© ANP / Jerry Lampen

Hoe het gasbedrijf op zoek ging naar maatschappelijk draagvlak

    Nederlandse gasbedrijven lobbyen tijdens het Haagse formatieproces om het maatschappelijke draagvlak voor gaswinning te verbeteren. Zelfs wetenschappelijk onderzoek wordt ingezet om bij te dragen aan deze ‘license to operate’. Het is echter niet alleen de gassector zelf, maar ook de overheid die dit onderzoek financiert. Zo staat de overheid haar eigen maatschappelijk verantwoorde keuzes over het Nederlandse gas in de weg.

    Het was weer raak in Groningen. Een aardbeving met een kracht van 2,6 op de schaal van Richter bracht de bodem onder Slochteren eind mei hevig aan het schudden. Het was de zwaarste aardbeving in bijna 2 jaar tijd: er kwamen een kleine honderd schademeldingen binnen. Daaronder bevonden zich meerdere gevallen van schade aan het historisch landgoed Fraeylemaborg, een beschermd rijksmonument.

    Om het aantal aardbevingen te verminderen besloot minister Henk Kamp (VVD) van Economische Zaken vorig jaar om de gaswinning voor de komende vijf jaar terug te schroeven van 27 naar maximaal 24 miljard kuub per jaar. 

    Het gewenste effect blijft echter uit. Sterker nog, het aantal aardbevingen neemt in sommige delen van Groningen juist weer toe. Daarom besloot Kamp enkele weken geleden om af te wijken van zijn eerdere besluit: al vanaf oktober gaat de gaswinning met nog eens 10 procent extra omlaag, naar maximaal 21,6 miljard kuub.

    De Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) zegt bevreemd te zijn door het plotselinge besluit van Kamp. Het is volgens de NAM ‘niet langer duidelijk op welke basis’ de besluiten over de gaswinning worden genomen.

    Tot voor kort was het altijd het gasbedrijf zélf dat onder vuur lag vanwege gebrekkige studies

    Die wetenschappelijke basis is al langer onderwerp van zware kritiek. Eerder omschreef de Belgische geoloog Manuel Sintubin het gasbesluit van minister Kamp op Follow the Money al als ‘geologisch nattevingerwerk.’ En nu is het dus de NAM die de overheid beschuldigt van een gebrek aan consistente wetenschappelijke onderbouwing.

    Kwalitatief onvoldoende

    Opmerkelijk, want tot voor kort was het altijd het gasbedrijf zélf dat onder vuur lag vanwege gebrekkige studies. Enkele weken geleden noemde het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) een studie van de NAM naar de effecten van boringen in het Waddengebied nog ‘kwalitatief onvoldoende’. Wanneer de NAM voor eind oktober niet met een vernieuwde studie komt die ‘ten genoegen van de Inspecteur Generaal der Mijnen’ is, kan het bedrijf een dwangsom van maximaal 3 miljoen euro opgelegd krijgen.

    De kritiek over en weer tussen de NAM en de overheid is illustratief voor de woordenstrijd die gevoerd wordt over de gaswinning. Voor zij die de situatie in Groningen enigszins volgen is het probleem inmiddels overbekend: er ontbreekt simpelweg een heldere, wetenschappelijk onderbouwde relatie tussen gaswinning, bodemdaling, en het risico op aardbevingen.

    Wat het extra moeilijk maakt is dat bijna alle partijen die hier onderzoek naar doen, daar duidelijke belangen bij hebben. De NAM zelf is de belangrijkste leverancier van de geologische data waarop het gasbesluit gebaseerd is. Niet voor niets heeft de Belg Sintubin herhaaldelijk zijn verbazing uitgesproken dat er na jaren van gerommel in de Groningse bodem nog altijd geen onafhankelijk Nederlands onderzoeksprogramma bestaat naar de gevolgen hiervan.

    Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde in een vernietigend rapport uit 2015 dat het zeer problematisch is dat er geen ‘integraal en wetenschappelijk onafhankelijk onderzoeksprogramma’ bestaat om ‘de diepe ondergrond in Groningen en de daar werkende mechanismen in kaart te brengen.’

    Controversieel onderzoek

    Van alle onderzoeken zijn die naar bevingsschade in de zogenoemde buitengebieden — gebieden waar officieel een verwaarloosbaar risico op schade heerst — wellicht het meest met controverse omgeven. Zo heeft de NAM ingenieursbureau Witteveen en Bos gevraagd een onderzoek uit te voeren naar schade in het Drentse Emmen, als gevolg van een aardbeving op 30 september 2015. Witteveen en Bos concludeerde dat de uitgebreide schade aan 111 huizen in Emmen niet aan deze aardbeving is toe te schrijven.

    Maar in een evaluatie van dit onderzoek concludeerde de Technische Commissie Bodembeweging (TCBB), een door Economische Zaken ingestelde onafhankelijke adviescommissie, dat de toegepaste analyse van Witteveen en Bos niet betrouwbaar is. De TCBB vindt dat de verwerping van aardbevingsschade door Witteveen en Bos daarmee onvoldoende is onderbouwd.

    Ook een onderzoek in opdracht van het Groninger Gasberaad is uiterst kritisch. Deze stelt dat er een cruciale denkfout wordt begaan door Witteveen en Bos: een kans van minder dan 1 procent op schade door aardbevingen, zoals het bureau aanneemt, betekent niet dat deze schade niet kán ontstaan.

    De harde conclusies van de TCBB zijn extra saillant, aangezien minister Kamp van Economische Zaken de evaluatie al in februari ontving, maar nooit naar buiten heeft gebracht. Dat onthulde RTV Noord onlangs. Verschillende Tweede Kamerfracties reageerden furieus en hebben een debat met de minister aangevraagd. Eerder was er ook al stevige kritiek op een vergelijkbaar onderzoek van ingenieursbureau Arcadis.

    Witteveen en Bos laat in een reactie weten zich niet in de berichtgeving te kunnen vinden en blijft achter haar onderzoeksresultaten staan. Wel schrijft het bureau dat het goed zou zijn om in Emmen aanvullend grondonderzoek te doen 'om de aannames die er zijn gemaakt te verifiëren.' Maar, zegt Witteveen en Bos: 'Wij verwachten (...) niet dat dit tot andere onderzoeksresultaten leidt.'

    Lees verder Inklappen

    Gasrotonde

    Een dergelijk onafhankelijk onderzoeksprogramma is des te belangrijker nu de gaswinning  zwaar ter discussie staat — in Groningen, maar ook daarbuiten. Zo verzetten steeds meer inwoners van het Utrechtse Woerden zich tegen plannen van het Canadese gasbedrijf Vermillion om ook onder hun woningen naar gas te boren. Zij zijn bang voor verzakte huizen op de toch al instabiele veengronden van het Groene Hart.

    Daar komt bij dat het gasverbruik in Nederland hoe dan ook omlaag moet om aan de gestelde Europese klimaatdoelen te voldoen. Het kabinet wil dat heel Nederland in 2050 vrij is van aardgas. Daarvoor moet onder meer de aansluitplicht van woningen op het aardgasnet worden geschrapt. In het licht van die transitie naar duurzame energie is het onwenselijk dat er wordt geïnvesteerd in nieuwe gasinfrastructuur.

    "Wat waren de ‘nut en noodzaak’ van de gasrotonde voor Nederland?"

    En toch is dat juist wat de overheid de afgelopen jaren heeft gedaan. In 2007 besloot minister Maria van der Hoeven (CDA) van Economische Zaken om miljarden te investeren in de zogeheten gasrotonde. Dit betrof de aanleg en aankoop van (buitenlandse) gasleidingen en opslagfaciliteiten, om zo van Nederland een strategisch gasknooppunt in Noordwest-Europa te maken. Tot aan 2014 werd hier in totaal voor 8,2 miljard euro in geïnvesteerd door de staatsbedrijven Nederlandse Gasunie en Energie Beheer Nederland (EBN).

    In 2012, nog voordat de investeringen voltooid waren, kwam de Algemene Rekenkamer al met een keihard oordeel over de gasrotonde. De overheid had volgens de Rekenkamer niet duidelijk onderzocht wat het maatschappelijk belang van deze miljardeninvesteringen was. Wat waren de ‘nut en noodzaak’ van de gasrotonde voor Nederland?

    Volgens de Algemene Rekenkamer had de staat beter moeten toetsen of de miljarden die in dit project werden gestopt, wel bij zouden dragen aan een ‘schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening’: ‘Dit publieke belang behoort volgens het beleid dat het kabinet hiervoor zelf heeft geformuleerd, te worden meegewogen bij het beoordelen van investeringsplannen.’

    De gassector doet er alles aan om het draagvlak te behouden

    Politieke inzet

    Dit publieke belang is extra relevant geworden door de aanhoudende problemen in Groningen. Kan een handelsstrategie als de gasrotonde in deze context nog wel op voldoende draagvlak rekenen, zo vroegen ook onderzoekers van technisch onderzoeksinstituut TNO zich in 2015 af. 

    De gassector zelf doet er in ieder geval alles aan om dat draagvlak te behouden: vorige maand nog schreven de Nederlandse gasproducenten, verenigd in de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA), een brief aan informateur Schippers waarin zij pleiten voor ‘behoud en versterking van het maatschappelijk draagvlak, nodig om aardgas te kunnen blijven winnen zolang we aardgas nodig hebben.’ Hierbij vraagt NOGEPA het aanstaande kabinet om expliciet de rol van aardgas als transitiebrandstof te benoemen.

    Dit laatste argument — dat aardgas nog lang nodig zal zijn als overgangsbrandstof in de transitie naar duurzame energie — wordt veelvuldig aangehaald om investeringen in de gassector te legitimeren. Het is bijvoorbeeld de reden die Vermillion noemt om onder Woerden naar gas te boren. Het is de reden dat de overheid miljoenen investeert in vloeibaar aardgas (LNG). Het is ook de reden die de NAM opgeeft om de Groningse gaskraan nog niet verder dicht te draaien.

    De vraag is echter of gas als transitiebrandstof wel de meest verantwoorde keuze is voor die ‘schone, betrouwbare, en betaalbare energievoorziening’ op de lange termijn. Gas is inderdaad schoner dan andere fossiele brandstoffen, erkenden de onderzoekers van TNO in 2015. Maar, schreven zij: 'het woord “transitiebrandstof” ‘klinkt voor een deel ook hol.’ De term heeft vooral tot doel een strategische positie van Nederland in de Europese gashandel te legitimeren — niet om de transitie naar groenere alternatieven te bevorderen.

    Het idee van een exit-strategie uit gas is nog niet doorgedrongen bij de gasbedrijven

    Volgens de onderzoekers bestaat het gevaar dat ‘de bestaande positie van gas in de Europese en Nederlandse warmte- en elektriciteitslevering vooral wordt verstevigd.’ Door telkens nieuwe investeringen in gasinfrastructuur te doen blijft de samenleving afhankelijk van gas: een zogenaamde lock-in. ‘Wil de slogan “gas als transitiebrandstof” dan ook echt inhoud krijgen, dan zal ook een eindpunt van de investeringen in gas moeten worden genoemd en een realistische afbouwstrategie voor gas door de overheid moeten worden geschetst,’ aldus het advies van TNO.

    ‘Stakeholder involvement’

    Het idee van een exit-strategie uit gas is blijkens de brief aan de informateur nog niet doorgedrongen bij de gasbedrijven. Integendeel: de gassector heeft de afgelopen jaren alleen maar meer haar best gedaan om het draagvlak voor blijvende investeringen in gas te vergroten. Al in 2013 — de zware beving van 3,6 in het Groningse Huizinge was nog maar net achter de rug — gaf het samenwerkingsplatform TKI-Gas opdracht tot een onderzoek naar manieren waarop de sector aan de hand van ‘stakeholder involvement’ de maatschappelijke acceptatie van gas kan vergroten. 

    Het onderzoek (‘Leren van ervaringen in de gassector’) werd uitgevoerd door Energie Centrum Nederland (ECN) en de Rotterdam School of Management (RSM). Het kreeg een subsidie van ruim 67 duizend euro van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Dat bedrag is onderdeel van een drie ton tellende ‘innovatiesubsidie’, bedoeld om de maatschappelijke acceptatie van gas te vergroten. 

    "Shell, NAM, GasTerra en GDF Suez droegen samen 52,5 duizend euro bij aan het onderzoek"

    Waarom de overheid bij moet dragen aan wat in essentie de PR-campagne van een omstreden sector is, wordt uit de omschrijving van deze subsidie niet duidelijk. Maar naast de overheidssubsidie kreeg het project ook financiële steun van gasbedrijven zelf. Shell, NAM, gashandelshuis GasTerra en het Franse energiebedrijf GDF Suez (tegenwoordig Engie) droegen samen tot maximaal 52,5 duizend euro bij. Dat blijkt uit de samenwerkingsovereenkomst die duurzaamheidsdenktank Changerism in handen kreeg en die door Follow the Money is ingezien. 

    Het roept de vraag op hoe onafhankelijk dit onderzoek eigenlijk was. Die vraag is des te prangender, aangezien de projectomschrijving expliciet stelt dat een breed gedragen ‘license to operate’ van de gassector het uiteindelijke doel van het onderzoek was. Shell, NAM, GasTerra, en GDF Suez hebben hier dus ieder nadrukkelijke belangen bij.

    Het advies dat uit dit onderzoek kwam rollen: de gassector moet een grotere rol spelen in de besluitvorming over gasloze wijken. Zo schrijven ECN en RSM dat de ‘sector wordt gezien als belanghebbende, en niet als onafhankelijke kennisbron.’ Beeldvorming over de sector is kritisch, concluderen zij. Daarom is er ‘behoefte aan inzicht in lokale mogelijkheden, maar wel via onafhankelijke partij (sic).’

    Kennisprogramma

    De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft ondertussen een eigen kennisprogramma opgezet, onder meer naar aanleiding van de zware kritiek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Dit NWO-onderzoek (het ‘Nationaal programma Kennisontwikkeling Diepe Ondergrond’) heeft als doel om de wetenschappelijke kennis over door gaswinning veroorzaakte bevingen te vergroten.

    Ook hier geldt dat het onderzoek deels gefinancierd wordt door Shell zelf

    De NWO stelt echter dat TKI-Gas specifieke interesse in dit programma heeft vanwege de bijdrage die het onderzoek kan leveren aan — wederom — die ‘license to operate’ van de gassector. En ook hier geldt weer dat het onderzoek deels gefinancierd wordt door Shell zelf, de multinational die voor de helft eigenaar is van de NAM.

    De NWO verwacht dat commerciële partijen als Shell zo’n 15 miljoen euro aan het project zullen bijdragen, wat neerkomt op circa de helft van het totale onderzoeksbudget. Volgens de NWO heeft Shell verklaard de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek te garanderen.

    Communicatiewetenschappen

    Zulk wetenschappelijk onderzoek is niet los te zien van het onderwijs. Niet voor niets komen we ook in het academisch onderwijs dezelfde vraag van de gassector tegen. Uit onderzoek van de Democratische Academie Groningen (DAG), een studentenbeweging aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), blijkt namelijk dat derdejaarsstudenten communicatie- en informatiewetenschappen aan die universiteit verplicht meewerkten aan een case study van gashandelaar GasTerra. 

    Het doel van de case study is het ontwerpen van een communicatiestrategie om ‘het geschonden vertrouwen van de Groningers en de in hun ogen verdwenen legitimiteit van de gaswinning te herstellen.’ De studenten van DAG wijzen er terecht op dat bewoordingen als ‘de in hun ogen verdwenen legitimiteit’ moeilijk neutraal te interpreteren zijn.

    Hoe groen is de Rijksuniversiteit?

    Studentenbeweging DAG richt de aandacht ook op de Energy Academy Europe, een nieuw Gronings onderzoeksinstituut dat in het leven is geroepen om de energietransitie te bevorderen. Het is een samenwerking tussen de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanze Hogeschool en het bedrijfsleven.

    Een lovenswaardig initiatief, stelt DAG. Maar, vragen de studenten zich wel af, waarom is het merendeel van de samenwerkingspartners afkomstig uit de Nederlandse olie- en gasindustrie? Zo zijn de NAM, Gasunie en GasTerra intensief bij het project betrokken. Binnenkort wordt Gert-Jan Lankhorst, voormalig CEO van GasTerra en een van de initiatiefnemers achter de Energy Academy, zelfs de nieuwe voorzitter van het onderzoeksinstituut.

    DAG wil graag weten waarom er wel met deze partijen wordt samengewerkt, en niet met bijvoorbeeld milieuorganisatie Urgenda of een fabrikant van zonnepanelen. ‘Het lijkt een project voor de bühne,’ aldus de studentenbeweging.

    Om te onderzoeken hoe groen de duurzame aspiraties van de Rijksuniversiteit Groningen werkelijk zijn, zal DAG samen met FossielVrij en Dwars Groningen verschillende informatieverzoeken bij de universiteit neerleggen. ‘We willen graag transparantie over de relaties met de fossiele industrie,’ stelt Jesse Havinga, een van de initiatiefnemers.

    Lees verder Inklappen

    Maatschappelijk verantwoord

    GasTerra is voor de helft in handen van de overheid. Partijen als Gasunie en EBN zijn dat voor de volle honderd procent. Aan al deze bedrijven verdient de overheid flink. De gasrotonde zal tot aan 2020 naar schatting minstens 2 miljard euro per jaar opleveren. En de gasactiviteiten van de NAM leverde de overheid vorig jaar ook nog eens meer dan 3 miljard euro op.

    Indirect verstrekte de overheid zichzelf een subsidie

    Of die belangen een goede besluitvorming over de gasindustrie bevorderen valt te betwijfelen. Indirect verstrekte de overheid zichzelf (via haar aandeelhouderschap van GasTerra) zelfs een subsidie om bij te dragen aan verbeterd draagvlak voor de industrie. Terwijl het juist de overheid is die duidelijkheid moet verschaffen over de afbouw van het aardgas op de lange termijn.

    Om deze situatie te verbeteren heeft de NWO onlangs een nieuwe beurs verstrekt aan de RUG voor een vier jaar durend project naar maatschappelijk verantwoorde besluitvorming over gas. ‘Dit project onderzoekt hoe mensen en stakeholders over gas oordelen en welke factoren deze oordelen beïnvloeden,’ schrijft de NWO. ‘Op basis van de resultaten van het onderzoek ontwikkelen de onderzoekers concrete inzichten voor een maatschappelijk verantwoorde besluitvorming over gas. Dat kan ook betekenen dat bepaalde ontwikkelingen in de gassector zouden moeten worden stopgezet.’

    Om dat laatste te laten gebeuren zal de overheid eerst met een exit-strategie moeten komen die verder gaat dan alleen te zeggen dat Nederland in 2050 aardgasvrij moet zijn. De gassector zelf doet er namelijk alles aan om haar activiteiten zo lang mogelijk in stand te houden.

    Over de auteur

    Bart Crezee

    Milieuwetenschapper en schrijft over olie- en gasboringen, de energietransitie en klimaatverandering.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Wetenschap op bestelling

    Gevolgd door 192 leden

    Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwonge...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren