© José Roberto V. Mora: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Amazing_Planet_Earth_-_panoramio.jpg

    Toen de mensen zich in de loop van honderdduizenden jaren over de aarde verspreidden, troffen ze overal gebieden aan die ze mooi of nuttig vonden en wilden hebben. En die ze daarna, indien nodig, met hand en tand (en later met tanks) verdedigden tegen anderen: ‘Van mij!’ Niko Roorda vervolgt hoofdstuk 3 van zijn boek.

    Vooraf

    Oei! Mijn Latijn is niet super. Misschien weet je nog dat ik een paar afleveringen geleden een ziekte introduceerde, de pervertitis economicus? Ik wist dat ik me daarmee taalkundig op glad ijs begaf, en dat bleek: ik werd direct op de vingers getikt (door mijn broer, die gymnasium gedaan heeft): dat moet natuurlijk pervertitis economica zijn, want pervertitis is vrouwelijk. Taalkundig gezien, uiteraard.. Vanaf nu is dat dus de naam van de economische ontstekingsziekte waar ik (en jullie allemaal) aan lijd.

    Met het definiëren van deze gemene ziekte sloot ik hoofdstuk 2 (over waarde en geld) af en begon aan hoofdstuk 3 (over weeffouten, onduurzaamheid en de economische wortels daarvan). In de twee vorige afleveringen introduceerde ik een overzicht, onder meer van het begrip ‘duurzame ontwikkeling’, de SDG’s, de Triple P en de door mijzelf gedefinieerde Triade.

    Vandaag begint het lange inhoudelijke gedeelte van hoofdstuk 3. Als eerste pak ik de planet-groep, waarbij ik gebruik maak van de indeling volgens de Triade. Voor je gemak herhaal ik figuur 3.2 even. In de aflevering van vandaag ga ik in op het vakje linksboven: Verovering.

    Figuur 3.2. Negen groepen weeffouten

    3.2. Ecologische onduurzaamheid (‘planet’)

    Deze en de volgende twee paragrafen (3.3 en 3.4) zijn elk gewijd aan een van de P’s van de Triple P. Elke paragraaf is ingedeeld volgens de triade pakkenspelenbreken, geïntroduceerd in de vorige aflevering. In de huidige paragraaf, die over planet gaat, over ecologische duurzaamheid dus, betekenen die drie begrippen respectievelijk: veroverenvervuilenvernietigen. Deze drie woorden zullen achtereenvolgens gekoppeld worden aan drie voorname economische thema’s: eigendom; waarde; en handel & vrije markt.

    3.2.1. Verovering (‘pakken’)

    De planeet Aarde, met alles erop en eraan, is in eigendom genomen door de mensen. De wereld is van ons, althans volgens onszelf. Volgens veel van ons, in elk geval.

    Toch is ‘eigendom’, niet als woord maar als het concept ‘van mij!’, niet als eerste door mensen uitgevonden. Kijk naar een hond die een bot heeft: heb je wel eens geprobeerd om een pitbull die grommend zijn tanden laat zien, een bot af te pakken? Goed, honden zijn door mensen gefokt. Maar je kunt ook denken aan een tijger in het wild: zou je die een prooi durven afpakken? Tijgers verdedigden hun bezittingen al voordat er mensen waren.

    Ook gebieden, zoals bossen, steppen en moerassen, worden in eigendom genomen. Dat gebeurde honderd miljoen jaar geleden al, in een periode dat de dinosauriërs de wereld domineerden. Mieren bestaan al zeker honderd miljoen jaar, zonder veel wijzigingen: ze zijn een langlopend succesnummer van de evolutie. Het mierlijke territorium wordt met hand en tand tegen soortgenoten van andere nesten verdedigd, of juist met grof geweld op hen veroverd, wat tevens laat zien dat oorlog al evenmin door mensen is uitgevonden.

    Het zijn niet alleen mieren die oorlog voeren. Onze naaste verwanten, de chimpansees, kunnen er ook wat van: groepen chimpanseemannen trekken eropuit wanneer het leefgebied van hun groep te klein is geworden. Ze vechten met de mannen van naburige groepen, doden er een aantal en pakken hun land af. Zo rapporteerde Jane Goodall over de gruwelijke, vier jaar durende ‘Gombe Chimpansee Oorlog’ die zich tussen 1974 en 1978 in Tanzania voltrok. John Mitani beschreef zelfs een tien jaar durende oorlog tussen groepen chimpansees in Oeganda, waarbij minstens achttien doden vielen.

    3.2.1.1. Rechtmatig eigendom

    Eigendom en afpakken bestonden dus allang voordat mensen ten tonele verschenen. Maar we hebben wel iets nieuws toegevoegd. Om te beginnen is dat het woord ‘eigendom’, als uitdrukking van het bewuste besef dat we heer en meester zijn over zaken als goederen, gebieden, ideeën, dieren en zelfs andere mensen.

    Filosofen schreven boeken om ons eigendomsrecht met ethische of morele gronden te onderbouwen

    Een tweede menselijke innovatie is dat we pogingen doen om onszelf uit te leggen waarom het ‘juist’, ‘goed’, ‘rechtvaardig’ of op zijn minst ‘rechtmatig’ is dat we zulke zaken in eigendom hebben. Religieuze leiders verklaren dat het gaat om een door God gegeven recht, in de vorm van eigendom of van rentmeesterschap. Filosofen schreven boeken om ons eigendomsrecht met ethische of morele gronden te onderbouwen. Belangrijke bijdragen zijn onder meer geleverd door Plato (ca. 380 v.C.), Aristoteles (ca. 350 v.C.), Thomas Hobbes (1642), David Hume (1739) en Karl Marx (1862). Daarbij schreven zij zowel over particulier eigendom, waarbij individuele mensen eigenaar van iets zijn, als over gemeenschappelijk eigendom, waarbij een grotere groep, bijvoorbeeld een land, gezamenlijk eigenaar is.

    John Locke nam een interessant standpunt in. In 1689 schreef hij: ‘Hoewel de aarde, en alle lagere wezens, gemeenschappelijk van alle mensen zijn, heeft toch ieder mens het eigendom van zijn eigen persoon: niemand heeft daar enig recht op behalve hijzelf. De arbeid van zijn lichaam en het werk van zijn handen zijn geheel van hem. Dus als hij iets verwijdert uit de staat waarin de natuur het heeft verschaft en het vermengt met zijn arbeid of met iets dat van hem is, dan maakt hij het daardoor zijn eigendom.’

    Dus wie een stuk grond met zijn zweet vermengt door het te bewerken, wordt er automatisch de eigenaar van, meende Locke. Op voorwaarde dat je de eerste bent die dat doet, want anders is het stuk grond al het eigendom van iemand anders. Waarbij dan bovendien de beperking geldt dat die ‘iemand anders’ lid moet zijn van de species homo sapiens, anders telt het niet. Dieren, niet zijnde mensen, kunnen geen eigenaar zijn.

    Homo Sapiens

    Het wonderlijke is dat onze voorouders ooit evenmin homo sapiens waren. Er was een tijd dat er nog geen ‘wijze mensen’ op aarde rondliepen. Dat veranderde, toen sommige primaten rechtop gingen lopen en steeds grotere hersenen kregen. Ergens in die tijd moet ons (volgens religies en filosofen) rechtmatige eigenaarschap begonnen zijn. Of misschien pas later, toen de eerste vaste woonplaatsen werden ingericht?

    Als je vraagt hoe oud de mensheid is, is het antwoord momenteel: ruim driehonderdduizend jaar. Maar dat getal zou nog kunnen schuiven onder invloed van toekomstige nieuwe vondsten. De oudste archeologische resten die tot nu toe zijn gevonden, zijn aangetroffen in Marokko. Ze zijn naar schatting 315.000 jaar oud, en ze vertonen als eerste onmiskenbaar de kenmerken van de moderne mens.

    Al geruime tijd daarvoor hadden zich andere diersoorten van ‘onze’ tak aan de evolutionaire stamboom afgescheiden – of wij van de hunne, want het is maar net hoe je het zien wilt. Veertien miljoen jaar geleden gingen orang-oetans en wij elk onze eigen weg; acht miljoen jaar geleden de gorilla’s. Twee miljoen jaar na het afscheid van de gorilla’s was er opnieuw een splitsing, toen wij – onze voorouders dus – één kant op gingen en een andere mensaap de andere kant, langs een tak van de stamboom die nog eens vier miljoen jaar later zou opsplitsen in de huidige chimpansees en bonobo’s.

    Onze eigen tak, dat wil zeggen de in Afrika wonende tak waaruit de moderne mens voortkwam, splitste daarna nog vele malen. De meeste soorten die daaruit voortkwamen, zijn al lang geleden uitgestorven: het was een komen en gaan van mensapen en mensachtigen. Minder dan een miljoen jaar geleden, toen ‘wij’ al vrij duidelijk mensachtige trekken hadden, splitste onze tak opnieuw. Zo ontstonden – ergens tussen 800 en 400 duizend jaar geleden, volgens Dawkins & Wong – de Neanderthalmensen, die Afrika verlieten en zich in Europa en Azië vestigden. Later scheidden zich van hun tak de (wat minder bekende) Denisovamensen af: nog een nieuwe mensensoort.

    ‘Wij’ vervolgden ons eigen evolutiepad en vertoonden minstens 315.000 jaar geleden eigenschappen die kenmerkend zijn voor de moderne mens, homo sapiens. Vervolgens deden wij hetzelfde als homo neanderthalensis en zwermden eveneens vanuit Afrika uit naar Europa en Azië. De oudste sporen daarvan die tot nu toe gevonden zijn, bevinden zich in het huidige Israël en zijn circa 180 duizend jaar oud. Ergens tussen 120 en 80 duizend jaar geleden betraden wij ook het gebied dat nu China heet, waarna Australië op zijn laatst 45 duizend jaar geleden bereikt werd.

    Honderdduizend jaar geleden leefden er minstens zes mensensoorten tegelijk. Maar 25 duizend jaar geleden was homo sapiens – wij dus – de enige nog levende mensensoort. Het was waarschijnlijk rond die tijd, gedurende een felle ijstijd, dat Amerika voor het eerst door mensen werd betreden. Zij kwamen uit Azië en arriveerden in Alaska via de dankzij de ijstijd tijdelijk drooggevallen Beringstraat: door het massieve landijs was het zeeniveau verlaagd. Helemaal zeker is die intocht niet: er bestaan ook alternatieve theorieën over de eerste Amerikanen. In Alaska konden de mensen als gevolg van de barre ijsvlakten duizenden jaren niet verder. Maar vanaf 17 of 16 duizend jaar geleden begonnen ze aan een lange gebiedsuitbreiding in de richting van de uiterste punt van Zuid-Amerika, waar ze rond 13 duizend jaar geleden arriveerden.

    De laatste, geïsoleerde stukjes land volgden nog niet zo heel lang geleden. De Melanesische eilanden kregen menselijke bewoning vanaf misschien vijfduizend jaar voor nu. Via Polynesië werd Hawaï rond 400 na Christus bereikt, waarna Paaseiland vermoedelijk rond 800 of zelfs pas rond 1200 volgde. De hekkensluiter was Antarctica, dat in 1773 bijna werd ontdekt door James Cook, maar pas echt in 1820 door meerdere expedities. De eerste mens die het continent betrad was vermoedelijk scheepskapitein John Davis in 1821. Pas in 1978 werd er voor de eerste keer een mens geboren op Antarctica.

    En nu is de hele wereld van ons.

    Mensen, mieren en andere dieren

    Is dat zo? Is de wereld van ons? Het is boeiend om eerst eens te onderzoeken wat zo’n bewering betekent vanuit een getalsmatige benadering. Het aantal mensen zit momenteel ergens tussen 7 en 8 miljard. De totale massa van alle mensen op aarde is 350 tot 400 miljard kilogram.

    Als we de mieren konden vragen van wie de wereld is, zouden ze vermoedelijk zeggen: ‘Van ons.’

    Als we de mieren konden vragen van wie de wereld is, zouden ze vermoedelijk zeggen: ‘Van ons.’ Niet alleen waren ze hier veel eerder dan wij, ze bewonen net als wij alle continenten. Met uitzondering van Antarctica, hoewel het bepaald niet ondenkbaar is dat ze daar inmiddels ook zijn, meegelift met menselijke reizigers. Volgens Hölldobler & Wilson zijn er 10 tot de macht 15 of 10 tot de macht 16 mieren ter wereld, dat is één miljoen mieren per mens. Jonathan Loh schat hun aantal nog hoger, namelijk 10 tot de macht 19. Als dat waar is, wegen de mieren acht keer zoveel als de mensen: wel drie biljoen kilogram. Gemiddeld merkt een mier weinig tot niets van de aanwezigheid van mensen, dus het zou logisch zijn als de mieren zichzelf tot koning van de planeet en als hoogtepunt en einddoel van de evolutie zouden benoemen – als ze dat konden.

    Je kunt dezelfde vraag stellen aan de bacteriën: van wie is de aarde? Als ze konden antwoorden, zouden ze ons vertellen dat er geen twijfel is dat zij de eigenaars zijn van de planeet; er zijn meer dan 10 tot de macht 30 bacteriën, met een gezamenlijk gewicht dat drieduizend maal zo groot is als dat van de mensheid. Bacteriën komen op alle continenten en in alle zeeën voor, hoog in de lucht, diep in de grond, in vulkanen en op de bodem van oceaantroggen. Bacteriën doden mensen effectiever dan andersom, dus: wie zou er nu de baas zijn? Zelfs je eigen lichaam bevat meer bacteriën dan menselijke lichaamscellen: feitelijk ben je vooral een aangename behuizing voor meer dan een kilogram bacteriën, die samen ieder van ons keurig hebben getemd: we voeden ze, we beschermen ze tegen de omgeving en we voeren hun afval af. Ze berijden ons zoals wij paarden berijden. We kunnen ze niet eens missen: zonder bacteriën gaan we dood. Lang nadat de mens uitgestorven is, zullen de bacteriën nog steeds floreren.

    En dan kun je die vraag natuurlijk ook aan de ratten stellen. Ook daarvan zijn er meer dan mensen, en we hebben veel van onze woningen zo gebouwd dat ze op prettige wijze huisvesting bieden aan grote rattenfamilies. Niet alleen onze huizen trouwens, ook onze tuinen, fabrieken, vuilnisbelten, parken, graansilo’s en schepen. Ook zij hebben ons getraind om goed voor hen te zorgen.

    Maar: mieren, bacteriën en zelfs ratten zijn veel kleiner dan wij, en we zijn geneigd ze te negeren wanneer we stellen dat de wereld ‘van ons’ is. Die uitspraak krijgt dus pas de betekenis die wij ermee bedoelen, wanneer we ons richten op dieren die ruwweg even groot zijn als wij: we kijken liefst niet naar de micro- maar naar de macrowereld.

    Case 3.2. Baars, naamloos

    R.:     U bent de heer, eh ... baars, naamloos, optredend als vertegenwoordiger van de groepering ‘Hang die Haak maar in Jezelf’?

    b.:     .....

    R.:     Pardon, wilt u antwoord geven?

    b.:     .....

    V.      (fluisterend): De heer baars, naamloos, kan niet praten, edelachtbare, hij heeft namelijk geen stem.

    R.:     Moet ú me dat vertellen? U bent de gedaagde. U bent zijn tegenpartij!

    V.:     Jawel, maar ik ben de enige die wél kan praten. Dus ik vertegenwoordig hem, zo’n beetje.

    R.:     O, juist. Hoezo heeft hij geen stem?

    V.:     Hij bezit geen stembanden.

    R.:     Wat een flauwekul! En is daar helemaal niets aan te doen?

    V.:     Wel, ik veronderstel dat we een stel stembanden bij hem kunnen implanteren.

    R.:     Goed, doe dat dan, en laat ‘m dan pas weer terugkomen!

                      =                =                =

    R.:     U bent de heer baars, naamloos, vertegenwoordiger van ‘Hang die Haak maar in Jezelf’?

    b.       (met een groot litteken onder zijn mond):  .....

    R.:     Ja hoor eens, als u helemaal niets zegt, kunt u niet verwachten dat u hier iets kunt bereiken!

    b.:     .....

    R.       (fluisterend): Zeg, wat is er nou weer, waarom praat die knul niet?

    V.:     Hij heeft geen longen om zijn stembanden van wind te voorzien, edelachtbare.

    R.:     Hè? Wel, plant die dingen dan ook maar in of op zijn lijf, en tot die tijd wil ik hem hier niet meer zien, ja!

                      =                =                =

    R.:     U bent baars, naamloos, van die club van ‘Hang die Haak en zo’?

    b.       (nu met een grote vlezige zak die aan zijn lijf hangt):  .....

    R.:     Meneer Visser, wat is er nu weer aan de hand? Hij heeft nu toch longen?

    V.:     Jawel, edelachtbare. Maar hij heeft geen spraakcentrum in zijn hersenen. Dus hij kan nog steeds niet praten, en hij zal het ongetwijfeld ook nooit kunnen. En hij kan ook geen pijn voelen. Dat blijkt wel, want anders had hij ook wel een stem om te gillen.

    R.:     O. Is dat zo?

    V.:     Vanzelfsprekend. Zal ik het u demonstreren?

    R.:     Goed, goed.

    V.      (verricht enige handelingen bij de heer baars, naamloos)

    b.       (hevig spartelend, nu met een haak in zijn bek):  .....

    V.:     Ziet u wel!

    R.:     Inderdaad, dat is duidelijk genoeg. Dan kan ik zonder nadere overweging aan de uitspraak beginnen. Hm. De eis van baars, naamloos, is...

    V.:     Ogenblikje nog, als u het goed vindt. De zaak is namelijk nog eenvoudiger.

    R.:     Hoe bedoel je?

    V.:      Wel, ziet u, de heer baars, naamloos, bezit helemaal geen rechtspersoonlijkheid.

    R.:     Wat? Hoezo, geen rechtspersoonlijkheid? Hij is toch een natuurlijke persoon?

    V.:     Eh, dat inmiddels ook niet echt meer, vrees ik. Maar hij heeft zelfs nog nooit van zijn leven rechtspersoonlijkheid bezeten.

    R.:     Wat? Waarom niet?

    V.:     Omdat hij een eh, vis is. Daarom wordt er ook op hem gevist.

    R.:     Ja, nogal logisch. Dus ik zit mijn tijd hier een beetje te verdoen. De zaak is geseponeerd! Griffier, de volgende!

    G.      (luid): DE ZAAK VAN DE HEER HAAS, NAAMLOOS, NAMENS ACTIEGROEP ‘STOP DE WONING

    Lees verder Inklappen

    De case illustreert dat filosofen zoals John Locke wel in prachtige volzinnen kunnen uitleggen dat het volkomen rechtvaardig is dat mensen eigendommen kunnen hebben, waaronder stukken grond, maar dat de historische werkelijkheid gewoon is dat we gepakt hebben wat we wilden hebben. Het enige recht dat wij toepasten was het ‘recht van de sterkste’. Met als kanttekening dat ‘wij’ gedefinieerd is als ‘leden van de club Homo Sapiens’.

    Tenslotte

    Natuurlijk: er zijn ook andere manieren om aan te kijken tegen de relatie tussen mensen, dieren en de natuur als geheel. Volgende keer ga ik daarop in, aan de hand van prachtige teksten zoals die van opperhoofd Seattle (in de versies waarin wij daar thans over beschikken), het Earth Charter en meer. Daarna bekijk ik wat we daaruit kunnen leren over ons gevoelsmatige en economische begrip ‘eigendom’, en wat dat zou kunnen betekenen voor onze economische theorieën.

    Die volgende aflevering laat even op zich wachten. Ik ga een poosje zomervakantie vieren (fietsen in Friesland!). Tevens vermoed ik dat velen van jullie om vergelijkbare redenen afwezig zullen zijn. Dus ik maak even pas op de plaats. Mijn volgende aflevering mag je verwachten op vrijdag 31 augustus. Tot die tijd: prettige vakantie!

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 523 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 841 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Volg dossier