Belastingontwijking: leuker kunnen ze het op de Zuidas niet maken. Wel makkelijker. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden.

 

Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij het doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

62 artikelen

© Bart Maat / ANP

Hoekstra’s tropische belastingparadijs

1 Connectie

Personen

Wopke Hoekstra
20 Bijdragen

De Pandora Papers hebben een investering van Wopke Hoekstra in een Afrikaans safaribedrijf via een belastingparadijs aan het licht gebracht. Er was geen sprake van belastingontduiking, maar dat is niet het hele verhaal. Onderzoek laat zien hoe het safaribedrijf jarenlang een agressieve belastingstructuur lijkt te hebben gebruikt om Afrikaanse belastingen te ontwijken.

Na de Panama Papers (2016) en de Paradise Papers (2017) onthulden de Pandora Papers (2021) een groot aantal offshore-structuren van politici en enkele van de rijkste mensen ter wereld. Meerdere Europese politici werden aangetroffen in dit enorme datalek van dienstverleners in de offshore-industrie. Naast de Tsjechische premier Andrej Babiš, de Montenegrijnse president Milo Ðukanović en de Oekraïense president Zelenskiy, dook de naam van de Nederlandse minister van Financiën Wopke Hoekstra op in de gelekte stukken.

Tot aan zijn beëdiging als minister van Financiën in 2017 maakte Hoekstra deel uit van een particuliere investeringsclub die nog steeds gebruik maakt van een brievenbusfirma op de Britse Maagdeneilanden, een bekend belastingparadijs in het Caribisch gebied. De Pandora Papers koppelden ook Tom Swaan, voorzitter van de raad van commissarissen van ABN Amro, Maarten Muller, commissaris bij Van Lanschot Kempen, en Alexandra Schaapveld, commissaris bij de Franse bank Société Générale, aan deze investeringsclub.

De investeringsclub gebruikte de brievenbusmaatschappij om in het Afrikaanse safaribedrijf Asilia Africa te investeren. Brievenbusmaatschappijen worden vaak gebruikt om investeringen te verbergen, vooral voor belastingdiensten. In een reactie op de stortvloed aan negatieve berichtgeving over zijn belegging via een belastingparadijs onderstreepte Hoekstra geen belasting te hebben ontdoken. ‘Ik heb deze [investering] altijd gemeld bij de Belastingdienst.’ Door een buitenlands avontuur van een oude vriend te steunen, zei Hoekstra iets goeds te hebben willen doen.

Agressieve belastingontwijking?

Maar daarmee is de kous niet af. De vraag rijst of het safaribedrijf een agressieve fiscale structuur heeft gebruikt om belastingen in Afrika te ontwijken. Hoewel agressieve belastingontwijking niet illegaal is, neemt de maatschappelijke kritiek daarop de laatste jaren toe. Hoekstra erkende tijdens een debat in de Tweede Kamer dat hij zich nooit heeft verdiept in de fiscale structuur van het Afrikaanse safaribedrijf. Hij stelde niet op de hoogte te zijn van enige agressieve belastingontwijkingspraktijken in Afrika: ‘Ik heb geen kennis van de [..] specifieke dingen die de start-up heeft gedaan. Dat weet ik gewoon niet.’

Deze opmerking was voor mij aanleiding om Asilia Africa onder de loep te nemen en te onderzoeken of het safaribedrijf ten tijde van Hoekstra’s investering gebruik heeft gemaakt van een agressieve belastingontwijkingsstructuur. Mijn analyse is gebaseerd op openbare informatie over Asilia Africa. Die heb ik voornamelijk aangetroffen op hun eigen website en in online bedrijfs- en handelsmerkenregisters. Ik beschik niet over de belastingaangiften van het safaribedrijf. Die zijn vertrouwelijk en niet openbaar. Onderstaande bevindingen dienen daarom met enige terughoudendheid te worden geïnterpreteerd.

De activiteiten en bedrijfsstructuur van Asilia Africa

Asilia Africa, opgericht in 2009, stelt ‘een authentieke Oost-Afrikaanse safari-ervaring aan te bieden die een positieve impact heeft op de cruciale wildernisgebieden van Afrika’. Elk jaar weet het safaribedrijf, dat over diverse lodges en kampen in Tanzania en Kenia beschikt, toeristen uit de hele wereld te verleiden om over de vlaktes van Oost-Afrika te trekken. Hier kunnen zij de schoonheid aanschouwen van het Serengeti National Park en het wildreservaat Masai Mari en onder meer olifanten, giraffen en zebra’s in levenden lijve zien.

Asilia Africa organiseert ook reizen naar het tropische Zanzibar, een groep van ruim vijftig eilanden in de Indische Oceaan, dat vooral bekendheid geniet als tropische snorkel- en duikbestemming. Daarnaast is het bedrijf activiteiten aan het opstarten in Rwanda en Oeganda, twee populaire bestemmingen om gorilla’s in de wildernis te spotten.

Deze safari-activiteiten ogen zeer Afrikaans. Maar nadere bestudering van de bedrijfsstructuur van het safaribedrijf leert dat de lokale safari-activiteiten in Kenia en Tanzania op een creatieve wijze worden gecombineerd met een papieren constructie met twee offshore-bedrijven op Mauritius, die in de lucht worden gehouden door dienstverlener MITCO. Mauritius is een eiland in de Indische Oceaan, op ruim 2000 kilometer afstand van de zuidoostkust van het Afrikaanse continent.

Onderstaand overzicht laat zien wat er publiekelijk bekend is over de bedrijfsstructuur van Asilia Africa.

Vereenvoudigd overzicht van de bedrijfsstructuur van Asilia Africa, met de belastingtarieven van de verschillende landen. Het belang van Asilia Africa Limited in Asilia Africa UK LTD, een reisbureau gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, is hierin niet opgenomen.

Candace Management Limited, gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, is de overkoepelende brievenbusmaatschappij die de investeringsclub gebruikt. Candace investeert in de moedermaatschappij van het Afrikaanse safaribedrijf: AfricanSpirit Group Limited. Sinds haar oprichting in 2009 is AfricanSpirit Group geregistreerd op de vierde verdieping van MITCO (Mauritius International Trust Co. Ltd) in Ebene, Mauritius. MITCO is een van Mauritius’ grootste trustmaatschappijen die diensten verleent aan offshore-bedrijven. Dat zijn bedrijven die doorgaans weinig of geen werknemers op loonlijst hebben staan. Zij zijn veelal niet daar gevestigd waar ze hun kernactiviteiten uitoefenen, maar op locaties waar de geheimhouding hoog en de belastingdruk laag is.

Het Mauritiaanse moederbedrijf fungeert als houdstermaatschappij voor verschillende bedrijven in Kenia en Tanzania, van waaruit de safarilodges en -kampen worden geëxploiteerd en safaritochten worden georganiseerd. AfricanSpirit Group is eigenaar van Asilia Africa Limited, dat eveneens door MITCO wordt beheerd. De algemene voorwaarden op Asilia Africa’s website laten zien dat de verkoop- en boekingsinfrastructuur van het safaribedrijf door deze offshore-vennootschap wordt beheerd. Daarnaast blijkt uit online handelsmerkregisters dat dit bedrijf de juridisch eigenaar is van het merkrecht (bedrijfsnaam en logo) Asilia Africa.

Tot slot bezit de AfricanSpirit Group de aandelen in Asilia Lodges and Camps Ltd, gevestigd in Kaapstad, Zuid-Afrika. De website van Asilia Africa laat zien dat daar diverse gecentraliseerde diensten voor het safaribedrijf worden uitgevoerd, waaronder personeelszaken en de boekhouding.

De belastingontwijkingstructuur van Asilia Africa in een notendop

Toeristen die er bij het boeken van hun safari via asiliaafrica.com van uitgaan dat al hun euro’s, dollars of yens in de lokale economie en schatkist van Tanzania en Kenia terechtkomen, kunnen wel eens bedrogen uitkomen. Bij de oprichting van het safaribedrijf in 2009-2010 lijkt Asilia Africa een creatieve internationale agressieve belastingontwijkingsstructuur te hebben opgetuigd, waardoor een groot deel van de Afrikaanse safariwinsten waarschijnlijk jarenlang in een belastingparadijs is beland. Het door Asilia Africa bedachte fiscale trapezewerk is gestoeld op een belastingontwijkingsstrategie die door multinationals op grote schaal is toegepast: het ‘parkeren’ van een merkenrecht in een offshore-vennootschap in combinatie met een agressieve verrekenprijsstrategie. Ik licht deze belastingontwijkingsstrategie hieronder toe.

Mauritius: belastingvrijstelling voor Asilia Africa Limited

Uit het officiële bedrijfsregister van Mauritius blijkt dat Asilia Africa Limited in 2010 is opgericht als een zogeheten Global Business Company Category 2 (GBC2). Tot 2021 zorgde deze structuur ervoor dat Asilia Africa Limited door de lokale fiscus werd beschouwd als een entiteit die niet op Mauritius zetelde. Hierdoor was de offshore-vennootschap vrijgesteld van belastingen. Asilia Africa Limited hoefde dus geen vennootschapsbelasting, geen bronbelasting (op dividend-, rente- of royalty-uitkeringen) of andere bedrijfsbelastingen te betalen.

Een ander voordeel van de GBC2-structuur was dat Asilia Africa Limited niet verplicht was om jaarverslagen op te stellen of belastingaangiftes te doen. Het hoefde zelfs geen in Mauritius woonachtige directeur in dienst te hebben. Een zogenoemde corporate director hebben, volstond om van de GBC2-structuur te kunnen profiteren. De dienstverlener MITCO verzorgde deze directeur voor Asilia Africa Limited. Hierdoor hoefde de Mauritiaanse offshore-vennootschap geen eigen personeel aan te nemen en geen eigen kantoorpand te huren.

Een harde voorwaarde om de GBC2-structuur en de volledige belastingvrijstelling te kunnen toepassen, is dat het bedrijf louter buiten Mauritius zaken diende te doen. Normale bedrijven op Mauritius die er diensten en producten verkopen, waren – in beginsel – onderworpen aan het normale vennootschapsbelastingtarief van 15 procent. Het preferentiële offshore-regime was duidelijk gericht op het uithollen van de schatkisten van hoogbelaste jurisdicties, zoals Tanzania en Kenia. Zij kennen beide een belastingtarief van 30 procent.

Parkeerconstructie: Asilia Africa’s merkenrecht

Maar hoe wist het safaribedrijf jarenlang het leeuwendeel van zijn winsten naar de belastingvrije offshore-vennootschap op Mauritius te sluizen? Daarvoor maken we een uitstapje naar de wereld van transfer pricing (‘verrekenprijzen’). Dit is een onderdeel van het belastingrecht dat zich richt op de verdeling van de ‘fiscale taart’ van een internationale onderneming (de belastinggrondslag / fiscale winst) tussen de verschillende vennootschappen in de verschillende landen.

Om te zorgen dat Tanzania, Kenia, Zuid-Afrika en Mauritius belasting kunnen heffen over de winst die hun toekomt, dienen op grond van de internationaal erkende verrekenprijsregels alle intra-groep transacties tussen alle vennootschappen van het safaribedrijf zakelijk worden geprijsd. Dat wil zeggen: per transactie moet worden vastgesteld welke prijs onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen. De opbrengsten en kosten van de verschillende vennootschappen van het safaribedrijf worden immers voor een groot deel veroorzaakt door transacties met andere vennootschappen van het safaribedrijf.

Het vaststellen van de vergoeding voor dergelijke intra-groeptransacties is een complexe exercitie, maar de crux is dat de toewijzing van de safariwinsten aan de verschillende vennootschappen in de verschillende landen sterk wordt beïnvloed door de wijze waarop Asilia Africa zijn belangrijkste functies, risico’s en activa binnen de bedrijfsstructuur heeft georganiseerd.

De merknaam, het logo, het klantenbestand en de website zijn uiterst waardevolle bezittingen van het safaribedrijf. Dit kan eenvoudig worden verduidelijkt. Een toerist uit Amsterdam, New York of Moskou boekt een safaritocht waarschijnlijk via asiliaafrica.com vanwege de internationale reputatie van dat merk. Het safaribedrijf zal de look en feel van zijn merknaam en website zorgvuldig hebben ontworpen om toeristen uit de hele wereld te verlokken bij hen te boeken.

Zoals beschreven heeft Asilia Africa bij het optuigen van de bedrijfsstructuur zijn merkenrecht bij de offshore-vennootschap op Mauritius geparkeerd. Doordat deze vennootschap de juridische eigenaar van het merk Asilia Africa is, heeft de safarionderneming waarschijnlijk jarenlang een aanzienlijk deel van de safariwinsten eenvoudig belastingvrij kunnen laten neerslaan in Mauritius. Op grond van de tot 2017 geldende verrekenprijsregels was het niet noodzakelijk dat op Mauritius daadwerkelijk marketinginspanningen werden uitgevoerd met betrekking tot het merk Asilia Africa. 

Dit sterke staaltje agressieve belastingontwijking – het parkeren van het juridische eigendom van een merkenrecht of bedrijfsgeheim in een belastingparadijs om belasting te ontwijken – is de afgelopen decennia op grote schaal door internationale bedrijven toegepast. Voorbeelden zijn de agressieve belastingontwijkingsstructuren die Nike, Ikea en Starbucks gebruiken. De mogelijkheden tot manipulatie van verrekenprijzen waren ruim, omdat het vaststellen van verrekenprijzen geen exacte wetenschap is. In de praktijk bevindt een acceptabele verrekenprijs zich tussen ruime bandbreedtes.

Wat blijft er over voor Afrika?

Tot 2017 mogelijkerwijs niet veel. De belastingdiensten in Tanzania, Kenia en Zuid-Afrika hebben waarschijnlijk genoegen moeten nemen met een klein deel van de fiscale taart. Dit komt omdat de vennootschappen van het safaribedrijf in deze landen zich bezighielden met routinematige (eenvoudige) activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan het begeleiden van safaritochten of activiteiten zoals slapen onder de sterrenhemel die door de lokale vennootschappen in Tanzania en Kenia worden verricht. Een ander voorbeeld is de dienstverlening op het gebied van personeelszaken en de financiële administratie die de Zuid-Afrikaanse vennootschap verricht aan andere ondernemingen binnen het safaribedrijf.

De bedrijven in Tanzania, Kenia en Zuid-Afrika dienen voor deze groepsdiensten een zakelijke vergoeding te ontvangen. Het pijnpunt is echter dat dergelijke eenvoudige activiteiten op grond van verrekenprijsregels doorgaans voor een stabiele maar relatief lage vergoeding in aanmerking komen. Zij worden niet vergoed op basis van een beloning die sterk afhankelijk is van het succes (of het falen) van het safaribedrijf als geheel. Om deze reden zal jarenlang waarschijnlijk slechts een relatief klein deel van de safariwinsten zijn toegewezen aan de Afrikaanse landen.

Krokodillentranen: internationale maatregelen tegen agressieve belastingontwijking

Het doek lijkt inmiddels grotendeels te zijn gevallen voor de door het safaribedrijf opgetuigde belastingontwijkingstructuur. Zo hebben zowel de OESO als de EU de offshore-vrijstelling van Mauritius in 2017 bestempeld als een schadelijke belastingpraktijk. Mauritius werd verzocht de belastingvrijstelling af te schaffen.

Hoewel het tropische eiland zich aanvankelijk verzette, ging het uiteindelijk schoorvoetend akkoord met de afschaffing toen de EU in 2019 dreigde het eiland tot ‘niet-coöperatieve belastingjurisdictie’ te bestempelen en het op haar zwarte lijst van belastingparadijzen te plaatsen. 

Op basis van overgangsrecht heeft het safaribedrijf tot uiterlijk juli 2021 kunnen profiteren van de offshore-vrijstelling. Hoewel het offshore-regime ondertussen is ontmanteld, heeft Mauritius diverse nieuwe preferentiële belastingmaatregelen ingevoerd, waaronder een belastingkorting voor inkomsten uit het buitenland (waaronder rente-inkomsten) en verschillende tijdelijke belastingvrijstellingen (tax holidays) voor start-ups.

Door deze nieuwe fiscale maatregelen kan Mauritius nog steeds een fiscaal tropische bestemming zijn voor bedrijven met activiteiten in Afrika. Mauritius beoogt hiermee aantrekkelijk en concurrerend te blijven als financieel centrum. Het is niet duidelijk of Asilia Africa gebruik maakt van de nieuwe belastingvoordelen. Alleen hun vertrouwelijke belastingaangiften kunnen daar uitsluitsel over geven.

Nu kunnen de Afrikaanse belastingdiensten de allocatie van safariwinsten aan Mauritius eenvoudiger ter discussie stellen

Maar dit is niet alles. Internationale beleidsmakers hebben in 2017 tevens een streep gezet door de beschreven parkeerconstructie, waarbij merkenrechten (of bedrijfsgeheimen) worden gestald in een belastingparadijs. De aangescherpte verrekenprijsregels zijn gericht op multinationals, maar kunnen ook agressieve belastingontwijkingspraktijken van kleinere internationale bedrijven raken, zoals die van Asilia Africa.

Op grond van de nieuwe regels kan aan een vennootschap die (louter) de juridische eigenaar is van bijvoorbeeld een merkenrecht, niet langer vanzelfsprekend (bijna) alle winst worden toegerekend die wordt behaald met dit merkenrecht. De toerekening van dergelijke winsten is tegenwoordig sterk afhankelijk van de risico’s die de vennootschap loopt en de functies die het uitoefent ten aanzien van het merkenrecht. Bij de safarionderneming is bijvoorbeeld relevant welke vennootschap verantwoordelijk is voor de (door)ontwikkeling, het onderhoud, de bescherming en de exploitatie van het merk Asilia Africa. Maar ook na deze aanscherping blijft het vaststellen van een interne verrekenprijs nattevingerwerk.

Maar nu kunnen de Afrikaanse belastingdiensten de allocatie van safariwinsten aan Mauritius evenwel eenvoudiger ter discussie stellen. Wanneer het bedrijf in Zuid-Afrika bijvoorbeeld aanzienlijke marketinginspanningen verricht – zoals de wettelijke bescherming van het merk Asilia Africa of de doorontwikkeling van de website op basis van een nieuwe marketingstrategie – moet dat zijn terug te zien in het deel van de fiscale taart dat aan de Zuid-Afrikaanse onderneming wordt toegerekend.

Wanneer alle voor het merkenrecht waardebepalende functies in Zuid-Afrika worden uitgevoerd, zou er in de optiek van de aangescherpte regels nauwelijks of geen winst van het safaribedrijf op Mauritius moeten overblijven. Maar ook hier geldt: alleen de vertrouwelijke belastingaangiften van het safaribedrijf kunnen verduidelijken of dit het geval is.

De moraal van dit verhaal?

Niet alleen multinationale ondernemingen kunnen een agressieve belastingstructuur aanwenden om belasting te ontwijken. Zelfs een Afrikaans safaribedrijf kan dat. Hoekstra was zich daar waarschijnlijk niet volledig van bewust toen hij besloot te investeren in de buitenlandse start-up van een oude vriend. Gelukkig zitten beleidsmakers niet stil, en worden de grootste fiscale mazen momenteel gedicht. Dit heeft tot gevolg dat het safaribedrijf in de toekomst waarschijnlijk meer belasting zal betalen over zijn safariwinsten.

Wederhoor

Wopke Hoekstra reageerde via zijn persoonlijke assistent als volgt op deze analyse: ‘Alles wat de heer Hoekstra over deze constructie had te melden, heeft hij in het vragenuurtje op 5 oktober 2021 verteld.’

Asilia Africa liet weten:

‘Asilia’s position is that the article is factually incorrect and unfairly suggestive on multiple points. While Asilia as a Company has grown to pay more than USD 5mn in annual taxes and levies and a similar amount in other fees in Kenya, Tanzania on an annual basis (as well as paying taxes in South Africa and Mauritius), Asilia’s shareholders have not benefitted financially from their investment in the Company since 2009, through dividends or otherwise. Percentage-wise our contributions to the local governments and institutions in the countries where we operate are similar to or higher than the equivalent in Europe. It must also be noted that Asilia complies with FATCA and CRS standards on an annual basis and is audited by a big four firm each year.

Mauritius – an integral part of Africa – is incorrectly labelled by the author as a tax haven outside Africa, using incorrect or outdated information. Mauritius is a legitimate business hub within sub-Saharan Africa and is recognised as such by reputable international institutions, ranking among the most stable and well-governed countries within the African continent, and with a corporate income tax rate and approach in line with the latest OECD taxation guidelines. Mauritius is a forward-thinking, open economy with solid tax frameworks including the adaptation of international tax treaties and DTS agreements to encourage intra-continental trading. Asilia would encourage other African governments to improve and create the same as we have experienced trading issues and hurdles in some of the countries where we operate.

Being responsible for the livelihoods of thousands of people in Africa and the protection of thousands of km2 of pristine nature areas, Asilia is proud to be recognised  as a genuine ‘ force-for-good’ in the world by international institutions like Norfund and others as a prime example of a positive impact company, ranking in the same range as better known B-Corp companies like Patagonia and well above most others. We have a formal policy of not conducting any aggressive tax practices and are externally audited on this and fully compliant.”

We would be interested in collaborating with you on a future “Follow the Money” story if you were interested in analyzing how safari dollars can make an impact and are an important part of building sustainable economies in Africa.’

Waarop de auteur antwoordde:

‘I have taken note of the response from Asilia Africa. It claims that the article contains factual inaccuracies, but its explanatory statement identifies only one factual inaccuracy: the allegedly incorrect labelling of Mauritius as a tax haven. I would kindly make the following observation on this. My research shows that Mauritius operated the offshore GBC2 regime until recently. Under this regime international companies conducting business outside Mauritius did not have to pay any tax. The official company register of Mauritius shows that Asilia Africa was registered as a GBC2 company. Both OECD and EU have identified this offshore tax regime as a harmful tax practice. The existence of such an offshore tax regime is a reason to be labelled as a tax haven by the European Union.’

Lees verder Inklappen