Hoe cateraar Supreme de NAVO een oor aannaaide

    De NAVO-landen schakelden cateraar Supreme in om hun troepen in Afghanistan van voedsel en brandstof te voorzien. Supreme schroefde de kosten daarvan flink op, en zodoende ook zijn eigen winsten. De VS kreeg uiteindelijk een schadevergoeding, Nederland weigerde een deel van de rekening te betalen – reden voor Supreme om een zaak tegen Defensie aan te spannen. Rik Delhaas schreef een reconstructie, en constateert dat Supreme politici een oor heeft aangenaaid.

    Dit stuk in 1 minuut
    • De NAVO stelt dat cateraar Supreme gefraudeerd heeft bij voedsel- en brandstofleveringen voor de troepen in Afghanistan. De VS heeft via de rechter inmiddels ruim 400 miljoen  van het bedrijf teruggekregen.

    • Supreme manipuleerde op allerlei manieren de prijzen en de kosten om de winstmarge zo groot mogelijk te maken. Via een eigen tussenhandelaar weet Supreme de winst zelfs op te drijven tot ruim 30 procent.

    • Tussentijds worden de contracten met Supreme mondeling aangepast en uitgebreid; die wijzigingen worden niet vastgelegd. Supreme krijgt zo miljarden extra omzet.

    • Nederland heeft mogelijk 35 miljoen dollar teveel betaald;  aanzienlijk meer dan de 2,8 miljoen euro die Defensie van het bedrijf terug kreeg.

    • Via de constructie met private contractors werd het aantal gewonden en slachtoffers van de missie zwaar geflatteerd.
    Lees verder

    Moederbedrijf Supreme Group BV betaalde de VS een schikking van bijna 400 miljoen dollar, wegens fraude bij de levering van proviand aan Amerikaanse troepen in Afghanistan. Tot 2015 leverde Supreme ook brandstof aan NAVO-troepen in Afghanistan, liefst 4,6 miljard liter.

    Over die leveranties is een dispuut, dat straks voor de rechtbank in Maastricht wordt uitgevochten. Supreme beweert dat er nog brandstofrekeningen ter waarde van 432 miljoen dollar openstaan; de NAVO claimt dat er zeker 700 miljoen dollar teveel is betaald, en wil dat geld terug. De zaak dient in Maastricht, omdat het operationele hoofdkwartier van de NAVO, verantwoordelijk voor de ISAF-missie, in het nabijgelegen Brunssum is gevestigd. Toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie liet indertijd weten dat ook Nederland partij is in deze zaak, maar wilde niet bekendmaken om welk bedrag het gaat.

    Dat zijn niet de enige zaken waarin Supreme verwikkeld is. De Afghaanse overheid zegt dat zij nog honderden miljoenen dollars aan achterstallige belastingen krijgt van buitenlandse private military contractors, waaronder de Supreme Group. En transportbedrijf Venus Pakistan Limited heeft Supreme in Pakistan voor de rechter gedaagd: het claimt ruim 25 miljoen dollar voor vrachtwagens die tijdens de oorlog in Afghanistan verloren zijn gegaan en als smartengeld voor de families van omgekomen chauffeurs.

    Welkom in de wereld van de private military contractors.

    Herculestaak

    ‘Legers marcheren beter op een volle maag’

    De oorlog in Afghanistan was de grootste operatie van de NAVO ooit. Op het hoogtepunt van de oorlog, in 2011, waren er zo’n 130.000 troepen gelegerd op ruim 250 bases en vooruitgeschoven posten. Omdat Afghanistan geen havens heeft en vervoer door de lucht kostbaar is, werden voornamelijk routes over land gebruikt, vanuit Pakistan en Oezbekistan. Troepen en materieel moesten over lange afstanden vervoerd en bevoorraad worden, vaak dwars door vijandelijk gebied.  De infrastructuur was slecht, ook voor luchtverkeer. Een rapport van de Amerikaanse Senaat uit 2010 typeerde de complexiteit van de logistiek in Afghanistan als volgt: ‘Een Herculestaak, een van de meest gecompliceerde en moeilijkste bevoorradingsketens uit de geschiedenis van de oorlogsvoering.’

    Supreme Group start in 1957, tijdens de Koude Oorlog, en levert etenswaar en drinken aan de Amerikaanse troepen in Duitsland. ‘Legers marcheren beter op een volle maag,’ is hun motto. Al snel slaat het bedrijf zijn vleugels uit. In de jaren zeventig krijgt het contracten voor de relatief kleine VN-missies op de Golan-hoogte en in de Sinaï-woestijn, twee gebieden die door Israël zijn veroverd op Syrië en Egypte tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967.

    Outsourcing beperkt de schade

    In 1997 verwerft Supreme een contract om alle Britse troepen buiten het VK te bevoorraden; zo komt het in Bosnië. Na 1998 sluiten ze daar vergelijkbare contracten met Nederland en de NAVO. Vanaf 2002 gaat Supreme ook in Afghanistan aan de slag, om er de Britten te bevoorraden. Naast voedsel levert het bedrijf brandstof voor vliegtuigen en rijdend oorlogsmaterieel, installeert het keukens en runt complete restaurants voor de soldaten.

    Rond 1997 heeft Supreme een jaaromzet van 130 miljoen dollar; in 2011, het hoogtepunt van de ISAF-missie in Afghanistan, is die gestegen tot 5 à 6 miljard. Volgens een artikel in het Duitse weekblad Die Zeit krijgen de eigenaren dat jaar 1,66 miljard dollar aan dividend uitgekeerd. Stephen Orenstein, voor 75 procent eigenaar van Supreme, belandt zelfs in het lijstje van de 500 rijkste Amerikanen.

    Uitbesteding van taken zoals beveiliging en logistiek nam een hoge vlucht met de oorlogen in Afghanistan en Irak. Deze outsourcing past in de trend om overheidsdiensten uit te besteden: private partijen tijdelijk inhuren bij operaties, was de redenering, is goedkoper dan loonkosten en materieel permanent op de begroting hebben. Maar outsourcing dient ook een ander doel: het beperkt de politieke verantwoordelijkheid voor missies tot een minimum, en maakt de schade ervan minder zichtbaar. Een dode contractor belandt niet in de statistieken en komt niet terug in een kist met de lands vlag eroverheen.

    Ko Colijn, Instituut Clingendael

    "Nederland heeft niet veel keus als grote broer Amerika met een bepaalde partij in zee gaat"

    Zwaan kleef aan

    DLA Troop Support, de logistieke afdeling van het Amerikaanse leger, huurt Supreme vanaf 2005 in als bevoorrader van de troepen in Afghanistan. Aanvankelijk gaat het om contracten van ettelijke honderden miljoenen dollars; naarmate het aantal troepen en bases toeneemt en de operatie langer duurt, loopt dat op tot tussen de 10 en 20 miljard dollar.

    Prompt gaan ook andere NAVO-landen, waaronder Nederland, met het bedrijf in zee. ‘Een klein land als Nederland heeft niet veel keus als grote broer Amerika met een bepaalde partij in zee gaat,’ zei oud-directeur Ko Colijn van het Instituut Clingendael later. ‘Het is lastig om je eigen bevoorradingslijn op te zetten, terwijl de bulk van de spullen door een bedrijf als Supreme wordt geleverd en vervoerd.’

    Nederland heeft niet eerder op deze schaal private bedrijven ingehuurd. Voor de proviand sloot Defensie een eigen contract met Supreme; voor de brandstofleveranties liftte het ministerie mee op de basiscontracten die de NAVO al met het bedrijf had gesloten.

    De achterkant van de contracten

    Supreme sluit een zogenaamd ‘kosten-pluscontract’ met de Amerikanen. Het bedrijf levert de goederen tegen inkoopsprijs, met daarbovenop een distributieprijs. Daarin worden de gemaakte kosten plus de winst opgenomen. Die kosten moeten wel ‘redelijk en eerlijk’ zijn en in de contracten is vastgelegd dat accountants van Defensie de boeken regelmatig zullen controleren.

    Maar stiekem manipuleert Supreme op allerlei manieren de prijzen en de kosten, om de winstmarge zo groot mogelijk te maken. Zo bedingt het kortingen bij leveranciers en verwerkt het die, anders dan contractueel vastgelegd, niet in de prijs die het Pentagon betaalt. Leveranciers krijgen een e-mail dat ‘wanneer ze geen korting geven, ze niet in aanmerking komen voor een contract met Supreme’. Alleen al met die achtergehouden kortingen verdiende Supreme in 2006 6 miljoen dollar extra.

    De eerste man die uit de school klapt over het gesjoemel van Supreme, is de Duitser Michael Epp. Eigenaar Orenstein gaf hem in 2005 opdracht een bevoorradingsketen op te zetten die enerzijds de goederen tegen de laagst mogelijke kosten zou leveren, en anderzijds de winst voor het bedrijf kon maximaliseren.  

    Om de winst verder op te schroeven, richt Supreme een tussenhandelaar op: JAFCO (Jamal Ahli Food Company). JAFCO vestigt zich in Dubai, waar ook het operationele hoofdkwartier van Supreme zit. Op papier is JAFCO in handen van Jamal Ahli, een werknemer van Supreme, maar in werkelijkheid wordt het gerund door de eigenaren van Supreme zelf.

    ‘Het enige doel van JAFCO was om hogere rekeningen te kunnen sturen, dus extra marge te behalen,’ vertelde de Nederlander Chris Vos in 2016 in VPRO’s radioprogramma Bureau Buitenland. Vos had een aantal jaar als hoofd inkoop ‘groente en fruit’ bij het bedrijf gewerkt. Hij solliciteerde bij Supreme, kreeg in Dubai een appartement, een auto en een telefoon via Supreme, maar werkte in naam voor JAFCO. ‘Met de facturen van JAFCO kon Supreme aantonen dat het voor een hogere prijs had ingekocht,’ aldus Vos.

    Aanvankelijk was JAFCO een papieren bedrijf: het bestond slechts uit facturen met een briefhoofd en een registratie bij het handelsregister. Toen de Amerikanen de hygiëne bij het bedrijf wilden komen controleren, huurde JAFCO inderhaast een loods van een van Supremes leveranciers, Barakat, samen met 36 man personeel, Pakistani, Bengali en Indiërs.

    De prijs van water

    Volgens de Amerikaanse justitie werd de kostprijs via JAFCO in 2006 met gemiddeld 32 procent opgedreven. Zo wist  Supreme miljoenen dollars oneigenlijke winst te maken met de verkoop van water aan Amerikaanse troepen. Volgens de cateraar was de inkoopprijs van 24 halve-literflessen 6,45 dollar, maar in werkelijkheid betaalde Supreme prijzen die varieerden van 1,64 tot 5,03 dollar.

    Vervoerskosten werden door Supreme systematisch opgedreven. Zo rekende het bedrijf in 2006 187.000 dollar voor een vlucht van Dubai naar Afghanistan, terwijl de werkelijke kosten tussen de 40 en 43.000 dollar lagen. In 2006 waren er 1.142 vluchten van Supreme naar Afghanistan. De Amerikanen werd alleen al in 2006 85 miljoen dollar in rekening gebracht, terwijl de werkelijke kosten voor Supreme 24,5 miljoen dollar waren.

    Het Amerikaanse ministerie van Defensie schat dat het alles bij elkaar circa 757 miljoen dollar teveel heeft betaald voor de voedselcontracten. Supreme schikte voor bijna 400 miljoen dollar; het is in dit soort zaken lastig de precieze schade in kaart te brengen. Vanwege de aard en omvang van de fraude, had Justitie gevangenisstraf willen eisen. Maar omdat de Supreme Group deels gevestigd is in landen waarmee de VS geen uitleveringsverdrag heeft, werd tot een schikking besloten, meldde de Wall Street Journal.

    Mondelinge aanpassing ter waarde van miljarden

    Hoe heeft het Amerikaanse ministerie van Defensie zich zo laten bedotten? Dat werd duidelijk tijdens een hoorzitting van de Amerikaanse Senaatscommissie van Toezicht in 2013. Het strafrechtelijk onderzoek naar de malversaties van Supreme was in volle gang, en Epps gedetailleerde verklaring was nog niet beschikbaar. Wel was toen bekend dat er grote meningsverschillen over de contracten en de facturen bestonden. DLA Troop Support had toen al 757 miljoen dollar aan betalingen ingehouden, die volgens de accountants teveel in rekening waren gebracht.

    Tijdens de zitting ondervragen de Senatoren de verantwoordelijken van DLA Troop Support, plus de Managing Director Logistics Michael Schuster van Supreme. Zij vertellen dat er, nog voor de levering door Supreme in december 2005 daadwerkelijk van start ging, een cruciaal element in het contract werd veranderd. Dat gebeurde mondeling; er werd niets op papier gezet, dat zou later gebeuren. Volgens het oorspronkelijke contract zou Supreme proviand leveren aan vier grote Amerikaanse bases in Afghanistan. Defensie vraagt Supreme nu ook het verdere transport naar alle 68 vooruitgeschoven posten te verzorgen (in de loop van de operatie zouden het er ruim 250 worden). Het komt neer op een mondelinge uitbreiding van het contract met miljarden dollars. Supreme mocht zelf de prijzen vaststellen en de accountants van Defensie zouden via de boeken controleren of dat ‘eerlijk en redelijk’ gebeurde.

    Zo’n mondelinge verandering is soms nuttig: die biedt Defensie de flexibiliteit om in een oorlogssituatie snel te kunnen reageren. Maar nooit eerder ging het daarbij om zoveel geld. Bovendien laat het vastleggen van die wijziging jaren op zich wachten, terwijl de rekeningen blijven binnenstromen. Defensie lette amper op de kosten, maar keek veeleer naar ‘het belang van de ononderbroken diensten aan onze soldaten die in een oorlog vochten,’ zoals een van de managers van DLA Troop Support het formuleert.

    De Amerikanen zaten kortom op een rijdende trein

    De facturen die Supreme stuurt, zijn dusdanig hoog dat DLA Troop Support niet zeker weet of het voldoende geld in kas heeft om ze te kunnen betalen. Na een jaar concluderen de accountants bovendien dat de prijzen van Supreme ‘onredelijk’ zijn – voor zover ze dat kunnen vaststellen tenminste, want Supreme geeft geen volledige inzage in de boeken. DLA Troos Support houdt vervolgens 25 procent van de maandelijkse betalingen in.

    Tijdens de hoorzitting constateert Michael Schuster, directeur van de Logistieke Divisie van Supreme ‘dat er geen verschil van mening bestond over Supremes aanspraak op een extra compensatie door de verandering in het contract’. Bovendien stelt hij dat de uitbreiding geen ‘kosten-pluscontract’ betreft, maar een ‘commercieel’ contract.

    De Amerikanen zaten kortom op een rijdende trein, er waren geen heldere afspraken over de prijzen, en de troepen moesten worden bevoorraad. Onder die omstandigheden proberen ze opnieuw te onderhandelen over het contract, maar zonder succes. Van december 2005 tot september 2011 betaalde Amerika 5,5 miljard dollar aan Supreme voor de levering en het transport van voedsel. Pas in 2012 beëindigt het Pentagon de samenwerking.

    Nederland: ‘Het gebeurt wel vaker’

    Hoeveel Nederland in totaal aan Supreme heeft betaald, is niet bekend; evenmin of het teveel betaalde, en zo ja: hoeveel dat was. Na de onthullingen over Supreme in 2016 zegt minister Hennis van Defensie tegen de NOS: ‘Het gebeurt wel vaker dat een bedrijf per ongeluk of expres teveel in rekening brengt. Gelukkig is er dan nog zoiets als een audit. Als er teveel in rekening is gebracht volgt er een vordering en wordt over het algemeen terugbetaald. Dat is hier ook gebeurd.’

    SP-Kamerleden Jasper van Dijk en Harry van Bommel willen in 2016 van de minister weten of ook Nederland door Supreme benadeeld is, en hoeveel er is terugbetaald. Hennis belooft onderzoek te laten doen; de Kamerleden krijgen de resultaten vertrouwelijk ter inzage, omdat het om ‘bedrijfsgevoelige informatie’ gaat. Na een Wob-verzoek van het ANP blijkt dat Nederland over de periode 2006-2009 2,8 miljoen euro van Supreme heeft teruggekregen. Dat was conform het ‘audit-beding’, de afspraak dat Nederland na controle van de boeken het teveel in rekening gebrachte bedrag terug zou krijgen.

    Schatting van de schade

    Volgens Ko Colijn, senior onderzoeker bij het Instituut Clingendael, loopt de schade voor Nederland mogelijk in de tientallen miljoenen. Ook Supremes voormalig general manager Keith Martine en JAFKO’s hoofd inkoop groente en fruit Chris Vos vermoeden dat Nederland voor miljoenen is benadeeld, maar kunnen dat niet met documenten onderbouwen. Met de gegevens uit het Amerikaanse justitie-dossier en de hulp van Chris Vos valt er wel een ruwe schatting te maken.

    Een eerste aanknopingspunt is de leverantie van water. Ook Nederland betrok dat vanaf oktober 2006 via de nepfirma JAFCO, voor een veel te hoge prijs. Bovendien rekende Supreme daarbovenop nog een distributiebedrag van 4,87 dollar per doos, terwijl die al in de oorspronkelijke prijs was verdisconteerd. Alleen al voor het water zou Nederland in totaal bijna 6 miljoen euro teveel hebben betaald.

    Een tweede aanknopingspunt is wat er per dag werd uitgegeven om een soldaat op missie in Afghanistan te voeden. Defensie in Duitsland betaalde per soldaat per dag  21 euro aan Supreme; ruim 7600 euro per jaar. Als Nederland een vergelijkbare prijs betaalde, dan kostte de proviand voor 2000 man gedurende vier jaar ons ruim 60 miljoen euro. JAFCO rekende extra marges van 32 tot 35 procent. Nu werd niet alles via hen geleverd, maar voor voedsel moet Nederland ettelijke miljoenen teveel hebben betaald.

    Ook via het transport boekte Supreme megawinsten, bleek uit het Amerikaanse onderzoek. Supreme bracht diezelfde exorbitante prijzen in rekening aan andere contractpartners: een ‘gedifferentieerd prijsbeleid’ zou tussen de  NAVO-partners onderling alleen maar discussie oproepen. Vos bevestigt dat: ‘Om te voorkomen dat hun grootste klant [het Amerikaanse ministerie van Defensie, red.] lucht zou krijgen van haar “overcharge” werd hetzelfde tarief gehanteerd voor de andere mogendheden in Afghanistan.’

    Melding Chris Vos aan het CIOD

    In mei 2013 meldt Chris Vos zich per e-mail bij de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) van het ministerie van Defensie. Hij doet uit de doeken hoe het bedrijf de winsten opdrijft. Hij vertelt onder meer over triwalls, pallets voor bederfelijke waar verpakt in karton en eventueel gekoeld met droog ijs. Vos berekent de kosten van een triwall op krap 30 dollar (een andere werknemer van Supreme komt uit op circa 50 dollar). Supreme rekent daar inderdaad een veelvoud voor; de Amerikaanse justitie oordeelt dat er per triwall ruim 130 dollar teveel werd berekend.

    Volgens een berekening die Vos voor dit artikel maakte, gaat er ongeveer 150 kilo in een triwall. Een soldaat eet wekelijks ongeveer 1,5 kilo verse producten, maal 2000 is dat 3000 kilo per week voor de Nederlandse soldaten in Uruzgan. Dat zijn 20 triwalls per week, die elk 130 dollar teveel hebben gekost. Over een periode van 4 jaar is dat een post van bijna 11 miljoen dollar. Ook voor vervoer betaalde Nederland teveel: ongeveer 8 dollar per kilo, terwijl de werkelijke kosten rond de 3 dollar liggen.

    De ambtenaar van het COID die de melding van Vos ontving, heeft er destijds niets mee gedaan: het betrof geen integriteitsschending van een Defensiemedewerker. Ze adviseerde hem om eventueel zelf aangifte te doen bij de politie.

    Lees verder Inklappen

    Het derde aanknopingspunt is de brandstof. De NAVO heeft daarover bij de rechtbank Maastricht een vordering ingediend van 701 miljoen dollar. Uitgaande van de gemiddelde troepensterkte van Nederland en de duur van het contract, heeft Nederland circa 1,87 procent van de totale hoeveelheid NAVO-brandstof gekocht. Dat is iets meer dan 13 miljoen dollar (18,7 procent van 700 miljoen dollar) die Nederland van Supreme zou krijgen, indien de NAVO door de rechtbank in Maastricht in het gelijk wordt gesteld.

    ‘Defensie is belazerd’

    Wanneer je al deze bedragen bij elkaar optelt, zou Nederland Supreme zeker 35 miljoen dollar teveel hebben betaald;  aanzienlijk meer dan de 2,8 miljoen euro die Defensie terugkreeg van Supreme.

    Colijn en hoogleraar accountancy Marcel Pheijffer van de Nijenrode Business University verbazen zich dan ook over de coulante opstelling van Defensie. Colijn: ‘In Amerika is sprake van een strafrechtelijke vervolging en zijn boetes opgelegd. In Nederland verneem ik daar niets van. Defensie is belazerd en dan kun je er niet mee wegkomen door alleen het verschil terug te betalen.’ Pheijffer: ‘Het kan niet zo zijn dat het buitenland sanctionerend optreedt en dat in Nederland alleen de schade wordt hersteld. Bij zaken van een dergelijke omvang hoort er ook een strafelement in te zitten.’

    De accountants weten niet waarvoor we betalen

    Na de onthullingen over Supreme krijg ik in januari 2017 interessante post: een accountantsrapport uit 2010.  Op verzoek van leidinggevenden bij de NAVO is een voorlopig onderzoek uitgevoerd naar de contracten, leveringen en kosten van het brandstofcontract met Supreme. De accountants stellen ‘dat we niet weten waarvoor we betalen en waarom’. :Supreme geeft geen volledige inzage in de cijfers. Volgens de accountants zouden bedragen ‘dubbel in rekening’  worden gebracht, en de prijzen liggen ‘boven wat verwacht mag worden of wat redelijk is’. Hun aanbeveling: er moet onmiddellijk worden ingegrepen, om de kosten niet uit de klauwen te laten lopen.

    En, zo blijkt uit het document, het is niet de eerste keer dat de accountants aan de bel trekken. Ze hebben al voor 2010 gewaarschuwd voor de rammelende afspraken in het contract. In 2015 besluit de NAVO het brandstofcontract met Supreme niet te verlengen.

    Uitbesteden van risico’s

    Supreme was contractueel verantwoordelijk voor leveranties tot aan de poort. Voor het vervoer en de bewaking van transporten huurde het bedrijf lokale transporteurs en beveiligers in, zogenaamde subcontractors, die de echte risico’s liepen. Managing director Michael Schuster vertelde de Senaatscommissie in 2013 dat Supreme zo 312 chauffeurs en bewakers verloor.

    Dat is waarschijnlijk slechts een fractie van het totaal aantal omgekomen werknemers bij de bevoorrading van de NAVO-troepen tijdens de ISAF-missie. Volgens Lisa Cameron de Vries van Supreme Fuels vielen er alleen al bij de brandstoftransporten op zeker moment ‘20 tot 30 doden per maand’. Ze kreeg de rapporten op haar bureau.

    Wat haar stak is dat Supreme Fuels eigen brandstofbuffers moest aanhouden en bewaken om aan hun leveringsverplichting te kunnen voldoen. De NAVO wilde, met het oog op de risico’s, zelf geen grote brandstofvoorraden op hun bases hebben. Zo werden de depots van Supreme een aantrekkelijk doelwit voor de Taliban. Er zijn gedocumenteerde incidenten waarbij Supreme om assistentie van de NAVO vroeg, maar die niet kreeg.

    Een rapport van de Amerikaanse Senaat uit 2010 suggereert dat het aantal doden onder de Afghaanse chauffeurs en bewakers veel hoger ligt dan eerder werd aangenomen. Ook bij transporten naar kamp Holland in Uruzgan zijn doden gevallen, vertelt een oud-defensiemedewerker. Van zijn contactpersoon bij Supreme kreeg hij foto’s van een konvooi op weg naar de Nederlandse basis, waarop uitgebrande vrachtwagens en lichamen te zien zouden zijn. Hij zegt de foto’s aan zijn superieuren te hebben gegeven en niet over kopieën te beschikken.

    Outsourcing schept nieuwe krijgsheren

    Het Senaatsrapport typeert de ingehuurde subcontractors als een ‘nieuwe klasse van krijgsheren’ die politici en politie omkoopt en protectiegeld aan de Taliban betaalt. ‘Hoewel een van de strategische doelen is om de Afghaanse overheid te versterken, wordt met de afhankelijkheid van Afghaanse krijgsheren voor de beveiliging van de bevoorradingstransporten dat doel op dramatische wijze ondermijnd,’ stelt het rapport. In gewone-mensentaal: de uitbesteding van de logistiek voor de militaire operatie in Afghanistan verzwakt de staat, terwijl het juist de bedoeling was dat de ISAF-missie de centrale overheid zou versterken.

    Geen aansprakelijkheid?

    Zijn de deelnemende NAVO-landen (mede)verantwoordelijk voor de chauffeurs en bewakers die omkwamen tijdens hun werk voor de subcontractors? Nederland meent van niet. Naar aanleiding van een rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) uit 2008 over het inhuren van private bedrijven, schrijft toenmalig minister Elmert van Middelkoop dat Nederland ‘niet aansprakelijk [is] voor schade die zich bij de civiele dienstverlener en derden (waaronder de werknemers van die dienstverleners) voordoen’. Bedrijven moeten zelf hun personeel verzekeren; dat is als voorwaarde in de contracten opgenomen. De kosten mogen wel worden doorberekend in de prijs van de overeenkomst. Maar de AIV had in haar rapport juist gepleit voor ‘een zo ruim mogelijke invulling aan het beginsel van staatsaansprakelijkheid’.

    Een manifest gebrek aan informatie en transparantie

    De AIV stelde tevens dat er ‘een manifest gebrek aan informatie en transparantie’ bestaat over het aantal mensen dat langs deze weg wordt ingehuurd, de taken die ze uitvoeren en de kosten daarvan.  Socioloog Gjalt de Graaf onderbouwde deze kritiek in een wetenschappelijk artikel. Hij stelt dat er ‘nauwelijks toezicht was op de activiteiten van Supreme’. Contractueel was Supreme verplicht Nederland melding te doen wanneer werknemers van Supreme of subcontractors gewond raakten of omkwamen tijdens operaties. ‘Deze rapporten werden nooit opgesteld,’ constateert De Graaf. ‘Natuurlijk valt dat Supreme te verwijten,’ zo citeert hij een anonieme Nederlandse officier, ‘maar wij hebben er ook nooit op aangedrongen.’

    Een andere pijnlijke vraag is of de transportbewakers burgerslachtoffers hebben gemaakt, of misschien zelfs oorlogsmisdaden hebben begaan. Wanneer ze dorpen passeerden waaruit aanvallen van de Taliban kwamen, werd vaak in het wilde weg  geschoten. In november 2017 meldde het NRC dat bewakers van transporten gewapend verhaal gingen halen in een dorp waar frequent aanvallen van de Taliban plaatsvonden.

    Klap op de vuurpijl

    De allerpijnlijkste kwestie in dit hele verhaal? Supreme Group BV, het moederbedrijf, blijkt een Nederlands onderneming te zijn, gevestigd in Amsterdam. Dat wil zeggen, de eigenaren zijn Duits en het bedrijf heeft vele vertakkingen in talloze landen, maar de hoofdvestiging zit in Nederland; de jaarverslagen zijn gedeponeerd bij de Amsterdamse Kamer van Koophandel. En de handtekening van de twee Nederlandse directeuren, Bart de Sonnaville en Tako van Ginkel, staan onder de schikkingsovereenkomst met de Amerikaanse justitie uit 2014. De Sonnaville en Van Ginkel zijn in 2015 beiden teruggetreden als directeur. Al mijn pogingen om in contact te treden, houden ze af: ze zijn onbereikbaar, in vergadering of op reis. Via een secretaresse word ik uiteindelijk doorverwezen naar de woordvoerder bij het operationele hoofdkantoor in Dubai.

    6575 medewerkers in NL, waarvan 6574 elders werkzaam waren

    Marcel Pheijffer, hoogleraar accountancy, noemt het Nederlandse bedrijf een ‘lege huls’. ‘Het is hilarisch als je het jaarverslag leest en ziet dat er 6575 medewerkers zouden zijn in 2013. In het klein staat er bijgeschreven dat daarvan 6574 in het buitenland werkzaam zijn. Oftewel eentje in Nederland. Dat betekent dat een Nederlands bedrijf met Nederlandse directeuren aftekent voor een miljardenomzet met een forse winst, voor het nauwelijks betalen van belastingen en, naar nu blijkt, ook voor frauduleuze handelingen.’

    Tot 1 december 2017 deed Nederland nog zaken met Supreme. Zo verzorgde het bedrijf de catering voor de Nederlandse militairen in Mali. Volgens toenmalig minister Hennis had Nederland nauwelijks keus, omdat er amper bedrijven zijn die dergelijke diensten kunnen leveren. Vanaf december namen de Duitsers het commando over in Mali; sindsdien eten de Nederlanders bij de Duitsers, liet een woordvoerder van Defensie weten.

    In mei 2017 werd Supreme Group voor een onbekend bedrag overgenomen door een andere speler in de veiligheidsindustrie, Valiant Integrated Services. Maar Supreme Group is na de operatie over Afghanistan duidelijk over haar hoogtepunt heen en had fiks minder contracten in portefeuille. Circa 220 werknemers van Supreme gingen voor Valiant werken.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Rik Delhaas

    Radio-journalist bij de VPRO.

    Volg Rik Delhaas
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren