© ANP JERRY LAMPEN

Hoeveel levert Shell de Nederlandse schatkist nu echt op?

    Het kabinetsbesluit om de dividendbelasting af te schaffen deed nieuw stof opwaaien over oude constructies voor belastingontwijking. Hoe steken die in elkaar en wat hebben we eraan: hoeveel belasting betaalt Shell eigenlijk in Nederland?

    Het debat over de afschaffing van de dividendbelasting is in alle hevigheid losgebarsten. Deze belastingmaatregel zal Nederland minimaal 1,4 miljard euro per jaar kosten, maar wat we ervoor terugkrijgen is onduidelijk. Dinsdag werd Rutte in de Tweede Kamer gesommeerd om vragen te beantwoorden en volgende week volgt een nieuw debat over de dividendbelasting.  

    Onze onthulling dat Shell in het geheim ‘wetenschappelijk’ onderzoek financierde als onderdeel van een jarenlange lobby om de dividendbelasting af te schaffen, heeft tot veel commotie en Kamervragen geleid. Nadat dagblad Trouw afgelopen weekend bovendien berichtte over een belastingdeal tussen Shell en de Nederlandse overheid, is het debat over de omstreden belastingmaatregel opgelaaid. En dus schoot Marjan van Loon, de topvrouw van Shell Nederland, in de gebruikelijke verdediging. In tv-programma Nieuwsuur zei ze ‘stomverbaasd’ te zijn en deed de berichtgeving af als ‘stemmingmakerij’ want ‘dat ons hoofdkantoor in Nederland zit en we een structuur met A- en B-aandelen hebben is juist heel goed geweest voor de Nederlandse schatkist.’

    Trouw rekende uit dat Nederland waarschijnlijk 7 miljard euro dividendbelasting is misgelopen vanwege een belastingdeal tussen Shell en de fiscus. De Belastingdienst keurde in 2005 een duale aandelenstructuur goed waarbij Shell voor 60 procent A-aandelen en voor 40 procent B-aandelen uitgaf. Die belastingstructuur heeft alles te maken met de afdracht van dividendbelasting. Houders van A-aandelen betalen dividendbelasting in Nederland. Houders van B-aandelen ontvangen hun dividend echter niet rechtstreeks van Royal Dutch Shell, maar via een trust op de Jersey eilanden; zo hoeven de B-aandeelhouders geen dividendbelasting in Nederland te betalen. Shell zegt over de duale aandelenstructuur: ‘Dit loste het probleem op voor de aandeelhouders van de Britse moedermaatschappij en maakte de weg vrij voor een hoofdkantoor in Den Haag.’

    De historie van Shells duale aandeelhoudersstructuur

    In 2005 werden de N.V. Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij en The Shell Transport and Trading Company, plc (Shell Transport) samengevoegd. Voor die tijd had Shell twee moederbedrijven met afzonderlijke besturen. In 2004 bleek Shell zijn olie- en gasreserves met 20 procent te hebben overschat; dat schandaal noopte Shell om beide bedrijven samen te voegen. Shell moest toen kiezen of het hoofdkantoor in Nederland of het Verenigd Koninkrijk gevestigd zou worden. ‘Probleem was dat Nederland wel dividendbelasting heeft en het Verenigd Koninkrijk niet. Daarom creëerden wij een structuur met A- en B-aandelen,’ legt Shell uit.

    De aandeelhouders van multinationals met een hoofdkantoor in Nederland zijn verplicht om belasting te betalen over het uitgekeerde dividend. Voor Nederlandse aandeelhouders en de meeste buitenlandse aandeelhouders is die dividendbelasting aftrekbaar van andere belastingen in eigen land. In het Verenigd Koninkrijk en enkele andere landen (veelal plekken waar sowieso weinig belasting wordt afgedragen) is dividendbelasting niet aftrekbaar. Dat maakt de aandelen van bedrijven met een hoofdkantoor in Nederland voor deze aandeelhouders minder aantrekkelijk. (De meeste institutionele beleggers hebben overigens speciale belastingregelingen getroffen, waardoor dit voor hen geen probleem meer is. Lees hier meer over in dit artikel.) In Verenigd Koninkrijk wordt geen dividendbelasting geheven.

    Wanneer Shell dividend uitkeert, moeten de eigenaren van A-aandelen dividendbelasting afdragen aan de Nederlandse overheid. Over B-aandelen wordt geen dividendbelasting geheven. Om deze constructie legaal te maken, was de goedkeuring van de Nederlandse belastingdienst vereist.

    De A- en B-aandelen vertegenwoordigen dezelfde stemrechten. De prijs van B-aandelen is hoger dan die van A-aandelen omdat er geen belasting over dividend betaald hoeft te worden. In 2016, na de overname van British Gas, gaf Shell voor het eerst nieuwe B-aandelen uit. De Nederlandse belastingdienst heeft toen opnieuw ingestemd met de duale aandelenstructuur.

    Lees verder Inklappen

    Belastingdeal

    Shell is niet de enige multinational met een op maat gemaakte belastingdeal. Meer dan 4000 bedrijven hebben zo’n afspraak met de Nederlandse overheid. Shell is nooit geheimzinnig geweest over de achterliggende reden voor de aandelenstructuur, die vanuit Shell strategisch goed verdedigbaar is: het ontwijken van de Nederlandse dividendbelasting voor de (bestaande) aandeelhouders uit (voornamelijk) het Verenigd Koninkrijk.

    De berekening van Trouw dat Nederland 7 miljard euro is misgelopen, is gestoeld op de aanname dat de fusie tussen N.V. Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij en The Shell Transport and Trading Company – ook zonder belastingdeal – op dezelfde wijze had plaatsgevonden. Dat is echter niet zeker. De dividendbelasting vormde ook toen een belangrijke overweging in de bepaling van de toekomstige bedrijfsstructuur. Misschien had Shell zonder belastingdeal gekozen voor een aandelenstructuur waarbij het Britse deel niet in Nederland werd ondergebracht.

    Maar dat wil niet zeggen dat de uitspraak van Marjan van Loon – ‘Het is een goede deal geweest voor Nederland, want anders waren we alles kwijt geweest’ – hout snijdt. Ze onderbouwt die uitspraak niet. Eén ding staat vast: de samenvoeging heeft Nederland in elk geval geen cent dividendbelasting extra opgeleverd, omdat de Britse aandeelhouders vrijgesteld bleven van dividendbelasting.

    Paul Tang, Europarlementariër

    "Ik draai de vraag nu om: Shell, vertel ons eens hoeveel je eigenlijk betaalt"

    Het nut van hoofdkantoren

    Shell legt niet uit waarom de belastingdeal zelf profijtelijk zou zijn voor Nederland, en verwijst in zijn reactie alleen naar cijfers die het belang van Shells hoofdkantoor voor de Nederlandse economie moeten onderstrepen. De afschaffing van de dividendbelasting zou volgens Shell (en het kabinet) vereist zijn om het vestigingsklimaat voor hoofdkantoren aantrekkelijk te houden. En dat zou dan weer goed zijn voor de Nederlandse economie. Deze redenering is echter gestoeld op een reeks aannames waarvoor elke cijfermatige onderbouwing ontbreekt.

    Shell en Van Loon dwepen met de indirecte effecten op andere bedrijven, die ‘tussen de 4 en 6,5 miljard dollar per jaar aan omzet kunnen boeken door contracten met Shell’. Verder pronkt het bedrijf met ‘90.000 Shell-gerelateerde reizigers’ en ‘110.000 hotelovernachtingen’ en ‘kapitaalinvesteringen van 800 miljoen euro’ in Nederland. Shell stelt: ‘Een hoofdkantoor is dus veel meer dan een statig pand met daarin de directie en wat ondersteunende diensten.’

    90 procent van de 10.000 werknemers van Shell werkt in productiefaciliteiten zoals Pernis, Moerdijk, de NAM en onderzoekscentra 

    Nu is het inderdaad zo dat het Nederlandse hoofdkantoor, naast enkele honderden directe banen, ook voor indirecte bedrijvigheid zorgt. Shell spreekt zelf over werk voor ‘cateraars, consultants en uitzendbureaus.’ Het is echter misleidend om alle directe en indirecte activiteiten van Shell toe te schrijven aan het hoofdkantoor en de activiteiten die daar plaatsvinden.

    Shell heeft in Nederland 10.000 werknemers, maar de meeste daarvan werken niet op het Haagse hoofdkantoor. De productiefaciliteiten in Pernis, Moerdijk, de gaswinning in Groningen en de onderzoekscentra in Rijswijk en Amsterdam zorgen voor pakweg 90 procent van de banen. De buitenlandse bezoekers komen voor het merendeel naar Nederland voor die bedrijfsonderdelen. Ook andere bedrijven hebben contracten met de bedrijfsfaciliteiten, niet met het Haagse hoofdkantoor. Als het hoofdkantoor zou verhuizen naar het Verenigd Koninkrijk, blijft de hoofdmoot van Shells economische activiteit gewoon in Nederland. De installaties van Shell Pernis in Rotterdam – de grootste oliehaven van Europa – verhuis je niet even.

    Shell rept in het position paper dat het eind 2017 voor de Tweede Kamer samenstelde, van ‘de bijdrage van multinationals aan essentiële Research & Development (R&D)’ in Nederland. Maar zelfs Henk Volberda, professor strategisch management aan de Rotterdam School of Management – tegen wie momenteel een integriteitszaak loopt vanwege zijn door Shell gefinancierde onderzoek – was op dit punt heel duidelijk: ‘Je moet goed kijken naar wat een hoofdkantoor is. Wij hebben dat heel nauw gedefinieerd en zo hebben we dus ook de cijfers ingeschat,’ zei hij begin deze maand tegen FTM. Hij legde uit dat je R&D faciliteiten niet onder het hoofdkantoor mag scharen, die vallen onder de divisies. ‘Als een hoofdkantoor verplaatst wordt dan is het niet zo dat automatisch de R&D activiteit ook wordt verplaatst.’ Shell gaat hier in zijn position paper echter wel vanuit.

    Grootste uitbetaler van dividend

    Shell gebruikt ook deze argumentatie om het belang van hoofdkantoren te onderstrepen: ‘Met Shell is Nederland thuishaven van de grootste uitbetaler van dividenden ter wereld. In 2010, 2012, 2013 en 2016 was Shell de nummer één van de wereld en in de overige jaren van dit decennium de nummer twee.’ Shell betaalde in 2016 liefst 15 miljard dollar aan dividend aan zijn aandeelhouders. Shell zegt zelf dat die bijdrage ‘een kleine 30 procent is van het totale cashdividend dat werd uitbetaald door aan de AEX genoteerde bedrijven met hoofdkantoor in Nederland.’ En: ‘Dit maakt Shell verreweg de grootste bron van dividendbelastinginkomsten in Nederland in 2016.’

    Welk probleem van Shell wordt er eigenlijk opgelost? Het bedrijf heeft immers al een optie voor investeerders die de dividendbelasting niet kunnen aftrekken

    Maar wanneer de regering Shell tegemoetkomt in de wens tot afschaffing van de dividendbelasting, droogt deze inkomstenbron volledig op — en valt dit argument weg als onderbouwing voor het belang dat Shells hoofdkantoor voor Nederland zou hebben.

    Shell wil dat de dividendbelasting wordt afgeschaft, omdat het daarmee ‘onbelemmerde toegang tot de buitenlandse kapitaalmarkt’ krijgt. De dividendbelasting zou een deel van de buitenlandse investeerders kunnen afschrikken. Maar welk probleem van Shell wordt er eigenlijk opgelost? Het bedrijf biedt, dankzij de duale aandelenconstructie, immers al een optie voor investeerders die de dividendbelasting niet kunnen aftrekken.

    Shell zelf wil geen nadere toelichting geven op deze vraag van FTM en verwijst slechts naar zijn position paper uit 2017. Dat stelt dat de huidige constructie met A- en B-aandelen ‘een aanzienlijke complexiteit’ in de kapitaalstructuur heeft gebracht, die Shell graag wil vereenvoudigen. Hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek, die via een Wob-verzoek de dividendbelastingmemo's boven tafel kreeg, schreef in het Weekblad fiscaal recht dat de belastingdeal met de trust op de Jersey eilanden als ‘doorbetaalfunctie’ binnen het ‘dividendtoegangsmechanisme’ mogelijk in strijd is met de Nederlandse wet. Bovendien zou de afspraak met de fiscus volgens Europarlementariër Paul Tang (PvdA) in strijd zijn met de Europese regels tegen oneerlijke concurrentie. Het zou Shell daarom goed uitkomen wanneer het bedrijf de duale aandelenconstructie kan opdoeken, zonder dat houders van B-aandelen ineens dividendbelasting in Nederland moeten betalen.

    Vennootschapsbelasting

    Tang is stellig over Shell en zijn belastingen. Wanneer de dividendbelasting verdwijnt, dan is de resterende bijdrage van Shell aan de schatkist verwaarloosbaar. ‘Het is een publiek geheim dat Shell heeft geregeld dat het nauwelijks tot geen belasting hoeft te betalen,’ zei Tang al in 2009. Hij doelde op de vennootschapsbelasting: de inkomstenbelasting die bedrijven over hun winst betalen.

    Tang licht die uitspraak nu toe aan FTM: ‘In het verleden is geregeld voorgesteld om bedrijven met vervuilende activiteiten extra heffingen op te leggen, die ze dan wel mogen verrekenen met de vennootschapsbelasting. Shell is daar altijd tegen geweest, volgens mij omdat ze die laatste überhaupt niet betalen en dus niet kunnen compenseren. Ik draai de vraag nu om: Shell, vertel ons eens hoeveel je eigenlijk betaalt.’ Ook FTM heeft dat aan Shell gevraagd, maar het bedrijf weigert te zeggen hoeveel belasting het precies in Nederland betaalt.

    Shell pronkt in zijn position paper met een winstbedrag dat elders wordt gerealiseerd. Bedrijven registreren hun winst in de landen waar zij wordt behaald. Wanneer Shell in Nigeria olie uit de grond haalt en die naar de Nederlandse vennootschap verscheept, wordt daar een interne verrekenprijs voor betaald. Dat zorgt voor winst in Nigeria, die vervolgens daar wordt belast.

    Van oudsher is Nigeria de grootste ontvanger van vennootschapsbelasting van Shell. In 2017 ontving Nigeria € 4,3 miljard, waarvan € 765 miljoen vennootschapsbelasting. De overige betalingen zijn vooral voor vergunningen om olie te mogen winnen. Andere landen die veel verdienen aan Shell zijn Irak, Oman, Gabon en Maleisië – maar Nederland komt niet in die lijst voor. Het position paper doet het voorkomen alsof de wereldwinst Nederland een direct financieel voordeel oplevert, omdat het hoofdkantoor hier staat. Maar het blijft gewoon Nigeriaanse en Maleisische olie die in de tank stroomt, en dus vallen de winsten die landen toe – en maakt het niet uit waar het hoofdkantoor staat.

    In het beste geval betaalt Shell een paar honderd miljoen euro aan vennootschapsbelasting aan Nederland 

    Volgens de jaarrekening van Shell betaalde het in 2017 in totaal 6,3 miljard dollar aan vennootschapsbelasting. Daarvan ging 4,9 miljard dollar naar landen waar de winning plaatsvindt, zoals Nigeria. Dan resteert er 1,4 miljard dollar; dat bedrag is niet alleen voor Nederland maar moet gedeeld worden met de VS, Rusland en Brunei (belangrijke andere landen waar Shell actief is, maar waarvoor de vennootschapsbelasting niet gespecificeerd is). Als Mark Rutte, Donald Trump, Vladimir Putin en Sultan Bolkiah onderling 1,4 miljard moeten verdelen, is het niet waarschijnlijk dat Rutte met het leeuwendeel gaat strijken.

    In het beste geval is die 1,4 miljard grofweg gelijkelijk verdeeld; dan betaalt Shell een paar honderd miljoen euro aan vennootschapsbelasting in Nederland. Indien dit onderdeel is van de betreffende ruling, is het begrijpelijk dat Shell en Rutte de inhoud van de ruling niet willen vrijgeven. Het is moeilijk te verkopen dat een bedrijf dat op Nederlands grondgebied staat en dat sinds de eeuwwisseling bijna 200 miljard dollar winst heeft gemaakt, slechts een fooi aan de Nederlandse fiscus overmaakt.

    We hebben het Shell gevraagd, maar die wil het precieze bedrag niet prijsgeven. Shell houdt zich aan de Europese richtlijn die stelt dat alleen betalingen aan upstream-landen als Irak en Nigeria openbaar moeten worden gemaakt en laat het daarbij. Tang wil bedrijven daarom verplichten te vertellen waar en hoeveel belasting ze betalen: bij een discussie over het economisch nut van hoofdkantoren weten we dan tenminste om welke bedragen het gaat. Tang vermoedt overigens niet dat de Belastingdienst zou meewerken aan een ruling die illegaal is. ‘Ik ken de mensen die deze rulings maken en iets doen dat tegen de wet is, zullen ze verschrikkelijk vinden. Liever blijven ze net binnen de wet en spreken ze af dat de VPB [vennootschapsbelasting, red] tot nul wordt teruggebracht.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arno Wellens

    Gevolgd door 889 leden

    Wandelende rekenmachine. Schrijft over de euro en belastingontduiking en kamerplanten.

    Volg Arno Wellens
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Thomas Bollen

    Gevolgd door 1229 leden

    Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

    Volg Thomas Bollen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren