Foto door Andre Benz via Unsplash
© CC0 (Publiek domein)

Hoe geloof in technologische vooruitgang de populairste religie werd

    In een serie van drie essays beschrijft Maarten van der Kloot Meijburg de gevaren van het verbond tussen mens en technologie. In dit eerste deel bespreekt hij het ontstaan en de ontwikkeling van ons geloof in de vooruitgang, en hoe het ons blind heeft gemaakt voor de consequenties.

    In 2014 eindigde premier Rutte zijn toespraak op de Innovation Convention in Brussel met de volgende woorden: ‘Wijlen Steve Jobs, een van de vernieuwendste denkers van onze tijd, zei het ooit kort en krachtig: “Innovation distinguishes between a leader and a follower.” De Europese Unie is het absoluut aan zijn stand verplicht om in the lead te zijn en te blijven. Een continuë focus op innovatie is daarvoor onmisbaar, in alles wat we doen. Want innovatie is geen lijst met projecten of telefoonnummers; het is een mind-set en een must.’

    Na zijn speech te hebben gelezen vroeg ik me af: maakt die continuë focus op innovatie ons niet blind voor de keerzijde van technologische vooruitgang?

    In mijn zoektocht naar een antwoord op die vraag, kwam ik uit bij Werner Heisenberg. Heisenberg (1901-1976) was een Duits natuurkundige en een van de grondleggers van de kwantummechanica. Hij voorspelde dat de mens op een gegeven moment zijn invloed op de technologie zou verliezen, waarna de technologie zich onafhankelijk van de mens zou doorontwikkelen. Daar schetste hij een treffend beeld bij:

    Met de schijnbaar onbegrensde uitbreiding van materiële macht komt de mensheid in de situatie van een kapitein wiens schip zo sterk uit staal en ijzer gebouwd is, dat de magneetnaald van zijn kompas nog slechts reageert op de ijzermassa van het schip en niet meer naar het noorden wijst. Met zo’n schip kan men de goede, juiste richting niet meer bepalen.

    Hoe lang hebben we nog tot we het tipping point bereiken?

    Volgens Heisenberg is er dus een tipping point. Hoe lang hebben we nog tot we dat punt bereiken? Rutte lijkt het een overbodige vraag te vinden. Ik denk daar anders over. We zijn in een fase van de technologische ontwikkeling beland waarin we serieus moeten nadenken over Heisenbergs voorspelling. 

    Om de gevaren van die ontwikkeling te herkennen — en mogelijke oplossingen te bedenken — is het eerst noodzakelijk om te begrijpen hoe diepgeworteld ons geloof in de technologische vooruitgang is — en hoe dat zo is gekomen.

    De vooruitgangsmythe

    Het geloof in vooruitgang ontstond zo’n vijfhonderd jaar geleden, en viel samen met het begin van de wetenschappelijke revolutie en de opkomst van het humanisme. Voor die tijd ging men ervan uit dat de wereld onveranderlijk was, en dat het lot van de mens vastlag. Omdat het alwetende opperwezen de beste van alle mogelijke werelden had gecreëerd, was voor vooruitgang geen plaats.

    In de late middeleeuwen kwam daar verandering in. In de westerse wereld werden ontdekkingen gedaan die in strijd waren met het statische wereldbeeld. Experimenten toonden aan dat de fundering van de goddelijke ordening niet overeenkwam met de realiteit. Stadsbewoners, door toenemende handel rijk en aan universiteiten wijs geworden, accepteerden de machtspositie van de kleine elite niet langer.

    "Voor de humanistische mens was de perfecte samenleving binnen handbereik"

    Het was het begin van een trend die leidde tot de wetenschappelijke en humanistische revolutie in de zeventiende en achttiende eeuw. Onder invloed van verlichtingsfilosofen als Francis Bacon, René Descartes en Thomas Hobbes veranderde het beeld van de mens: in plaats gelovig en afhankelijk, handelend op basis van goddelijke voorzienigheid, zag men zichzelf nu als rationele en onafhankelijke wezens, handelend op basis van de wetten van oorzaak en gevolg. Het vermogen om te redeneren en het daaraan gekoppelde zelfbewustzijn, stelde de mens in staat zelf te oordelen. De wiskunde functioneerde daarbij als universele taal.

    De mens werd zelfstandig, onafhankelijk en vrij. Ze was niet langer onderhevig aan onveranderlijke goddelijke wetten; ontdekte de natuurwetten zelf, en gebruikte deze in haar voordeel. De mens zocht de zin van het leven in de optimale ontwikkeling van haar natuurlijke vermogens. Voor de humanistische mens, geregeerd door strikte causaliteit en gedreven door rationeel egoïsme, was de perfecte samenleving binnen handbereik.

    Hierdoor raakte de verbinding tussen God en de moraal in verval. De gewetensschuld werd als ingelost beschouwd en maakte de weg vrij voor een seculiere moraal, waarin individuele vrijheid en maakbaarheid een steeds belangrijker rol gingen spelen. Door filosofen als John Locke, John Stuart Mill en Adam Smith ontstond een nieuwe politiek-maatschappelijke ideologie: het liberalisme, tot op de dag van vandaag het fundament van de westerse cultuur.

    Hoe heeft die abrupte ideologische omslag kunnen plaatsvinden, en hoe kunnen ideeën die in de Verlichting zijn ontstaan ook nu nog onze samenleving domineren? Daar zijn natuurlijk verschillende redenen, maar een van de belangrijkste zal ik hier bespreken: politieke mythes.

    Politieke mythes

    Om in grote groepen met elkaar te kunnen leven en effectief samen te werken, hebben mensen in hun evolutie het vermogen ontwikkeld om een denkbeeldige realiteit te creëren: verzinsels die we als werkelijkheid aanvaarden.

    We geloven in verzinsels, omdat we erop vertrouwen dat anderen dat ook doen

    Zo denken we dat een bankbiljet een tastbare waarde vertegenwoordigt, terwijl het biljet die waarde slechts heeft omdat wij daarin geloven. Als dat geloof wegvalt, zoals gebeurde in Duitsland tijdens de hyperinflatieperiode van 1922-1923, blijft van die waarde weinig over.

    Ontwikkelingspsycholoog Michael Tomasselo legt in zijn boek A Natural History of Human Thinking uit dat het vermogen om verzinsels als werkelijkheid te aanvaarden mensen in staat stelt om ‘collectieve intersubjectieve realiteiten’ te creëren. In gewoon Nederlands: gedeelde denkbeeldige concepten. Deze concepten overstijgen het denken en handelen van het individu. Zo worden we onderdeel van ingebeelde gemeenschappen als naties en handelsnetwerken. We geloven erin, omdat we erop vertrouwen dat anderen dat ook doen.

    Met onze beheersing van taal kunnen we die concepten effectief communiceren; daardoor wordt een gezamenlijke cultuur geschapen. Organisatiepyscholoog Geert Hofstede omschrijft cultuur als de collectieve mentale programmering die de leden van een groep onderscheidt van die van andere. Cultuur is gebaseerd op een gedeeld model van de realiteit en creëert niet alleen cohesie en vertrouwen; cultuur stelt mensen ook in staat om hun omgeving te beïnvloeden, en vragen over het systeem te stellen.

    Gedeeld verhaal

    Omdat mensen in de prehistorie nomadisch waren, moesten zij hun collectieve verhaal continu aanpassen aan de veranderende omgeving. Mensen staan daarom niet, zoals andere dieren, onverschillig ten opzichte van hun omgeving. We willen weten waarom we ergens zijn en wat onze functie is. We willen zin aan ons bestaan geven. Met een gedeeld verhaal geven we betekenis aan onze ervaringen.

    De Duitse filosoof Hans Blumenberg noemt het creëren van zulke gezamenlijke verhalen een cruciaal onderdeel van cultuur. In zijn boek Arbeit am Mythos legt hij uit dat in mythes unieke elementen — zoals symbolen, helden, rituelen en waarden — door een collectief verhaal tot een samenhangend en logisch geheel worden gemaakt. Mythes geven betekenis doordat ze ons meer vertellen over de oorsprong, instandhouding en richting van de samenleving.

    Een groepsmythe heeft een grotere autoriteit dan wijzelf

    Maar de invloed reikt nog verder. In haar essay Myths stelt filosoof Chiara Bottici dat mythes ‘mapping devices’ zijn;ze structureren onze aangeboren neiging tot samenwerken, met aangeleerde codes die dienen als moreel kader voor de sociale interactie binnen de groep. Eenmaal door een groep aanvaard, laat een groepsmythe zich dan ook gelden met een autoriteit die groter is dan wijzelf.

    De mythes verschaffen een normatief en moreel kader dat de basis vormt van religies, ideologieën, mensenrechten en andere instituties. Verzinsels — producten van onze collectieve verbeelding — worden op die manier een geïnstitutionaliseerde realiteit.

    Volgens Bottici is een mythe daarnaast ‘a narrative that responds to a need for significance that changes over time. Otherwise stated, the pluralism of myth is a response to the absolutism of reality.’ Vrij vertaald: een mythe is een verhaal dat antwoord biedt op een veranderlijke behoefte aan betekenis. De veelzijdigheid van mythes is zodoende een antwoord op het absolutisme van de werkelijkheid. Die reactie van de mens op de realiteit is vanaf de zestiende eeuw echter ingrijpend veranderd.

    In Europa zijn religieuze mythes — de mythes die mensen met religieuze ideeën verbonden — ingeruild voor een vooruitgangsmythe, die mensen aan hun zoektocht naar de waarheid verbindt. Zoals de Engelse filosoof Francis Bacon aangaf: ‘Wie de wetten van de natuur eenmaal kent, kan haar beheersen.’ Daarvoor sluiten we een verbond met de technologie.

    Politiek filosoof John Gray noemt de vooruitgangsmythe een seculiere versie van het christelijke verlossingsverhaal. Ideologieën zijn de nieuwe religies. Het liberalisme, marxisme, fascisme — het zijn in eerste instantie verzinsels, en uiteindelijk een geïnstitutionaliseerde realiteit. We gaan zo sterk in een ideologie geloven, dat het de enige logische manier wordt om naar de wereld te kijken.

    In de huidige samenleving is die ideologie het neoliberalisme. Daarover volgende keer meer.

    Het verbond tussen mens en technologie

    Er komt een moment waarop de technologie slimmer wordt dan de mens die haar denkt te controleren. De gevolgen daarvan zullen nauwelijks te overzien zijn.

    In drie essays beschrijft Maarten van der Kloot Meijburg hoe ons diepgewortelde geloof in de vooruitgang - het fundament van onze beschaving - ons blind heeft gemaakt voor gevaren in de nabije toekomst.

    Over de auteur

    Maarten van der Kloot Meijburg

    Maarten van der Kloot Meijburg (1960) is directeur van adviesbedrijf MKM Consultancy, en partner vanĀ  energie-consultants Eem...

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren