Overijssel

Overheid faalt in bestrijding asbest-rotzooi Twentse ‘fabriek des doods’

11
Hof van Twente

    Ook jouw gemeente krijgt steeds meer taken en dus macht. Lokale journalisten zijn steeds minder in staat om deze macht te controleren. Daarom gaat Follow the Money lokaal.

    Voor het eerste artikel van FTM Lokaal ging Rob Vorkink naar Goor, in de gemeente Hof van Twente. Daar zit namelijk iets bijzonders in de bodem: zo’n 380.000 ton asbest. En de omvangrijke sanering daarvan maakt bewoners horendol.

    Hof van Twente mag zich graag profileren als achtertuin van Nederland. In folders en flyers wordt de fusiegemeente indringend aangeprezen bij toeristen: een groen hart in het Twentse coulissen-landschap, waarin recreanten uit alle windstreken naar hartenlust kunnen fietsen en wandelen in de bosrijke gebieden en adembenemende vergezichten. De gemeente — in 2001 ontstaan uit een fusie van vijf kleinere gemeenten — omvat heuvels, kastelen en Havezaten. Zelfs de Koninklijke familie heeft hier z’n sporen achtergelaten: de moeder van wijlen prins Bernhard vertoefde jarenlang op kasteel Warmelo in Diepenheim.

    De oale groond (oude Twentse grond) wordt gekoesterd en omarmd. De keerzijde: ze is vergeven van de asbest. Hof van Twente wordt geplaagd door één van de grootste milieuschandalen in de Nederlandse geschiedenis, en rijk, provincie en gemeente zijn de sluipmoordenaar van de 20ste eeuw nog altijd niet de baas.

    De trots van Goor

    De bron van al die asbest, in totaal zo’n 380.000 ton: Eternit, in de volksmond tegenwoordig ook wel de ‘fabriek des doods’ genoemd. Dat bedrijf, gevestigd op een bedrijfsterrein aan het Twentekanaal in Goor, produceert tussen 1937 en 1994 platen en buizen van asbesthoudend materiaal. In de jaren vijftig en zestig telt het personeelsbestand zo’n 400 man; in de hoogtijdagen van de jaren zeventig behaalt de fabriek een omzet van 120 miljoen gulden en zijn dat er zelfs zo’n 700. Daarmee is het één van de grootste werkgevers in de omgeving.

    En de medewerkers hebben het goed, want er zit een uniek voordeel aan het werken bij Eternit: werknemers mogen afgekeurde platen en buizen mee naar huis nemen. Aldaar wordt het materiaal gebruikt als isolatiemiddel, erfafscheiding en dakbeschot. Het restmateriaal wordt in oneffen tuinpaden en op boerenerven gestort om deze te verharden of te egaliseren.

    Meer dan dertig ex-werknemers zijn ziek geworden en in korte tijd overleden

    Veel gezinnen zijn afhankelijk van de onderneming; dagelijks fietsen werknemers in colonne langs het Twentekanaal naar de fabriek. Tientallen families uit Amsterdam, maar ook uit Friesland, Drenthe en Groningen, vestigen zich vanwege de groeiende werkgelegenheid in de regio. Eternit is dan ook ‘de trots van Goor’. De toenmalige bestuurders van met name PvdA-huize koesteren Eternit en de bedrijfsleiding: werkgelegenheid is immers een groot goed.

    Wellicht dat dat ook de reden is dat de lokale autoriteiten blind zijn voor de gezondheidsrisico’s van langdurige blootstelling aan asbest. Die risico’s zijn begin jaren zeventig immers al zeker 50 jaar bekend.

    Vanaf eind jaren tachtig is er echt geen ontkennen meer aan: de medische wereld weet vakbonden en politiek te overtuigen dat werken met asbest een groot gevaar voor de gezondheid oplevert. De vakbonden en met name politieke partij SP gaan de barricades op en voeren acties bij en in de fabriek. Dit tot grote woede van de directie, die vreest voor de economische gevolgen.

    In 1993 wordt uiteindelijk een totaalverbod op asbesthoudend materiaal ingevoerd. De fabriek verwacht het verlies van honderd banen, maar krijgt van het Rijk niet de geëiste financiële compensatie van 4 miljoen gulden per jaar. Noodgedwongen stapt Eternit in 1994 over op asbestvrije producten, wat  inderdaad ten koste gaat van de werkgelegenheid.

    Voor tientallen ex-werknemers — en in sommige gevallen hun partners en zelfs kinderen — is het dan al te laat. Meer dan dertig ex-werknemers zijn ziek geworden en in korte tijd overleden. Hetzelfde gebeurt met partners die de asbeststof hebben ingeademd bij het wassen van de vuile werkkleding, maar ook met kinderen (en andere burgers) die de kankerverwekkende stof in de natuurlijke omgeving van de fabriek inademen. Het totale dodental in Goor en omgeving staat rond 2000 op honderd mensen. Doordat de ziekte zich in veel gevallen pas na 30 tot 40 jaar openbaart, zijn er komende jaren echter nog veel nieuwe slachtoffers te verwachten. 

    Dodelijke stof in het milieu

    Asbestdeskundige Bob Ruers beaamt dat de ziekte zich pas jaren later manifesteert: ‘Werknemers actief in de jaren vijftig en zestig worden dus 30 jaar later getroffen. Omdat Eternit midden jaren negentig is gestopt met asbestproductie, zijn er geen nieuwe meldingen meer uit de fabriek zelf, maar uit de omgeving des te meer.’

    Het gaat dan om inwoners die de asbeststof in het milieu hebben ingeademd. De fabrieksarbeiders van Eternit zijn immers niet de enigen die in aanraking komen met de asbest: heel de omgeving van Goor zit er vol mee. Daardoor kan er bij droog weer asbeststof vrijkomen, die door burgers wordt ingeademd. Bij langdurige blootstelling leidt dat tot gezondheidsrisico’s, met een grote kans op één van de drie asbestziektes: asbestose, longkanker en longvlieskanker (zie kader).

    25.000 doden als gevolg van asbest

    Tussen nu en 2035 zullen in Nederland naar verwachting nog bijna 10.000 mensen sterven aan de gevolgen van de zeldzame en dodelijke asbestziekte mesothelioom (longvlieskanker), zo blijkt uit de meest recente prognoses van de Erasmus Universiteit uit Rotterdam (EUR). De ziekte ontstaat als gevolg van het inademen van asbestvezels; de sterfte neemt toe met de leeftijd.

    Door de aanwezigheid van Eternit is de omgeving van het Twentse Goor één van de epicentra van asbestvervuiling in Nederland, maar er zijn meer van dit soort enclaves. Zo heeft in Harderwijk ook een asbestfabriek gestaan en is in Rotterdam en Vlissingen veel met asbeststof is gewerkt in de scheepsindustrie. Omdat ook in de bouw tot 1994 met asbestproducten is gewerkt, zijn er landelijk gezien veel werknemers die inmiddels zijn overleden aan mesothelioom. De grootste groep bestaat echter uit mensen die simpelweg in de omgeving woonden en de kankerverwekkende stof hebben ingeademd. 

    Sinds eind jaren negentig wordt op verzoek van de rijksoverheid bijgehouden hoeveel burgers aan de ziekte komen te overlijden. Ook wordt geregeld een voorspelling gedaan hoeveel mensen de komende jaren nog zullen sterven. De jongste cijfers laten zien dat 2017 een piekjaar is geweest, met 454 sterfgevallen.  

    Het onderzoek van de EUR is uitgevoerd door professor Burdorf, een autoriteit op gebied van asbestziekten. Uit zijn onderzoek wordt duidelijk dat in de periode 1969-2015 in totaal 14.662 mensen zijn gestorven aan mesothelioom. Specifiek gaat het om 12.250 mannen (84 procent) en 2412 vrouwen (16 procent).

    Uit de meest recente gegevens blijkt dat de piek in het aantal asbestkankergevallen rond de huidige tijd ligt. Volgens professor Burdorff zijn er tot 2035 op basis van de jongste gegevens nog 8000 mannen en 1100 vrouwen met longvlieskanker te verwachten. 

    Lees verder Inklappen

    Ingrijpend plan

    Het Rijk wil dat in 2024 alle daken asbestvrij zijn, maar in Goor en omgeving is de asbest daarnaast ook te vinden in tuinen, paden en langs sloten. Daarom presenteert CDA-wethouder Harry Scholten in 2017 een ambitieus plan. Niet alleen wil hij de doelstelling van het Rijk halen en alle daken saneren, héél de gemeente Hof van Twente moet in 2024 asbestvrij zijn.

    De gemeente wil dat bereiken door de erven van burgers en boeren in één keer aan te pakken. Daarover zegt Scholten bij de presentatie van zijn plan: ‘We hoeven dan niet vier of vijf keer terug te komen op het erf om asbest weg te halen. Met dit plan proberen wij de wirwar aan subsidieregelingen aan elkaar te knopen.’ De burgers en boeren krijgen als het ware een soort menukaart voorgeschoteld: ‘deze regelingen zijn er, welke hebt u nodig.’ Per erf wordt een totaalplan gemaakt en zorgt een zogeheten asbest-coach voor de begeleiding.

    De totale sanering heeft ingrijpende gevolgen voor de volkswijk ‘t Gymink, waar een groot deel van de Eternit-arbeiders woonde en waar dus ook veel asbest in de omgeving zit. In de totale saneringsoperatie worden 550 tuinen afgegraven, waarna de ondergrond wordt gereinigd en teruggestort. De bovenste laag van 50 centimeter is nieuwe grond. Deze zogeheten ‘robuuste’ aanpak leidt bij de buurtbewoners tot veel onvrede en stress. Ineens wordt de buurt bevolkt door mannen in blauwe overalls en zuurstofmaskers, graafmachines, vrachtwagens, dranghekken en piramides van zand. Vrijwel alle groen is verdwenen: bomen zijn gekapt of dreigen te worden weggehaald.

    Professor Ira Helsloot, hoogleraar Bestuur en Veiligheid van de Radboud Universiteit in Nijmegen, noemt de aanpak in ‘t Gymink ‘schromelijk overdreven’ en stelt dat deze vooral ‘heel veel geld’ kost. Helsloot: ‘Waarom zou je percelen heel diep afgraven? Als asbest diep in de grond zit, vormt dat geen gevaar. Je kunt ook alleen een toplaag afgraven en daar nieuwe grond in stoppen. Bovendien bestaat er helemaal geen saneringsverplichting voor alles wat onder de grond zit.’

    Het Instituut voor Asbestslachtoffers is het niet met de professor eens. Zo zegt directeur Jan Warning: ‘Asbest heeft de afgelopen decennia al veel leed veroorzaakt dus het is goed dat dit materiaal totaal verdwijnt.’

    De situatie trekt intussen een zware wissel op het humeur en welbevinden van de bewoners. De aanhoudende puinhopen zijn niet de enige boosdoener: ook de wispelturigheid van wethouder Scholten, regisseur Arcadis en de uitvoerders van asbestbedrijf NTP Beheer veroorzaakt de nodige frustratie.

    Zo moeten er volgens Scholten uit gezondheidsoverwegingen bijna 100 monumentale bomen worden gekapt. De buurt is daar boos over: niet alleen over het plan zelf, maar ook over het feit dat de bewoners pas op het allerlaatste moment zijn geïnformeerd. Dit terwijl de CDA-wethouder al een half jaar geleden op de hoogte was. Scholten erkent dat hij die wetenschap al veel eerder had; naar eigen zeggen besefte hij onvoldoende dat er ophef zou ontstaan.

    De buurt reageert furieus. Bewoners Hans te Wierik en Hans Leloux: ‘Het is een schande wat hier gebeurt. Die bomen hoeven niet weg. Onzin. We verzetten ons tot het uiterste tegen de bomenkap. En ook hier blundert wethouder Scholten weer. We voelen ons niet serieus genomen. Hij heeft de gemeenteraad aanvankelijk voorgehouden dat wij akkoord waren met de kap, maar dat is klinkklare onzin. Wat wij ook niet begrijpen, is dat de wethouder nu schermt met de kap omdat anders onze gezondheid in het geding is, maar de vondst van nieuwe asbest in schone tuinen relativeert hij door te stellen dat de nieuwe vervuiling onder de norm ligt.’

    Professor Helsloot is het met de bewoners eens: ‘Deze sanering kan veel verstandiger worden uitgevoerd, zeker als het gaat om die bomenkap. Asbest is gewoon heel slecht bij inademing van hoge concentraties, maar daarvan is hier geen sprake. De vervuilde grond onder de bomen kan gewoon worden afgedekt.’

    "Ik heb de wethouder er meerdere keren op aangesproken, maar hij doet niks. En tegen mij liegt ie dat ie barst"

    De monumentale bomen zijn bij lange na niet het enige probleem. Zo voelt een aantal bewoners zich financieel gedupeerd door de overheid. Dat zit zo: toen de bewoners met de provincie en gemeente een overeenkomst sloten over de sanering, werd daarbij afgesproken dat deelnemers de mogelijkheid kregen om na afloop van de sanering een hovenier in te schakelen om hun tuin te laten herstellen. Provincie en gemeenten stellen daarvoor een bedrag beschikbaar. Alleen, zo blijkt nu: de offertes van de hoveniers en het door de overheid uitgekeerde bedrag liggen vaak mijlenver uiteen. De gemeente weigert de bedragen ten gunste van de bewoners te verhogen.

    Bij bewoonster Anja Dijkhuis was het verschil zeker 10.000 euro. ‘Ik heb de wethouder er meerdere keren op aangesproken, maar hij doet niks. En tegen mij liegt ie dat ie barst,’ zegt ze. Terwijl wethouder Scholten Dijkhuis in de zomer van vorig jaar voorhoudt nog eens naar aanpassing van de vergoeding te zullen kijken, dicteert hij nog diezelfde dag een hoge ambtenaar dat Dijkhuis geen hogere vergoeding krijgt. Dijkhuis is nog altijd furieus: ‘Dit bewijst maar weer eens dat wij als burgers niet serieus genomen worden. Deze wethouder is onbetrouwbaar. Ik vind dat hij niet te handhaven is.’

    Belazerd

    De woede wordt er niet minder om wanneer ná de sanering stukken asbest in de grond worden ontdekt; in één geval gaat het zelfs om een asbestplaat met een doorsnee van 15 centimeter.

    De bewoners begrijpen er niets van: de grond zou toch schoon worden gemaakt? Wanneer wethouder Scholten stelt dat de gevonden resten ‘onder de norm van bodemvervuiling’ vallen, wordt verontwaardigd gereageerd. Eén van de bewoners: ‘Ik voel me belazerd. Mijn perceel was schoon: er zijn steekproeven in onze tuin gehouden en daaruit bleek dat deze asbestvrij was. Na de sanering van mijn tuin krijgen wij licht vervuilde grond terug. Dat kan toch niet waar zijn?’

    Het is wel waar, beaamt wethouder Scholten en het consortium van saneerders (Arcadis en NTP beheer). Bewoners krijgen na de ingreep dan ook geen ‘schoon grond-verklaring’. De bewoners voelen zich met de rug tegen de muur gezet: bij weigering de saneerders toe te laten in de tuin, komt het perceel als ‘asbestverdacht’ in de boeken van het Kadaster te staan. Dat kan in de toekomst van invloed zijn op de verkoopprijs van de woning.

    ‘Het ergste is dat wij licht vervuilde grond terugkrijgen,’ zegt de bewoner die zich belazerd voelde. ‘Dat willen we niet, maar de provincie en gemeente zijn onwrikbaar. Ik heb de afgelopen tijd meerdere gesprekken gevoerd met Scholten, maar ook met burgemeester Nauta. Recentelijk is gedeputeerde Traag hier nog thuis geweest. Ook was er op mijn verzoek een asbestdeskundige bij [Ton Witteman, red]. Ze willen ons niet garanderen dat wij honderd procent schone grond terugkrijgen.’

    Tijdens informatiebijeenkomsten voor de buurt gaat het er hard aan toe; verantwoordelijk wethouder Scholten is de kop van Jut. Onder wijkbewoners vallen termen als ‘volstrekt onbetrouwbaar’ en ‘iemand die afspraken en plannen steeds bijstelt’. Felle reacties zijn er ook: ‘Deze wethouder is een leugenaar.’ Ook lokale politici in de oppositie ruziën met de wethouder over zijn handelswijze richting de geplaagde buurtbewoners en de manier waarop gesaneerd wordt. 

    Asbestexperts Ruers en Witteman vinden het onvoorstelbaar dat bewoners in ‘schone’ percelen toch weer asbest aantreffen. Ruers: ‘Na zo’n uitgebreide en ingrijpende sanering mogen gewoon geen nieuwe vuile asbestresten worden gevonden. Als dan een asbestcementplaat van 15 centimeter wordt ontdekt in een gesaneerde tuin is dat uitermate vreemd.’ Witteman is harder in zijn oordeel: ‘Dit kan toch niet waar zijn, hoezo valt deze vervuiling onder de norm? Dat is complete onzin. Deze wethouder kletst volledig uit z’n nek. Die vondst van dat nieuwe asbestplaatje is eigenlijk gewoon een illegale daad.’

    De meeste bewoners mogen dan geen vertrouwen meer hebben in verantwoordelijk wethouder Scholten, in de andere kernen van de gemeente Hof van Twente krijgt de CDA'er de meeste voorkeurstemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van vorige maand. Hoewel de bewoners van 't Gymink in Goor nog in de misère zitten, is Scholten inmiddels dus met een andere klus bezig. Als lijsttrekker van de grootste partij mag hij een nieuwe coalitie vormen. 

    Geen strobreed in de weg

    Volgens Witteman lijkt het er sterk op dat waar overheden jaren geleden de asbestproblematiek verwaarloosden, ze nu in de kramp schieten als het gaat om grootschalige aanpak van asbestvervuiling. ‘Er is gewoon onvoldoende kennis en expertise,’ zegt hij.

    'Je bijt niet snel in de hand die je voedt. Zo is dat ook in Goor gezien'

    De inwoners van de woonkern Goor zijn evenwel ernstig verdeeld over de asbestproblematiek. Met name familie van werknemers van de Eternit keken veelal weg — de fabriek was immers de broodheer. Destijds gold de fabriek als ‘de God van Goor’.

    Ook toenmalige lokale bestuurders legden de bedrijfsleiding geen strobreed in de weg. Critici van de asbestproductie werden in het stadje met de nek aangekeken. Bob Ruers, die veel nabestaanden heeft bijgestaan: ‘Je bijt niet snel in de hand die je voedt. Zo is dat ook in Goor gezien’. Ruers weet niet exact hoeveel geld Eternit de afgelopen jaren aan schadevergoedingen voor slachtoffers heeft betaald, maar hij schat dat dat het totaalbedrag in de miljoenen euro’s loopt. Hij vindt het onverteerbaar dat de steenrijke eigenaren van de vroegere asbestproducent niet worden gedwongen mee te betalen aan de kostbare saneringsoperatie.

    De Goorse weduwe Gusta Meijer weet er alles van. Samen met twee andere vrouwen van wie de man bij de Eternit had gewerkt en overleden was door asbestziekte, klaagde ze de fabriek aan. Zonder schuld te bekennen betaalde Eternit  de vrouwen begin jaren negentig een schadevergoeding. Meijer, nu 88: ‘Ik voelde mij lang de paria. Als ik boodschappen ging doen, keek iedereen de andere kant op.’

    Hoe zeer de lokale bestuurders altijd compassie hebben getoond met de fabriek, blijkt wel uit een opmerking van toenmalig verantwoordelijk wethouder Jan Zuidgeest (VVD) in de Volkskrant nadat asbest begin jaren negentig verboden wordt: ‘Het is de tragiek van Eternit dat het nooit geweten heeft hoe schadelijk asbest was. Al die kosten die ze hebben moeten maken om om te schakelen. Dat gun je toch geen enkel bedrijf?’

    Voor die bagatelliserende houding betalen overheid en bewoners nu de prijs: zelfs 25 jaar nadat de productie is gestaakt, duikt overal in de bodem asbest op. Ook bij de bouw van een nieuwe wijk in een ander deel van Goor, begin dit millennium, kwam een omvangrijke vervuiling aan het licht. De sanering kostte destijds meer dan 8 miljoen euro. Ruers: ‘Als ik dan hoor over het huidige chaotische verloop van de saneringsoperatie en de kritiek van de wijk, dan denk ik dat er niets geleerd is.’

    Dit is het eerste deel van een drieluik over de asbestzaak in Goor. In het volgende artikel onderzoekt Rob Vorkink de schatrijke families achter Eternit; in het derde duikt hij in de afhandeling van de schade van asbest-slachtoffers.

    Over de auteur

    Rob Vorkink

    Bonkige, ervaren onderzoeksjournalist uit Twente. Voor Follow the Money Lokaal speurt hij naar misstanden in NO-Nederland.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    FTM Lokaal

    Gevolgd door 103 leden

    Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren