Het pilot project met de 'digitale cash’ van een depositobank mag nog steeds niet plaatsvinden. Politieke onwil en vertragingstactieken belemmeren het eerste experiment met ‘een digitaal alternatief voor contant geld’.

    Waarom mag een experiment met ‘de saaiste bank van Nederland’ niet plaatsvinden? Afgelopen dinsdag beantwoordde Jeroen Dijsselbloem de vragen die SP-Kamerlid Renske Leijten indiende naar aanleiding van het FTM-artikel ‘Angstcultuur bij DNB belemmert innovatie van het geldsysteem’. De minister van Financiën wijst opnieuw naar Europese regelgeving als sta-in-de-weg voor de depositobank van Stichting Full Reserve.

    Leijten vindt dat het initiatief, geheel toepasselijk op deze dierendag, wordt 'doodgeknuffeld’: ‘Iedereen omarmt de gelddiscussie, er wordt veel over innovatie gesproken, maar uiteindelijk onderneemt niemand actie om een experiment met depositobank mogelijk te maken.’

    Minister Dijsselbloem schrijft dat De Nederlandsche Bank (DNB) wel degelijk ‘een actieve rol neemt als het gaat om de bredere discussie over innovatie in de financiële sector.’ Hij wijst op de in 2016 gelanceerde InnovationHub en het rapport ‘Maatwerk voor Innovatie’ van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en DNB.

    Contant geld

    Dat rapport wordt door AFM en DNB omschreven als een ‘nieuwe aanpak om de toegang tot de markt te verruimen voor innovators’. Voor de depositobank van Stichting Full Reserve levert het echter helemaal niets op.

    'Het is om cynisch van te worden'

    ‘Voordat we in de details van de brief verzanden’ wil Paul Buitink, de nieuwe voorzitter van Stichting Full Reserve, het eerst nog even hebben over het maatschappelijk nut van een depositobank. Buitink: ‘Een depositobank biedt een alternatief voor contant geld. Een digitale versie van geld zonder kredietrisico.’

    Hij legt uit dat cash geld in het huidige geldstelsel de enige vorm van geld is die burgers kunnen aanhouden zonder kredietrisico te lopen. ‘Aan giraal geld op een commerciële bankrekening kleeft voor de rekeninghouder altijd het risico dat een bank omvalt.’ Bij een depositobank is dat anders: de tegoeden van de burger worden één op één doorgezet naar de centrale bank, en niet met risico uitgeleend aan andere partijen.

    Buitink: ‘Omdat contant geld om allerlei redenen steeds meer uit de gratie raakt, zou het logisch zijn als DNB een digitaal alternatief voor cash zou creëren. De technische mogelijkheden zijn er. DNB kan digitaal centrale bankgeld voor de Nederlandse burger toegankelijk maken.’ Omdat DNB vooralsnog geen digitale cash uitgeeft, wil Stichting Full Reserve in dat gat in de markt springen met een depositobank. Daar wordt echter een stokje voor gestoken.

    Leijten is teleurgesteld in de antwoorden van de minister: ‘Het is om cynisch van te worden. Waarom heb je als burger geen mogelijkheid om je spaargeld veilig te stallen? En dan bedoel ik echt veilig: 100 euro storten bij een partij die je 100 euro ook echt in kas houdt. Niet de schijnveiligheid van het depositogarantiestelsel.’


    Paul Buitink

    "Het lijkt alsof niemand zijn vingers durft te branden"

    Vertragingstactiek

    Maar de minister waagt zich niet aan zulke fundamentele beschouwingen van het geldstelsel of bankwezen. Hij schrijft dat er ‘grote onzekerheid heerst over de werking van een ander soort [geld-]stelsel of initiatieven die aan de kern daarvan raken. Het is dan ook belangrijk dat in brede zin onderzoek wordt gedaan naar geldschepping en dat de voordelen en de risico’s van alternatieven nauwgezet in kaart worden gebracht.’

    Daar is Buitink het hartstochtelijk mee eens. ‘Ik zie alleen niet in waarom je niet tegelijkertijd kunt gaan experimenteren. Maak een pilot met een depositobank of digitaal centrale bankgeld mogelijk, parallel met een theoretisch onderzoek. Het één sluit het ander niet uit. Van beiden kun je veel leren.’

    Voor de minister is testen in de praktijk echter een brug te ver. Hij schrijft dat eerst ‘de risico’s nauwgezet in kaart moeten worden gebracht’ en klopt zichzelf op de borst omdat hij heeft ‘bijgedragen aan een tweedaags congres over geldschepping dat november vorig jaar plaatsvond bij DNB en op het ministerie van Financiën.’ Verder verwijst Dijsselbloem meermaals naar het onderzoek dat de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uitvoert over de werking van het geldstelsel.

    Buitink juicht dit onderzoek toe, maar vindt dat de minister het hier gebruikt als vertragingstechniek: ‘Het lijkt alsof niemand zijn vingers durft te branden aan innovatie van de fundamentele werking van het geldstelsel. Het blijft bij innovatie in de marge.’ Volgens Buitink zijn mogelijke risico’s juist heel goed beheersbaar als je met een experiment begint: ‘De risico’s worden juist pas inzichtelijk wanneer je in de praktijk gaat testen met een pilot.’

    'Toegang tot het Europese betalingsverkeer is een belangrijke voorwaarde'

    Leijten duidt de verwijzing naar de WRR eveneens als ‘vooruitschuiven’: ‘Dat is politiek gezien handig, want de discussie kan pas weer hervat worden als de WRR klaar is met het onderzoek. Op dit moment heeft verdere vragen stellen geen enkele zin.’

    Politieke wil

    De juridische bezwaren voor een experiment liggen volgens Dijsselbloem in Europa. Toegang tot het Europese betalingsverkeer is een belangrijke voorwaarde om depositobank te laten slagen. Een bankrekening waarmee je geen betalingen kunt doen, is tenslotte niet erg praktisch. Toelating tot het betalingssysteem achter de euro — Target-2 genaamd — is een vereiste om in het betalingsverkeer deel te kunnen nemen.

    Het model van de depositobank is volgens Dijsselbloem echter niet verenigbaar met de huidige toelatingseisen voor Target-2. De minister verwijst daarom door naar de ECB: ‘De voorwaarden van Target-2-NL [het Nederlandse deelsysteem, red.] kunnen niet door DNB aangepast worden zonder instemming van de Europese Centrale Bank (ECB).’

    Buitink is wel blij dat Dijsselbloem juridisch beter onderbouwt waarom er wordt doorverwezen naar het Europese toneel. Die gedetailleerde onderbouwing ontbrak in eerdere brieven: ‘Of het juridische allemaal klopt moeten we nog verifiëren, maar laten we daar in eerste instantie vanuit gaan. Over de interpretatie van de wet valt overigens altijd te twisten. Om voortgang te boeken zal het daarom vooral aankomen op politieke wil. En juist die politieke wil ontbreekt.’


    Renske Leijten

    "Dat noem ik een gezocht argument"

    Leijten is het daar mee eens. ‘De minister verschuilt zich achter procedurele antwoorden,’ zo stelt ze. Leijten vindt het contrast in de bankenwereld tekenend: ‘Er zijn in Nederland tal van grote financiële instellingen met een bankvergunning, die risicovolle activiteiten ondernemen. Om die risico's te bedwingen worden vervolgens allerlei complexe Europese constructies ontwikkeld, maar een simpele depositobank zou ineens te ingewikkeld of te risicovol zijn. En dat terwijl die bank zich juist onderscheidt van andere banken door geen kredietrisico te lopen. Dat noem ik een gezocht argument.’

    Heilige graal

    Deze innovatie raakt de kern van het geldsysteem. Daar spelen volgens Leijten grote politieke en financiële belangen: ‘Als het experiment een succes zou worden zet het de bestaande modellen van grootbanken onder druk.’ Leijten lacht: ‘blijkbaar moet je in de financiële wereld eerst een hoog complex product ontwikkelen om als nieuwkomer een voet binnen de deur te krijgen.’

    Buitink wacht geduldig het advies van de WRR af: ‘Het is zo langzamerhand wel een beetje de heilige graal voor financiële innovatie geworden. Volgens Buitink heeft de minister onvoldoende onderzocht hoe de wet wél kan worden aangepast, terwijl dat juist de opdracht was die hij van de Kamer had meegekregen. Hij vindt het vooral jammer dat de minister zelf niet alvast pro-actiever is richting de ECB. Is er al contact gezocht met de ECB om de benodigde wijzigingen in de Target-2 regels voor elkaar te krijgen? En welke aanpassingen zijn er precies nodig? Dat licht Dijsselbloem niet toe, terwijl je daar volgens Buitink geen WRR-rapport voor nodig hebt.

    Target-2

    De Target-2 regels vormen dus het officiële excuus om een experiment met de depositobank uit de weg te gaan. Target-2, het betalingssysteem achter de euro, maakt internationale betalingen met onze eenheidsmunt mogelijk, maar is ondertussen een absolute uitblinker in complexiteit en risico. Daarom publiceren we morgen op FTM een uitgebreid artikel over dit Europese systeem — en de grote risico's die er aan verbonden zijn.

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Thomas Bollen

    Gevolgd door 572 leden

    Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Van wie is ons geld?

    Gevolgd door 752 leden

    Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid