Defensie dobbert koersloos in een zee van bezuinigingen

    Door het ontbreken van een concrete vijand is het onduidelijk wat Nederland nodig heeft op defensiegebied. Torenhoge ambities in combinatie met visieloze bezuinigingen leiden tot een amper inzetbare krijgsmacht.

    De Kustwacht zal even met de ogen geknipperd hebben. Normaal gesproken schieten ze te hulp bij zinkende schepen, drenkelingen en andere calamiteiten op de Noordzee, maar in mei dit jaar kreeg het de vijand uit de Koude Oorlog in het vizier. Voor het eerst in 20 jaar dook een Russische vloot op in de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ). Zes schepen, waaronder het enige Russische vliegdekschip Admiraal Kuznetsov, dat een vijftigtal helikopters en vliegtuigen kan herbergen. Het staat de Russen vrij om in de EEZ te varen, maar defensie noemt het ‘ongebruikelijk dat Russische eenheden deze route gebruiken’. Niet de marine, maar de Kustwacht hield op verzoek van de Marine een oogje in het zeil en uiteindelijk was het de Britse marine die deze Russische vloot vergezelde naar internationale wateren. Waarom riep de Marine hulp in bij de kustwacht en de Britten? Het antwoord is simpel: de Nederlandse patrouillevliegtuigen zijn wegbezuinigd. Nederlandse marineschepen die niet-NAVO schepen kunnen volgen, waren niet voor handen door bezuinigingen, onderhoud en uitzendingen ver weg in de West en Somalië.  Door schepen te escorteren laat een land zien dat het gereed staat om de vijand af te weren als dat nodig is. De Russische vloot vormt nu geen directe dreiging, maar Nederland zakt voor de gereedheidstest die juist de vroegere opponent afnam. Het voorval is symptomatisch voor de krijgsmacht die sinds het einde van de Koude Oorlog geen concrete vijand meer heeft en door visieloze bezuinigingen en hoge ambities slechts beperkt inzetbaar is.

    Aangewezen op bondgenoten

    Voor de verdediging van Nederland zelf en de Nederlandse belangen in het buitenland, is ons land steeds meer afhankelijk van bondgenoten. Idealiter is dat de uitkomst van een politiek en maatschappelijk debat, maar door de in jaren aaneen geregen bezuinigingen op defensie is het bittere noodzaak. De Britten moesten inspringen toen een Russische vloot voorbij kwam en het is de bedoeling dat het Nederlandse luchtruim op termijn in samenwerking met de Belgische luchtmacht wordt afgedekt. De grote veiligheidsparaplu komt van de NAVO, en voornamelijk de Verenigde Staten. Bondgenootschappen aangaan impliceert verplichtingen, die echter niet op steun kunnen rekenen van de gehele Nederlandse bevolking en het politieke spectrum. De NAVO-afspraak om twee procent van het BNP uit te geven aan defensie haalt Nederland bij lange na niet. En volgens de Britse defensie-professor Julian Lindley-French heeft het volgen van grote bondgenoot VS in de oorlogen in Irak en Afghanistan sporen achtergelaten: ‘Het defensiematerieel sleet harder dan verwacht en de Nederlandse bevolking kende grote twijfel over de effectiviteit van de schijnbaar eindeloze oorlogen.’ De afstand tussen burger en krijgsmacht is groot.
    'De Nederlandse generaals zijn geneigd om te kijken naar de strijdkrachten van de grote machten'
    ‘Het huidige ambitieniveau is erg breed’, drukt defensie-expert Christ Klep zich voorzichtig uit. ‘Nederland wil eigenlijk op elk geweldsniveau kunnen meedoen, op zoveel mogelijk terreinen. Desnoods wordt het materieel 'geschikter' gemaakt voor het ambitieniveau. Zie de rol van de onderzeeërs, die voorheen andere onderzeeërs en oppervlakteschepen over de hele wereld bestreed en nu ingezet wordt bij piraterijmissies.’ Klep vindt dat logisch: ‘Iedereen wil immers z'n spullen behouden. 'If you don't use it, you lose it'. Bovendien wil Nederland blijven meedoen met de grote jongens.’ De Nederlandse Leopard tanks zijn verkocht aan Finland, maar Nederlandse militairen trainen nu mee met de Duitsers  in de hoop dat de slagvaardige tanks ooit weer terugkomen. ‘Nederland heeft altijd geleden aan een intense spanning tussen wat het wil doen, en wat het kan doen’, schrijft de Britse defensie-expert Lindley-French. De geschiedenis voedt de hoge ambities van ons kleine land. Een wereldmacht in de Gouden Eeuw, een grote koloniale speler tot 1948. Economisch behoort Nederland nog bij de wereldtop, maar militair zijn we te groot voor het tafellaken en te klein voor het servet. ‘De Nederlandse generaals zijn geneigd om te kijken naar de strijdkrachten van de grote machten. De Britse, Franse, Duitse en vooral de Amerikaanse krijgsmachten zijn het voorbeeld voor Nederland’, aldus Lindley-French.
    ‘Nederland wil op elk geweldsniveau kunnen meedoen, op zoveel mogelijk terreinen.'
    De omvangrijke ambities en beperkte budgetten zetten het voortzettingsvermogen en de operationele inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht onder druk. Klep: ‘Met een multifunctionele krijgsmacht ontstaat het risico dat je als krijgsmacht in theorie weliswaar nog veel kunt, maar slechts weinig dingen héél goed over een langere periode. De afzonderlijke delen zijn dan te klein om nog aan de goede kant van de kosten-batenanalyse uit te komen.’ Grote missies zoals in Uruzgan zitten er voor Nederland niet meer in. Met moeite lukt het Nederland om een paar kleinere missies naast elkaar te draaien. Voor de Patriot-missie in Turkije moest defensie personeel bij elkaar schrapen en in eerste instantie leek Nederland niet in staat om de missie met een jaar te verlengen. ‘Hoeveel JSF's kun je daadwerkelijk over een langere periode uitzenden, als je er maar 37 van hebt?’ vraagt Klep zich af. ‘Vier zou al een flinke inspanning vereisen en niet meer dan enkele rotaties achtereen zou haalbaar zijn.’ De Rekenkamer verwacht zelfs dat vier inzetbare straaljagers aan de hoge kant is. (Lees hier waarom de Luchtmacht maar vier JSF's kan uitzenden, terwijl het er 37 krijgt.) Klep betwijfelt of dit nog in verhouding staat tot de kosten. ‘Zou een squadron transporthelikopters niet even welkom zijn binnen de internationale gemeenschap? Daar is immers enorm gebrek aan. Kortom, je hebt niet noodzakelijkerwijs de JSF nodig om je buitenlandspolitieke statement te maken. Natuurlijk hanteert de luchtmacht het argument dat het beter is om mee te blijven doen met de topspelers, want dan raak je die vaardigheden en kennis in elk geval niet kwijt en kun je eenvoudiger 'doorstarten' als er ooit meer defensiegeld beschikbaar komt.’

    Keuzes

    ‘De scheefgroei tussen ambities, beschikbaar budget en de structuur van de krijgsmacht maakt keuzes over de toekomstige Nederlandse krijgsmacht onvermijdelijk’, zo stelt Clingendael in hun rapport over de toekomst van de Nederlandse krijgsmacht. Voor de JSF is slechts plaats in één van de vier door Clingendael opgestelde scenario's en dat ene scenario kreeg een onvoldoende van Clingendael. Het Instituut voor Internationale Betrekkingen levert met het rapport ‘visie op de toekomst van de krijgsmacht’ een in eigen ogen gewichtige bijdrage aan de discussie over de door te hakken knopen, maar Rob de Wijk van het Haagsch Centrum voor Strategische Studies is kritisch over de visie van Clingendael, omdat het rapport in zijn ogen 'te politiek' is en De Wijk wel tien andere scenario's kan bedenken. Het HCSS van De Wijk schreef ook een rapport voor de regering. Taking Higher Ground, betaald door de Koninklijke Luchtmacht. 'Oorlog is de voortzetting is van politiek met andere middelen’, schreef Carl Von Clausewitz, de Pruisisch generaal en militair theoreticus in de negentiende eeuw. In de visie van Von Clausewitz stelt de politiek de doelen, de krijgsmacht voert die uit. Volgens defensie-expert Christ Klep was dat voor en tijdens de Koude Oorlog evident: ‘Tot het einde van de Koude Oorlog was militaire planning threat based. Wat hebben we nodig om de Russen uit onze tuin te houden? Nu is het capacity based. Wat willen we nog aan defensie uitgeven, zonder één grote herkenbare dreiging?’ Volgens Klep is dat nog lastiger plannen en daarom ‘is het zo belangrijk om heldere ambities te formuleren. Dan heb je in elk geval een houvast.’ Houvast leek er te komen. Het laatste regeerakkoord beloofde een visie op de krijgsmacht. De belofte werd al met enige scepsis ontvangen. Het vermoeden bestond immers dat minister Hennis van defensie deze visie naar de JSF toe zou schrijven. De JSF kwam er wel, maar Hennis toonde naar eigen zeggen liever ‘enige realiteitszin’ dan visie: ‘Een visie impliceert dat je voluit vertelt over wat je in een ideale situatie zou willen met de krijgsmacht. En dan krijg je de neiging om luchtkastelen te bouwen, mensen een rad voor ogen te draaien, beloftes te maken die je niet na kunt komen’, zegt Hennis in NRC. ‘Terwijl we moeten constateren dat de financiële middelen daarvoor er niet zijn. Ik toon graag enige realiteitszin.’ Hennis schreef een sobere nota bij weer een nieuwe bezuinigingsslag.
    'Het doel is snijden in de krijgsmacht'
    Haar voorgangers deden het niet veel anders. ‘De defensienota uit 1991 suggereerde een wijziging in defensiebeleid van een Koude Oorlog houding naar een die omgaat met een wereld in verandering, maar het doel van de nota was om de te snijden in de strijdkrachten’, schrijven Julian Lindley-French en Anne Tjepkema die namens het gerenommeerde RUSI de Nederlandse militaire planning na de Koude Oorlog onderzochten. In de talloze ambtelijke documenten die de bezuinigingen sinds het einde van de Koude oorlog vergezelden herkennen de auteurs slechts in twee stuks iets wat op visie lijkt. In twintig jaar tijd. ‘Het wordt tijd om de Clausewitziaanse logica terug te brengen in de opbouw van de krijgsmacht’, aldus Klep. ‘Waar hebben we die krijgsmacht minimaal voor nodig, in plaats van wat willen we er minimaal allemaal mee kunnen doen?’ Klep komt uit op een terugkeer naar de basale taken: ‘Luchtverdediging, bombarderen en verkennen voor de luchtmacht. Infanterie en manoeuvre voor de landmacht en all-purpose oppervlakteschepen voor de marine. De prioriteit moet dus niet liggen bij 'alles' handhaven, maar bij datgene wat de eenheden en platforms inzetbaar maakt en voortzettingsvermogen geeft. Natuurlijk wil Defensie dat wel bereiken, maar de organisatie is simpelweg nog te complex, te veel een erfenis van de Koude Oorlog.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Krijn Schramade

    Gevolgd door 242 leden

    Krijn Schramade (1980) krijgt een jaar na de val van Lehman Brothers (2008) de tegenwoordigheid van geest om zijn veilige lev...

    Volg Krijn Schramade
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren