Het hoger onderwijs staat er beter voor dan we denken

Het lijkt niet goed te gaan met het hoger onderwijs. Inschrijvingen zijn gedaald en de kansenongelijkheid zou zijn toegenomen. Maar gastauteur Robin Fransman valt het juist op hoe veel de diversiteit is toegenomen de afgelopen decennia. Hij kijkt daarom naar de langjarige trends. En die laten een heel ander beeld zien.

Afgelopen week was het onderwijs twee keer in het nieuws. Eerst was het de beurt aan de onderwijsinspectie, die concludeerde dat de kansenongelijkheid de afgelopen jaren is toegenomen. Daarna kwam het ministerie van Onderwijs met gegevens waaruit blijkt dat het aantal inschrijvingen in het hoger onderwijs de laatste twee jaar is gedaald. Volgens sommigen komt dit vanwege het leenstelsel, waardoor kinderen uit huishoudens met lagere inkomens niet meer durven te gaan studeren. Volgens anderen is het een overgangseffect.

Beide studies bekijken een betrekkelijk korte termijn, met een beperkte set aan gegevens. Nu kom ik nog weleens op een universiteit, en wat mij nu juist opvalt is hoezeer de diversiteit is toegenomen. In mijn tijd (eind jaren ‘80, begin jaren ‘90) was de universiteit een leliewit autochtoon bastion, waar nauwelijks een allochtoon te bekennen was. Als je nu door de gangen loopt, zie je grote diversiteit. Ik was dus benieuwd naar de langjarige trend. Niet kijken naar de afgelopen twee à drie jaar dus, of 2009 met 2011 vergelijken, maar kijken naar de ontwikkeling op lange termijn. En dan zie je best een succesverhaal.

Om te beginnen stijgt het aantal mensen dat hoger onderwijs volgt sterk, zoals blijkt uit onderstaande grafiek die het aantal inschrijvingen van nieuwe studenten weergeeft.

In de loop van deze eeuw is ook het aandeel van hoger opgeleiden in de allochtone beroepsbevolking fors gestegen, zien we in de grafiek hieronder.

Bij bovenstaande grafieken gaat het in beide gevallen om de totale bevolking. Nu even kijken hoe de allochtonen het doen. Dat is relevant, want het gaat over het algemeen om kinderen van ouders die benedengemiddeld scoren op de terreinen inkomen, opleiding en beheersing van de Nederlandse taal.

Kijken we naar de etnische afkomst van de eerstejaarsstudenten sinds medio jaren ‘90, dan zien we dat bij de vier grootste groepen niet-westerse allochtonen een sterke stijging.

Dat zijn de absolute aantallen. In de grafiek hieronder zetten we dezelfde gegevens af tegen de totale studentenpopulatie. Ook dat duidt op een forse stijging, al loopt die bij Surinamers de laatste tijd wat terug.

Nu zegt dit ook niet alles. Je moet de studentenaantallen eigenlijk bekijken als percentage van hun aandeel in de totale bevolking. Met andere woorden: als we het aantal allochtone studenten als een perfecte afspiegeling van de samenleving op 100 procent stellen. Dat leidt tot onderstaande grafiek, waaruit blijkt dat Turken en Marokkanen een grote inhaalslag gemaakt hebben ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. Het aandeel Antilliaanse studenten ligt nu weliswaar lager dan twintig jaar geleden, maar is de laatste tijd weer aan het stijgen en benadert de perfecte afspiegeling van 100 procent erg dicht.

Weer zien we een flinke vooruitgang. Weliswaar zijn dit alleen de eerstejaarsinschrijvingen en is de studieuitval onder allochtonen iets hoger dan onder autochtonen, maar het scheelt niet veel. Dus stijgt het aantal hoger opgeleide allochtonen in de beroepsbevolking sterk. Ook daar zien we de generatie-effecten terug. De snelste groei zit hem bij de jongeren, zo blijkt uit onderstaande grafiek.

Tijd voor een conclusie. De afgelopen jaren hebben inderdaad een ietwat teruglopende participatie laten zien in het hoger onderwijs. Het leenstelsel en de economische crisis hebben daar ongetwijfeld mee te maken. Dat kan overigens ook positief zijn. Nu er meer banen zijn, zullen studenten geneigd zijn minder opleidingen te stapelen. En als de het wat lagere aantal inschrijvingen ook leidt tot minder uitval omdat mensen, gedreven door het leenstelsel, bewustere besluiten nemen, is ook dat positief.

Al met al is er nog geen volledige kansengelijkheid, maar neemt de kansengelijkheid wel toe. Op de wat langere termijn is de trend in het onderwijs gewoon goed, ook op integratiegebied. In die zin blijft het onderwijs de emancipatiemachine die het altijd geweest is. Ik werd er best optimistisch van, maar optimisme is de laatste jaren nogal impopulair.

 

Robin Fransman is bereikbaar op Twitter.