpersonen. Naarmate een steekproef groter is, zijn toetsen eerder significant.

Ook noemt hij het kwalijk dat het ministerie van Economische Zaken meebetaalde aan de onderzoeken. ‘Het is een manier om de industrie in Nederland te houden, te beschermen of te stimuleren. Daarbij gaat het om het geld en niet om de volksgezondheid.’

Het ministerie van Economische Zaken zelf reageert niet op inhoudelijke vragen over mogelijke belangenverstrengeling of de schijn daarvan door cofinanciering van onderzoek met de alcoholindustrie. 

TNO mailt in een reactie dat de genoemde cofinanciering door de alcoholindustrie niet heeft geleid tot belangenverstrengeling: ‘De vraag of matig alcoholgebruik invloed heeft op de gezondheid was een belangrijk maatschappelijk vraagstuk. TNO vond daarom onafhankelijk en betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek daarnaar belangrijk. TNO was en is financieel noch op andere wijze afhankelijk van dit onderzoek of van de sector. Bij elk onderzoek eist TNO dat de vraagstelling voldoende open is (niet richting geeft) en dat we het onderzoek objectief en onafhankelijk kunnen uitvoeren en in dit geval ook publiceren. TNO rapporteert en publiceert dus de conclusies van het onderzoek en niet wat de opdrachtgever uitkomt,’ aldus woordvoerder Kees Nanninga.

'Afleiden, zand strooien, traineren'

Gedragswetenschapper Hanneke Hendriks heeft onder anderen met Joris van Hoof in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzoek gedaan naar het effect van alcoholmarketing op jongeren. Zij heeft wel bemoeienis ervaren van de alcoholindustrie rondom de resultaten van haar onderzoek. 

‘Het onderzoek verliep via ZonMw en de afspraak was dat de STIVA en de Nederlandse Brouwers input mochten geven en het conceptverslag van feedback voorzien. Van dat laatste hebben ze veel werk gemaakt; je kunt wel merken dat ze daar mensen voor in dienst hebben.’ 

‘In een andere context merkte ik ook dat ze de cijfers anders probeerden uit te leggen. Ze wilden dat een artikel van mij over influencers op de website van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) zou worden verwijderd. Dat is niet gebeurd, maar de kop is wel aangepast. Het was: ‘Op instagram zien minderjarigen volop alcoholreclame’. En het werd: ‘Merendeel influencers plaatst alcoholposts op Instagram. Dat legt de nadruk op een ander deel van het artikel. Het is aangepast omdat in 20 procent van die alcoholposts een alcoholmerk was te vinden. Ik vond dat veel en de STIVA vond dat weinig. Die relateerde het aan hoeveel berichten jongeren in totaal tegenkomen. Maar al krijgen jongeren maar één post per dag te zien met een alcoholmerk, dan nog kan dat invloed hebben.’ 

‘Inhoudelijk hebben ze wel een punt en hierover kun je discussiëren, maar het lijkt erop dat ze deze berichtgeving vooral proberen te beïnvloeden om het algehele beeld ten aanzien van alcohol en alcoholreclames te bepalen. Het is afleiden, zand strooien, traineren.’ 

De STIVA heeft meteen na het verschijnen van het onderzoek een reactie op de eigen website gezet.

Lees verder Inklappen

Wij van WC-eend

In mei 2020 concluderen Nederlandse wetenschappers dat de bron van financiering niet uitmaakt voor de uitkomsten van onderzoek naar de effecten van matig alcoholgebruik. Een heel relevant onderzoek, alleen is deze studie nu juist afkomstig uit de koker van de brouwers. De onderzoekers rapporteren over hun eigen onderzoek: ‘No funding reported’. Maar indirect is dat wel degelijk het geval, want acht van de negen onderzoekers waren ten tijde van het onderzoek in dienst van het Kennisinstituut Bier.

Rick Grobbee, hoogleraar klinische epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, keurt deze werkwijze af. ‘Het komt op mij niet heel sterk over. En je doet jezelf daar ook geen deugd mee, want je roept over jezelf af dat je commentaar krijgt. Dan is het toch “Wij van WC-eend”. Ik zou dat niet aanraden.’

‘Zonder financiële steun van de farmaceutische industrie zou er geen geneesmiddel op de markt komen’

Grobbee heeft in het verleden zelf ook vijf keer meegewerkt aan onderzoek dat werd gefinancierd door de SAR. Hoe valt dat te rijmen met zijn kritiek? ‘Onderzoek moet worden gefinancierd en je kunt er niet omheen dat de industrie daaraan mee betaalt. Er zou geen enkel geneesmiddel op de markt komen als de farmaceutische industrie geneesmiddelenonderzoek financieel niet ondersteunt.’ Financiering moet dan wel voldoende op afstand staan via een aparte stichting of bankrekening, vindt hij.

Ook bij het internationale MACH-15 onderzoek in 2018 was de financiering op afstand geregeld. Toch ging het mis. In de opzet was het een goed onderzoek, want het ging om een trial waarbij 7800 personen tien jaar lang zouden worden gevolgd. Grobbee: ‘Dat zou eindelijk eens een einde kunnen maken aan de eeuwigdurende discussie over de J-curve.’ Maar het project eindigde in een domper. Onderzoekers en de alcoholproducenten hadden op voorhand contact over de onderzoeksfinanciering. Het werd een politieke rel die er uiteindelijk toe leidde dat de stekker eruit werd getrokken.

Volgens Grobbee is het probleem bij wetenschappelijk onderzoek niet zozeer de cofinanciering door de industrie, maar het gebrek aan controle. Bij grotere onderzoeken zijn de checks en balances volgens hem veel beter op zijn plaats dan bij kleine studies. ‘Als er niet meerdere ogen zijn die kijken naar jouw analyse, dan is dat een risico.’

Hoe je het ook wendt of keert, cofinanciering door de alcoholindustrie blijft een duivels dilemma. Financiering van onderzoek naar matig alcoholgebruik is in zichzelf een beperkende onderzoeksvraag. Er is geen bewijs dat door de industrie gefinancierd onderzoek leidt tot andere uitkomsten, maar de focus op matig alcoholgebruik leidt wel sneller tot onderzoeksresultaten die de alcoholindustrie graag in haar eigen voordeel uitlegt. Zelfs als er van belangenverstrengeling geen sprake is, blijft die zweem er toch altijd omheen hangen als de industrie meebetaalt.