© ANP/Jerry Lampen

Hoe verberg je je werk voor de Kamer?

    Hoe kunnen Kamerleden hun controlerende werk doen als cruciale feiten door ministers en staatssecretarissen worden achtergehouden? Volgens CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt laat VVD-staatsecretaris Eric Wiebes (Financiën) zien hoe het niet moet.

    Je ziet mij regelmatig in de Tweede Kamer om een document vragen. Daar wordt door de (huidige) regeringspartijen wel eens lacherig om gedaan: een beetje mondelinge informatie is toch wel genoeg? 

    Laat mij daarom een verhaal vertellen waaruit blijkt dat dit soort aanvragen hard nodig zijn. Staatssecretaris Eric Wiebes en zijn voorganger Frans Weekers hielden namelijk vier jaar lang documenten geheim inzake een extra uitgave van 600 miljoen euro.

    Gerichte investering

    Het begint in juni 2012. Het kabinet is gevallen, er is een Kunduz-akkoord en de verkiezingen zullen over drie maanden worden gehouden. Het is duidelijk dat de volgende regering danwel moet bezuinigen, danwel de belastingen moet verzwaren.

    ‘Liever betere naleving van de belastingwetten, dan hogere belastingen’

    De Kamer neemt unaniem mijn motie aan, waarin ik de regering oproep onderzoek te doen naar waar ze met een gerichte investering in controle en handhaving bij de belastingdienst een veelvoud zou kunnen ophalen. Dit onder het motto: liever betere naleving van de belastingwetten, dan hogere belastingen. 

    Een deel van de motie luidt dat de kamer van mening is ‘dat er met het oog op een nieuw regeerakkoord een plan moet liggen om te zorgen dat de belasting die de fiscus wettelijk gezien binnen zou moeten krijgen, ook daadwerkelijk door de fiscus ontvangen wordt.’ 

    Daarnaast verzoekt de kamer de regering ‘vóór 1 oktober met een plan te komen om de tax gap te halveren, dan wel zo mogelijk nog verder te verkleinen, door met gerichte acties zowel op het gebied van handhaving als invordering de belastingopbrengst te vergroten.’

    Maatregel 110

    In het regeerakkoord — dat desondanks vol zat met lastenverhogende maatregelen — nemen VVD en PvdA deze motie over. Dit is duidelijk te zien in Bijlage A — altijd het belangrijkste deel van zo’n akkoord. In die bijlage staat namelijk maatregel voor maatregel opgenomen wat er wordt bezuinigd en waar er wordt gesneden. Maatregel 110 behelst het volgende:

    De toelichting op deze maatregel luidt als volgt:

    110. Versterking toezicht Belastingdienst, UWV en SVB 

    De Belastingdienst heeft bekeken of door het versterken van toezicht door de Belastingdienst meer belastingontvangsten binnen kunnen komen. De capaciteit van de Belastingdienst kan met structureel 157 mln. worden geïntensiveerd. Bij particuliere belastingplichtigen gaat het om het versterken van de controle van aangiften. Daarnaast zal de Belastingdienst extra controles uitvoeren bij bedrijven die fiscaal ongewenst gedrag vertonen. Ook de capaciteit voor de invordering wordt vergroot, waardoor de Belastingdienst meer verschuldigde belasting zal innen. Het is geen lastenverzwaring omdat de fiscale regelgeving niet wordt aangescherpt. 

    Ook UWV en SVB kunnen mogelijk, zonder verdere aanpassingen van wetgeving, het toezicht zodanig versterken dat daardoor besparingen op uitkeringslasten worden gerealiseerd. Indien daartoe overtuigende business cases worden ontwikkeld, zal de capaciteit worden geïntensiveerd ten einde de besparingen te kunnen realiseren.

    De regering verwacht voor elke euro die de belastingdienst uitgeeft, vier euro op te halen

    In de regeerperiode van vier jaar trekt de belastingdienst dus dik 600 miljoen euro extra uit. Daarmee kan zij extra mensen aannemen die weer extra controles uitvoeren. Zodoende verwacht de regering voor elke euro die de belastingdienst uitgeeft vier euro op te halen. Let wel: het gaat hier alleen om extra controles van burgers en bedrijven die geen belasting betalen en dat als gevolg en de controles alsnog doen.

    Als kersvers oppositiekamerlid keek ik naar dit onderdeel van het regeerakkoord en dacht: goed dat ze het doen. 

    Maar daarna wilde ik natuurlijk wel weten wát ze precies zouden doen. In deze brief, verstuurd naar aanleiding van vragen in het parlement, vertelt Weekers een aantal dingen: er zullen 600 tot 700 mensen extra aangiftes gaan controleren en ongeveer 700 mensen extra gaan boekenonderzoeken doen bij MKB-bedrijven. Verder komen er 100 mensen extra bij de FIOD.

    Business case

    Maar over wát hij precies ging doen, bleef de staatssecretaris behoorlijk vaag. Met name één vraag liet Weekers onbeantwoord: wat is nu precies de business case, oftewel de zakelijke afweging? Bij welke belastingen levert een beetje extra controle veel extra geld op? En waar wordt dus te weinig gecontroleerd?

    Hoe berekent de regering de extra opbrengsten die de nieuwe aanpak oplevert?

    Met andere woorden: wat gaan ze nu doen, en hoe berekent de regering de extra opbrengsten die de nieuwe aanpak oplevert? Dat is natuurlijk wel handig als je wilt controleren of de doelstelling gehaald wordt. Ik vraag het meerdere keren, bijvoorbeeld in deze reeks vragen in 2014. De business case wordt echter niet openbaar gemaakt. De redenering die de staatssecretaris daarvoor geeft is de volgende: 

    ‘De businesscase die hieraan ten grondslag ligt bevat meer in detail op welke wijze de Belastingdienst de extra inkomsten verwacht binnen te halen. Deze informatie heeft een controle-strategisch karakter. Discussies over de controlestrategie schaden al snel de handhaving door de Belastingdienst en daarmee de belastingopbrengsten. Om deze reden is vaste lijn dat businesscases niet openbaar worden gemaakt. Die lijn – die ik onderschrijf – geldt ook in dit geval.’

    Het is in de kamer al langer een trend om steeds minder documenten te sturen en steeds vaker een algemene beschrijving waar je heel erg tussen de regels moet lezen om te begrijpen wat er gebeurt. Cruciale feiten worden dan vaak weggelaten; op deze manier vermindert de effectieve controle van de Kamer drastisch.

    Hoofdlijnen

    In 2016 doet de rekenkamer onderzoek naar wat de belastingdienst nu eigenlijk gedaan heeft. Één van de conclusies luidt dat de Tweede Kamer alleen op hoofdlijnen geïnformeerd is. Daardoor is het ‘wel mogelijk om vast te stellen of de beloofde extra belastingopbrengsten zijn gehaald, maar niet of dit is te danken aan het extra budget dat aan de Belastingdienst is toegekend.’ De rekenkamer stelt dat de Tweede Kamer ‘zodoende niet [kan] bepalen of de Belastingdienst de doelen van de business case heeft gerealiseerd zoals beoogd.’

    "Pas in juni 2017 wordt de business case als gevolg van een Wob-verzoek openbaar gemaakt"

    Misschien denkt u dat de Kamer de business case nu dan wél krijgt, maar dat is niet het geval. Sterker nog: pas afgelopen maand, in juni 2017, wordt de business case als gevolg van een Wob-verzoek openbaar gemaakt. Bij het vragenuurtje meld ik dit aan; dat levert deze vragen en antwoorden op. Daaruit blijkt dat Wiebes niet echt door lijkt te hebben dat hij de stukken had moeten opsturen.

    Hij belooft een brief; die kwam vrijdagavond laat. Daar staat dat het stuk per ongeluk openbaar gemaakt was bij de Wob. Ook blijkt het CPB al in 2015(!) een memo aan de regering gestuurd te hebben. De conclusie daarvan:

    Als je de hele Wob naleest, ontdek je dat er op enkele punten bepaald zorgelijke dingen in staan

    ‘Het CPB kan op basis van deze monitoring geen positief effect toekennen aan de business case; het belangrijkste probleem daarvoor is het ontbreken van een counterfactual. Evenmin kan het CPB uitsluiten dat er sprake is van extra opbrengsten als gevolg van de business case.’

    Het CPB kan dus niet zeggen of de business case überhaupt extra geld heeft opgeleverd. Als je de hele Wob naleest, ontdek je dat er op enkele punten bepaald zorgelijke dingen in staan:

    • De belastingdienst ziet bij 600.000-800.000 belastingplichtigen bijna zeker fouten staan in de aangifte. Zij controleert er maar 150.000 in 2012;
    • Van de beloofde extra boekencontroles bij kleine ondernemingen komt bijna niets terecht;
    • Bij slechts 20 bedrijven wordt per jaar gekeken of de interne verrekenprijzen kloppen. Dat levert per keer een correctie van gemiddeld 1 miljoen euro op.

    Uit de stukken blijkt dus gewoon dat veel aangiftes — waarvan de belastingdienst zeker weet dat ze fout zijn — niet gecontroleerd worden. Dat is zeer belangrijke informatie wanneer de kamer moet besluiten of zij de belastingdienst moet vragen meer of minder controles uit te voeren. Doordat die informatie niet werd geleverd, kon de Kamer geen geïnformeerd besluit nemen.

    Nu zou je kunnen denken dat deze informatie om toezichtredenen niet aan de Kamer gestuurd werd. Welnu, dan hadden wij hem echt vertrouwelijk kunnen inzien. Ik denk dat er andere redenen zijn.

    Het had demissionair staatssecretaris Wiebes gesierd als hij dat wat ruiterlijker had toegegeven. Per slot van rekening is het niet de eerste keer — denk aan de totaal uit de hand gelopen afvloeiingsregeling — dat hij pas na heftig aandringen informatie stuurt.

    Ook Wiebes' voorganger Weekers vond het blijkbaar belangrijker om het probleem te verbergen dan het op te lossen. Dat is nooit een wijze manier van besturen. Het controleren van belastingplichtingen is moeilijk, maar de controle op de belastingdienst zélf wordt op deze manier zo goed als onmogelijk.

    Over de auteur: Pieter Omtzigt

    Pieter Omtzigt

    Pieter Omtzigt (1974) is sinds 2003 — met een korte onderbreking in 2010 — Tweede Kamerlid voor het CDA. Hij houdt zich bezig met onder andere pensioenen, belastingen, sociale zekerheid, het zorgstelsel en buitenlandse zaken.

    Volg Pieter op Twitter

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 115 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren