Sinds medio vorige eeuw de visie op verzadigd vet veranderde en daarna de oorlog werd verklaard aan cholesterol, heeft de farmaceutische industrie honderden miljarden euro’s verdiend aan cholesterolverlagende medicijnen. Wie zijn de grootste spelers op deze markt en hoe hebben zij kunnen profiteren van de nieuwe kijk op cholesterol?

    De farmaceutische industrie ontdekt de markt voor cholesterolverlagende medicijnen, zogenoemde statines, in de jaren ’80. De eerste die instapt is Merck, in 1987, met het product Lovastatine. Andere statines van andere fabrikanten volgen. De grote klapper komt in 1997, als Pfizer z'n atorvastatine op de markt brengt onder de naam Lipitor. Op dat moment zijn er al vier statines op de markt, maar dankzij een succesvolle marketingcampagne lukt het Pfizer om met Lipitor door te stoten naar de absolute top. Al snel laat de statine alle andere medicijnen in het aanbod van Pfizer, waaronder Zoloft en Viagra, achter zich. De omzet van het bedrijf groeit flink, om in 2004 uit te komen op 50 miljard dollar. Daarmee torent Pfizer in dat jaar boven alle andere farmaceuten uit. Tegelijk verkoopt Lipitor beter dan enig ander medicijn, van welke soort en van welke fabrikant dan ook. Het is het meest succesvolle medicijn ter wereld.

    Generieke statines vervangen merkmedicijn

    In 1999 verschijnt Lipitor in de Nederlandse top-10 van meest gebruikte medicijnen; een jaar later staat het in de top-3. In 2006 slikt bijna een half miljoen Nederlanders Lipitor, tegen zo’n 360 euro per persoon per jaar. Lipitor is dan al enkele jaren het medicijn waaraan in ons land het meeste wordt uitgeven. De overheid besluit iets aan de hoge kosten te doen: goedkopere statines, zoals Zocor van fabrikant Merck (117 euro per gebruiker per jaar), krijgen vanaf 2009 voorrang. De tweede klap voor de verkoop van Lipitor volgt als het medicijn twee jaar later uit patent loopt. ‘We verwachten dat het verliezen van de exclusiviteit voor Lipitor in de VS en verschillende internationale markten […] een zeer ongunstige weerslag heeft op onze inkomsten in 2012 en de jaren daarop,’ schrijft Pfizer in het jaarverslag van 2011. Daarmee is niets te veel gezegd: in Nederland verloopt de omschakeling naar goedkopere varianten van Lipitor rap. Binnen twee maanden wordt de merk-statine al tot 80 procent vervangen door goedkope alternatieven met dezelfde werkzame stof, de zogenoemde generieke medicijnen, wat op jaarbasis een uitgavendaling betekent van gemiddeld €30.000 per apotheek.

    Lipitor verkoopt beter dan enig ander medicijn, van welke soort en van welke fabrikant dan ook

    In de VS poogt Pfizer korte tijd met een reclamecampagne de verkopen van Lipitor ouderwets hoog te houden, maar het mag niet baten. Zet het middel op zijn hoogtepunt nog wereldwijd 13 miljard dollar per jaar om, in 2015 is dit nog maar 2 miljard. Het blijft niet zonder gevolgen voor de omzet van Pfizer. Is die in 2010, het jaar voorafgaand aan het verlopen van het patent, nog zo’n 65 miljard dollar, in 2015 is hij gedaald naar 49 miljard. De winsten dalen mee: van ruim 8 miljard in 2010 naar nog geen 7 miljard in 2015. De omzet- en winstcijfers uit 2015 zijn ongeveer gelijk aan die van 2004. Zorgt in dat jaar Lipitor nog voor een vijfde van de omzet, nu komt het grootste omzetaandeel van de vaccins, met 13 procent.

    Het omzetverlies door overheidsbezuinigingen en (generieke) concurrentie voor Lipitor leidt tot grote reorganisaties bij Pfizer. Bij het bedrijf werken nu tienduizenden werknemers minder dan in de hoogtijdagen, en de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling zijn teruggeschroefd van 9,5 miljard dollar in 2010 tot 7,7 miljard in 2015. De uitgaven aan marketing stijgen echter wel, van 6,7 miljard dollar in 2010 naar 11,4 miljard in 2013. Op de beurs blijft het vertrouwen in Pfizer intussen groot: ook na het verlopen van het Lipitor-patent in 2011 vertoont de koers van het aandeel een stijgende lijn.

    Tegenwoordig wordt Lipitor nog wel verkocht, maar het merk heeft het moeilijk. De concurrentie van generieke medicijnen leidt, aldus het jaarverslag 2015 van Pfizer over een ‘voortdurende erosie’. Desondanks staat Lipitor in 2014 nog altijd op nummer 36 van de lijst met bestverkochte medicijnen wereldwijd;  ontstekingsremmer Humira van fabrikant AbbVie voert deze lijst aan.

    Met Lipitor is in totaal ruim 140 miljard dollar omgezet. Daarmee is het tot dusver het bestverkochte medicijn ter wereld, en volgens tijdschrift Time ook bijna het bestverkochte product aller tijden — net achter de PlayStation van Sony.

    ‘Uitdagend jaar’

    Een andere in Nederland veel gebruikte statine is Crestor. Het middel verschijnt In Nederland in 2010 op nummer 10 in de lijst van meest gebruikte medicijnen. De Brits-Zweedse fabrikant AstraZeneca zet er dat jaar wereldwijd 5,7 miljard dollar mee om, bij een totale omzet van 33 miljard. Van alle medicijnen die AstraZeneca in het assortiment heeft, levert Crestor het meeste geld op. Dat is ook zo in 2011, als de omzet van het middel toeneemt naar 6,6 miljard dollar, en in 2012, als de verkopen dalen naar 6,2 miljard. Na 2012 houdt de daling aan. De omzet uit Crestor bedraagt in 2014 nog ‘slechts’ 5,5 miljard dollar en 5 miljard in 2015. De fabrikant wijt de daling voornamelijk aan de beschikbaarheid van goedkope statines. Maar zelfs in 2015 is Crestor nog altijd het belangrijkste medicijn in het productportfolio van AstraZeneca, goed voor een vijfde van de totale omzet.

    ‘Het is duidelijk dat 2016 een uitdagend jaar wordt door het verlies van de excusiviteit van Crestor in de Verenigde Staten. Het is een erg, erg groot product,’ zegt Pascal Soriot, de ceo van AstraZeneca, als hij eerder dit jaar aan verslaggevers uitlegt wat het betekent dat in mei het patent op Crestor in de VS zal verlopen. Een van de maatregelen die het bedrijf neemt om de schade te beperken van de generieke alternatieven, is het verwerven van een flink aandeel in Acerta Pharma BV, een Nederlandse farmaceut die een mogelijke blockbuster (farmajargon voor een zeer succesvol medicijn) in de pijplijn heeft op het gebied van medicatie voor leukemie.

    Hoge uitgaven

    Ook fabrikant Merck moet, net als AstraZeneca en Pfizer, door de zure appel heen bijten. Merck, buiten de VS bekend als MSD, is de maker van de in Nederland veel gebruikte statine Zocor. In 2003 zet Merck nog 5 miljard dollar om met het middel, maar aan het eind van het jaar klinkt een waarschuwing: ‘In juni 2006 zal in de VS de marktexclusiviteit verlopen van Zocor, dat een belangrijke bijdrage leverde aan onze verdiensten.’

    Ook al stijgt het aantal gebruikers van statines, de opbrengsten dalen

    De 5 miljard dollar uit 2003 is bijna het volledige bedrag dat Merck dat jaar omzet in de categorie atherosclerose, met bijna een kwart van de totaalomzet de meest verdienende afdeling van het bedrijf. Over de drie voorgaande jaren zien we in de jaarverslagen soortgelijke cijfers en verhoudingen, maar in andere jaarverslagen is het bedrijf minder duidelijk over de omzetcijfers voor Zocor. Wel is bekend dat het middel in ons land al vanaf medio jaren ’90 tot relatief hoge uitgaven leidt. Lange tijd is Zocor te vinden in de top-10 van cholesterolverlagers waaraan het meeste geld wordt gespendeerd. Dat blijft zo tot en met 2003, het jaar dat Zocor in Nederland uit patent loopt. Staat het middel in dat jaar nog in de top-2 voor 127 miljoen euro, in 2004 is Zocor gedaald naar plaats 6, met 61 miljoen. De daling houdt aan. Tien jaar later staat het middel op nummer 10 en geven we er 45 miljoen euro aan uit.

    Volgende generatie in aantocht

    Wat betreft de statines zijn de gouden tijden wel voorbij. Want ook al stijgt het aantal gebruikers ervan, de opbrengsten dalen. Deels omdat patenten verlopen of al zijn verlopen, deels omdat er goedkope alternatieven zijn. Toch is de rol van de statines in de hitlijsten voorlopig niet uitgespeeld. Vooralsnog bezet deze soort medicijnen twee plaatsen in de Nederlandse top-10 van meest gebruikte medicijnen en kunnen beide middelen — Zocor op plaats 10 en Crestor op 3 — een uitgavenstijging noteren ten opzichte van het jaar ervoor. Volgens de meest recente cijfers gebruiken bijna twee miljoen Nederlanders cholesterolverlagende medicijnen. Daar staan kosten tegenover van 210 miljoen euro per jaar, relatief bescheiden op de totale medicijnuitgaven van ruim 4 miljard euro.

    De industrie zit echter niet stil, en heeft de volgende generatie cholesterolverlagende medicijnen al klaar staan. Er wordt veel verwacht van de zogenoemde PCSK9-remmers, te injecteren cholesterolverlagers voor patiënten met een hoog risico op hart- en vaatziekten. PCSK9 is een eiwit dat wordt geblokkeerd door het medicijn, dat op die manier het LDL-cholesterol verlaagt. In Nederland werd PCSK9-remmer Repatha van de Amerikaanse fabrikant Amgen vorige maand in het basispakket opgenomen. Voor de behandeling met het middel komen naar schatting zo’n 20.000 mensen in aanmerking, tegen kosten van zo’n 60 miljoen euro per jaar. Zorginstituut Nederland adviseert aan minister Edith Schippers van Volksgezondheid om ook PCSK9-remmer Praluent van fabrikanten Sanofi en Regeneron te vergoeden.

    Over de auteur

    Daan de Wit

    Journalist in hart en nieren. Altijd op zoek naar het nieuws achter het nieuws: hoe zit het echt? <br /> <br /> Een van zij...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    De cholesterolmythe

    Gevolgd door 231 leden

    Voor Follow the Money bouwt onderzoeksjournalist en auteur Daan de Wit aan een dossier met een grote maatschappelijke en jour...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid