Hoe het Europese biobrandstofbeleid grote schade aanricht

    Het 'duurzame' biobrandstofbeleid van de Europese Unie schiet zijn doel ver voorbij. De onstilbare honger van het Westen naar tropische gewassen voor de productie van milieuvriendelijke brandstof heeft grootschalige mensenrechtenschendingen tot gevolg in ontwikkelingslanden. Palmolie speelt in dit zich explosief ontwikkelende drama een duistere hoofdrol.

    Het geraas van motorzagen reikt ver. 'We zijn ingesloten door grote bedrijven die ons land ontginnen voor de uitbreiding van hun plantages’, vertelt Bapa Obek. De schoolmeester uit het district Ketapang in de provincie West-Kalimantan, Indonesië, staat te midden van kaalslag, waar eens tropisch bos groeide. ‘Mijn voorouders woonden hier al. Dit is ons leefgebied. Als wij hout kappen, planten we nieuwe bomen. Nu kan ik alleen maar op de resten van de boomstronken lijdzaam zitten toekijken.’ Graafmachines banen zich verder een weg door de natuur. Ze staan inmiddels aan de grens met het Bentuang-Karimun National Park; één van de laatste leefgebieden van de orang-oetang. In het dorpje van Bapa Obek is zichtbaar hoe de westerse drang naar een schoner milieu aan de andere kant van de aarde enorme schade aanricht.

    Explosieve expansie

    De toename van het gebruik van biobrandstoffen voor transport en energiedoeleinden  is het gevolg van wettelijke verplichtingen, ingesteld om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Analyses van Rabobank International geven aan dat daardoor de wereldwijde productie van biodiesel naar verwachting 38 miljoen ton zal bedragen in 2020. Palmolie, raapzaadolie en soja, vormen een essentieel onderdeel van biobrandstoffen waardoor voor de realisatie van het progressieve biobrandstofbeleid, miljoenen hectaren extra landbouwgrond nodig is om voedselgewassen te produceren. Financiële instellingen, grootgrondbezitters en multinationals investeren dan ook gretig in deze plantages met als gevolg een enorme expansie van monoculturen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Maar liefst 60 procent van de landaankopen op deze continenten is bestemd voor de productie van biobrandstoffen, zo blijkt uit onderzoek van economisch onderzoeksbureau Profundo. Dat is circa negen keer de oppervlakte van Nederland. Palmolie is veruit de meest interessante agro-grondstof. Hoewel de palmolieprijs onlangs 9.3 procent terugduikelde door een comeback van de populariteit van petroleum vanwege een eveneens dalende olieprijs, is de sector nog altijd veelbelovend. Omdat het product eenvoudig te produceren is, zijn de winstmarges groot. De productiekosten van ruwe palmolie zijn laag door goedkope arbeidskrachten en de opbrengst per hectare is minstens vier tot vijfmaal hoger dan bij andere eetbare olieproducten zoals raapzaad en soja.

    Olie productie van palmen en andere belangrijke gewassen

    Daarnaast wordt de groei van de sector palmolie verzekerd door de lage kosten van de aankoop of huur van land en door de ineffectieve milieucontroles. De palmboom gedijt nu eenmaal goed in landen rond de evenaar waar over het algemeen geen overheidsinstanties borg staan voor de bescherming van de burgerpopulatie, laat staan dat er democratisch toezicht is op economische besluitvorming.

    Beloofde land

    Indonesië is aangewezen als het beloofde land om de grootste importeurs van palmolie te kunnen voorzien. Met een jaarlijkse afzet van 33.500.000 metrische tonnen is de Indische archipel de grootste producent van palmolie.

    Verwachte palmolie productie in 2014

    70 procent van de Indonesische palmolieplantages ligt op het eiland Sumatra, waar de industrie ooit opbloeide onder Nederlands koloniaal bewind. De overige 30 procent ligt voornamelijk in de provincie Kalimantan. Door onlangs bekend te maken dat de biodieselsubsidies opgeschroefd zullen worden, verzekerde het Indonesische parlement de positie van het land als de grootste producent van palmolie. ‘Deze verhoging brengt tevens gunstige marges met zich mee voor de producenten van biodiesel’, stelt een analist van RHB Investeringsbank Bhd. Dat is goed nieuws voor de bv Nederland. Door de verwerkingscapaciteit in Rotterdam Haven hoort Nederland in het rijtje van grootste biobrandstofproducenten ter wereld. Bovendien loopt 80 procent van alle palmolie in Europa nu al via Rotterdam. Nederland staat dan ook tevens in de top vijf van grootste palmolie-importeurs ter wereld, naast China, India, Maleisië en Singapore. De cijfers uit een studie van het International Institute for Sustainable Development (IISD) en het Global Subsidies Initiative (GSI) vertellen dat de toename in de verwerking van palmolie voor biobrandstof tussen 2006 en 2012 met 9500 procent is gestegen.

    Nederland staat dan ook in de top vijf van grootste palmolie-importeurs ter wereld

    ‘De vraag naar palmolie oversteeg in 2012 reeds de mondiale productie van circa 2,4 miljoen ton per jaar’, meldt Pawan Kumar, Food & Agribusiness analist van Rabobank Singapore. ‘Hierdoor ligt er druk op de palmolie producenten om hun productie te intensiveren.’ Kumar, die volgens zijn Rabo-profiel tot op het hoogste niveau advies geeft aan leidende agribedrijven, stelt dat de plantages op Kalimantan met minimaal 640.000 hectare grond per jaar uitgebreid moeten worden om aan de wereldwijde vraag naar palmolie te kunnen voldoen.

    Indonesische palmolie productie en export

    'Meer gebruik van biobrandstoffen kan de vraag naar ruwe palmolie uit Indonesië verhogen met 1,5 miljoen ton in 2015', zegt een collega-analist bij CIMB Investeringsbank in een interview met Bloomberg. De Indonesische regering heeft daarom nog 17.000.000 hectare grond aangewezen die kan worden gebruikt voor de aanleg van palmolieplantages. Het grootste deel daarvan ligt in midden en west Kalimantan op het eiland Borneo. Precies daar waar Bapa Obek woont. ‘In het noorden, oosten en westen, overal zitten de palmoliebedrijven’, verzucht Obek. ‘Ons land wordt opgeslokt en vervolgens uitgebuit.’ De klaagzang van de lokale schoolmeester is helaas een goede weergave van de voorspelling van de Food & Agriculture Organisation van de Verenigde Naties (FAO) dat in 2022 98 procent procent van het Indonesische regenwoud verdwenen zal zijn omwille van de aanleg van monoculturen als palmolieplantages. Het is evident dat dit ten koste gaat van de armste gemeenschappen ter wereld. Er circuleren dan ook vele wetenschappelijke analyses, zoals deze in het Poolse Journal of Modern Science, die onderschrijven dat de exponentiële groei van plantages, lokale gemeenschappen vernietigt en exotische diersoorten zoals de orang-oetan, Sumatraanse tijger, olifanten en neushoorns bedreigd.

    197 NGO’s en milieuorganisaties, opererend in landen als Indonesië, Maleisië, Columbia, Peru en landen in West en Centraal Afrika, klommen daarom onlangs in de pen en schreven een verontrustende brief aan de Europese Commissie over het propageren van het biobrandstofbeleid. Verwijzend naar diverse case study’s onderstrepen de onafhankelijke onderzoeksteams dat de toenemende palmolieproductie verwoestende gevolgen heeft voor miljoenen mensen, exotische diersoorten en de tropische regenwouden waarin zij leven. ‘De niet aflatende drang naar palmolie heeft bewezen onomkeerbare gevolgen voor mens en milieu’, licht Anne van Schaik toe. Van Schaik is sustainable finance campaigner en heeft zitting in het Economic Justice team van Friends of the Earth Europe (FoEE) dat in Brussel is gevestigd. ‘Gevoed door de hoge vraag naar duurzaamheid, wordt elders in de wereld het milieu overbelast en de lokale bevolking uitgebuit. Deze escalerende vraag naar biobrandstof laat een onhoudbare mondiale voetafdruk achter.’

    ‘De niet aflatende drang naar palmolie heeft bewezen onomkeerbare gevolgen voor mens en milieu’

    Deze ernstige situatie is al sinds jaar en dag bekend. Een onafhankelijk VN expertteam dat de naleving op de implementatie van mensenrechten monitort, trok in 2007 ook al stevig aan de bel over de situatie in Indonesië. De inspecteurs stelden dat landbouwexpansie gepaard gaat met landroof en trekken in één adem de vergelijking met Australië dat in 1788 ten onrechte een "terra Nullius" (land van niemand) was genoemd. Het VN-team dat toezicht houdt op de bescherming van de rechten van de mens concludeerde dat een inbraak van deze omvang het voortbestaan van inheemse volken bedreigt en schrijft: 'Palmolieproductie vereist de kaalslag van de bossen waar inheemse volkeren al millennia lang leven. Het bestaan en de uitbreiding van palmolieplantages toont onomstotelijk aan dat de rechten van deze mensen worden genegeerd. Hun recht op instemming wordt niet gerespecteerd, sommige zijn ontheemd en er wordt ze geen andere keus gelaten dan de facto dwangarbeiders te worden van de bedrijven die de plantages beheren.' 

    In 2013 bracht journalist Benjamin Skinner, verbonden aan de Brandeis Univesity, een groot onderzoek naar buiten over de maatschappelijke vergrijpen van de wereldwijde palmolie-industrie. In een reportage voor Bloomberg Businessweek beschrijft hij de resultaten van een negen maanden durende observatie van de productie van palmolie op Sumatra en Kalimantan. De lijst met gedocumenteerde mensenrechtenschendingen bleek lang. Zo trof Skinner misstanden aan die volgens de definities van het internationaal recht te boek staan als mensenhandel, schuldslavernij, gedwongen ballingschap en kinderarbeid. Dat laatste vergrijp blijkt ook uit een industrie-rapport van het ministerie van Arbeid in de Verenigde Staten waarop de Amerikaanse regering de schendingen van de mensenrechten in de palmoliehandel inmiddels heeft erkend.

    "Palmolieproductie vereist de kaalslag van de bossen waar inheemse volkeren al millennia lang leven"

    Propaganda

    De Europese Commissie is belast met de evaluatie van de schimmige gevolgen van het biobrandstofbeleid en zegt de problematiek rondom de palmoliewinning te onderkennen. Om de wanpraktijk aan te pakken is een aantal duurzaamheidcriteria ingesteld voor ingevoerde palmolie zoals die van de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO). Over de naleving hiervan heerst echter grote bezorgdheid bij de grote internationale milieuorganisaties zoals Greenpeace, Oxfam Novib, ActionAid, Friends of the Earth en hun lokale zusterorganisaties. ‘Duurzame palmolie is in de meeste gevallen niet duurzaam’, zegt Anouk van Baalen, campagnevoerder Energie en Grondstoffen bij Vereniging Milieudefensie. ‘Voor uitbreiding van het areaal palmolie richten de bedrijven zich op zogeheten gedegradeerde gronden. Daarvan zijn er in de tropen zogenaamd volop. Maar een land als Indonesië noemt een bos al gedegradeerd als de commerciële houtsoorten eruit zijn gehaald.’ Van Baalen is dan ook zeer kritisch over certificering als controle-instrument. ‘Er is namelijk een groot verschil tussen de RSPO-criteria op papier en de praktijk. Het merendeel van de RSPO-bedrijven kan niet voldoen aan de criteria, blijkt uit onderzoek. Maar bij klachtenprocedures ontbreekt het aan harde sancties.’

    ‘Duurzame palmolie is in de meeste gevallen niet duurzaam’

    Een recent gepubliceerde review van Natural Justice, een non-profit organisatie van advocaten die zich inzetten om inheemse volkeren en lokale gemeenschappen te betrekken bij beleid voor de instandhouding van de biodiversiteit en de bescherming van het bijbehorende culturele erfgoed, toont aan dat het zelfreguleringsmechanisme van de palmoliesector niet adequaat functioneert. Auditer Holly Jonas benadrukt dat er sprake is van belangenverstrengeling, gebrek aan transparantie en dat er onvoldoende controle is op de bedrijfsvoering van RSPO-gecertificeerde bedrijven. ‘Het klachtenpanel bestaat vrijwel volledig uit mensen die tevens lid zijn van de Raad van Bestuur van de RSPO’, schrijft Jonas. Als kenmerkend voorbeeld beschrijft ze hoe RSPO-voorzitter Jan Kees Vis, in de dagelijkse praktijk directeur duurzaamheid bij Unilever, bij de oprichting in 2006 zelf zitting nam als hoofd van de klachtencommissie. Opmerkelijk aldus Jonas, immers ‘de meeste klachten vanuit de keten betroffen Unilever.’ De RSPO-board behoudt zich tot op de dag van vandaag eveneens het recht voor op beslissingsbevoegdheid bij het afhandelen van klachten. ‘Ook in beroep’, aldus Jonas.

    Ideaal of realiteit

    Omdat de EU-landen hebben afgesproken dat in 2020 minimaal 10 procent van de brandstof uit alternatieve brandstof moet bestaan, worden kleine percentages biobrandstof door benzine of diesel gemengd. 'Brandstofleveranciers moeten elk jaar een bepaalde hoeveelheid biobrandstoffen op de markt brengen', aldus een woordvoerder van minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. 'En elk jaar moeten ze de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) melden hoeveel biobrandstof ze op de markt hebben gebracht. Als ze niet aan de hoeveelheid voldoen, krijgen ze een boete. Dit staat in de Regeling hernieuwbare energie vervoer.'

    Ondanks dat de Milieucommissie van het Europees Parlement er begin maart mee instemde om het bijmengpercentage te verlagen tot 6 procent in 2020, zal er nog eens 4 miljoen hectare extra grond nodig zijn voor de productie van meer palmolie om aan de eisen van de Europese Unie alleen te voldoen. Daarnaast is productieland Indonesië van plan om het bijmengen van diesel met palmolie te verhogen tot 15 procent om in de kosten van de invoer van fossiele brandstoffen te snijden. 'Om dit te bewerkstelligen zijn we onder andere afhankelijk van de machtige Indonesische plantage-eigenaren die gezamenlijk nog 40 procent van de onbeplante gronden in bezit hebben', zegt Jan Willem van Gelder van economisch onderzoeksbureau Profundo.

    Samen met zijn partnerorganisatie in Indonesië maakte Van Gelder afgelopen maand bekend dat vrijwel alle grote palmoliebedrijven in Indonesië - op vier na die in overheidshanden zijn- worden gecontroleerd door een tycoon, of, in het Bahasa: Taipan. Het woord taipan komt van het Japanse Taikun, wat letterlijk betekent 'Grote Heer'. De rijke zakenmagnaten en hun families hebben de controle over bedrijvengroepen die actief zijn in verschillende sectoren, zoals mijnbouw, energie, vastgoed, financiën en plantages.

    'Onze tycoonstudie geeft aan dat hun macht heel ver reikt'

    'Onze tycoonstudie geeft aan dat hun macht heel ver reikt', vervolgt de Profundodirecteur. 'Bij protest van de lokale gemeenschap lokken sommigen zelfs gewelddadige conflicten uit.' Ook blijkt uit het rapport dat de hoge heren het niet zo nauw nemen met de normen voor de arbeidsomstandigheden ter plaatse. Van Gelder: 'De tycoonbusiness floreert echter wel bij de exponentiële vraag om miljoenen hectaren tropisch bos en andere soorten land te converteren naar palmolielantages. Hun bedrijven en dochterondernemingen gaan dan ook in rap tempo in zee met Europese banken om het expansieproces te versnellen. Ik verwacht dan ook dat door het beplanten van hun volledige grondbank er straks gezamenlijk 1.6 miljoen hectare land zal worden ontgonnen in Kalimantan. De sociale en ecologische gevolgen van deze verdere uitbreiding zullen enorm zijn.' De overige miljoenen hectare grond die nodig zijn voor het verdubbelen van palmolieplantages zullen voornamelijk gehaald worden uit de new frontiers als de Philippijnen en landen in West en Centraal Afrika.

    Valse beloften

    De mandaten en doelstellingen van de Europese Commissie om meer en meer biobrandstrof te gebruiken, brengen een valse belofte met zich mee. De bijmengverplichting werd ooit ingesteld omdat biobrandstoffen minder CO2 zouden uitstoten en dus beter voor het klimaat zouden zijn dan fossiele brandstoffen. Maar waar het biobrandstofbeleid aanvankelijk een oplossing leek, blijkt het eerder een verergering van het klimaatprobleem. Wanneer alle effecten worden meegenomen, zorgt de Europese vraag naar biobrandstoffen tevens voor ontbossing, landroof en stijgende voedselprijzen met grote negatieve gevolgen voor de mens. 'Het lijkt een discussie over een paar procent meer of minder, maar het gaat over mensen', aldus Barbara van Paassen, sr. beleidsadviseur bij ActionAid. 'Maar bedenk wel dat 1 procent biobrandstof voor Europa in calorieën gelijk staat aan voedsel voor 34 miljoen mensen.' Het is onweerlegbaar dat de productie van palmolie een menselijke tol eist die de argumenten voor een schoner, beter en duurzamer Westers klimaatbeleid ruimschoots overstijgt.

    Naschrift

    De komende maanden zullen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad verder overleggen. In april stemt het Europarlement over het voorstel dat daaruit volgt. Ondanks de limiet op bijmenging zal de productie van biobrandstoffen doorgroeien. Milieudefensie is middels haar zusterorganisatie Walhi in Indonesië een aantal civielrechtelijke procedures gestart tegen plantagebedrijven in de palmolie-industrie die de landrechten van kleine boeren en andere plaatselijke bewoners hebben geschonden.

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Annemarie van de Weert

    Schrijft columns over de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de georganiseerde misdaad, oorlogsmisdaden en mensenrechten.

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid