Hoeveel bedrijfsmacht kunnen we verdragen?

    Al decennialang wordt de wereld uitgebuit door 'too big to fail' en 'too big to manage' megabedrijven. In 'De Macht van de Megaonderneming' leggen Joost Smiers, Pieter Pekelharing en John Huige uit hoe het zo ver heeft kunnen komen. Eindelijk een boek dat dit ingewikkelde onderwerp op een toegankelijke manier uiteenzet, vindt Ine Gevers. Een recensie.

    Hoeveel mensen weten dat het algoritme dat geleid heeft tot Google’s succes gefinancierd was met een beurs van de National Science Foundation, dus met publiek geld? Of dat de moleculaire antistoffen, die de ontwikkeling van de biotechnologie mogelijk maakten voordat het venture-kapitaal de sector binnenhaalde, ontdekt zijn in publieke Medicatie Research Labs in de UK? Of dat vele van de innovatiefste jonge bedrijven in de VS niet gefinancierd waren door privaat venture-kapitaal, maar door publiek venture-kapitaal zoals door het Small Business Innovation Research (SBIR) programma? Geen van die technologische revoluties zouden hebben plaatsgevonden zonder de leidende rol van de staat.

    Zo luiden enkele prikkelende zinnen uit De Macht van de Megaonderneming, het nieuwe boek van Joost Smiers (emeritus hoogleraar politicologie, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht), Pieter Pekelharing (sociale en politieke geografie, Universiteit van Amsterdam) en John Huige (politiek econoom sociale & duurzame economie). Overigens met een expliciet eerbetoon aan Mariana Mazzucato, auteur van The Entrepeneurial State (2013), die in haar boek over het belang van de publieke sector voor innovaties nog veel meer van dit soort wetenswaardigheden boven water haalde.

    Maar als overheden zo veel investeren, waarom treden ze dan niet hard op tegen bedrijven die opereren op het randje van het wettelijk toelaatbare? Waarom worden transnationale bedrijven niet op zijn minst gedwongen om hun deel aan belasting betalen in ruil voor de infrastructuur, goed opgeleide werknemers en ter beschikking gestelde innovaties waar ze van profiteren? Waarom staan overheden toe dat schade wordt toegebracht aan mens, dier en milieu, zonder de bedrijven in kwestie te straffen? 

    "Overal ter wereld gaan uit de kluiten gewassen transnationale bedrijven — too big to fail maar ook too big to manage — er met de buit vandoor."

    Overal ter wereld gaan uit de kluiten gewassen transnationale bedrijven — too big to fail maar ook too big to manage — er met de buit vandoor. Waarom zijn overheden niet bij machte burgers te beschermen tegen de toenemende verschraling van hun leefomgeving? We leven in een wereld waarin alleen datgene wat in geld kan worden uitgedrukt nog waarde lijkt te hebben.

    Heldere taal

    Smiers, Pekelharing en Huige beschrijven in heldere taal hoe het zo ver heeft kunnen komen. Eindelijk een boek dat dit ingewikkelde onderwerp in een persoonlijke, genuanceerde en voor een breed publiek toegankelijke stijl uiteenzet. Het legt uit hoe de VN in de jaren ’60 en ’70 aanzette tot een gematigde bescherming van de vrije markt met de Charter van Havanna en New International Economic Order. En hoe vervolgens begin jaren ’80 in de luttele tijd van vijf jaar onder aanvoering van Ronald Reagan en Margaret Thatcher een grote ideologische omslag kon plaatsvinden uit verzet tegen deze pogingen tot regulering. Dit neoliberale klimaat maakte de weg vrij voor de World Trade Organisation (WTO) in 2001 en voor geopolitieke verdragen als TTP en TTIP, die onder het mom van ‘vrijhandel’ nog meer macht toekennen aan de megaondernemingen.

    Het neoliberale klimaat maakte de weg vrij voor de World Trade Organisation en geopolitieke verdragen als TTP en TTIP

    Niet alleen worden de perverse systemen en hun samenhang door de auteurs tegen het licht gehouden; De Macht van de Megaonderneming komt ook nog eens met een heel hoofdstuk vol concrete aanbevelingen voor een evenwichtiger, rechtvaardiger en duurzamer economisch systeem. Een unicum voor een publicatie over de economische orde, aangezien zulke werken meestal niet verder reiken dan het stellen van een somber stemmende diagnose met uitzichtloze conclusies. Een voorbeeld: de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zou kunnen worden ondergebracht bij de VN, zodat de Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en Charter over Economische Rechten en Plichten van Staten (1974) weer ijkpunten van de internationale handel worden.

    De auteurs passen hun ideeën ook toe in de praktijk: ze presenteren hun inzichten en argumenten met de nadrukkelijke kanttekening dat deze tot stand zijn gekomen in samenspraak met en dankzij de kennis en investeringen van veel andere onderzoekers en theoretici. Ze bouwen voort op publieke kennis, verzameld door mededingingsorganen, onderzoek- en kennisinstituten en wetenschappers als Naomi Klein en Thomas Piketty.

    Doorn in het oog

    Een doorn in het oog van de auteurs van De Macht van de Megaonderneming is de brutaliteit waarmee grootschalige bedrijven op megalomane wijze pakken wat ze pakken kunnen zonder zich veel aan te trekken van ernstig falen op het gebied van arbeidsomstandigheden, mensenrechten of milieu. Zo handelen Shell, BP en Total – maar ook Chinese staatsbedrijven en het Russische Gazprom – nog altijd in fossiele brandstoffen. Monsanto, DuPont en Syngenta controleren ondertussen niet minder dan de helft van alle zaadmarkten wereldwijd en creëren zo monopolies op voedsel. 

    Een ander belangrijk speerpunt is de wijze waarop deze ondernemingen via sluwe juridische constructies onze gedeelde kennis en creativiteit weten in te lijven. Smiers, Pekelharing en Huige rekenen keihard af met dit nauwelijks onderkende, maar niettemin giftige fenomeen. Het patenteren van publiek verworven kennis — de bewijzen stapelen zich op hoe Apple slim innovatieve startups opkocht en zo door de overheid gefinancierde kennis patenteerde — is niet alleen een vorm van stelen; het remt ook toekomstige innovaties.

    Er is letterlijk sprake van een gold rush op patenten

    Het is een mythe dat bedrijven in innovaties investeren; ze geven vooral bakken met geld uit aan het verzamelen en juridisch beschermen van hun zogenaamde Intellectual Property. Er is letterlijk sprake van een gold rush op patenten, waarbij het niet langer gaat om het beschermen van eigen innovaties maar puur het opkopen van zoveel mogelijk patenten op vaak triviale uitvindingen om de marktmacht te kunnen uitbreiden. Volgens de auteurs moet dit probleem op mondiale schaal worden aangepakt door breed te investeren in onderzoeksinstituten om kennis en innovaties publiek te delen en te laten bloeien. Jammer dat verzuimd wordt enkele goede voorbeelden te noemen – de voortvarendheid waarmee de Deense regering zich opwerpt als durfinvesteerder in nieuwe technologie om lange-termijnvragen over klimaatbeheersing en circulaire economie te beantwoorden, bijvoorbeeld (zie: Tegenlicht, “De Slimme Staat”, 25 oktober 2015).

    Een ander gebrek: De schrijvers onderschatten de dubieuze rol van staten die zich in toenemende mate gedragen als megaondernemingen, bijvoorbeeld in de wapenhandel. De economische boost die dit oplevert kan niet zomaar worden gerelativeerd, getuigt bijvoorbeeld de schokkende film The Shadow World (2016) van Johan Grimonprez. Laten we het onderzoek uitbreiden naar ‘democratische’ staten die zich zodanig als megaondernemingen gaan gedragen dat er een geleidelijke verschuiving van soevereine democratie naar surveillance-kapitalisme plaatsvindt.   

    Korte versie van Tegenlicht-aflevering "De Slimme Staat". Zie bovenstaande link voor de volledige versie.

    Uitdagend

    De aanbevelingen van Smiers, Pekelharing en Huige voor het opnieuw uitvinden van onze economie zijn uitdagend en vereisen extra onderzoek. Naast het afschaffen van het intellectuele eigendomsrecht gaan ze uitgebreid in op de noodzaak toezicht te houden op de gehele productieketen; het mededingingsrecht te veranderen opdat alle betrokkenen een stem hebben; het afschaffen van de beperkte aansprakelijkheid van aandeelhouders en het toepassen van een stringenter internationaal systeem van straffen voor ondernemers die over de schreef gaan. 

    Het realisme van De Macht van de Megaonderneming komt tot uitdrukking in de stappenplannen die ze voor elk van deze gebieden maken, compleet met voorstellen voor extra onderzoek om de radicale ommezwaai te bewerkstelligen. In dit verband is een van hun aanbevelingen welhaast vanzelfsprekend: de auteurs stellen vast dat het International Criminal Court (ICC) duidelijk niet in staat is om de transnationale ondernemingen die misdaden op mondiaal niveau plegen te berechten. De oprichting van een Internationaal Strafhof voor Ondernemingen en Verantwoordelijken in Ondernemingen is daarmee onontkoombaar.

    De kalme overtuiging waarmee de lezer te verstaan wordt gegeven dat het nu toch wel echt genoeg is geweest wakkert een activistisch gevoel aan. Wie wil er niet vechten voor een rechtvaardiger samenleving? Er zijn grenzen aan groei, onverantwoordelijk handelen door bedrijven, aan de beloning van nietsontziend gedrag in het huidige neoliberale klimaat. Weg met de fabel van de onzichtbare hand; op naar een geordende markt, naar proactieve mededinging door álle stakeholders, naar staten die eisen durven te stellen en burgers die bepalen! 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 292 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren