© CC0 (Publiek domein)

Een duurzame economie

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws is dat dat mogelijk is, als de economie een echte wetenschap wordt. Maar daar is nogal wat voor nodig. Een omslag in denken, om te beginnen. En een boek. Lees meer

Onze wereld wordt geteisterd door grote structurele problemen. Klimaatverandering, armoede, instortende economieën, om er een paar te noemen. We beschikken over tal van middelen om deze op te lossen. Dat de problemen desondanks blijven bestaan, is volgens wetenschapper Niko Roorda een kwestie van economie. Vrijwel alle grote tragedies in de wereld, meent hij, zijn er doordat we economisch gezien niet begrijpen wat we doen. We moeten toe naar een economisch systeem dat intrinsiek duurzaam is, en hebben een economische wetenschap nodig die dat ontwerpt en invoert. Hierover schrijft Niko Roorda zijn nieuwste boek, en dat wil hij samen met de lezers van FTM doen.

55 Artikelen

Hoe de evolutie van virtuele economische systemen tot meer duurzaamheid kan leiden

Een groot tekort van de huidige economische (proto)wetenschap is het onvermogen om gedegen experimenten te doen met nieuwe systemen. Gelukkig bieden technologische ontwikkelingen een nieuwe manier om daar iets aan te veranderen.

De vorige keer, in mijn publicatie van 1 december, brak ik paragraaf 1.2 af omdat de tekst anders veel te lang zou worden. Vandaag neem ik de draad weer op. Ik ga verder met paragraaf 1.2 en voeg er ook de paragrafen 1.3 en 1.4 aan toe, die korter zijn.

Als je een beeld wilt krijgen van de opzet van het boek, dan kun je ook de volledige inhoudsopgave inzien en downloaden. Je zult begrijpen dat die inhoudsopgave een zeer voorlopig karakter heeft, en veelvuldig wordt bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten en ideeën. Discussies naar aanleiding van mijn publicaties op FTM hebben al meerdere keren tot zulke bijstellingen geleid. Met andere woorden: je deelname aan de discussie heeft echt effect op het boek. Ik hoop dat jullie ermee doorgaan!

De links naar de groeiende literatuurlijst en de voorlopige inhoudsopgave, die ik regelmatig zal updaten, zijn hier te vinden. Ik zal deze locatie voortaan bij elke volgende aflevering even noemen.

De vorige aflevering beschreef het grootste deel van het Pad naar een Structureel Duurzame Economie, en eindigde met een vooruitblik op hoofdstuk 7. Ik pak de draad van het Pad weer op en begin nu met een blik op hoofdstuk 8.

1.2. Het Pad van dit Boek (vervolg)

Hoofdstuk 8: Experimentele economie

In hoofdstuk 4 wordt het al genoemd: een van de zwakten van de huidige economische protowetenschap is het onvermogen om relevante experimenten uit te voeren. Kleinschalige experimenten worden wel gedaan, maar zijn eerder psychologisch van aard dan economisch. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek naar consumentengedrag. Andere experimenten zijn wel economisch van aard, zoals de in hoofdstuk 3 genoemde lokale muntsystemen; maar die zijn in de praktijk niet goed op te schalen naar het niveau van hele landen, continenten of zelfs de gehele wereld.

In het verleden hebben grootschalige experimenten, waaronder het Stalinisme en het Maoïsme, tot gigantische catastrofes geleid. Zij zijn dan ook niet herhaalbaar of ethisch verantwoord.

De nieuwe gereedschappen, genoemd in hoofdstuk 7, geven echter volstrekt nieuwe mogelijkheden om experimenten uit te voeren. Niet in de fysieke werkelijkheid, maar in virtual reality. Ethische problemen geeft dat niet, omdat de echte wereld niet kan worden beschadigd, terwijl toch op grote schaal de economische interactie tussen mensen kan worden bestudeerd. Bijvoorbeeld door middel van MMORPGs: Massively Multiplayer Online Role Playing Games.

In speciaal daartoe te ontwerpen computersimulaties en -spellen waaraan honderdduizenden mensen deelnemen, kan de concurrentie tussen verschillende economische systemen wetenschappelijk bestudeerd worden. Op die manier kunnen zelflerende economische systemen spontaan met elkaar concurreren in een struggle for life, waardoor evolutie plaatsvindt in de richting van steeds duurzamer economieën, op basis van survival of the fittest — waarbij fittest gedefinieerd is als het meest duurzaam. Survival of the Sustainablest, dus.

Langs die weg – door natuurlijke (of liever: virtuele) selectie —  wordt experimenteel ontdekt hoe economische systemen kunnen ontstaan die intrinsiek duurzaam zijn, doordat duurzaamheid als attractor werkt.

Als dat slaagt, is een volgende vraag: hoe trek je die lessen door vanuit virtual reality naar de echte wereld? Dat is zeker geen eenvoudige vraag, net als de erop volgende: Hoe realiseer je in de echte wereld een transitie in de richting van zo’n duurzame economie?

3. De Beweging

Op dat soort vragen is nog geen duidelijk antwoord te geven. Maar één ding is zeker: deelname van velen aan zo’n proces zal essentieel zijn. 

Vandaar hoofdstuk 9, de afsluiting.

Hoofdstuk 9: Viraal gaan

Allerlei mensen en instituten zijn nodig voor het ambitieuze programma om een echte economische wetenschap te creëren en met behulp daarvan de samenleving te ontwikkelen in de richting van structurele duurzaamheid. Als het slaagt, ziet zo’n programma er als volgt uit.

Honderdduizenden mensen in de hele wereld nemen deel aan massale online experimenten, onder meer in de vorm van de al genoemde MMORPGs. Het is van wezenlijk belang dat, hoewel de wereld waarin zij hun spel spelen virtueel is, de mensen echt zijn. Het lijkt misschien verleidelijk om het menselijk gedrag eenvoudig na te bootsen op computers, zodat die in heel weinig tijd en met weinig middelen grootschalige experimenten kunnen uitvoeren in een volledig gesimuleerde wereld. Maar de uitkomsten zouden niet representatief zijn voor de echte wereld, omdat mensen, zelfs in hun eentje, complexe biologische wezens zijn wier soms verstandige maar vaak irrationele gedrag nooit goed na te bootsen is op computers.

Dat betekent ook, dat de deelname van deze honderdduizenden mensen voor hen leuk moet zijn: anders doen ze het eenvoudig niet. Ze dienen ‘verleid’ te worden om mee te doen. Moeilijk hoeft dat niet te zijn: een MMORPG als World of Warcraft had in 2005 al zo’n 12 miljoen bezoekers. Nieuw is dat hun deelname wordt ingezet ten behoeve van grootschalige experimenten waarin economische systemen het tegen elkaar opnemen en dankzij hun onderlinge concurrentie evolueren naar duurzaamheid.

Om dat te bereiken is de inzet nodig van allerlei soorten experts. Marketingdeskundigen zijn sterk in het verleiden van mensen: reclame op tv en internet doet niet anders. Media-experts van allerlei soort helpen hen. Game-ontwikkelaars zijn nodig om prachtige, spannende werelden te creëren met boeiende verhaallijnen. Economen en psychologen bedenken hoe het gedrag van deelnemers zodanig bestudeerd kan worden dat het zinnige lessen oplevert voor de echte wereld. Filosofen, historici, politicologen, juristen en maatschappijcritici bedenken toekomstbeelden die verschillende soorten virtuele werelden opleveren, zodat gediscussieerd kan worden over wat voor soort werelden wenselijker zijn dan andere. Biologen en programmeurs zorgen voor evolutie in die werelden; duurzaamheidsdeskundigen, waaronder milieukundigen, biologen, sociologen en ontwikkelingsdeskundigen, werken samen om uiteenlopende duurzaamheidsdefinities te ontwikkelen die als toetssteen werken voor het concreet maken van het principe van survival of the sustainablest. Literaire schrijvers en filmmakers bouwen er verhalen omheen, om de verschillende werelden en hun scenario’s tot leven te wekken. En deze opsomming is vast nog niet compleet.

Als dan bovendien dit complexe proces ondersteund wordt door brede maatschappelijke discussies, met hulp van alle moderne communicatiemiddelen, dan is dit gehele programma tegelijkertijd een wetenschappelijke studie en een maatschappelijke beweging. Evolveconomics, zou je hem kunnen noemen: een samentrekking van evolvingeconomics

Als dat allemaal lukt, dangaat het hele proces viraal.

Samenwerkende individuen

Massale samenwerking van deskundigen en ‘gewone’ mensen in de samenleving: dat is waar je over praat. Van de deskundigen vraagt dat een aantal bijzondere competenties. Ze gaan interdisciplinair met elkaar samenwerken: over de grenzen van hun eigen disciplines heen, samen met experts van allerlei andere vakgebieden. Sterker nog: ze zullen zelfs transdisciplinair samenwerken, voorbij de disciplines, waarbij ze mensen zonder specifieke deskundigheid serieus nemen en als partners in hun werk betrekken. Het resultaat van hun werk is immers niet alleen van hen, maar van iedereen.

Dat vraagt van de deskundigen nog meer bijzondere competenties, waaraan niet ieder van hen gewend is. In de loop van dit boek zullen die bijzondere competenties een voor een de revue passeren, steeds wanneer één ervan relevant is in de tekst. 

Figuur 1.6. De Zeven Competenties van de Duurzame Professional. 

Samen worden ze De Zeven Competenties van de Duurzame Professional genoemd, of ook wel: RESFIA+D (zie figuur 1.6), naar de (Engelse) initialen van die zeven competenties. 

Een van de zeven is Emotionele Intelligentie(afgekort: E). Die bestaat uit drie delen, waarvan er een zojuist al genoemd werd.

RESFIA+D: Emotionele Intelligentie.

Competentie E3. Een duurzame professional kan:

Inter- en transdisciplinair samenwerken.

Lees verder Inklappen

Het geheel van competenties zal in hoofdstuk 9 samen gepresenteerd worden, en er zal aan de lezer een eenvoudig hulpmiddel geboden worden om de eigen competenties voor duurzame ontwikkeling te toetsen. Ook enkele andere praktische instrumenten worden daar beschikbaar gemaakt.

Organisaties

Als de wereldwijde samenleving er meer en meer in slaagt om te evolueren naar een structureel duurzame wereld, zal dat allerlei gevolgen hebben voor organisaties, waaronder: bedrijven, ideële organisaties, onderwijs- en zorginstellingen en overheden. 

Maar ook het omgekeerde is waar: organisaties kunnen ook bijdragen aan het op gang brengen van zo’n evolutie. Door zich gericht voor te bereiden op mogelijke toekomstontwikkelingen; door als organisatie deel te nemen aan maatschappelijke discussies of die te faciliteren; en gewoon door fatsoenlijk te opereren. 

Hoofdstuk 9 biedt ook een aantal praktische hulpmiddelen voor organisaties, bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van een toekomstgerichte identiteit.

De economie: het systeem, de wetenschap en het onderwijs

Tot slot kijkt het boek in vogelvlucht naar drie facetten van de economie: het wereldwijde economische stelsel; de tak van wetenschap; en de consequenties voor het economieonderwijs aan universiteiten en scholen. Dat er zulke consequenties zijn, spreekt vanzelf.

Voordat dit programma in de komende hoofdstukken uitrolt, zijn een tweetal begrippen van cruciaal belang: impetuswoorden en protowetenschap. Maar voordat we daar aan toe komen, moeten we eerst terug in de tijd.

​​​​​​4. Op een zaterdag in de zeventiende eeuw

De wetenschap werd geboren op een zaterdag.

In het jaar 1687, om specifiek te zijn, op 5 juli. Op die zaterdag werd namelijk de Philosophiæ Naturalis Principia Mathematica gepubliceerd. Het belangrijkste boek van Sir Isaac Newton – toen nog geen Sir – heette, vrij vertaald in het Nederlands, Natuurfilosofie op Wiskundige Grondslag. In dat boek formuleerde Newton natuurwetten voor bewegingen en krachten, waaronder de zwaartekracht: wetten die tot op de dag van vandaag op iedere middelbare school in de hele wereld onderwezen worden. Het was een doorbraak: nog nooit eerder was een bepaald vakgebied zo duidelijk in kaart gebracht op basis van feiten. Waarnemingen. 

Die waarnemingen waren op een systematische manier gedaan. Niet alleen door Newton zelf, maar vooral ook door voorgangers, zoals Tycho Brahe, Johannes Kepler en Galileo Galilei. Zij bestudeerden de bewegingen van planeten (waaronder de Aarde) en manen (waaronder de onze). Newton, die door velen beschouwd wordt als het grootste genie aller tijden, gebruikte alle waarnemingsresultaten om zijn beroemde bewegingswetten te formuleren: we noemen ze nog steeds de ‘drie wetten van Newton’. Hij introduceerde ook het begrip ‘zwaartekracht’ (‘gravity’), waarmee hij de bewegingen van planeten en manen, maar tegelijk ook die van vallende of gegooide voorwerpen op Aarde kon doorrekenen. En zelfs ook: voorspellen, met behulp van de wiskundige formules die hij daartoe had opgesteld.

Daarmee was de oudste wetenschap geboren: die van de natuur- en sterrenkunde.

Waarom was de natuurkunde de eerste wetenschap? Waarom niet bijvoorbeeld de biologie of de economie? Om een heel eenvoudige reden: het vakgebied van de natuurkunde is het gemakkelijkst.

Wie een modern boek over bijvoorbeeld de kwantummechanica doorbladert, zal dat misschien niet direct zo zien. Maar in de beginnersgebieden van de natuurkunde gaat het over heel simpele dingen. Over een planeet die een jaarlijks baantje om de zon trekt, waarbij beide, planeet en zon, voor de eenvoud worden opgevat als structuurloze stippen in de vrije wereldruimte. Of het gaat over een ronde kogel die de mond van een kanon verlaat, op weg naar een stadsmuur die verbrijzeld dient te worden. De planeetbaan heeft de vorm van een ellips. Die van de kogel een parabool, en dat weten we al honderden jaren — dankzij Newton.

Dit zijn allemaal kinderlijk eenvoudige processen, als je ze vergelijkt met hoe een plant groeit. Een planeet, beschreven als een stipje, is veel simpeler dan een bloemknop of een aandelenkoers.

Newtons boek wordt vaak kortweg de Principia genoemd. De volledige titel laat echter zien dat Newton zelf niet sprak van wetenschap maar van natuurfilosofie. Daaruit blijkt waar de oorsprong ligt van deze nieuwe vorm van menselijke creativiteit: in de filosofie. Op de een of andere manier heeft de wetenschap zich dus ontwikkeld uit de filosofie. Hoe dat in zijn werk ging, is leerzame leerstof voor economen.

Vanzelfsprekend werd er al duizenden jaren druk gediscussieerd over natuurkundige onderwerpen. Door Aristoteles (384 – 322 v. Chr.) bijvoorbeeld, die in zijn boek Metaphysica (ca. 330 v. Chr.) stelde dat de planeten in cirkelbanen bewegen omdat dat hun ‘natuurlijk gedrag’ was: ze bevonden zich immers in bolvormige ‘Hemelse sferen’. Deze opvatting bleef gedurende de gehele middeleeuwen fier overeind. En in diezelfde middeleeuwen vermoedden de kanon-experts dat hun kogelbanen uit drie delen bestonden: eerst een recht gedeelte schuin omhoog, vervolgens een stukje van een cirkel, en tenslotte een val recht omlaag. Dankzij deze veronderstelling zullen heel wat vestingmuren overeind zijn gebleven.

Zulke beweringen werden niet regelmatig empirisch getoetst. Dat was geen wonder, want niet alleen de juiste apparatuur ontbrak daarvoor, ook de interesse. Het testen van vermoedens werd vooral in het hoofd gedaan en niet met de ogen: intuïtie en gevoel voor logica waren de toetssteen, niet de waarnemingen. 

Om die reden moet de natuurkunde van de klassieke oudheid en de middeleeuwen niet als wetenschap beschouwd worden maar als filosofie: metafysica.

Tijdens en na de Renaissance kwam daar geleidelijk verandering in. Bijna iedereen kent de verhalen van Copernicus (1473 – 1543), die opschreef dat de planeten weliswaar in cirkelbanen bewegen, maar niet rondom de Aarde: ze bewegen rondom de Zon. En van Galilei (1564 – 1642), die dat eveneens beweerde, hetgeen hem in een kerkelijk strafproces deed belanden. Het was ook Galilei die als eerste een telescoop op de hemel richtte en daarbij de kraters op de maan ontdekte, de manen van Jupiter en de ring rondom Saturnus. ‘Ansae’, noemde hij die: ‘handvaten’.

In diezelfde periode nam de kwaliteit van het werk van de instrumentmakers sterk toe. Daardoor ontstonden verfijnde sterrenkundige apparaten: naast de telescoop had je nu ook de quadrant en de sextant, het parallacticum, en een sterk verbeterd astrolabium (zie figuur 1.7). Plus, heel belangrijk: nauwkeurige uurwerken. Met behulp daarvan konden waarnemingen gedaan worden die zeer veel betrouwbaarder waren dan voorheen, zoals de Deen Tycho Brahe (1546 – 1601) bewees.

Figuur 1.7. Quadrant, sextant en parallacticum.

Ook de wiskunde maakte in die tijd flinke sprongen vooruit. Het was Johannes Kepler (1571 – 1630), assistent van Brahe, die nieuwe wiskundige methoden toepaste op de jongste waarnemingsgegevens, nadat hij die had gestolen van zijn opdrachtgever. Een van zijn sensationele conclusies was dat de planeten helemaal niet in cirkelbanen bewegen, maar in ellipsen.

Tot slot

Tot zover paragraaf 1.4. Op de introductie van de twee begrippen ‘impetuswoord’ en ‘protowetenschap’ in paragraaf 1.5 en 1.6 zul je helaas nog even moeten wachten. Omdat de verwachting is dat veel leden en volgers van Follow the Money in de kerstperiode andere dingen aan hun hoofd hebben, schuiven we de regelmaat van publicaties ietwat op. De volgende aflevering kun je begin januari tegemoetzien. In die aflevering maak ik met de introductie van de twee genoemde kernbegrippen hoofdstuk 1 compleet.

In januari ga ik tevens hoogleraren en andere experts benaderen om ze te vragen, lid te worden van de Wetenschappelijke Adviesraad. Als dat goed loopt, wordt dat het tweede adviesorgaan voor het project. Want er is ook de prachtige Denktank, die in de afgelopen maanden is gegroeid tot een omvang van veertien leden: de meeste van hen zijn masterstudenten of alumni, elk met een eigen discipline die van belang is voor het project. Veel van de nieuwe Denktankleden zijn via Follow the Money bij het project terechtgekomen, wat opnieuw laat zien hoe belangrijk FTM is.

Mocht je een hoogleraar zijn of op een andere manier vergevorderde expertise en ervaring bezitten die cruciaal is voor het boek en het bijbehorende project, dan hoef je niet af te wachten tot ik je benader voor de Wetenschappelijke Adviesraad. Ik nodig je uit om met mij contact op te nemen: via FTM of via mijn email, die je kunt vinden op https://niko.roorda.nu.

Verder plaats ik hier een oproep aan enthousiaste en maatschappelijk betrokken game developers. Daarmee doel ik zowel op personen die professionele online games maken – denk aan de MMORPG’s – als op bedrijven die games (laten) ontwikkelen en op de markt brengen. Als je wilt meewerken: laat van je horen, alsjeblieft.

Ik wens alle lezers een goede jaarwisseling.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 762 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 1714 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier