De bevingssensor van de NAM zit al jaren op het huis van Herman Damveld uit Groningen. Al die tijd kon hij zelf zien wanneer de grond trilt rond zijn woning. In december 2019 gaf de sensor niets meer aan, omdat NAM de stekker uit de meetproef trok.
Shell Papers

We onderzoeken de banden tussen Shell en de Nederlandse overheid. Help je mee? Lees meer

We onderzoeken de banden tussen Shell en de Nederlandse overheid. Help je mee?

Zo kun jij bijdragen:

Wij willen weten welke documenten belangrijk zijn. Hoe meer mensen naar de documenten kijken, hoe sneller dat gaat. Dit kun jij doen:

  1. Ga naar de documenten en toets in onze zoekmachine een term in waarvan jij denkt dat het resultaat oplevert.
  2. Neem zoveel documenten door als je wil.
  3. Kom je iets tegen waarvan je vindt dat de redactie ernaar moet kijken? Klik dan op het duimpje omhoog bij ‘is dit document belangrijk?’. Laat eventueel ook weten waarom je het document relevant vindt voor het onderzoek.

Bekijk deze video voor meer uitleg:

We verwachten niet dat je alle documenten voor ons doorneemt. Je helpt ons al enorm als je één document leest.

Waarom dit onderzoek?

Sinds zijn oprichting eind 19e eeuw onderhoudt Shell nauwe banden met de Nederlandse overheid. Al eerder dook de naam van de olie- en gasgigant op rond economisch, fiscaal, internationaal, milieu- en zelfs onderwijsbeleid.

Dat roept vragen op. Hoe — en door wie — vindt de afweging van de verschillende belangen plaats? Hoe steekt de relatie tussen Shell en de overheid in elkaar? En wat zijn de gevolgen?

Hoe onderzoeken we dit?

In april 2019 stuurde Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) zeventien Wob-verzoeken naar evenzoveel overheidsorganen. In die verzoeken vraagt PAJ om alle documenten – denk aan e-mails, memo’s, beleidsstukken en zelfs WhatsAppjes – sinds 2005 die afkomstig zijn van, gericht zijn aan, of gaan over Shell.

Inmiddels hebben we duizenden documenten binnen. Een team van journalisten is hard aan het werk om de documenten door te nemen. Daarbij kunnen we alle hulp gebruiken.

Als volger van dit dossier blijf je op de hoogte van alle ontwikkelingen rond de Wob-procedure, ontvang je vrijgegeven documenten en kun je daar zelf mee aan de slag. Bovendien draag je bij aan het succes van dit project: hoe meer volgers, hoe zichtbaarder de interesse in de documenten.

Wil je meer weten over de redenen en mensen achter deze Wob? Kijk dan bij onze veelgestelde vragen.

27 Artikelen

De bevingssensor van de NAM zit al jaren op het huis van Herman Damveld uit Groningen. Al die tijd kon hij zelf zien wanneer de grond trilt rond zijn woning. In december 2019 gaf de sensor niets meer aan, omdat NAM de stekker uit de meetproef trok. © Reyer Boxem

Niemand neemt verantwoordelijkheid voor meten van Groningse aardbevingsschade

Niemand voelde zich verantwoordelijk om de aardbevingsschade in Groningen goed in kaart te brengen. Het ministerie van EZ heeft het meten van aardbevingsschade lang overgelaten aan de veroorzaker, de NAM. Het gevolg: schades aan huizen zijn nooit goed gemeten, terwijl dat wel had gekund.

Dit stuk in 1 minuut
  • In Groningen is verzuimd om aardbevingsschade aan gebouwen op lange termijn te monitoren;
  • Gasbedrijf de NAM begon een eigen meetnetwerk, maar dat bleek gebrekkig;
  • Toen de NAM stopte met het netwerk, pakte niemand het op. Rijksoverheid, noch de provincie Groningen of Staatstoezicht op de Mijnen wilde het overnemen;
  • Nationaal Coördinator Groningen is begonnen met een eigen proef naar een betere meetmethode, maar die proef is vertraagd en te beperkt, zeggen critici;
  • Het gevolg: schade aan gebouwen in het aardbevingsgebied wordt niet goed gemeten, ondanks herhaaldelijk verzoek om beter te meten door bewoners, wetenschappers en Kamerleden;
  • Dit onderzoek komt voort uit de Shell Paper Wob-procedure. De gemeente Assen heeft in dat kader documenten vrijgegeven waarin de omgang van de NAM met schademetingen werd besproken.
Lees verder

‘Kijk, daar hangen ze dan,’ wijst Simon Koorn naar de nok van de schuur van zijn enorme boerderij in het Groningse Noordbroek. Voor de leek is er niet meer te zien dan een grijs kastje, maar om deze kastjes is al jaren veel te doen in Groningen. Ze moeten namelijk de trillingen, scheefstand en daarmee schade aan huizen in het aardbevingsgebied in kaart brengen. Alleen: de proef komt te laat en is te beperkt, zeggen critici. Koorn verzucht: ‘Nu hebben we ze eindelijk, maar ze hangen helemaal verkeerd. Zo hebben we er nog niets aan.’

Als de aarde plotseling beeft, wil je precies weten wat er aan de hand is. Dat is de reden waarom het KNMI al in de jaren negentig begon in samenwerking met de NAM sensoren rondom Assen te plaatsen. Oud-directeur klimaat en seismologie van het KNMI Hein Haak: ‘Het doel was toen om de aardbevingen en hun oorsprong in kaart te brengen.’

Bovendien wilde men de relatie tussen aardbevingen en de gaswinning aantonen. Dat laatste is inmiddels onomstotelijk vastgesteld, maar voor schade aan gebouwen en de veiligheid was er toen nog weinig aandacht.

Daar kwam pas na de beving van Huizinge in 2012 verandering in. Haak: ‘Die beving zorgde ervoor dat veiligheid een grotere rol ging spelen in het denken over aardbevingen:hoe kunnen we burgers beschermen tegen schade. Dat betekende dat er metingen bij de huizen zelf moesten komen.’

De Rijksoverheid liet de aanleg van een meetnetwerk over aan de veroorzaker van de schade, de NAM

Klinkt logisch. Toch staat de aanleg van een fijnmazig bovengronds meetnetwerk al jaren ter discussie. Uit een reconstructie van FTM in het kader van de Shell Papers blijkt dat de Rijksoverheid de aanleg van een meetnetwerk overliet aan de veroorzaker van de schade, de NAM. Met alle gevolgen van dien: de verzamelde data zijn gebrekkig en toen de NAM er geen meerwaarde meer in zag, voelde niemand zich verantwoordelijk om het meetnetwerk over te nemen, ondanks herhaaldelijk aandringen van lokale overheden, Tweede Kamer en burgerbewegingen.

Het gevolg: er ligt nu een half afgebroken sensorennetwerk waarvan de data niet meer worden verzameld. De Nationaal Coördinator Groningen heeft een nieuwe proef gestart, met andere sensoren, maar die blijkt onvoldoende. Maar vooral: in al die jaren heeft men verzuimd de langetermijneffecten op schade aan huizen door aardbevingen te meten.

Om te begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren, moeten we terug in de tijd.

Een hoopvol begin: de NAM wil meten

Al in 2013, een jaar na de zware aardbeving van Huizinge, belooft de NAM tiltmeters te plaatsen. Dit zijn sensoren die zowel verzakkingen als scheefstand aan huizen meten (zie kader). Staatstoezicht op de Mijnen en minister Henk Kamp van Economische Zaken beloven op hun beurt aan de Tweede Kamer het gasbedrijf aan die belofte te houden.

De NAM start dan ook in 2014 een proef met gebouwsensoren in samenwerking met TNO, het zogenaamde sensornetwerk. In 2015 zijn twintig publieke gebouwen en 280 woningen voorzien van sensoren. Alleen: van de oorspronkelijke belofte is dan al niet veel meer over. De beloofde tiltmeters zijn uit de proef gehaald. 

En dat terwijl het bedrijf nog steeds beweert tiltmeters geen slecht idee te vinden. Aan landbouwnieuwsplatform Nieuwe Oogst laat de NAM in 2015 weten: ‘Hoe meer er wordt gemeten, hoe beter. Dat moedigen wij aan.’

‘Als je een meter op de grond plaatst, zegt dat nog niks over wat een aardbeving met een huis doet’

Er komt meteen kritiek op het netwerk. Onder andere StabiAlert, een bedrijf gespecialiseerd in tiltmetingen, is verbijsterd. Het bedrijf was al jaren in gesprek met de NAM om tiltsensoren te plaatsen bij Loppersum en Middelstum. Maar ook wetenschappers uiten kritiek. De gebruikte gebouwsensoren zouden niet alles meten, ze zouden niet op de juiste plekken hangen.

Een van de wetenschappers is lector ‘Aardbevingsbestendig bouwen en Kansrijk Groningen’ aan de Hanzehogeschool Groningen, Ihsan Engin Bal: ‘Als je een meter aan één muur hangt, dan meet je alleen die muur, niet wat er met het hele gebouw gebeurt. En als je een meter op de grond plaatst, zegt dat nog niks over wat een aardbeving met een huis doet.’ 

De NAM zegt goed te willen meten, alleen niet met het doel om schade te monitoren, zo blijkt uit het artikel op Nieuwe Oogst: ‘Waar het in het onderzoek van de NAM met name om draait, is de veiligheid. Wij willen de trillingen vastleggen, niet de verandering in de stand van de gebouwen. We gebruiken het niet om schade te identificeren.’

Uit een mailwisseling uit februari 2016 tussen de NAM en lokale overheden zoals de gemeente Assen, blijkt dat het gasbedrijf de sensoren vooral graag wil plaatsen in gebieden waar onrust is ontstaan. Het valt samen met het moment dat het nieuwe omstreden Winningsplan Westerveld moet worden goedgekeurd door het ministerie van Economische Zaken en de NAM lokale onvrede hierover wil wegnemen. Zoals een NAM-medewerker mailt: ‘Ik heb gemerkt dat het een hoop duidelijkheid en helderheid schept voor mensen die denken dat wij als NAM van alles achter houden’.

Het gasbedrijf gebruikt de meetresultaten uiteindelijk juist om schades door aardbevingen te ontkennen

Door de slechte meetopstelling zijn de verzamelde data echter zo gebrekkig dat zelfs de NAM er niets mee kan, zegt wetenschapper Bal. Volgens hem was dit geen kwade opzet, maar gebaseerd op een gebrek aan kennis: ‘De NAM wist te weinig over het meten van aardbevingsschade. Ze hadden wel ervaring met het meten van trillingen, maar dat is iets anders. De experts dachten desondanks dat ze het wel konden, een beetje alsof een tandarts zegt “ik kan ook wel oogarts zijn”. Ze hadden niet alleen een gebrek aan kennis, maar ze hebben de specifieke vereiste wetenschappelijke expertise onderschat.’

Even opmerkelijk: terwijl de NAM bij aanvang stelt de data uit het TNO-meetnet te willen inzetten om huizen van Groningers ‘steviger te maken in de toekomst’, gebruikt het gasbedrijf de meetresultaten uiteindelijk juist om schades door aardbevingen te ontkennen. Het trillingsniveau dat schadeafhandelaar Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) aanhoudt, zou veel te laag zijn. Dat schrijft de NAM in een open brief: ‘Iedereen begrijpt dat er geen schade ontstaat door het hard dichtslaan van een deur of een langsrijdende vrachtauto. Dat is echter wel het trillingsniveau dat door het IMG wordt aangehouden om schade te vergoeden. Hierdoor worden volgens ons duizenden schades ten onrechte aan aardbevingen toegeschreven.’ De NAM beroept zich hierbij op ‘een recente studie door TNO’ die geheel gebaseerd is op de data uit het TNO-meetnet.

In 2019 is de NAM er dan ook klaar mee. Ze stuurt alle deelnemers een brief met de mededeling dat de proef stopt. Dat terwijl een looptijd van tien jaar was afgesproken. De gaswinner vindt echter dat het netwerk geen nieuwe inzichten meer oplevert. Bovendien loopt op dat moment het contract af met TNO, dat de sensoren onderhoudt.

Aardbevingsdeskundige Bal: ‘Ik denk dat de NAM met het netwerk het vertrouwen van mensen wilde winnen, maar als die het vertrouwen een keer kwijt zijn, geloven ze je ook niet meer als je met keiharde data komt. Dus toen was het voor de NAM een tijd- en geldverspilling, want dat netwerk was duur.’

Wat is de toegevoegde waarde van een tiltmeter?

Een tiltsensor functioneert als een elektronische waterpas. Hij kan de scheefstand of de constructieve vervorming van een object meten. Het verschil met de gebouwsensoren van de NAM is dat de tiltmeters ook dynamisch meten, dus niet alleen de scheefstand, maar ook hoe muren zich verhouden ten opzichte van elkaar. Dat is belangrijk, want een gebouw gaat bij een beving niet alleen op en neer, maar roteert als het ware. Die ‘draaiingen’ kunnen ook voor schade zorgen.

Deze meettechniek is niet nieuw. Wereldwijd worden tiltmeters bij het meten van aardbevingsschade toegepast en ook in Nederland pleiten deskundigen al sinds de jaren negentig voor het gebruik van die meters.

De nu door de NAM gebruikte gebouwsensoren meten alleen de grondversnelling (de snelheid en sterkte van bewegingen van de grond tijdens een aardbeving), maar pikken geen laagfrequente trillingen op: dat doen tiltmeters wel. Juist bij de bevingen in Groningen reiken de laagfrequente trillingen tientallen kilometers verder dan de gewone sensoren oppikken. Deze trillingen zijn vaak zo zwak dat ze niet meteen schade veroorzaken, maar cumulatief zouden ze wel voor schade kunnen zorgen. 

Wat niet helpt is dat er onduidelijkheid heerst over het nut van tiltmeters. Het KNMI meet wel grondversnelling en aardbevingen, maar geen schades. De Technische commissie bodembeweging (Tcbb) ziet geen meerwaarde in tiltmeters, laat ze FTM in een schriftelijke reactie weten: ‘Met tiltmeters kunnen ook hoekverdraaiingen (scheefstanden) worden geregistreerd, maar (dat)‘biedt geen meerwaarde’ om aardbevingsschade vast te stellen.

Tcbb gaat er hierbij van uit dat langzame bodemdaling geen schade veroorzaakt aan huizen. Deze veronderstelling heeft volgens oud-KNMI-seismoloog Haak de opzet van schademetingen bepaald. Tiltmeters zijn dan niet per se nodig.

Er is dan wel geen wetenschappelijke consensus over de noodzaak van deze meters, maar wel  dat ze toegevoegde waarde kunnen hebben. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) liet hier inmiddels meerdere studies naar doen. Een studie, uitgevoerd door advies- en ingenieursbureau Antea in 2017, concludeerde dat ‘de meetgegevens van tiltsensoren kunnen bijdragen aan het vaststellen van schade door scheefstand na een aardbeving en/of ongelijkmatige bodemdaling aan een object. Deze relatie is onbekend en zou onderzocht kunnen worden.’ Een recenter rapport van TNO uit 2020 in opdracht van NCG trok een vergelijkbare conclusie.

Onafhankelijke experts bevestigen dit nut. Aardbevingsdeskundige Bal: ‘Tiltmeters zijn niet per se beter dan versnellingsmeters. Ze zijn een goede aanvulling, want versnellingsmeters meten tijdens een aardbeving. Tiltmeters juist ervoor en erna.’

Lees verder Inklappen

Politieke onwil

Volgens de Mijnwet is niemand verplicht om schade aan huizen te monitoren. Noch de gasexploitant noch de verantwoordelijk minister. Die moet alleen zorgen dat de aardbevingen zelf in kaart worden gebracht. Het staat als volgt in de wet: ‘Onze Minister draagt zorg voor: [...] onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling met betrekking tot meteorologie, seismologie en andere geofysische terreinen.’

Minister Kamp van Economische Zaken komt echter zijn belofte niet na om de NAM te houden aan de tiltmeters. Hij blijft vooral vertrouwen in de NAM. Zoals hij tijdens een Kamerdebat in 2016 verklaart: ‘Als de NAM denkt dat we met die instrumenten goede informatie krijgen (...) — ook vanuit de wetenschappelijke toezichthouders krijg ik geen ander signaal — dan ga ik niet zeggen: jullie moeten niet deze meters maar wel die meters nemen. ’

‘Ik vind het belangrijk dat de NAM in onafhankelijkheid haar werk kan doen’

Wanneer Kamerlid Jan Vos (PvdA) tegenwerpt dat een meerderheid van de Kamer vraagt om meer onafhankelijk toezicht, reageert Kamp: ‘Waar draai ik omheen? Ik heb gezegd dat ik het belangrijk vind dat de NAM in onafhankelijkheid haar werk kan doen.’

Hij schuift daarmee een motie die al in januari 2016 is aangenomen voor het plaatsen van deze tiltmeters aan de kant. Eric Smaling, destijds Kamerlid voor de SP en initiatiefnemer van de motie was verbijsterd: ‘We hebben ons laten adviseren door experts als Peter van der Gaag en Manuel Sintubin, met die meetinstrumenten kun je toch wel een verband leggen tussen de schok en wat dat doet. (...) Meten is weten: het zou nuttig geweest zijn een groot meetprogramma op te zetten.’

Ook Wiebes schuift daarmee de wens opzij van de Kamer naar een meetnetwerk met zogenaamde tiltmeters 

Die kans op een groot onafhankelijk meetprogramma is er weer op het moment wanneer de NAM in 2019 haar sensorennetwerk beëindigt en een Tweede Kamermeerderheid hiertegen protesteert. Maar Kamps opvolger, minister Eric Wiebes van EZK, laat weten geen meerwaarde te zien in het netwerk. Hij wil er dan ook geen geld in steken.

Terwijl Kamp nog het oordeel van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gebruikte om te benadrukken dat dit netwerk andere sensoren overbodig maakt, gebruikt Wiebes juist een andere conclusie van SodM: het sensorennetwerk van  de NAM zit wetenschappelijk niet goed in elkaar en heeft daarom  geen toegevoegde waarde . Ook hij schuift daarmee de wens opzij van de Kamer naar een meetnetwerk met zogenaamde tiltmeters. 


Eelco Eikenaar, oud-gedeputeerde SP

"Er is zoveel onwil om schades te vergoeden, daar gaat het meetnetwerk niet bij helpen. Ik was niet tegen, maar dacht: dat geld kan beter worden besteed"

Niemand voelt zich verantwoordelijk

Ook het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) voelt zich niet verantwoordelijk voor de metingen, laat de toezichthouder FTM weten: ‘Wij hebben in die jaren geen officieel oordeel gegeven over tiltmeters, ook omdat dit buiten de reikwijdte van ons toezicht valt. SodM ziet namelijk niet toe op de schade die ontstaat als gevolg van de aardbevingen.

Vanuit de Mijnbouwwet zijn operators verplicht om de bodemdaling en de seismische activiteit als gevolg van de gaswinning te meten – daar zien wij wel op toe en we beoordelen de meetplannen (of monitoringsplannen) die operators daartoe indienen.’ 

Dit is opmerkelijk, want SodM zegt in andere situaties voor de veiligheid van burgers op te komen. De toezichthouder zou meten van schade aan huizen als veiligheidsmaatregel kunnen beschouwen. Ook benadrukt SodM altijd graag haar waakhondfunctie en onafhankelijkheid van het ministerie: ook in die rol had de toezichthouder de metingen of in ieder geval het toezicht erop naar zich toe kunnen trekken.

De discussie ging veel meer over de wil dan over feiten

Minister Kamp doet het daarentegen voorkomen alsof de toezichthouder wel naar schade kijkt. Hij beweert in een Kamerdebat dat ‘zowel de NAM als het SodM al [hebben] gekeken naar de meerwaarde van de tiltmeter.’ En later: ‘NAM heeft gekozen voor de inzet van instrumenten waar die tiltmeters niet bij horen. SodM heeft dat beoordeeld en goed bevonden [...] Ik vaar in dit geval op het advies dat ik van SodM heb gekregen.’ Hiermee impliceert Kamp dat SodM de meetmethode heeft beoordeeld, maar hij zegt er niet bij dat Sodm niet toetst op meten van schade.

De provincie Groningen ziet evenmin iets in het overnemen van het netwerk. Het provinciebestuur vindt zich niet de aangewezen partij om deze taak op zich te nemen. Het is vooral een centenkwestie, herinnert oud-gedeputeerde Eelco Eikenaar (SP) zich. Hij heeft in die tijd het gasdossier in zijn portefeuille: ‘Het was een behoorlijk bedrag, ik meen een miljoen euro. Daar kwam veel bij kijken: aanschaf, dan ook nog onderhoud en de gegevens moeten ook nog geïnterpreteerd worden.’ 

Al met al een te omvangrijke klus voor de provincie. Maar er speelt meer. Eikenaar is er niet van overtuigd dat beter meten zou helpen. ‘Ik dacht: “Dan hebben we een meetwerk en dan wordt dat weer ter discussie gesteld.” En er waren genoeg gegevens om schade te vergoeden. Veel aardbevingen en veel scheuren, één plus één is dan twee. De discussie ging veel meer over de wil dan over feiten. Dus ik dacht: er is zoveel onwil om schades te vergoeden, daar gaat het meetnetwerk niet bij helpen. Ik was niet tegen het meetnetwerk, maar ik dacht wel dat dat geld beter kon worden besteed.’

Dossier

Shell Papers

We onderzoeken de banden tussen Shell en de Nederlandse overheid. Help je mee?

Volg dit dossier

Toch eindelijk een proef

Den Haag geeft dan weliswaar geen sjoege, de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) wel. In 2017 geeft de dienst gehoor aan de eis om tiltmeters in te zetten van bewoners, lokale bestuursorganen en partijen, zoals de gemeente Assen en de SP Drenthe. NCG geeft opdracht tot een proef met deze sensoren.

In een periode van twee jaar moet de pilot uitwijzen of de inzet van tiltsensoren gewenst is en op welke schaal. De proef is weliswaar klein (slechts op dertien locaties zou meetapparatuur worden opgehangen), maar de gegevens zouden worden gekoppeld aan gegevens uit het eerdere gebouwsensorennetwerk van de NAM, zodat er een goed beeld zou ontstaan.

‘Partijen met duidelijk meer vakkennis en ervaring op het gebied van tiltmeters werden gepasseerd’

Alleen loopt de proef vertraging op. De aanbesteding duurt lang en de tiltmeters moeten nog worden gemaakt. Belangenbehartiger Groninger Gasberaad heeft dan ook kritiek op de gang van zaken en schrijft in 2020 in een rapport: ‘Pas medio 2018 werd er een kwartiermaker/projectleider (van FuGro) aangesteld om een plan van aanpak voor de Pilot-Tiltsensoren vorm te geven. Dit hield ook in dat er een Europees aan te besteden tender uitgeschreven moest worden.

De opdracht werd uiteindelijk medio 2019 gegund aan een samenwerkingsverband onder leiding van FuGro. Daarbij werden volgens diverse deskundigen en insiders partijen (waaronder Antea en StabiAlert) met duidelijk meer vakkennis en ervaring op het gebied van tiltmeters gepasseerd.’

Wanneer de proef in 2020 eindelijk begint, is de NAM al gestopt met haar netwerk. Aardbevingsdeskundige Bal: ‘Ik heb toen nog contact opgenomen met NAM en verteld wat er nodig was om het wel werkend te maken. Het zou een enorme eenmalige investering zijn geweest, maar wel nodig om iets aan het netwerk te hebben.’

Op dit voorstel krijgt hij nooit een reactie. Ook niet van de overheid, waar hij op uitnodiging van de Tweede Kamer had aangedrongen om het bestaande netwerk te verbeteren en te investeren in onafhankelijk onderzoek. 

Door al het gesteggel en politieke onwil dreigt ook de pilot uit te lopen op een mislukking, waarschuwt het Groninger Gasberaad in zijn rapport uit 2020: ‘Het begint erop te lijken dat alle vertragingen ertoe (gaan) leiden dat deze pilot uiteindelijk weinig meer bij kan dragen aan betere gegevens over de gevolgen van aardbevingen voor gebouwen.’

Gemiste kansen

Oud-KNMI-seismoloog Haak vindt dat men zich niet moet blindstaren op het meten. Volgens hem is het allang geen kwestie meer van meetgegevens, maar een maatschappelijk vraagstuk. ‘Tiltmeters kunnen een nuttige bijdrage leveren, want alles wat burgers nu vertrouwen kan geven, is een goede investering. Maar we moeten oppassen dat we het niet overdrijven. Het is een schijnzekerheid dat je alles kunt meten. Dat zou je aan elk huis van die meters moeten hangen, dat gaat niet gebeuren.’

‘Het is een schijnzekerheid dat je alles kunt meten’

Aardbevingsdeskundige Bal bevestigt dit: ‘Om elk huis goed meten, moet je niet alleen meters in de bodem hebben, maar ook minstens vijf of zes sensoren op verschillende plekken in het huis. Dat is heel duur.’

Als er in 2013 een tiltmeternetwerk was aangelegd, zoals de NAM in eerste instantie had beloofd, dan was er nu een heel transparant beeld van de bevingen en schades over een veel groter gebied, denkt Reinier Brongers, directeur van StabiAlert: ‘Dat zou simpelweg een hoop mensen geholpen hebben in hun procedures, want tiltmeters meten beter, en op grotere afstand, wat het effect is van bevingen.’

Daarvoor is het nu te laat. Ook wetenschapper Bal denkt daarom dat de oplossing ligt in een ander vergoedingssysteem. ‘Bewoners hopen dat de sensoren met zekerheid aantonen dat hun schade wordt veroorzaakt door de aardbevingen, maar dat kun je nooit definitief zeggen, ook niet met meer sensoren. Daarvoor spelen te veel andere factoren een rol in de bodem. Maar door beter te meten zou je wel meer zekerheid hebben dat de aardbevingen de oorzaak zijn.’

Hij is dan wel voorzitter van de technische commissie die de tiltmeterpilot begeleidt, maar hij vindt ook deze proef te beperkt. Om schades goed te kunnen monitoren moeten grondbeweging en de beweging van verschillende muren in een huis met elkaar in verband worden gebracht. De huidige proef test alleen of tiltmeters scheefstanden van muren kunnen aantonen. Dit is weer een los puzzelstukje, dat geen inzicht geeft in het geheel.

Bewoners zijn daarom gefrustreerd. Ze zitten in huizen met schade, maar het versterkingstraject komt maar niet van de grond. Wie betere gegevens heeft, staat sterker in de voortslepende strijd rondom de versterkingen, is hun overtuiging. Simon Koorn, de eigenaar van de boerderij in het Groningse Noordbroek, doet daarom mee aan de tiltmeterproef van de NCG. Hij wil eindelijk bewijzen dat de scheuren en verzakkingen in zijn huis en schuur zijn veroorzaakt door bodemdalingen als gevolg van de gaswinning.  

Continu monitort hij op de computer de gegevens van de grijze kastjes in en rondom zijn huis. Maar helaas, ook deze proef levert maar een beperkt beeld op. Koorn: ‘Ze zeggen steeds dat er hier geen aardbevingen zijn, terwijl hier huizen op instorten staan en we ze ook daadwerkelijk voelen. Dat wilden we met de tiltmeters eindelijk bewijzen, maar helaas gaat dat op deze manier niet lukken.’

Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Tristan Braakman (RTV Noord) en Hjalmar Guit (RTV Drenthe).

Reactie NAM

Waarom begon de NAM met het sensorennetwerk en wat was het doel daarvan?

‘Het gebouwensensorennetwerk is opgezet in aanvulling op het seismisch meetnetwerk geopereerd door het KNMI. De sensoren van het gebouwensensorennetwerk meten juiste de grondversnelling van het fundament van een gebouw. Naast een wetenschappelijk doel wilden we huiseigenaren en bewoners betrekken bij ons onderzoek en een mogelijkheid bieden om de versnelling voor hun eigen huis te meten en weten. Het gebouwensensorennetwerk werd geopereerd door TNO.’

Er zouden ook tiltmeters worden geplaatst, waarom zijn die uiteindelijk niet in het netwerk opgenomen?

‘Een tiltmeterproject vergt meer voorbereiding. Initieel is een pilotstudie uitgevoerd waarbij een aantal sensoren zijn geplaatst in een Groningse boerderij. Dit project was echter moeilijk te combineren met het gebouwensensorennetwerk omdat naar onze inschatting er meerdere tiltmeters in een enkel gebouw geplaatst zouden moeten worden (en daardoor voor de bewoner veel ingrijpender zou zijn). Ook wat betreft data datacommunicatie en leveranciers waren er geen synergiën tussen deze projecten.’  

Wat heeft de NAM met de meetgegevens gedaan, waar werd het voor gebruikt?

‘Er zijn een groot aantal studies gedaan voornamelijk door TNO. In combinatie met gebouwinspecties uitgevoerd door TNO geeft dit een beeld van de oorzaken van gebouwenschade. Verder is de data gebruikt om een beeld te krijgen van de grondbeweging waaraan een gebouw wordt blootgesteld door andere oorzaken dan aardbevingen (bijvoorbeeld door verkeer in de straat).’

Wat kostte het meetnetwerk in totaal en per jaar en hoe werden die kosten opgebouwd?

‘NAM heeft sinds 2012 zo’n 200 miljoen euro uitgegeven aan het onderzoeksprogramma naar de gevolgen van de aardbevingen in Groningen. De kosten van de aanleg en het opereren van het gebouwensensorennetwerk zijn rond de 10 miljoen euro.’  

Waarom besloot de NAM te stoppen?

‘Op aandringen van de politiek, vanuit Groningen en de wens van NAM zelf is besloten dat NAM op afstand geplaatst moet worden van de onderzoeken. NAM heeft in antwoord daarop in de afgelopen jaren het onderzoeksprogramma afgebouwd. Er is door NAM actief gezocht naar een alternatieve partij die het gebouwensensorenproject zou kunnen en willen overnemen.’

Lees verder Inklappen