© CC0 (Publiek domein)

Gaan managers de wereld redden?

Na jaren de bestuurskamers van corporate Nederland te hebben geadviseerd, wil Mickey Huibregtsen nu de wereld verbeteren – met management. De oud-McKinsey-man schreef een boek waarin hij zijn ideeën over management en maatschappij uiteenzet.

Managers en het concept ‘management’ bezitten al een tijdje niet meer de glans die ze ooit hadden. Sterker nog, managers staan tegenwoordig in een kwade reuk. In plaats van de oplossing van het probleem, worden ze steeds vaker als onderdeel — en soms zelfs als oorzaak — gezien.

Soms is dat terecht, erkent Mickey Huibregtsen, voormalig directeur van de Nederlandse vestiging van strategisch adviesbureau McKinsey. Maar in zijn pas verschenen (Engelstalige) boek Management made simple. Ideas of a former McKinsey Partner stelt hij daar tegenover dat goed management ook in staat is om allerlei maatschappelijke problemen op te lossen.

De voorwaarde: de analyse van het probleem en de methoden en technieken waarmee we ze op willen lossen moeten op de juiste wijze worden toegepast. Met zijn boek wil Huibregtsen laten zien dat dat helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn.

De vraag is natuurlijk: welke manier is de ‘juiste’?

De wereld is namelijk al ingewikkeld genoeg, té ingewikkeld vaak. En dat maakt het managen van organisaties op elk niveau moeilijker dan het was. Tijd dus, zo schrijft Huibregtsen, ‘om zaken eenvoudig te maken, maar op de juiste manier.’ Dat is de gedachte achter dit boek, waarin de McKinsey-alumnus zijn ideeën over management en de rol ervan in de samenleving kort en bondig uiteenzet.

De vraag is natuurlijk: welke manier is de ‘juiste’? Daarop blijft Huibregtsen het antwoord schuldig — het is immers vooral een persoonlijke afweging. In Management made simple wil hij vooral het gereedschap aanreiken waarmee complexe zaken vereenvoudigd kunnen worden. In die zin is hij conventioneel: geen revolotionaire oplossingen, maar fix het probleem – indien nodig met radicale middelen.

McTheKnife

Huibregtsen behoort tot de eerste generatie van McKinsey, het roemruchte Amerikaanse adviesbureau dat omstreeks 1966 in een kantoor pal aan het Amsterdamse Vondelpark neerstreek. Terwijl hun langharige generatiegenoten in het park stickies lagen te roken en tokkelden op hun gitaar, werkten Huibregtsen en de zijnen daar strak in het pak aan het nieuwe corporate Nederland.

Al snel werd Huibregtsen partner en volgde hij de legendarische Max Geldens op als director. Dat bleef hij tot 1999. In de jaren daarna zette hij zich in voor maatschappelijke zaken, onder meer voor De Publieke Zaak en tegenwoordig platform MaatschapWij. Het grote publiek kent hem vooral als de man die tot 1998 bestuursvoorzitter was van NOC-NSF, het Nederlands Olympisch Comité.

"Geen advieskantoor heeft zijn stempel dieper op het Nederlandse bedrijfsleven weten te drukken dan McKinsey"

De invloed van McKinsey — en daarmee van Huibregtsen, de man die het kantoor jarenlang smoel gaf — op zakelijk Nederland, valt moeilijk te overschatten. Geen advieskantoor heeft zijn stempel dieper op het Nederlandse bedrijfsleven weten te drukken.

Ga het maar na: bij praktisch elke grote fusie, overname of reorganisatie in het bedrijfsleven is het kantoor betrokken geweest. De consultants die er hebben gewerkt werden soms minister of belandden in het pluche van een Nederlandse onderneming, runden een ministerie of maatschappelijke organisatie. In die zin strekt de invloed van McKinsey en de daar ontwikkelde ideeën over het management van organisaties zich uit over de hele Nederlandse samenleving.

Dat viel niet altijd in goede aarde, want als de pakken van McKinsey binnen kwamen, wist je een ding zeker: er sneuvelen banen. Niet voor niets genoot het kantoor de bijnaam McTheKnife. Voormalig PvdA-premier Joop den Uyl liet zich regelmatig laatdunkend uit over de kille saneerders van Amerikaanse snit. Voor vakbondsmensen was ‘McKinsey’ de ultieme belediging. Toch dwong de denkkracht en werklust van de consultants ook respect af.

Je kunt je afvragen of de oplossingen en ideeën van Huibregtsen nog wel van deze tijd zijn

De afgelopen decennia is de wereldeconomie grondig veranderd. Dat levert talloze nieuwe problemen op, en die schreeuwen om een antwoord dat een oldskool McKinsey-aanpak niet meer kan geven. Huibregtsen erkent dat: de veranderingen voltrekken zich nu in een ongelooflijk tempo, zo schrijft hij. De complexiteit is op elk terrein, van innovatie tot de arbeidsmarkt, toegenomen. De antwoorden van gisteren zijn niet het antwoord op de vragen van vandaag.

Je kunt je afvragen of de oplossingen en ideeën van Huibregtsen nog wel van deze tijd zijn. In zekere zin hebben de mannen van McKinsey immers veel van de problemen waar we nu mee kampen (mede) veroorzaakt.

Optimisme

In essentie draait management om het uitoefenen van controle: het in de handen houden van de touwtjes, met als doel om resultaten te bereiken. Huibregtsen is een optimist: ja, alles verandert en dat gaat sneller dan voorheen. Dat is op zich geen originele constatering. Maar tegelijk zijn volgens Huibregtsen de mogelijkheden om maatschappelijk positieve impact te realiseren óók veel groter dan ooit. En dat er zoveel veranderd is ten opzichte van de gloriejaren van McKinsey, betekent niet dat we alle ideeën en concepten die er zijn ontwikkeld overboord hoeven te zetten.

In korte hoofdstukken gaat Huibregtsen in op telkens één specifiek onderwerp inzake management. In enkele bullet points vat hij het verhaal nog eens samen; hij illustreert het telkens met een echte case. Voor doorgewinterde managers zal het niet allemaal nieuw zijn wat Huibregtsen te berde brengt; het interessante aan zijn boek is vooral dat het de verbinding legt tussen management- en maatschappelijke issues.

Huibregtsens boek is met name interessant voor mensen die geen management-opleiding hebben

Robotisering is bijvoorbeeld niet alleen voor ondernemingen een uitdaging omdat het je hele zakelijke model in één klap onderuit kan halen; het gooit ook de maatschappelijke ordening van werk en inkomen overhoop. Dat opnieuw organiseren kan niet zonder management — en daarbij kunnen we veel opsteken van technieken en ideeën die in het bedrijfsleven zijn ontwikkeld.

Huibregtsens ideeënboek is dus met name interessant voor mensen die geen management-opleiding hebben, maar maatschappelijk actief zijn, bijvoorbeeld als sociaal ondernemer. Juist dat type ondernemingen blijft immers vaak steken in goede bedoelingen. Kennis van managementprincipes en het hebben van skills kan dan een groot verschil maken.

Ondernemingen en aids

Huibregtsen scrhijft dat de maatschappelijke rol van ondernemingen is toegenomen. Dat kan ook bijna niet anders: de overheid is op vele terreinen teruggetreden — niet zelden op advies van McKinsey. Dat is goed, vindt Huibregtsen, ondernemingen kunnen immers bijdragen aan oplossingen. Zo schrijft hij:

‘Fighting AIDS, controlling the costs of healthcare, reducing CO2 emissions, ensuring energy supplies, maintaining social cohesion in multicultural societies are just a few of the frequently critical challenges where the business world can and will play a prominent role in finding proper answers.’


"Je kunt de man wel uit de consultancy halen, maar nooit de consultant uit de man"

Zoals gezegd, Huibregtsen is een optimist. Hij denkt in oplossingen, niet in problemen. Je kunt de man wel uit de consultancy halen, maar nooit de consultant uit de man. Dat betekent ook dat hij in zijn boek geen oog heeft voor de onvermijdelijk botsende belangen tussen de publieke en private sector. Is dat op te lossen?

Daarnaast belijden veel ondernemingen met de mond wel sociaalmaatschappelijk verantwoordelijk te handelen, maar doen ze dat in de praktijk ook? Huibregtsen roept ze op integer te zijn, maar daar blijft het bij. Wel spreekt hij de hoop uit dat maatschappelijk verantwoord ondernemen zich ontwikkelt tot sociaal activisme door ondernemingen. Daarbij reikt hij in zijn boek ook gereedschap aan waarmee dat beter kan worden uitgevoerd.

Maar tegelijk blijft de lezer achter met vraag hoe zich dat wonder zal voltrekken, wat de gevolgen zijn voor de huidige zakelijke modellen en hoe aandeelhouders daar tegenaan kijken.

Waarom überhaupt managen?

Huibregtsen heeft zijn boek opgedragen aan zijn voormalige cliënten, van wie hij naar eigen zeggen veel heeft geleerd. Maar voor iedereen die in zijn dagelijks bestaan te maken heeft met management-issues is het boek het lezen waard. De kracht van Huibregtsen is dat hij in staat is ingewikkelde zaken eenvoudig te maken; daarin schuilt hem de diepgang.

Het is tijd om de ‘waarom?’ vraag weer te stellen

Management made simple is evenwel geen boek om in één ruk uit te lezen: daarvoor is het te gefragmenteerd en springt het teveel van de hak op de tak.

In zijn slothoofdstuk werpt Huibregtsen de vraag op waarom we überhaupt nog iets zouden managen. Daarop heeft hij een idealistisch antwoord: de meeste mensen streven naar een rechtvaardige maatschappij waarin mensen niet worden uitgesloten. Die komt er niet vanzelf. Natuurlijk verschillen mensen van mening over vragen zoals ongelijkheid of zaken die leven en dood aangaan. Maar toch delen we een aantal basisprincipe en is er ook behoorlijk vooruitgang geboekt.

Dat betekent echter niet dat we er zijn. Integendeel. De samenleving heeft volgens hem dringend behoefte aan vernieuwing en verjonging. Rebuilding society from the ground up, noemt hij dat. Er is sleetsheid gesloten in de manier waarop we dingen doen. Het is tijd om de ‘waarom?’ vraag weer te stellen. En het daarbij niet te laten, maar nogmaals te vragen ‘waarom?’ — ook aan onszelf. Want eigenlijk zijn we allemaal manager, tenminste van ons eigen leven.

Arne van der Wal
Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.
Gevolgd door 1057 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren