Hoe nauw nam naoorlogs bedrijfsleven het met röntgenstraling?

Gedegen onderzoek naar de naoorlogse omgang van bedrijven met röntgenstraling. Ter nagedachtenis van zijn vader, die bij Stork radio-actief spul moest weghalen, kijkt Jan Bennink er naar uit.

Toen ik 23 jaar geleden op een avond in april, rare blauwe plekken op de onderarmen van mijn vader ontdekte, bekroop me een angstig gevoel. Ik vroeg hem hoe ze daar kwamen. Hij antwoordde dat hij zich had gestoten bij waterpolo. Maar ik was er niet gerust op.

 

Dat m'n voorgevoel terecht was, bleek toen de bloedbank de week daarna zijn bloed afkeurde en hem het advies gaf om dringend contact te zoeken met een dokter. Het duurde nog zes weken voor de specialisten er achter waren wat mijn vader precies mankeerde.

 

Refractaire Anemie. Een ziekte die het beenmerg sloopt en bloedcellen én bloedplaatjes kapot maakt. Dat verklaarde dus die blauwe plekken en ook de puntbloedingen op zijn enkels. Het was niet best.

 

Hirosjima en Nagasaki
De specialisten van het Radboud ziekenhuis waren zeer in geïnteresseerd in mijn pa. Een twijfelachtige eer die je te beurt valt, als je lijdt aan een zeldzame aandoening die door benzeen, maar ook door een overdosis straling kan worden veroorzaakt; een ziekte die vooral voorkomt bij bewoners van Hirosjima en Nagasaki.

 

De vraag van de artsen; 'Was mijn vader met straling in contact geweest? Zo ja, waar?'

 

Al snel kwam een incident ter sprake dat zich vijfentwintig jaar eerder bij Stork in Hengelo zou hebben afgespeeld. Mijn vader werkte daar in de jaren zestig als ingenieur aan metalen vaten waarvan de lasnaden met röntgenstraling werden gecontroleerd. Toen er op een dag radioactief materiaal bloot kwam te liggen, had hij het spul in veiligheid moeten brengen. Zo was het verhaal.

 

Bij Stork bleeft het uiteindelijk abrupt stil
Mijn vader praatte er niet graag over. En al snel lag de nadruk weer bij de behandeling in plaats van bij de eventuele oorzaak van zijn ziekte.

 

Toen ik jaren later, na de dood van mijn vader, per mail contact zocht met Stork, omdat ik het fijne van de zaak wilde weten, kwam ik niet veel verder. Na aanvankelijke welwillendheid en een paar begripvolle mailtjes, bleef het uiteindelijk abrupt stil.

 

Daarna ontbrak jaren lang ieder aanknopingspunt. Totdat iemand van LAKA, een club die stralingsincidenten bijhoudt, me vorige week dit artikel van een Vlaamse website mailde.

 

Een radioloog van Stork in Antwerpen liep begin deze maand een bunker met een röngentapparaat in, terwijl het toestel nog aanstond. Een besmetting van 948 millisievert was het gevolg. Het is een nieuwsberichtje dat weinig mensen in Nederland zal zijn opgevallen. Maar mij des te meer.

 

Kwaliteitsjournalist

Heeft mijn vader een soortgelijke dosis gehad? Hoe vaak kwamen dit soort incidenten voor? Wie zijn er nog meer besmet? Hoe zit het bij andere metaalbedrijven waar met röntgenstraling werd en wordt gewerkt?

 

Ter nagedachtenis aan mijn vader, die eenzaam stierf aan een hersenbloeding in een glazen hok met overdruk, na twee beenmergtransplantatie en vier jaar hel, zou ik het waarderen als een kwaliteitsjournalist eens gaat onderzoeken, hoe het bedrijfsleven in de jaren na de oorlog met röntgenstraling is omgegaan.

 

Er zijn vast meer mensen die nooit antwoord hebben gekregen op hun vragen over de dood van hun vader.